We beschikken over de klassieke (exclusieve) binaire logica. In de KL is iets 'm' (=mogelijk) of '¬m' (niet mogelijk). We hebben dus twee 'modale boxen'.
Als KL universeel is dan kunnen we elk 'ding' in de m-box of in de ¬m-box doen.
Nu blijkt KL -tot onze ontsteltenis- niet universeel te zijn: er zijn 'dingen' die we niet (exclusief) ofwel in de m-box ofwel in de ¬m-box kunnen doen.
Hoe is dat mogelijk?
Wel, volgens onze logische denkwijze -hebben we een andere denkwijze?- betekent dit dat er ook niet-klassieke logische structuren zijn. Onze eigen klassieke (vertrouwde) manier van denken bepaalt deze niet-klassieke structuren het gaat: de twee 'onmogelijke structuren' zijn de contradictie en de anadictie (respectievelijk de negatie van de wet van non-contradictie en de negatie van de wet van het uitgesloten derde).
We moeten de werkelijkheid klaarblijkelijk uitbreiden met een m&¬m-box en een m~¬m-box (waarbij de tilde het voegwoord 'noch' weergeeft).
In de werkelijkheid, zo oneindig groot en complex als ze mag zijn, komen [dus] 'dingen' voor met een m&¬m structuur.
Laten we veronderstellen dat God zo'n 'ding' met een m&¬m structuur is. Laten we dit 'ding' oormerken: God is: m&¬m nr 3 (m&¬m[3]).
Vervolgens stellen we de volgende, zo op het oog tamelijk onschuldige vraag: bestaat 'm&¬m[3]' echt?
Om er dan achter te komen dat de vraag niet onschuldig is: ze vereist dat we subtiel redeneren. Het probleem is dat we door de logica te verrijken met een deviante logische vorm ons beeld van de werkelijkheid fundamenteel veranderd is.
Dit betekent dat termen als 'echt', 'bestaan', 'mogelijk' enz. een andere betekenis hebben.
We moeten vermijden dat we dezelfde fout maken als de baron die op de gastenlijst van zijn eigen begrafenis wilde staan. Hij zag over het hoofd dat de persoon die begraven wordt de begrafenis niet als gast kan bijwonen.
Of, om een ander voorbeeld te noemen: we maken dezelfde fout als iemand die vraagt waar en wanneer tijd en ruimte ontstaan zijn: voordat tijd en ruimte ontstonden was er noch tijd noch ruimte en verliezen termen als waar en wanneer hun betekenis.
Als je nadenkt over de vraag of 'm&¬m[3]' echt of niet-echt bestaat mag je niet over het hoofd zien dat klassieke logische categorieën niet gelden in een werkelijkheid met een deviante structuur.
God, oftewel 'm&¬m[3]', maakt logisch gezien deel uit van de werkelijkheid, want de 'nieuwe' structuur van de werkelijkheid is deviant. De deviante logische structuur is 'open'. Je beschikt met de introductie van de deviante logische structuur niet over de klassieke modaal-logische (structurele) middelen om God (m&¬m[3]) uit te sluiten van de werkelijkheid.
Zou iemand zeggen "maar als God (in casu: m&¬m[3]) mogelijk bestaat, dan weet je nog niet of hij echt bestaat!", dan is hij te vergelijken met de baron, die vergeet zichzelf te verplaatsen in de nieuwe omstandigheden.
Het is niet zinnig om in een deviante werkelijkheid te vragen of een deviant 'ding' echt bestaat. Het klassieke verschil tussen 'wel echt' en 'niet echt' vervalt; sterker nog, het is niet mogelijk om ontologisch onderscheid te maken tussen de vele verschillende 'mogelijke' werelden: elke wereld is even echt of onecht of echt & onecht- whatever...).
Daarom is het juist om te zeggen: we kunnen m&¬m[3] niet van de (deviante) werkelijkheid uitsluiten [2] [3][4].
---------
[1] De twee klassieke wetten pikken precies één wereld uit de verzameling mogelijke werelden. Deze ene wereld is dan de echte of 'ware' wereld. Werk je echter in een werkelijkheid waarin deze wetten niet gelden -ze zijn vervangen door deviante wetten- dan ben je niet langer in staat om de grenzen van de 'mogelijke' en 'onmogelijke' werelden aan te geven of de 'ware' en 'echte' wereld te onderscheiden van de 'onware' en 'onechte' werelden.
[2] Het heeft weinig zin om nu tal van zaken te 'promoveren' tot deviante 'dingen'. God komt echter beter tot zijn recht als Hij deviant is (en hij komt niet tot zijn recht als je Hem beschrijft als een rationeel/klassiek persoon/kracht). Een deviante God kan waarlijk Zelfstandig zijn, een rationeel/klassieke God kan dat niet.
[3] Merk op: de klassieke modale logica eist niet dat je bewijst of weerlegt dat x bestaat. Je hoeft alleen maar het verschil aan te geven tussen wat wel en niet mogelijk is. In de klassieke logica is dat scherp te bepalen en dat maakt deze logica zo aantrekkelijk en fundamenteel (voor filosofen). Als het klassieke onderscheid tussen mogelijk en onmogelijk vervalt is alles mogelijk en kun je niets uitsluiten. Vanzelfsprekend vervalt dan ook het verschil tussen de actuele wereld en alle mogelijke werelden. Over het bestaan van God hoef je je dan geen zorgen te maken. Een praktisch probleem is dat wij niet kunnen werken/denken in een dergelijke 'volstrekt open' werkelijkheid. Het heeft eenvoudigweg geen zin om onnavolgbare, deviante theorieen op te stellen. Je kunt het vergelijken met de uitvinding van het vliegtuig: de ontdekking dat machines op eigen kracht kunnen vliegen wil nog niet zeggen dat wij op eigen kracht -wapperen met de armen- kunnen vliegen. Wij bezien de 'open, deviante' werkelijkheid met onze 'gesloten, klassieke' blik.