woensdag 8 april 2026

God is wel en geen persoon (2.0)

Als het water voortdurend tegen de dijken slaat, de ene dag hard, de andere dag harder, dan eens krachteloos, en soms met stormachtige drift, waar zou de dijk dan uiteindelijk breken?

Op de plekken waar de dijk zwak is- dat spreekt vanzelf.

Zo breekt ook een ketting bij de zwakste schakel.

Als je één slecht en één goed oog hebt, welk oog zal dan de wereld helder zien?

Als je een machine hebt, die een stapel van tien vellen papier kan versnipperen, wanneer dan zal deze machine dienst weigeren?

Als een kind blokken op elkaar kan stapelen, maar bollen niet, van welke vormen dan zal hij een huis bouwen en van welke vormen niet?

Als je een denkmachine hebt die exclusieve structuren kan verwerken, maar niet-exclusieve structuren niet...  welke structuren zal de denkmachine dan niet kunnen verwerken?

Als zaken in de werkelijkheid onbegrijpelijk zijn, welke vorm hebben deze zaken dan? Inderdaad, de vorm die onze 'denkmachine' niet kan verwerken... 

Alle zaken die we niet begrijpen doen zich aan ons voor als een tegenspraak. 

Met een brein als het onze heb je ook geen andere keus. Kijk eens naar de logica van het parkeren:

(1) Een parkeervak is bezet als een voertuig keurig binnen de lijnen van het vak staat; 
(2) een parkeervak is niet bezet als een voertuig keurig buiten de lijnen van het vak staat; 
(3) een parkeervak is bezet noch onbezet als een voertuig dwars of schuin of anderszins half binnen en half buiten het vak staat; 
(4) een parkeervak is bezet én onbezet als een voertuig keurig binnen én keurig buiten het vak staat.

Je ziet dat (3) wel uitvoerbaar is, maar dat deze wijze van parkeren onmogelijk 'juist' kan zijn: het voertuig staat niet binnen en ook niet buiten het vak; en je ziet dat (4) niet eens uitvoerbaar is. Je 'logica' doet je begrijpen dat je niet eens hoeft te proberen om je voertuig te parkeren buiten en binnen het vak.  Stel nu eens dat het brein zichzelf de opdracht gaf om 'het lichaam' zowel binnen als buiten het vak te parkeren: het zou dan sterven van uitputting na eindeloos te hebben geprobeerd om zowel binnen als buiten het vak te staan. De opdracht is schier onbegrijpelijk.

De logica van het parkeervak is wezenlijk: het brein van de mens is ontwikkeld om door middel van doelgericht handelen te overleven op aarde- een mens is een effectieve 'beweger' [Goldsmith, 2025; Mars, 2020]. 

Bewegen heeft zo zijn biomechanische beperkingen; het brein zal rekening moeten houden met deze biomechanische beperkingen als het effectief wil bijdragen aan het bereiken van doelen (door handelen). 

Het brein kan wel proberen om het lichaam twee verschillende handelingen tegelijk uit te laten voeren, maar de opdracht zal altijd resulteren in een halfslachtige optreden [Badre, 2020]. 

De evolutie, altijd in voor de zuinigste en meest doeltreffende oplossing, heeft ons zo ingericht dat we beter volledige handelingen kunnen uitvoeren: dat wil zeggen, we zullen bij voorkeur één doel per keer moeten bereiken (=exclusief handelen). En daar hebben we alle middelen die de natuur ons gegeven heeft voor nodig. 

Wil je twee taken uitvoeren tegelijkertijd, dan heb je of twee lichamen nodig -en die heb je niet- of je moet gaan rommelen met de vingers, handen, armen, benen en overige attributen waar je over beschikt: je zult bijvoorbeeld de ene hand moeten gebruiken voor de ene handeling en de andere hand voor de andere handeling. De twee handelingen zullen dan echter niet uit de verf komen.

De andere mogelijkheid, namelijk twee volledige handelingen tegelijk uitvoeren is onmogelijk. Je hoeft er niet eens aan te beginnen. Het lichaam kan een dubbele opdracht niet uitvoeren- en van lieverlee heeft het brein aanvaard dat zulke handelingen 'absurd' zijn. Je moet ze niet eens in overweging nemen. De enige goede manier om met zulke absurde plannen om te gaan is door ze onmiddellijk weg te doen. Absurde plannen worden niet aanvaard, niet overwogen, niet behandeld, niet verwerkt, maar weggewerkt. Zoals het afweersysteem schadelijke virussen onschadelijk maakt, zo maakt onze denkwijze schadelijke denkstructuren onschadelijk. Zo voegt het brein zich naar de biomechanische 'logica' van het lichaam.

Het is daarom te begrijpen dat wij een brein hebben dat 'vastzit' in de 'parkeerlogica'. We houden het voor onmogelijk om de ene volledige handeling én de andere volledige handeling uit te voeren. Een lichaam kan niet op twee plaatsen tegelijk zijn, een lichaam kan maar één handeling uitvoeren, het kan maar één houding per keer aannemen. Een brein dat waarlijk voor het lichaam denkt rekent daarom alleen in exclusieve handelingen (mogelijkheden).

Welke vorm nemen dus de dingen aan die wij met onze parkeerlogica niet kunnen begrijpen: de vorm van 'twee voertuigen die tegelijk wel en niet binnen de lijnen geparkeerd staan'- de vorm van het onmogelijke.

Als we de verhouding tussen stof en geest niet kunnen begrijpen, welke vorm heeft dan de geest: de vorm van een 'substantie' die wel en niet stoffelijk is.

Als we de verhouding tussen de bepaalde en onbepaalde wil niet kunnen begrijpen, welke vorm heeft dan de onbepaalde wil: de vorm van een handeling die wel en niet bepaald is.

Als we de verhouding tussen realisme en idealisme niet kunnen begrijpen, welke aard heeft de 'realiteit' dan: de werkelijkheid is dan wel en niet 'idealistisch'. 

