woensdag 21 oktober 2026

Een weerloze Dahlia

In de onderstaande bijdrage betoog ik dat een motiel dier een logische organisatie heeft; aangezien zenuwweefsel en spierweefsel min of meer samen ontstaan zijn, en onze logische denkwijze een product is van zenuwweefsel, is het ontstaan van onze logische denkwijze te verklaren als een evolutionair bijproduct van motiliteit.

Zo'n vijfhonderd miljoen jaar geleden waren er dieren die over weefsel beschikten dat kon samentrekken. Zulk 'samentrekkend' weefsel (contractiel weefsel) kan fungeren als een krachtige motor om je lichaam te verplaatsen.

Het verplaatsen van je lichaam is een fantastische eigenschap in een wereld waarin alle andere organismen stil staan (of zich laten meedrijven op wind en water: ze zijn dan niet motiel, maar mobiel; een krant in de wind is mobiel, een slak is motiel). 

Wie zichzelf kan verplaatsen hoeft niet af te wachten totdat de broodnodige eiwitten (voedingsstoffen) aan komen dobberen. Motiele organismen kunnen uit eigen beweging naar stilstaande organismen toegaan en deze verorberen. 

Hoe onoverwinnelijk is daarom een organisme dat niet alleen beschikt over een krachtige motor (contractiel weefsel) maar ook over het vermogen om dit weefsel te bedienen! Je kunt je indenken dat een organisme dat het lichaam zelf kan verplaatsen, naar achteren of naar voren, onoverwinnelijk is in het katatonische endiacarische tijdperk. Vergelijk het met hoe onze sierplanten in de tuin weerloos zijn tegen de motiele, machtige slak: de dahlia en de hosta kunnen niet weglopen.

Het weefsel waarmee je de 'motor' van het lichaam bedient is het zenuwweefsel. Om je lichaam goed te bedienen moet dit zenuwweefsel stelselmatig en geordend werken. Het voordeel van zenuwweefsel is dat het plastisch is: je kunt tamelijk snel nieuwe verbindingen vormen (dit stelt zenuwweefsel in staat om te leren welk raakpunt functioneel is en welk raakpunt niet).

Het motorweefsel moet (op het juiste ogenblik) worden uit- of aangezet. Wat is daartoe nodig?

(1) het zenuwweefsel ('nerve-nets') moet voldoende raakpunten hebben met het motorweefsel; (de eerste zenuwnetten lagen op het contractiele weefsel; in de Hydra -een diertje waarvan de zenuwnetten helemaal beschreven zijn- zaten de drie verschillende zenuwnetten tussen de binnen- en buitenwanden in; merk op dat een zenuwnet een 'diffuus zenuwstelsel' is en (nog) geen 'centraal zenuwstelsel'); [5]

(2) het zenuwweefsel kan het motorweefsel op elk raakpunt aan en/of uitzetten;

(2a) het zenuwweefsel moet het motorweefsel op een (willekeurig) raakpunt, al naar gelang de handeling die moet worden uitgevoerd, kunnen aanzetten;

(2b) het zenuwweefsel moet het motorweefsel op een (willekeurig) raakpunt, al naar gelang de handeling die moet worden uitgevoerd, kunnen uitzetten;

(3) het zenuwweefsel mag het motorweefsel op een (willekeurig) raakpunt niet (!) simultaan aan- en uitzetten.

Het gehele lichaam van een motiel organisme kan worden verplaatst als aan deze (simpele) voorwaarden is voldaan. 

Als het gehele lichaam zich in één welbepaalde richting verplaatst dan kan het niet anders of 'binnenin' heeft het zenuwweefsel het motorweefsel op de juiste wijze 'aangestuurd'. De werking van het zenuwweefsel moet dan wel exclusief/consistent zijn: in de juiste volgorde worden de raakpunten afwisselend aan- of uitgezet.

Als het gehele lichaam zich nauwelijks verplaatst en willekeurig, schokkerig beweegt, dan kun je daar uit afleiden dat de bediening van het lichaam niet 'logisch' is: soms worden enkele raakpunten gelijktijdig aan- en uitgezet (of, ook een mogelijkheid: het zenuwweefsel voldoet niet aan het eerste punt, zie boven).

