Mocht je mij vragen welk boek je deze vakantie (eens) moet lezen, dan zou ik -zonder aarzeling- zeggen: Yon, Daniel, Een truc van de geest.
Overigens ook verplichte kost voor filosofen. Je leert van dit boek hoe filosofisch onderzoek stap voor stap wordt overgenomen door wetenschap (overigens betekent dit niet dat filosofisch onderzoek overbodig wordt).
Yon beschrijft dat cognitiewetenschappers langzamerhand beginnen te geloven dat het brein de wereld beoordeelt op grond van een intern 'wereldbeeld' (een soort 'stafkaart' van de wereld om je heen). Hij noemt het brein daarom een 'bayes machine'. Ik zal dit uitleggen.
Het brein beoordeelt alle fysische en chemische signalen die het van de zintuigen ontvangt op grond van het interne wereldbeeld.
Een voorbeeld van de wijze waarop het verstand waarnemingen vergelijkt met haar kennis van de wereld: Ik zag eens een mevrouw voor mij fietsen met een enorme hoofdwond: iemand had haar een pen in het hoofd gestoken en rondom de wond zat een dikke plak geronnen bloed. Ik begreep niet dat iemand die zo toegetakeld was nog in staat was om te fietsen.
Ik werd geplaagd door een 'anomalie': mijn waarneming botste met mijn wereldbeeld (mijn kennis van de wereld).
Een zwaargewonde mevrouw behoort zich niet te gedragen als een zeer vitale mevrouw.
Pas toen ik haar naderde zag ik dat ze een grote houten pen door een (bloed-)rode speld gestoken had om heur dikke bos haar in het gareel te houden.
Je kunt Bayes theorema niet beter uitleggen dan met een dergelijk voorbeeld.
Het inzicht van Bayes was dat je elke 'nieuwe' waarneming moet vergelijken met je 'oude' wereldbeeld (verwarrend genoeg noem je je 'oude' wereldbeeld de 'prior': dat wat je vóór de waarneming al weet en denkt over de wereld).
Mijn prior was dus: zwaargewonde dames kunnen zich niet gedragen als vitale dames.
Door de dame beter te observeren en te denken dat de kans dat zwaargewonde dames nog vitaal kunnen fietsen zeer klein is, kon ik de anomalie oplossen: ik moest niet mijn wereldbeeld, maar mijn observatie 'her-interpreteren' (in gewone taal: ik moest beter 'uit me doppe kijke').
Je prior is, kortom, meestal bepalend voor je oordeel.
Het brein kan niet anders dan de waarneming beoordelen op grond van haar wereldbeeld, want het brein heeft -letterlijk- geen toegang tot de wereld. Het brein zelf is doof, blind en gevoelloos.
De zintuigen voeren slechts chemische en fysische signalen aan. Het brein zal deze chemische en fysische signalen zelf moeten ontleden en beoordelen. Dat is een zeer ingewikkeld proces waar je een ingewikkelde machinerie van patronen en concepten voor nodig hebt.
Swaab vergeleek het brein met een militaire commandopost die zich ver achter het front bevindt. De staf ziet niet wat er op het slagveld gebeurt. Ze stellen zich op de hoogte door de berichten over de situatie aan het front weer te geven op een stafkaart. Aan de hand van het 'model' (stafkaart) van het front voeren ze het commando.
De situatie op de stafkaart is de 'prior'; de berichten zijn de 'waarneming'. Als de berichten betrouwbaar zijn, dan wordt de stafkaart aangepast; als de berichten niet betrouwbaar zijn dan blijft de stafkaart ongewijzigd.
Het brein wordt door Yon een 'Bayes machine' genoemd omdat het een model (prior) gebruikt om waarnemingen te interpreteren (maar dat was je inmiddels al duidelijk).
Hoe waarschijnlijk is het dat een zwaargewonde dame kan fietsen? Het bayesiaanse brein zegt: niet erg waarschijnlijk.
Laten we de vragen die mij op deze webzuil al zo lang bezig houden eens omzetten in de taal van Bayes...
Hoe waarschijnlijk is het dat wij de gehele werkelijkheid kunnen doorgronden?
Hoe waarschijnlijk is het dat wij de gehele werkelijkheid kunnen doorgronden als we weten dat we Darwin-machines zijn?
Hoe waarschijnlijk is het dat God bestaat?
Hoe waarschijnlijk is het dat God bestaat gegeven het feit dat wij Darwin-machines zijn en daarom waarschijnlijk niet de gehele werkelijkheid kunnen doorgronden?
Hoe waarschijnlijk is het dat de gehele werkelijkheid een structuur heeft die wij kunnen 'verwerken/begrijpen' gegeven het feit dat wij Darwin-machines zijn en daarom waarschijnlijk niet de gehele werkelijkheid kunnen doorgronden?
Hoe waarschijnlijk is het dat God bestaat gegeven de waarneming (ontdekking) dat wij ethische wezens zijn en gegeven het feit dat wij Darwin-machines zijn enz.?
De antwoorden op zulke vragen worden sterk bepaald door je prior: je wereldbeeld.
Iemand als Dawkins heeft een 'prior' die elke waarneming zal bezien als een natuurlijk fenomeen: religieuze ervaringen zal hij a priori beschouwen als zeer onwaarschijnlijk.
Uiteindelijk blijven we steken op de vraag -een vraag die we helaas principieel niet met Bayes theorema kunnen beantwoorden- welk wereldbeeld de beste prior is.
De vrijheid in het kiezen van een prior is echter tamelijk groot.
(Trouwens: je kunt je 'prior' altijd bijstellen (als je je 'stafkaart' grondig aanpast, dan 'val je van je geloof'). Dat zou als volgt kunnen werken. Als we Darwin-machines zijn dan is het waarschijnlijk zo dat we structureel (kwalitatief) de werkelijkheid niet kunnen doorgronden. We zijn dan niet in staat om stelselmatig te bepalen wat mogelijk of onmogelijk is. Hoe waarschijnlijk is dan het bestaan van God? Of: hoe waarschijnlijk is dan het bestaan van God gegeven de waarneming dat onze wereld 'ethisch' is? Iemand die eerst dacht dat de werkelijkheid logisch en natuurlijk gesloten is en dat we Darwin machines zijn, zou op grond van deze 'waarneming' kunnen gaan 'zien' dat de werkelijkheid niet logisch en natuurlijk gesloten is.)
Vragen te over.
Hoe dan ook: lees eerst dat boek van Yon. Het beste populair-wetenschappelijke boek van het afgelopen jaar.