Als we de verhouding tussen het sacrale en het seculiere niet begrijpen, wat is dan het sacrale: het sacrale is dan wel en niet seculier.

Het absurde aanzien van de werkelijkheid is de vrucht van onze eigen denkwijze. Als de wereld te verdelen is in begrijpelijke en onbegrijpelijke structuren -zoals ze ook te verdelen is in objecten die wel en niet in één hand passen-, dan maakt ons verstand daar noodgedwongen twee groepen van, die van de 'logische' en die van de 'absurde' structuren. 

Dat objecten absurd zijn zegt initieel niets over de vraag of ze wel of niet kunnen voorkomen (in de werkelijkheid); het zegt wel iets over de vraag hoe ons brein werkt. Ook kun je er niet uit afleiden dat absurde zaken niet bestaan: integendeel, zaken die niet logisch kunnen worden beschreven -de zaken die absurd zijn- kunnen niet uitgesloten worden van de werkelijkheid: het is immers logisch onmogelijk om ze uit te sluiten?

------

Aantekening: Je kunt God niet op zinvolle wijze anders definiëren dan als een 'persoon/kracht/entiteit' die ons begrip overtreft. God is dus 'absurd'. Wij kunnen 'absurde' zaken niet uitsluiten van de werkelijkheid. Onze denkwijze is immers zo dat begrepen zaken exclusief zijn (waar of niet waar), maar absurde zaken inclusief (waar en niet waar). Kortom, als God absurd is, dan bestaat God.   

dinsdag 31 maart 2026

Het 'ik' is een statistisch patroon

A. We kennen vast wel voorbeelden van iets waar we zonder meer van overtuigd zijn.

* Platonische waarheid is niet reëel
* De wet van non-contradictie is altijd geldig.

Waarom is dat zo? 
Als je er van uitgaat dat er zoiets als een volmaakte cirkel bestaat dan heb je ongetwijfeld gemerkt dat op iedere cirkel-achtige vorm wel een onvolkomenheid te vinden is en dat het dus geen volmaakte Platonische figuur is.

Iedere keer dat dit gebeurt wordt de zekerheid van je uitgangsstelling kleiner totdat je die uiteindelijk verwerpt.

De wet van Non-Contradictie voorspelt dat je nooit met een contradictie wordt geconfronteerd.

Ook hier zou je het uitgangspunt van de zogenaamde dialetheïst kunnen kiezen dat sommige contradicties waar zijn. 

Echter, iedere keer dat dit zo lijkt te zijn blijkt daar een verklaring voor te zijn waardoor ook hier een punt bereikt wordt waarop je je uitgangspunt moet verwerpen en dan laat ik al die keren dat er geen sprake is van een contradictie nog buiten beschouwing.


Dat betekent echter niet dat een Bayesiaanse zekerheid 100 % waar is, die is fundamenteel net iets kleiner maar voor praktisch gebruik heeft dat geen betekenis.

Het bewijs daarvoor is dat we gebruik kunnen maken van satellietnavigatie waarin buitengewoon nauwkeurige klokken cruciaal zijn. Die ontlenen hun nauwkeurigheid aan kwantummechanische Bayesiaanse zekerheid. De voorspelling van de Schrödinger vergelijking voor de lengte van iedere klokperiode blijkt akelig nauwkerig overeen te stemmen met metingen over een zeer groot aantal perioden, terwijl de perioden individueel de beruchte onvoorspelbare lengte hebben.

Als God al dobbelt, dan speelt hij vals, net als exploiteurs van casino's want gemiddeld winnen ze altijd.


B. Vervolgens zal ik uitleggen waarom we zo hardnekkig geloven in onze eigen subjectieve realiteit.

Stel je voor dat je wakker wordt en je helemaal niets meer weet. Niet dat je kunt bewegen en niet dat je weet wat je voelt. Je bent nog wel in staat samenhangen vast te stellen.
Zo kun je vaststellen dat je iets voelt en ook dat dit vaak gebeurt nadat je je bewogen hebt.

Je weet nog niet wat “voelen” of “bewegen” is — je merkt alleen dat twee gebeurtenissen vaak samen voorkomen.
Je kunt vroeger of later het speciale gevoel krijgen van "als ik dit doe dan voel ik dat".

Omdat je niet weet wat taal is blijft het bij incidentele gevoelens die niet sterk verschillen met andere gevoelens. Wanneer dat speciale gevoel heel vaak optreedt wordt het verschil met andere gevoelens dermate groot dat elke twijfel over de woordloze "ik" in dat gevoel wegvalt, het is de grootste Bayesiaanse zekerheid geworden die we kennen.

Het “ik” is dus geen ding, maar een statistisch patroon dat steeds sterker wordt.

Alvorens dat gebeurt hebben mensen je taal geleerd waarin je voornaam "Jantje" blijkt te verwijzen naar dat woordloze ik gevoel. Het voorgaande is feitelijk een beschrijving wat er gebeurt wanneer je voor het eerst als fetus de sensomotorische en verstandelijke vermogens krijgt die deze gang van zaken mogelijk maken.

Als je dorst krijgt dan leer je dat als je "Jantje heeft dorst" zegt dat je iets te drinken krijgt.

Nog weer later begrijp je de betekenis van "Ik", dat woord verwijst niet steeds naar hetzelfde ding maar naar degene die dit woord gebruikt.

Als kleuter accepteer je dat zonder meer maar later begrijpt geen mens hoe hij aan zijn "ik" is gekomen.

De conclusie is dat het wel degelijk te begrijpen is hoe wij aan onze subjectieve realiteit zijn gekomen.

(tekst: Bert Morriën)
-------
 Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Theorema_van_Bayes

donderdag 12 maart 2026

Gros, Frederic, Wandelen (nieuwe editie)

In de etalage van boekhandel/uitgeverij Bijleveld, gelegen aan het st.Jans Kerkhof hier te Utrecht, zag ik dat het boekje 'Wandelen' van Frederic Gros opnieuw is uitgegeven. Ik moet zeggen dat dat een goede zaak is. Het boekje werd 13 jaar eerder al vertaald en uitgegeven. 