Je kunt zo uit de soepelheid waarmee dieren bewegen afleiden dat de bediening van het motorweefsel conform is aan de 'aristoteliaanse' (=fundamentele/basale) wetten van de logica: [1]

-(formeel) wet van het uitgesloten derde: (proto-wet) een raakpunt wordt idealiter aan- of uitgezet;

-(formeel) wet van non-contradictie: (proto-wet) een raakpunt wordt idealiter niet aan- en uitgezet.

(Let hierbij goed op de logische voegwoordjes: 'of' versus 'en'). 

Omdat deze 'patronen' (wetten) de bouw van het zenuwweefsel van meet af aan bepalen, is het geen wonder dat ze ook bepalend zijn voor de wijze waarop wij onze cognities ordenen. En vooral verklaart het waarom wij niet anders dan 'klassiek' logisch kunnen denken. Geen mens kan redeneren/denken zonder de klassieke logica, zoals Feferman opmerkt: '(...) nothing like sustained ordinary reasoning can be carried on'. [4] 

Je vindt deze wetten (dan ook) terug in de wijze waarop wij de waarneming ordenen (zie bijvoorbeeld 'de wetten van de waarneming': je kunt een ambigu plaatje, zoals de haas-eend, niet 'ambigu' waarnemen: je ziet of de eend of de haas). Voorts bepalen deze wetten de structuur van onze talen (talen worden zelfs gezien als de bron van de logische wetten, wat in feite de omgekeerde wereld is); en ze bepalen de structuur van de keuzes die wij maken en van de plannen die wij opstellen.

Nu begrijp je misschien ook waarom de twee aristoteliaanse wetten terecht 'basiswetten' genoemd worden. Heel ons wereldbeeld -de geordende optelsom van onze cognities- staat op deze twee pijlers van het denken. Een alternatief hebben we niet voor deze aristoteliaanse wetten.[2] Wie deze wetten wegneemt uit ons verstand, en ons in een niet-aristoteliaanse wereld laat rondwaren, reduceert ons tot hulpeloze wezens, volkomen verweesd. 

Het is dan ook geen wonder dat wij vast geloven dat de gehele werkelijkheid een aristoteliaanse ontologie heeft. Dat is vrijwel zeker een misvatting, maar een noodzakelijke misvatting: buiten een logische wereld kunnen wij niet bestaan, handelen, denken. Dit verklaart ook waarom fysici zeggen: wij snappen niets van onze eigen formules, hooguit kunnen wij aan de wezensvreemde eigenschappen die deeltjes lijken te hebben wennen.[3] De mens weet zich met conflicten en andere schendingen van de aristoteliaanse wetten slecht raad. Een persoon die lichamelijk wordt geplaagd door conflicten -bijvoorbeeld parkinson, dementie, schizofrenie- zal moeite hebben om zich te handhaven. 

-----

[1] Houd rekening met het volgende: de patronen in het weefsel zelf zijn 'proto-logisch', maar de wetten zoals we die noteren en beschrijven zijn 'formeel logisch'. Een belangrijk verschil: immers, nergens vinden we in de eerste motiele dieren proposities. De wetten zijn oorspronkelijk hard-wired.

[2] Dit in tegenstelling tot wat de zogenaamde conventionalisten betogen (o.a. Carnap, Ayer of -een moderne conventionalist- Warren).

[3] De deeltjes gehoorzamen volgens Putnam niet aan de klassieke logica. Zie voor een heldere uitleg van Putnam's inzicht: Maddy, P, (The Philosophy of Logic, p.211, in: A Plea for Natural Philosophy, Oxford): 'The quantumlogic advocated bij Putnam invalidates (the) distributive law (...) enz.

[4] Deze opmerking van Feferman kwam ik tegen in het werk van Penelope Maddy.

