De atheïst is een wandelende tegenspraak (alhoewel: van de vier paard-mannen ligt inmiddels de helft in de koude grond en een derde is zeer bejaard en der dagen zat: in die kringen wordt dus niet zoveel meer gewandeld).[1]
Hij klopt zichzelf op de borst omdat hij rationeel is en een leven leidt dat in overeenstemming is met de 'feiten'. Hij roept de mensen op om religieuze inzichten af te zweren en zich te bekeren tot het (seculiere) humanisme. Want wie de weg van het logische verstand bewandelt kan het bestaan van de mens, door wetenschap en techniek, sterk verbeteren.
De atheïst betoogt dat God niet bestaat. Zijn voornaamste argumenten zijn (1) dat God de mens niet geschapen heeft: de mens is een product van de evolutie; (2) dat God het heelal niet geschapen heeft: anders dan natuurlijke elementen en natuurkrachten kwamen bij de schepping niet kijken; (3) dat de mens en alle dingen om ons heen fysische producten zijn.
Je kunt deze drie inzichten niet goed ontkennen. De mens is een fysisch/biologisch apparaat, geproduceerd door de natuur, de habitué van een fysisch al. Wie deze drie poten wil breken waarop het naturalistische wereldbeeld staat moet wel bijzonder goede argumenten verzinnen.
Mijn vader is gestorven aan een hersenziekte. Je kon op de fotoos (scans) zien hoe delen van zijn brein werden afgebroken: er zaten letterlijk gaten in zijn brein. De weerslag op zijn gedrag was onmiddellijk te zien. Op het laatst moest hij kruipen. Vervloekt!
Ik geloof je daarom niet als je me zegt dat wij eigenlijk, 'als je voorbij de schijnwereld naar de echte wereld kijkt', beschikken over een onstoffelijke geest of een ziel of dat de wereld eigenlijk bestaat uit ideeën.
Elke gedachte is het product van een draadje, een stroompje, een netwerkje. Wie ouder wordt en slechter/korter gaat slapen, zal merken dat het denken hem zwaarder valt: de draden beginnen dan dienst te weigeren. Als je naar buiten loopt en denkt: 'wat een aangename dag', dan is zelfs deze minzame, oppervlakkige gedachte een product van je brein.
Het bewijsmateriaal voor het natuurlijke ontstaan van de soorten -dus ook voor het ontstaan van de mens- is overvloedig en overtuigend. De mens is een dier als alle dieren, met alle neigingen, behoeften en beperkingen van dien.
We hoeven over de drie pijlers onder het naturalistische wereldbeeld dan ook niet te twisten. Je kunt elke aanval pareren met een beroep op de huidige wetenschappelijke expertise.
Toch zijn de drie pijlers van het naturalisme niet voldoende om het geloof in een transcendente God uit te sluiten. Ik vind het vreemd dat de atheïst dit niet ziet: ik wijt dit aan zijn arrogantie, de voldoening die hem vervult 'omdat hij dapperder is en zo veel rationeler en verstandiger' dan de theïst.
Het punt is dat wij volgens de derde pijler van het naturalisme volledig bepaald worden door de bouw van ons lichaam en brein. Als jij geen Chinees spreekt dan komt dat omdat het Chinees niet in de bedrading van je brein zit; als je niet meer kunt lopen, zoals mijn vader, dan komt dit omdat de nodige draden in het brein vernietigd zijn; en als je logisch kunt denken, dan komt dit omdat je 'logische draden' in je hoofd hebt.
De draden in je hoofd bepalen hoe je denkt en ze bepalen wat je ziet en wat je begrijpt. Het is voor ons uitermate lastig om in te zien hoe fundamenteel en bepalend dit is: het betekent dat je gedachten niet vrij zijn, maar dat de bedrading in je hoofd bepaalt welke gedachten wel en welke niet in de neurale orde van je brein passen.
Zenuwweefsel is ontwikkeld om het lichaam te verplaatsen. Het is een functioneel, praktisch weefsel. Ons brein is pakweg 500 miljoen jaar geleden ontstaan. De eerste zenuwnetten maakten dat (spier-)weefsels georganiseerd samentrokken, zodat het lichaam verplaatst kon worden. Om te kunnen bewegen moet het hele lichaam in een bepaald patroon aan- en uitgezet worden. De zenuwnetten én het spierweefsel zijn effectief als de zenuwnetten er in slagen om het spierweefsel volgens een fundamentele proto-logisch patroon te bedienen.
Lang verhaal kort: zo komen wij aan onze fundamentele/basale logische denkwijze. De oorspronkelijke taak van het brein, het bedienen van het lichaam, bepaalt nog steeds het bereik van onze gedachten. Je kunt geen dingen geloven die volgens de basiswetten onwenselijk zijn voor het bedienen van het lichaam.
De twee proto-logische wetten (basisbeginselen) zijn eenvoudig: conflicten (tussen bewegende delen) zijn niet optimaal uitvoerbaar, omissies zijn niet optimaal uitvoerbaar; ergo: conflicten moeten worden vermeden, omissies moeten worden vermeden. De formele logische wetten -opgesteld door Aristoteles- lijken precies dát te zeggen: geen (p en niet-p), geen (p noch niet-p).