'Wandelen' is werkelijk een van de aardigste, meest onderhoudende en meest vermakelijke werkjes over filosofie die ik ken. In korte hoofdstukjes beschrijft Gros de voordelen van het wandelen, een bezigheid die het denken stimuleert, en die de wandelaar, voor de duur van de wandeling althans, los maakt van al zijn verplichtingen en zorgen.

Geweldig ('sieraden') zijn de hoofdstukjes over Nietzsche en Kant. Nietzsche schreef en dacht met de voet, Kant wandelde uit plicht.

'(...) bij Nietzsche is [wandelen] een lofzang op de voet. Hij schrijft niet met de hand alleen. 'Mijn voet is schrijflustig als geen een.' (Gros, Wandelen, editie 2013, p.28)

'De boeken van schrijvers die gevangen zitten tussen muren (...) zijn onverteerbaar en log. (...) Het zijn net ganzen: met citaten vetgemest, met verwijzingen volgepropt, met noten log gemaakt. Ze zijn lijvig, zwaarwichtig en worden langzaam, verveeld en met moeite gelezen. Ze bestaan uit andere boeken, omdat ze zinnen vergelijken met andere zinnen, herhalen wat andere boeken al hebben gezegd over wat nog weer andere boeken verteld hebben./ De man die al wandelend een boek schept, is daarentegen vrij van banden, zijn gedachtegang is geen slaaf van andere boekdelen, niet log geworden door verificaties, niet overladen met gedachten van anderen. Geen rekenschap af hoeven leggen, aan niemand. Slechts denken (...) (idem, p27)

Het is lang geleden dat ik 'Wandelen' heb aangeschaft en gelezen; het is sindsdien één van die boekjes waar je geen afscheid van wilt nemen en dat je graag in een verloren ogenblik uit de kast pakt om er weer een enkele bladzijde in te lezen.

In de nieuwe uitgave zijn illustraties opgenomen -geen idee of deze illustraties mooi zijn, ik moet het, zoals gezegd, stellen met de editie van 2013- en een aantal nieuwe hoofdstukjes. Ik heb het vermoeden dat in ieder geval een paar mensen, net als ik, opgewekt zullen worden door het lezen van dit uiterst onderhoudende en wijze boekje 

(De prijs van het boek is 24 euro: dat is niet goedkoop; je kunt eens kijken naar een tweedehands exemplaar op 'boekwinkeltjes' of anders kun je eerst even het exemplaar uit de openbare bibliotheek lenen; als je de editie van 2013 op de kop kunt tikken heeft dat wel een voordeel: het is een klein boekje dat gemakkelijk meekan in de wandeltas; de nieuwe uitgave leek mij groter en (dus) zwaarder; overigens ook te krijgen als ebook).

dinsdag 10 maart 2026

Een stout idee

Filosofen gebruiken tegenwoordig (mondjesmaat) de dialetheïstische logica -of een aanverwant deviant logisch systeem- om te berekenen of je daarmee nieuw licht kunt werpen op oude, 'onoplosbare' filosofische problemen. 

Voorbeelden van dergelijk werk zijn Bealls boeken over Jezus en God, waarin hij verdedigt dat God zowel God als mens is.

Het is nu wachten op het werk van de filosoof die verdedigt dat de 'geest' zowel onstoffelijk als stoffelijk is (let wel: bedoeld wordt dat de geest helemaal stoffelijk is en helemaal onstoffelijk). 

Kijk eens naar de (enigszins ingewikkelde) wijze waarop Williamson het dualisme karakteriseert in 4 stappen:

(1) alles is ofwel mentaal ofwel fysisch

(2) niets is zowel mentaal als fysisch

(3) sommige dingen zijn mentaal

(4) sommige dingen zijn fysisch

(merk op: premisse 1 en 2 zijn uitwerkingen van de basiswetten van de klassieke logica)

Een dialetheïst zou nu kunnen proberen om met zijn 'gekke logica' premisse (2) te verdedigen.

Stel dat dat lukt: wat is dan het voordeel? Wat is het nut er van om een kwestie die we niet goed doorgronden te presenteren als een contradictie?

In eerste instantie ben je het probleem kwijt dat het dualisme al vanaf de dag dat Descartes dit inzicht verdedigde heeft geplaagd, namelijk hoe lichaam en geest samenwerken: als het mentale samenvalt met het fysische hoef je je het hoofd niet te breken over de vraag hoe ze samenwerken. 

In tweede instantie heb je begrijpelijk gemaakt waarom het feit dat wij mentale én fysische wezens zijn voor ons zo lastig te conceptualiseren/begrijpen is: ons verstand heeft, om begrijpelijke instrumentele redenen, een klassieke werking en is dus blind voor bepaalde constructies.

De natuur is slimmer en stoutmoediger dan wij zijn, zo althans hoor je het de mensen -geleerden- wel eens zeggen. Als wij niet in staat zijn om constructies te bedenken die de klassieke logica schenden, wil dit nog niet zeggen dat de natuur dit niet zou kunnen. 

Laten we het daar, voor wat betreft dit 'stoute' idee, voorlopig maar bij laten.

------

Beall, J.C., Contradictory Christ, Oxford

Bassford, God and Logic, Cambridge

Williamson, T, De filosofische methode, Bijleveld (p.90)

(voor dialetheïsm: zie Stanford Enc.)

zaterdag 7 maart 2026

Dooremalen & de Regt: Metaforen (2.0)

De boeken van Dooremalen en de Regt zijn uitstekend leesbaar. Ze schreven eerder 'Het Snapgevoel' en 'Wat een onzin!'. Ze hebben in ons schoolboek "Durf te Denken" het hoofdstuk geschreven over kennisleer, dat -dit geldt ook voor het hoofdstuk 'Wetenschapsfilosofie', geschreven door Maarten Boudry- het predikaat 'uitmuntend' verdient (een schoolboek moet beoordeeld worden in eenheden die het schoolwezen eigen is). 