[5] Het ontstaan van zenuwweefsel kun je nalezen in Keijzer, F, What nervous systems do, en: Keijzer, Moving and sensing without input and output; Keijzer, Jekely, Godfrey-Smith, An option space for early neural evolution; Jekely, G, Origin and early evolution of neural circuits; Grillner, S, The brain in motion; Mitchell, K, Free agents (hoofdstuk 3 en 4); en natuurlijk de overstelpende hoeveelheid literatuur over 'embodied cognition'.


dinsdag 13 oktober 2026

De arrogantie van de atheïst [versie 2.0: diverse aanpassingen]

De atheïst is een wandelende tegenspraak. Hij klopt zichzelf op de borst omdat hij rationeel is en een leven leidt dat in overeenstemming is met de 'feiten'. Hij roept de mensen op om religieuze inzichten af te zweren en zich te bekeren tot het (seculiere) humanisme. Want wie de weg van het logische verstand bewandelt kan het bestaan van de mens, door wetenschap en techniek, sterk verbeteren.[1] 

De atheïst betoogt verder dat God niet bestaat. Sterker: hij betoogt dat het geloof in God het vooruitstrevende programma van wetenschap en techniek slechts belemmert. Het is improductief om te geloven in een illusie. 

Zijn voornaamste argumenten zijn: (1) dat God de mens niet geschapen heeft: de mens is een product van de evolutie; (2) dat God het heelal niet geschapen heeft: anders dan natuurlijke elementen en natuurkrachten komen in de kosmologie niet kijken; (3) dat de mens en alle dingen om ons heen fysische producten zijn.

Je kunt deze drie inzichten niet goed ontkennen. De mens is een fysisch/biologisch apparaat, geproduceerd door de natuur, de habitué van een fysisch heelal. Wie deze drie pijlers waarop het naturalistische wereldbeeld staat wil slechten moet van goede huize komen.

Ik voel me ook niet geroepen om het fysicalisme te ontkennen. Mijn vader is gestorven aan een hersenziekte. Je kon op de fotoos (scans) zien hoe delen van zijn brein werden afgebroken: er zaten letterlijk gaten in zijn brein. De weerslag op zijn gedrag was onmiddellijk te zien. Op het laatst moest hij kruipen. Vervloekt!

Ik geloof je daarom niet als je me vertelt dat wij eigenlijk, 'als je voorbij de materiële schijnwereld naar de echte wereld kijkt', beschikken over een onstoffelijke geest of een delicate, etherische ziel. Ik heb ook weinig vertrouwen in de visie dat de 'echte' wereld bestaat uit ideeën. 

Elke gedachte is het product van een draadje, een stroompje, een netwerkje. Als je naar buiten loopt en denkt: 'wat een aangename dag', dan is ook deze minzame gedachte een product van je brein. Wie ouder wordt en slechter/korter gaat slapen, zal merken dat het denken hem zwaarder valt: de draden worden sleets en beginnen dienst te weigeren. De fysicalist meent dat het onmogelijk is om 'buiten de neuronen om te denken'. Het heeft er alle schijn van dat hij daarin gelijk heeft.

Ook het bewijsmateriaal voor het natuurlijke ontstaan van de soorten -dus ook voor het ontstaan van de mens- is overvloedig en overtuigend. De mens is een dier als alle dieren, met alle neigingen, behoeften en beperkingen van dien. De filosofen die de evolutie bestrijden voeren een achterhoede gevecht.

We hoeven over de drie pijlers die het naturalistische wereldbeeld stutten dan ook niet te twisten. De naturalist kan vrijwel elke aanval pareren met een beroep op de huidige wetenschappelijke kennis.

Toch zijn de drie pijlers van het naturalisme niet voldoende om het geloof in een transcendente God uit te sluiten. Ik vind het vreemd dat de atheïst dit niet ziet. Ik noem hem daarom ook arrogant: de voldoening die hem vervult 'omdat hij dapperder, rationeler en verstandiger is' dan de theïst, maakt hem blind voor de tekortkomingen in zijn eigen programma.