Zenuwweefsel dat spieren tegelijk aan-en-uitzet of dat spieren in het geheel niet aan-en-uitzet voldoet niet. Zulk zenuwweefsel verdient het om met lichaam en al uitgeroeid te worden. Het zal niemand ontgaan zijn dat dit ook precies is wat de natuur doet: beestjes met gekke spiertrekkingen of lamme pootjes worden aan stukken gereten door roofdieren.
Niemand kan ontsnappen aan de kracht van de basiswetten. Ik heb dat uitgebreid beschreven in mijn proefschrift. Zelfs de ergst verwarde geesten blijven trouw aan de basiswetten. Mensen die denken dat ze Jezus zijn blijven volhouden dat zij de 'enige', 'echte', 'ware' Jezus zijn en dat mede-patienten, die ook zeggen dat ze Jezus zijn, de boel flessen. De idee dat het 'echte', het 'ware', het 'enige' kan worden onderscheiden van het 'valse', het 'schijnbare', het 'onware', vind je in alle culturen en in alle breinen: dergelijke onderscheidingen berusten op onze basale logische denkwijze.
Het beste bewijs dat wij voorgoed vast zitten aan onze basale logische denkwijze (wij zijn geketend aan onze logische denkwijze) is niet dat wij de wereld logisch kunnen beschrijven, maar dat wij de wereld niet anders dan logisch kunnen beschrijven:
-je kunt je geen andere dan een logische (!) voorstelling van een niet-logische wereld maken (een niet logische-wereld is namelijk de logische negatie van de logische wereld);
-al onze denkbeelden, modellen, theorieën, plannen, verhalen zijn consistent: zelfs het LP, de logic of paradox, mag niet zelfweerleggend zijn (als we uit LP zouden kunnen afleiden dat sommige elementen/bouwstenen van het model zelf waar en niet waar zijn, dan zullen de meeste logici deze contradictie niet accepteren). Tegen een Multatuliaanse paradox is het menselijke verstand niet gewapend: "alles is onwaar en zelfs dát is onwaar".
-de kwantumtheorie wordt niet echt begrepen: fysici geven dat toe: men kan er mee rekenen, maar echt begrijpen hoe een golf kan vervallen tot een enkel deeltje doet men niet; een coherent model dat ons kan uitleggen hoe een en ander werkt is niet voorhanden; Penrose denkt dat kwantummechanica onjuist is: ze laat zich niet verenigen (conflict) met ons idee van zwaartekracht. Zuiver logisch bezien schendt de kwantummechanica de wet van distributie.
Het is kortom eenvoudig: uit de drie pijlers van het naturalisme volgt dat onze denkwijze beperkt is en contingent is: het is een natuurlijke oplossing voor een willekeurig probleem, namelijk: hoe krijg ik een meercellig lichaam zo sterk onder controle dat het zich doeltreffend kan verplaatsen.
Onze basale denkwijze is dus geen universele 'ware' voorstelling van de werkelijkheid, maar een lokale, contingente voorstelling. We kijken door dit logische venster (laten we dit Venster a noemen, Va) naar de wereld: en dan zien we inderdaad geen God of transcendentie. In Va is de wereld natuurlijk, materieel, aards, doods, fataal.
Onze eigen logische denkwijze staat echter toe dat wij de wereld bezien door een tweede venster (laten we dit Venster b noemen, Vb). In Vb zien we een wereld die haaks (het is immers de logische ontkenning van Va) op Va staat. In Vb is alles mogelijk (wie dit niet ziet: als je ontkent dat er één waarheid is volgt daar uit dat alles of niets waar is). En als alles mogelijk is kun je het bestaan van God niet uitsluiten.
We mogen Va ontkennen omdat we weten dat Va lokaal en contingent is: daar volgt uit dat er buiten Va een venster is waarin alles mogelijk is. Ik heb het beeld van een 'venster' gebruikt om de begrippen wereld, mogelijkheden, echt, waar enz. niet te hoeven gebruiken.
Onze wereld bestaat dus uit twee logische vensters: Va en Vb. In Va speelt 'god-taal' geen rol: je kunt er niet zinvol spreken over transcendente zaken; in Vb kun je zinvol spreken over God en over transcendente zaken. Va is niet 'echt' en Vb is niet 'onecht', Va is niet 'waar' en Vb is niet 'onwaar': en andersom. De termen waar en onwaar enz zijn uitsluitend bruikbaar in Va. Ze zijn niet bruikbaar in de meta-taal waarin we over de verhouding tussen Va en Vb willen spreken.
De arrogantie van de atheïst is nu dat hij zijn verstand, ondanks zijn eigen wereldbeeld, houdt voor een krachtige machine die heel de 'echte, ware' wereld doorziet en slechts meewarig het hoofd kan schudden over het 'dwaze idee' dat er meer is dan wij in Venster a kunnen zien.
Voor christenen: zelfs uit het strengste naturalistische wereldbeeld volgt niet dat de werkelijkheid seculier (niet transcendent) is (of dat het bestaan van God uitgesloten is). Je kunt op twee heel verschillende manieren naar de wereld kijken; beide vensters zijn geloofwaardig en rationeel te rechtvaardigen.