Ik zou het persoonlijk geen bezwaar vinden als Dooremalen & de Regt elke maand een boek publiceren. Het heeft nu tamelijk lang geduurd voordat ze weer een boek voor een wat groter publiek schreven. 

D&R (vanaf nu DR, alsof het één auteur is) zijn aanhangers van een stroming die ze zelf aanduiden met de term 'genaturaliseerde epistemologie' (persoonlijk vind ik 'naturalisme' of 'natuurlijke kennisleer' wat eleganter/lichtvoetiger klinken). Naturalisten zijn filosofen die vinden dat met name wetenschap de leverancier is van betrouwbare kennis. De taak van de filosofie is om de vragen die (nog) niet wetenschappelijk 'behandeld' zijn zo te ontleden en beschrijven dat deze in principe passen bij het grote wetenschappelijke verhaal. Zo is het, gegeven het 'wetenschappelijk verhaal', onwaarschijnlijk dat de mens een onstoffelijke geest heeft. De naturalist beschrijft de geest daarom als een product van het brein.

In zijn nieuwe boek analyseert DR ons taalgebruik, met name de wijze waarop wij 'in metaforen denken'. Volgens DR heeft de mens sterk de neiging om haar gedachten te verrijken met metaforen en vergelijkingen, maar is zij zich hier niet bewust van (ze verwijzen voor hun inzichten over metaforen naar het werk van Lakoff en Johnsen). 

Het verschil tussen een metafoor en een vergelijking is subtiel. 'Tijd is geld' (tijd = geld) is een metafoor, 'tijd is als geld' is een vergelijking (analogie). 

Het probleem is nu dat metaforen altijd onwaar zijn. Immers, het is onjuist dat tijd geld is? Nooit staat er op een prijskaartje 'dit boek kost 24,99 minuten' (alhoewel mensen voor een misstap betalen met hun vrijheid/levensduur). 

Wat moeten we nu aanvangen met metaforen? We willen enerzijds niet aan onwaarheden geloven, anderzijds geven metaforen ons nieuwe inzichten. DR pleit voor het volgende: we moeten begrijpen dat metaforen, net als vuurwerk, met inzicht, overleg en beleid moeten worden gebruikt. Je moet je niet laten meeslepen door een metafoor. Het gevaar van metaforen is dat we vaak niet doorhebben dat we een metafoor gebruiken.

Wie bijvoorbeeld hoort dat Rusland een schurk is, krijgt onwillekeurig (dat is niet ondenkbaar) een afkeer van elke Rus (logisch, want Rusland is een schurk). Maar weet je eenmaal dat 'Rusland = een schurk' een metafoor is -en dus een inzicht dat onjuist is-, dan zul je kunnen voorkomen dat je elke Rus voor een schurk houdt. Wie de metafoor 'ontmaskert/ontleedt' ziet in dat Rusland geen schurk is, maar een land, waarin tal van mensen wonen, die meestal Russisch spreken en schrijven; dit Russische volk heeft bovendien goede schrijvers en musici voortgebracht en klassieke dans wordt er nog zeer gewaardeerd... bovendien zijn 'gangster-rap' en 'hip-hop' geen 'muziek-stijlen' die uit Rusland komen en dat pleit sterk voor dit volk. "Rusland = een minnaar van klassieke kunst". Helaas worden de Russen geplaagd door een leider die niet vredelievend is. Het is echter misplaatst om elke bewoner van het land te bejegenen als een schurk.

Om ons te laten inzien dat metaforen strikt genomen geen 'kennis' zijn, is DR genoodzaakt om eerst uit te leggen hoe het denken in metaforen ons sterk in de greep heeft, wat kennis is, hoe onware metaforen ons denken (toch) verrijken en alle zaken die verder voor een goed begrip van de materie noodzakelijk zijn. 

DR verstrekt ons onder andere een simpel model om metaforen te analyseren. Een metafoor identificeert een bepaalde 'bron' met een 'doel' (je identificeert het concept 'schurk' met 'land', het concept 'tijd' met 'geld', het concept 'computer' met 'brein'). 

Als we deze noodzakelijke en nuttige (onderhoudende) studie hebben voltooid, komen we toe aan de hoofdvraag van dit boek: is het brein identiek aan een computer? DR geeft een subtiel antwoord op deze vraag. In ieder geval is het brein geen klassieke seriële computer. Wellicht is het brein te vergelijken met een netwerk (maar ook dan is het verstandig om oog te hebben voor de verschillen).

In de Trouw werd dit boek nogal zuinigjes besproken. Ik vind dat onterecht. DR zegt ons dat we moeten weten dat de manier waarop wij spreken -op straat, in de krant, op de radio en op de buis- doordrenkt is met metaforen en dat deze valse voorstellingen een sterke uitwerking (kunnen) hebben op ons gemoed en -dus- op ons gedrag. 

Alhoewel DR het belang van metaforen met voldoende voorbeelden illustreert, had hij zijn inzicht misschien -voor een betere reclame van het boek- met wat meer retoriek over het voetlicht kunnen brengen. Ik vrees dat het belang van de boodschap nu voor de lezer niet voldoende 'leeft'. Wellicht had hij een klein hoofdstukje kunnen invoegen waarin het 'drama' sterker belicht wordt: denk aan een evocatie over de talrijke metaforen die een akelige rol gespeeld hebben in de geschiedenis bij opstanden en moordpartijen. -Een keurige analytische analyse is voor nogal wat mensen eenvoudigweg te droog (analytische filosofie = droog beschuit). 