Er is immers een duidelijke zwakte in het naturalisme. Het punt is dat ons doen en laten volgens de derde pijler van het naturalisme volledig bepaalt wordt door de bouw van ons lichaam/brein. Als jij geen Chinees spreekt dan komt dat omdat het Chinees eenvoudigweg niet te vinden is in je neuronen. Als je niet meer kunt lopen, zoals mijn vader, dan komt dit omdat de juiste 'draden' door ziekte gebroken zijn.

De bedrading bepaalt hoe je denkt en ze bepalen wat je ziet en ze bepalen wat je begrijpt. Het is voor ons uitermate lastig om in te zien ('te voelen') dat het fysicalisme ons reduceert tot denkmachines: je voelt je 'van binnen' heer en meester over je eigen gedachten. Maar een bloeding of een laesie kan bewijzen dat niet 'jij' maar de bedrading bepaalt wat je kunt denken.

Nu is zenuwweefsel ontwikkeld om het lichaam te verplaatsen. Het is in oorsprong een functioneel, praktisch weefsel.[2] De eerste zenuwnetten zijn pakweg 500 miljoen jaar geleden ontstaan. [3] Zij verzorgden het georganiseerd samentrekken van contractiel weefsel, zodat dit het lichaam kon verplaatsen. Om doelgericht te kunnen bewegen moet zulk contractiel weefsel in een bepaald patroon aan- en uitgezet worden. De zenuwnetten én het spierweefsel zijn optimaal effectief als de zenuwnetten er in slagen om weefsels volgens een proto-logisch patroon te bedienen. 

Lang verhaal kort: zo komen wij aan onze fundamentele/basale logische denkwijze.[4][5] De oorspronkelijke taak van het brein, het bedienen van het lichaam, bepaalt nog steeds het bereik en de structuur van onze gedachten. Vanzelfsprekend, want we hebben nog steeds een lichaam dat motiel (=zelfbewegend) is en dat dus op logisch georganiseerde wijze moet worden bestuurd. Je kunt daarom geen dingen geloven die -qua structuur- de bediening van het lichaam fnuiken. Dieren die werkelijk proberen om naar links én rechts te rennen in het aanzicht van gevaar zullen spoedig leren dat dit geen succesrijke strategie is.

De twee proto-logische wetten (basiswetten) zijn eenvoudig: conflicten (tussen bewegende delen) zijn niet [optimaal] uitvoerbaar, omissies zijn niet [optimaal] uitvoerbaar; ergo: conflicten en omissies moeten worden vermeden. 

De formele logische wetten -opgesteld door Aristoteles- lijken precies met deze proto-logische beginselen overeen te stemmen: denk/doe geen (p en niet-p), denk/doe geen (p noch niet-p).[6] Zenuwweefsel dat spieren tegelijk aan-en-uitzet (conflict) of dat spieren in het geheel niet aan-en-uitzet (omissie) is disfunctioneel. Organismen met gekke spiertrekkingen of lamme pootjes worden door rovers en aasgieren aan stukken gereten.

Niemand kan ontsnappen aan de kracht van de basiswetten. Zelfs zeer verwarde geesten blijven trouw aan de basiswetten. Mensen die denken dat ze Jezus zijn blijven volhouden dat zij de 'enige', 'echte', 'ware' Jezus zijn. Ze zijn er van overtuigd dat medepatienten, die ook zeggen dat ze Jezus zijn, de boel bedotten. De waan-Jezus is niet af te brengen van de overtuiging dat er maar één ware Jezus kan zijn. Welnu: de idee dat het 'echte', het 'ware', het 'enige' kan worden onderscheiden van het 'valse', het 'schijnbare', het 'onware', vind je in alle culturen en in alle breinen. De idee dat er één waarheid is, één echte wereld en in iedere situatie één goede handelswijze, berust niet op onderzoek maar is de vrucht van onze logische denkwijze. Een lichaam is tenslotte een gewoon object en heeft als alle objecten 'éénvoudige' eigenschappen: het kan per keer maar op één plaats zijn, het kan per keer maar één handeling uitvoeren en het kan zich slechts langs één traject verplaatsen: dus moet het brein een 'één-voudige' denkwijze hebben. Deze wordt geïmplementeerd door de basiswetten.[7]

Het beste bewijs dat ons denken fundamenteel verenigd is met onze basale logische denkwijze (wij 'bezien' de werkelijkheid langs de lijnen van onze logische denkwijze) is niet dat wij de wereld logisch kunnen beschrijven, maar dat wij de wereld niet anders dan logisch kunnen beschrijven:

-je kunt je geen andere dan een logische (!) voorstelling van een niet-logische wereld maken (de niet logische-wereld is namelijk de logische negatie van de logische wereld);

-al onze denkbeelden, modellen, theorieën, plannen, verhalen zijn consistent: zelfs het LP, de logic of paradox, mag niet zelfweerleggend zijn (als we uit LP zouden kunnen afleiden dat sommige elementen/bouwstenen van het model zelf waar en niet waar zijn, dan zullen de meeste logici LP niet accepteren als een volwaardig logisch stelsel: consistentie is en blijft de maat voor een goede theorie). Tegen een Multatuliaanse paradox is het menselijke verstand niet gewapend: "alles is onwaar en zelfs dát is onwaar".

Uit de drie pijlers van het naturalisme volgt daarom dat onze denkwijze beperkt is en contingent. De logische denkwijze is één van de vele slimme oplossingen die de natuur 'bedenkt' door steeds wat nieuws te proberen. In dit geval lukt het de natuur om een meercellig lichaam zo aan te passen dat het zichzelf doeltreffend kan verplaatsen. De oplossing is: construeer een weefsel dat de spieren logisch kan bedienen.

Onze basale denkwijze levert ons dus geen universele 'ware' voorstelling van de werkelijkheid op, maar slechts een lokale, contingente voorstelling. We kijken door een logisch Venster naar de wereld (laten we dit Venster a noemen, Va). Wel, in Va zien we inderdaad geen God of transcendentie. In Va is de wereld natuurlijk, materieel, aards, fataal, mechanisch, logisch gesloten.

Onze eigen logische denkwijze staat echter toe dat wij de wereld bezien door een tweede venster (laten we dit Venster b noemen, Vb). In Vb zien we een wereld die haaks (het is immers de logische ontkenning [negatie] van Va) op Va staat. In Vb is alles mogelijk (wie dit niet ziet: als je ontkent dat er één waarheid is volgt daar uit dat alles waar is). En als alles mogelijk is kun je het bestaan van God niet uitsluiten.

Je kunt je afvragen waarom we Va in hemelsnaam zouden willen uitbreiden met Vb. Maar dat moet, het is dwingend: want we weten dat Va lokaal en contingent is (zie boven): daar volgt uit dat er buiten Va een tweede venster moet zijn waarin alles mogelijk is. (Overigens: ik heb het beeld van een 'venster' gekozen om de begrippen wereld, mogelijke wereld, actuele wereld, mogelijkheden, echt, waar enz. niet te hoeven gebruiken.)

Onze wereld bestaat dus uit twee logische vensters: Va en Vb. Samen beslaan ze alles wat we, gegeven onze logisch beperkte denkwijze, kunnen weten over de werkelijkheid. 

In Va speelt 'god-taal' geen rol: je kunt er niet zinvol spreken over transcendente zaken; in Vb echter kun je wel zinvol spreken over God en over transcendente zaken. 

Merk op dat Va niet 'echt' is en Vb niet 'onecht', dat Va niet 'waar' is en Vb niet 'onwaar': en andersom. De termen waar en onwaar enz zijn immers uitsluitend bruikbaar in Va. Ze zijn niet bruikbaar in de meta-taal waarmee we over de verhouding tussen Va en Vb spreken.[8]

De arrogantie van de atheïst is nu dat hij zijn verstand, ondanks de opvallende, markante beperkingen van onze cognitie, voor een krachtige machine aanziet waarmee hij heel de 'echte, ware' wereld kan doorzien en die hem er notabene toe brengt om meewarig het hoofd te schudden over het 'dwaze idee van de gelovige' dat er 'meer' is dan wij in Venster a kunnen zien.