Het boek is voorbeeldig geschreven, dat kun je zeker overlaten aan DR, dat is zijn huisstijl. Z'n betoog is ook overtuigend. Nergens verworden de stappen opeens tot onnavolgbare 'sprongen'.

[Ik heb alleen wat moeite met de redenering die aannemelijk moet maken dat de mens van nature een dualist is (een persoon die gelooft dat zij een onstoffelijke geest heeft). Je vindt deze redenering in hfd 10. Ze gaat als volgt. We onthouden uitzonderingen in de regel goed. Normaal gesproken heeft een persoon een lichaam. Personen zonder lichamen zijn opvallend. Verhalen over personen zonder lichaam maken op ons dan ook meer indruk dan verhalen over personen met een lichaam. Fysische objecten -lichamen- hebben bovendien geen bedoelingen, terwijl mensen wel bedoelingen hebben. We ontwikkelden zo het idee dat een geest iets anders is dan een lichaam. Ik geloof deze redenering niet. Zoals gebruikelijk bij evolutionair psychologen -DR ging hier te rade bij Boyer, dat is een evolutionair psycholoog- is dit een kenmerkend voorbeeld uit de voorraad tamelijk gekunstelde verklaringen die evolutionair psychologen hebben verstrekt voor onze overtuigingen (denk aan evo-psych. verklaringen voor het geloof in goden).] [1]

Aan het slot van het een na laatste hoofdstuk levert DR kritiek op 4E cognitie. Jammer genoeg is deze kritiek fragmentarisch. Wat mij betreft smaakt dit naar meer. Ik zou het niet erg vinden als zijn volgende boek -en mag het dan komende maand verschijnen- de grondige wijsgerige analyse van 4E als onderwerp heeft.

Voor liefhebbers van analytische filosofie kan dit boek niet voldoende aangeprezen worden. Het kreeg nogal weinig aandacht, voor zover ik heb kunnen zien: dat vind ik zonde. DR is een uitstekende leraar. Je kunt je nauwelijks een betere wensen. Het moet voor studenten heerlijk zijn om zo'n bekwame 'uitlegger' te hebben. Gelukkig hebben wij, die niet bij hem studeren, zijn boeken. 

Dooremalen & de Regt. METAFOREN, die ons het bos insturen, Noordboek, 2025.
----------------------
[1] Ik beschik uiteraard niet over een beter voorstel; ik heb echter wel een ander voorstel: wij beleven de wereld nu eenmaal als een 'geestelijk ding': en dus is het 'fenomenaal' overtuigend dat wij 'geestelijke wezens' zijn.

Voor de wijze waarop wij spreken over transcendente 'dingen' hoeft, vermoed ik, ook geen ingewikkelde verklaring opgesteld te worden. Wij vallen noodgedwongen terug op concepten die binnen onze belevingswereld vallen. Veel verder dan 'God is het gans andere' of God is een 'iets met strijdige eigenschappen' reikt onze woordenschat/voorraad concepten niet. Merk op: je zoekt toch ook niet naar een evolutionaire psychologische verklaring voor het feit dat kunstenaars alleen die zaken schilderen die 'schilderbaar' zijn.

vrijdag 13 februari 2026

Het restaurant van Kant (1.5)

De mens is te gast in zijn eigen brein. We zijn te vergelijken met de clientèle van een restaurant. We krijgen gerechten opgediend die we met smaak (of tegenzin) verorberen.

Het is opvallend dat we uit het gerecht niet kunnen afleiden welke ingrediënten de kok gebruikt heeft. De vis is gefileerd, de groente gesneden en gekleurd met een bijzondere saus; de witte schijfjes (venkel?) zijn knapperig en bestrooid met zwarte korrels (stukjes noot?).

De kok heeft de oorspronkelijke ingrediënten zo sterk bewerkt dat je niet goed weet wat je op je bord hebt liggen.

In de keuken zijn de ingrediënten gewassen, gesneden, gekookt, geweckt, versierd, gemengd en op talloze andere manieren bewerkt. 

De gast in het restaurant heeft geen weet van het werk van de kok: dat wil zeggen, hij begrijpt wel dat de kok de ingrediënten sterk bewerkt heeft, maar welke kunsten de chef heeft uitgevoerd kan hij niet bepalen.

Ook van de ingrediënten die de toeleverancier van het restaurant heeft aangeleverd heeft de gast geen benul. Hij krijgt uiteindelijk een gerecht geserveerd waar hij met smaak van kan genieten.

Zo krijgen ook wij een volledig bereid beeld van de wereld voorgezet, waar wij onmiddellijk gebruik van kunnen maken. De ingrediënten die ons gebracht zijn door de zintuigen worden door de 'chef' (=het brein) zo bewerkt dat wij de dingen in ruimte en tijd zien en verbanden en samenhang kunnen herkennen.

De kok heeft de lichtgolven en de geluidsgolven die de ogen en de oren hebben aangevoerd (=de toe-leveranciers) sterk bewerkt. Hij heeft ruimte en tijd toegevoegd, causaliteit, samenhang, opeenvolging, onderscheid, kleur, enz. Het beeld van de wereld (=het gerecht) dat wij uiteindelijk opgediend krijgen is sterk bewerkt en kan daarom onmiddellijk worden genoten (=omgezet in een handeling).

Omdat de oorspronkelijke ingrediënten zo sterk bewerkt zijn door de keuken is het voor ons ondoenlijk om vast te stellen hoe de buitenwereld (=de oorspronkelijke ingrediënten die door het oog en het oor zijn geregistreerd) is. De gast in het restaurant van Kant heeft geen onmiddellijke toegang tot de buitenwereld.

Zo komt Kant dan aan zijn (beroemde) tweedeling tussen de fenomenale wereld (=het beeld van de wereld dat de keuken uiteindelijk aan ons bewustzijn opdient, dat wil zeggen: het gerecht) en de noumenale wereld (=de wereld zoals een 'alziend' oog haar waarneemt: merk op dat wij niet eens kunnen weten wat ons oog 'echt' ziet). 

Wij zullen nooit in staat zijn om de wereld te zien anders dan nadat het oog het licht heeft opgevangen en nadat het brein deze visuele signalen bewerkt heeft. De werkelijkheid is eigenlijk een product van vlees en bloed, dat wil zeggen: een product van het oog en het brein.

Uiteraard heb je altijd wijsneuzen die niet geloven dat we te gast zijn in het restaurant van Kant; zij geloven niet dat de chef het menu bepaalt.

Schopenhauer is een voorbeeld van een metafysicus die meende dat we wél tenminste één van de oorspronkelijke ingrediënten uit de buitenwereld onbewerkt op ons bordje krijgen: de WereldWil. 

Wetenschappelijk onderzoek echter stelt Kant in het gelijk en Schopenhauer in het ongelijk: alles wat we bewust waarnemen lijkt sterk bewerkt te zijn door de keuken. (Maar Schopenhauer is 'by far' de betere schrijver en dat doet de bekendheid van zijn inzichten goed: ook filosofen willen graag héél beroemd worden en moeten het hebben van reclame).

De idee van Kant -een omwenteling in het denken!, dat is niet te weinig gezegd- dat we te gast zijn in ons eigen brein is niet bezijden de waarheid, integendeel.

------

[1] In het restaurant van Kant is -zoals Roger Scruton opmerkt- het volgende erg merkwaardig: causaliteit is een specialiteit van de chef, maar de zintuigen worden 'causaal' beinvloed door licht en geluid! Het is de vraag of dit wel met elkaar rijmt. (Immers: de chef bewerkt de ingredienten pas nadat ze door de toeleverancier binnen gebracht zijn: causalitiet kan dus niet voordien al 'bereid' worden door de chef.]

dinsdag 27 januari 2026

Verzamel-antwoorden

Alle misverstanden over de logische wetten ten spijt, de twee basis-wetten van de logica zeggen weinig meer over de werkelijkheid dan dat je niet twee waarheden moet geloven en geen halve waarheden. Voor mobiele dieren zijn deze wetten van levensbelang: je kunt twee waarheden en halve waarheden niet optimaal uitvoeren. 

Steeds moet ik denken aan die haas die ik, op een avond te Friesland, zag rennen voor zijn leven -hij werd nagezeten door een vos-: zou de haas 'op twee gedachten hinken' of pogen om 'zowel een haak naar links als rechts te slaan', dan zou het met het dier gedaan zijn.

De twee logische wetten zijn eigenlijk 'lichaamswetten'. Het lichaam is een bewegend object dat schadelijke stoffen moet mijden en nuttige stoffen moet naderen. Wel, één object kan niet tegelijkertijd 'naderen en niet-naderen (=mijden)': het is het één of het ander (het is van tweeën één). Een ordinaire, contingente eigenschap van objecten -een eigenschap die niet opvallender is dan andere contingente eigenschappen- is zo de fundamentele structuur van onze cognitie gaan bepalen. 

De basis-wetten van de logica verbieden (dus) niet dat water kan veranderen in wijn, dat doden kunnen opstaan uit hun graf of dat steden in één nacht als planten uit de aarde omhoog schieten; ze verbieden niet dat je werelden uit het niets kunt scheppen of dat alles een oorzaak heeft. Het enige wat ze 'eisen' is dat je al je waarnemingen, ervaringen en cognities zó ordent dat deze welbepaald zijn: want alleen dan is het  mogelijk om te reageren met één en niet meer dan één passende handeling.

Het verstand wil een éénduidige (samenhangende) boekhouding van ervaring, waarneming en cognitie, want een dergelijke boekhouding maakt het mogelijk om snel de 'beste en ware' (=passende) handeling te genereren.

Wellicht verklaart dit (misschien) waarom mensen gemakkelijk een complottheorie kunnen geloven: als elke theorie maakt ook een complottheorie het mogelijk om een boekhouding op te stellen van inzichten en overtuigingen waaruit je eenvoudig en snel meningen kunt afleiden: je kunt dan weten wat je te doen staat. Het voordeel van de vigerende complottheorieën is dat je er niet voor naar de universiteit hoeft. Het wantrouwen dat je hebt jegens bewindslieden én enige berichtjes op het web die dit wantrouwen voeden zijn voldoende om een hecht weefsel van bruggetjes en vermoedens te weven. Zolang de structuur van de theorie de vele feitjes en inzichten kan verwerken is de theorie geloofwaardig. Het maakt ons verstand niet zo veel uit welke meningen en overtuigingen je hebt, zo lang je ze maar zó ordent dat ze uitvoerbaar zijn (dat wil zeggen: zo lang je ze maar logisch ordent). 

Alle mensen voelen de krachtige drang om contradicties weg te werken. Ook/zelfs ernstig verwarde mensen hebben de neiging om tegenspraak weg te redeneren. Draaisma beschrijft hoe drie mannen, elk bevangen door de waan dat ze christus zelf waren, hun uiterste best deden om aan te tonen dat de andere 'christussen' schijn-heilanden waren (dit om de consistentie van hun waan te kunnen behouden). De mannen waren waanzinnig -uitermate verward- maar rationeel!

Logica is al met al niets bijzonders: een truc van de evolutie om na de introductie van mobiliteit -spierweefsel en zenuwweefsel stammen uit het ediacarium en vroege cambrium- er voor te zorgen dat bewegende dieren doeltreffend kunnen handelen. De willekeurige eigenschappen van de vaste objecten -één plek in tijd en ruimte per beurt- werden de 'ankers' voor het handelen.

Aangezien de werkelijkheid niet geregeerd wordt door de willekeurige eigenschappen van vaste objecten -er zijn, om maar wat te noemen, ook vloeistoffen en gassen en overige agregaattoestanden- is logica geen universele taal. Wel voor de mens en de vos en de egel, maar niet voor -ik noem maar wat- een bewustzijn dat zich gasvormig verspreidt over de werkelijkheid. Een gasvormig bewustzijn zou de wereld anders organiseren dan wij.

Wat betekent dit? Wel, dat wij, als we proberen om de werkelijkheid logisch in kaart te brengen, vroeg of laat op 'vreemde' eigenschappen stuiten en niet goed weten hoe we deze kunnen oplossen. We zullen de werkelijkheid stap voor stap steeds slechter gaan begrijpen. Eerst zullen alleen de specialisten nog chocolade van de ingewikkelde logische beschrijvingen kunnen maken en tenslotte, van lieverlee, zullen ook zij niet goed meer kunnen begrijpen wat er gaande is in de natuur. We/ze krijgen het 'allemaal' niet meer goed op een rijtje.

Voor onze metafysische kijk op de werkelijkheid levert het gebrek aan een universele methode al van meet af aan onoverkomelijke problemen op (zoals Kant heeft betoogd). Het enige wat je kunt doen is de antwoorden verzamelen die mogelijk zijn op onze 'ultieme' vragen. Als voorbeeld kunnen we nemen de vraag: hoe is alles begonnen?

-Er was geen begin: de natuur is een 'gegeven' (brute fact) en ze was er altijd al.

-Er was wel een begin: er is een factor die de wereld heeft voortgebracht en deze factor is a. God b. het Goede c. het apeiron (het onbepaalde), d. een oerkracht, enz.

Zo komen we aan een verzameling van antwoorden. Geen van deze antwoorden is 'waar' en geen van de antwoorden is 'onwaar': we hebben de middelen niet om de structuur van de werkelijkheid te ontrafelen. Onze zoektocht mondt uit in een verzamel-antwoord. Het kenmerk van een verzamel-antwoord is dat we niet in staat zijn om antwoorden uit te sluiten. Omdat wij echter wel een antwoord nodig hebben -ons lichaam dwingt ons daartoe: we hebben tóch een soort richtlijn voor het leven nodig- zullen wij uit het verzamel-antwoord een antwoord moeten kiezen dat we willen naleven.

Je hoeft dus niet de 'universele fysische' waarheid van je antwoord te verdedigen, doch alleen de keus die je maakt. Zo zou een theïst kunnen zeggen: ik zie dat de condition humaine ethisch is: wij zijn van top tot teen ethische wezens. Dan is de gedachte dat God de wereld heeft geschapen -of dat het Goede de oorsprong is- het antwoord dat het best past bij het leven dat ik leid.

----

Merk op: als je uit een verzamel-antwoord een optie kiest, dan is de keuze zelf al ethisch 'beladen'. Als je bijvoorbeeld een boeddhistische levenswijze kiest, dan moet je het achtvoudige pad naleven: dat is een ethische 'weg'. Kies je echter voor de optie 'atheïsme' in de variant 'hard naturalisme' dan geloof je dat biologen de samenleving goed beschrijven aan de hand van onze neigingen; het prisoners dilemma speelt daarin een belangrijke rol: je staat dan niet 'ethisch' in de wereld maar 'egocentrisch' (cf. Sedgwick). 

maandag 26 januari 2026

Het geloof in een intelligibele wereld

De wereld is al dan niet intelligibel [Van Dale: intelligibel := begrijpelijk, kenbaar door het verstand <niet door aanschouwing>.]

Als de wereld:

-intelligibel is, dan is er één pad naar de waarheid: slechts één verhaal over de werkelijkheid is juist (en wij zijn in staat om te bepalen welk verhaal juist is);

-niet intelligibel is, dan is er niet één pad naar de waarheid- dan zijn meerdere verhalen over de werkelijkheid juist (maar wij zijn dan niet in staat om 'ware' verhalen te onderscheiden van 'onware verhalen'- in een werkelijkheid die niet kenbaar is verliest het concept 'waarheid' zijn waarde, dat wil zeggen: wij kunnen het concept 'waarheid' niet langer zinvol gebruiken ±).

Voor de mens is dit een probleem. Wij hebben 'waarheid' nodig om te kunnen handelen. Je kunt geen zeven dingen tegelijk doen, je kunt zelfs -met goed fatsoen- geen twee dingen tegelijk doen. Mijn moeder zei altijd: ik kan niet heksen. Zo is het maar net: als meerdere verhalen plausibel zijn -dit zijn de verhalen die voor ons niet onzinnig zijn en die 'passen' (=consistent zijn met) bij ons praktische bestaan- dan hebben wij een probleem, want we kunnen niet 'heksen'. Waarheid is éénduidig, het is een 'selector' (schakelaar waarmee we 'de enige uitvoerbare keus' bepalen).

Je zult een keus uit de verschillende verhalen moeten maken. Welk verhaal past het best bij jouw manier van leven (laat zich verenigen met jouw manier van leven)? Welk verhaal is 'waardevol' (in axiologische zin)? 

Op zich is deze procedure niet lastiger of vreemder dan snoep kiezen bij Jamin (die, las ik ergens, zichzelf geen 'snoep-boer' wil noemen maar 'snoep-juwelier'). Je kiest de snoepjes uit die lekker zijn en laat de snoepjes die je eigenlijk te zoet of te zout vindt liggen. Het heeft weinig zin om naar de universiteit te fietsen en aan de voedings-deskundige te vragen welke snoep we lekker vinden. Je moet koersen op eigen smaak.

Het idee dat fysici (en andere wetenschappers) ons kunnen voorschrijven wat we moeten geloven is een overtuiging die past bij de jaren tachtig en negentig. In onze dagen -we zijn ruim dertig jaar verder- is enig wantrouwen jegens de fysici gepast: waar de bouwers van atoomwapens eerst wegkwamen met de 'voorspelling' dat binnen weinig tijd heel de werkelijkheid 'in formules gevat zou zijn', moeten ze nu eerst maar eens laten zien of ze überhaupt in staat zijn om heel de werkelijkheid in formules te vatten. 

Feitelijk is de gedachte dat fysici ons kunnen zeggen wat een waardevol en na-leefbaar wereldbeeld is al even bespottelijk als de gedachte dat voedsel-deskundigen ons kunnen zeggen welke snoep we lekker vinden.

Met andere woorden: de filosofische vraag of de wereld intelligibel is nog steeds een brandende vraag. Ze is zeker niet beantwoord door de natuurkundige. Welk geloof je aanhangt -alleen voor de theïst is er al keus te over: atheist, theist, axiarchist, anantropocentrisch theïst enz.- wordt onder andere bepaald door het filosofische kamp waarin je je bevindt als het om het beantwoorden van déze vraag gaat: ben je een 'intelligibilist' of een 'an-intelligibilist'?

De belangrijkste vraag in de filosofie is -wellicht- dan ook niet: 'waarom is er iets en niet veeleer niets', maar: 'is de werkelijkheid wel/niet intelligibel'.

-----

± Als we het concept waarheid niet zinvol kunnen gebruiken, dan betekent dit niet dat er tóch één waarheid is maar dat wij die niet kunnen onderscheiden- nee, dan betekent het dat het zinloos is om te geloven dat er tóch één waarheid is. Het is als met een gebouw: als de draagmuur niet sterk genoeg is, dan is het niet zo dat het gebouw tóch blijft staan. Waarheid is een analetheia als de werkelijkheid niet intelligibel is (verhalen zijn dan waar noch onwaar).

vrijdag 23 januari 2026

Waarheid is een 'waarde' (value)

 Als het juist is dat de mens van nature een biologisch 'dier' is dat voornamelijk geschikt geworden is om adequaat te handelen, dan heeft zij een rangorde van waarden nodig: zonder een rangorde van waarden kun je niet kiezen wat je moet/zult doen in een bepaalde situatie.

De standaardvoorbeelden van zaken die waardevol zijn is de trits: het ware, het schone, het goede.

Je leven is volgens deze klassieke platoonse opvatting zinvol als je de volgende zaken in acht neemt: je studeert om de nabije werkelijkheid te begrijpen (universele kennis is niet haalbaar, de dagen van de 'uomo universalis' liggen ver achter ons); je leert om te genieten van de schoonheid van de natuur en van de dingen om je heen; en je probeert zo verstandig te leven dat je meestal het goede (voor jezelf en anderen) doet en het schadelijke (voor jezelf en anderen) probeert te vermijden.

Merk nu op: waarheid is hier géén instrumenteel adjectief dat de feitelijkheid van een bewering garandeert! Waarheid hoort volgens de bovenstaande opvatting thuis in de klasse van 'waarden' en is in dat opzicht gelijk aan 'schoonheid' en 'goedheid'.

Eigenlijk is het ook vanzelfsprekend dat 'waarheid' een waarde is en geen instrument om de feitelijkheid van onze beweringen over de wereld te markeren, want wij staan in de wereld als 'belichaamde handelende' dieren. Wij 'moeten' iets aanvangen met waarheid: als iets 'waar' is dan willen wij hier een 'norm' uit afleiden die ons zegt hoe we moeten handelen. 

Als het waar is dat de kachel gloeiend heet is, dan is het niet verstandig om je hand op de kachel te leggen. Ik geef toe dat dit een saaie norm is, daar ze zo voor 'de hand' ligt, maar het voorbeeld illustreert wél uitstekend dat 'waarheid' hier fungeert als een waarde.

Onfeilbare kennis is ons niet gegeven: ons verstand is niet krachtig genoeg om de gehele werkelijkheid feitelijk weer te geven. 'Waarheid' garandeert ons dat onze handelingen in overeenstemming zijn met de pregnantie van een situatie. Als er iemand met een geweer op je afkomt, dan is het niet pregnant dat er op de geweerkolf bacteriën leven; dan is het ook niet pregnant dat het die dag veertien graden celsius is in de schaduw; het is dan wel pregnant dat de man een dodelijk wapen in handen heeft: en dat merken we dan aan als waarheid. 

Stel je eens voor dat de rechter je sommeert om de waarheid en niets dan de volledige waarheid te zeggen, dan kun je beginnen en zul je niet meer eindigen: goede rechter, het is waar dat ik een rechtergroteteen heb, het is waar dat ik een linkergroteteen heb, dat ik een rechtervoet heb met daaraan een grote teen, enz enz.

Waarheid is selectief: je noemt dat waar wat in een bepaalde context van waarde is voor jou.

We zijn handelende wezens, en uitstekend in staat om kwaad/goed te handelen, en beschikken daartoe van nature over alle technische neurale instrumenten die nodig zijn: waarden (waaronder waarheid), logische basis-wetten, cognitieve controle en een lichaam dat opereren kan in de wereld. De wereld is een 'toneel' bestemd voor handelende wezens en niet voor kennende wezens: wij leven in een ethisch-religieuze werkelijkheid.

zaterdag 17 januari 2026

Is regelmaat per definitie 'klassiek logisch'

(voor Rudi, met wie ik nooit meer ga twisten, want hij betaalt de thee niet)

Het antwoord is simpel: nee.

Bewijs:

Iemand schrijft de volgende formules op het bord:

1. |- A & niet-A 
2. |- niet (A & niet-A)
3. |- A & niet-A
4. |- niet (A & niet-A)
enz. 

Deze oneindige reeks is zelf als zodanig niet 'onlogisch' -ze is formeel niet strijdig met een andere reeks. (Om dat te bewijzen zou je een logisch systeem/model van reeksen nodig hebben).

Dus: als fysici feitelijk regelmatige patronen verwerken [Heisenbergs matrix is louter en alleen gebaseerd op de regelmatige patronen van lichtspectra en kwantumsprongen] en deze statistisch/wiskundig zo kunnen prepareren dat de test per saldo klopt, dan nog bewijst dit niet dat de werkelijkheid logisch geordend is.