Voor christenen: zelfs uit het strengste naturalistische wereldbeeld volgt niet dat de werkelijkheid seculier (niet transcendent) is en dat het bestaan van God uitgesloten is. Je kunt op twee heel verschillende manieren naar de wereld kijken; beide vensters bieden ons een betrouwbare blik op de werkelijkheid.

----

[1] zie bijvoorbeeld: Boudry, M, de aanhef op zijn substack: How do we make the future (even) better than the present? By using science, evidence and reason. Progressives need to embrace progress again. 

[2] Keijzer, F (Moving and Sensing without input and output); Keijzer, F, et al (What nervous systems do); 

[3] Keijzer, Jekely, Godfrey-Smith (An option space for early neural evolution).

[4] Het is lastig om te twijfelen aan de bewering dat zenuwweefsel niet is ontstaan om het lichaam te verplaatsen of om 'sensoren' te verbinden met het bewegingsapparaat (zie noot 3, hierboven). Hieruit volgt dat het zenuwweefsel al een logische functie had ruim voor het ontstaan van een mensachtige. Taal, cultuur en de ontwikkeling van instrumenten kunnen daarom het belang van de twee basiswetten niet verklaren (dat zou impliceren dat dieren zich een paar honderd miljoen jaar lang 'onlogisch' hebben bewogen: en dat terwijl fossielen laten zien dat dieren al vrij snel doelgericht konden jagen). Het mankement van evolutionaire verklaringen van onze logische denkwijze is dat deze geen onderscheid maken tussen bijvoorbeeld afleidingsregels en de twee basiswetten. Zie; Seitz, F (Argumentation evolved: but how?); Seitz, F (Explaining logical animals by Evolution); Schechter, J (Could Evolution Explain our Reliability about Logic).

[5] Een interessant voorstel is gedaan door Maddy, Penelope: zij stelt dat onze logische denkwijze bepaald is door de evolutie/natuur, waarbij ons verstand vooral gevormd is door de eigenschappen van objecten; zie: Maddy, P (The Second Philosopher); Maddy, P (What do Philosophers do); Maddy, P (The Logical Must); Maddy, P (A Plea for Natural Philosophy).

[6] Voor een verdediging van het belang van de basiswetten is Aristoteles wellicht nog steeds de beste bron: Aristoteles (Metafysica, boek Gamma). Hedendaagse filosofen die de klassieke logica verdedigen (dus ook het belang van de twee basiswetten), zijn onder andere: Williamson, T; Sher, G; Maddy, P. Over de almacht van God en de wetten van de logica, zie; Hughes, G (Nature of God: Omnipotence). 

[7] Verscheidene psychologen hebben beschreven dat mensen conflicten niet verdragen: dit is waargenomen bij o.a. Capgrass patienten en Schizofrene patienten. Ook bij mensen die geen mentale problemen hebben zijn zogenaamde cognitieve dissonanties beschreven. Een afkeer van 'dissonantie' in het eigen denken en doen lijkt van nature voor te komen bij alle mensen. Deze afkeer van conflicten is ook wat je verwacht van een dier dat om te overleven doelgericht moet kunnen handelen- en conflicten, dat is zonneklaar, belemmeren doelgericht handelen. Een conflict is als een spaak in het wiel.

[8] Dit 'twee-venstermodel' is niet zelf een voorbeeld van een strijdige constructie: zoals een fysicus in de praktijk gemakkelijk zijn geloof kan verenigen met zijn wetenschappelijke arbeid, zo kan iemand venster a en venster b goed met elkaar verenigen: als ik met je wil spreken over dagelijkse concrete problemen spreek ik over de wereld zoals ik haar zie door venster a; spreek ik met je over het geloof en het bestaan van God dan spreek ik over de werkelijkheid zoals ik haar zie door venster b. De atheïst bekijkt de wereld uitsluitend door venster a; het ontgaat hem dat je venster b logisch kunt afleiden uit de grondslagen van zijn fysicalistische wereldbeeld. Bedenk verder: als een fysicus spreekt over de werkelijkheid vóó de Big Bang, dan beziet hij de werkelijkheid door een ander venster dan wanneer hij spreekt over de werkelijkheid na de Big Bang: dit gebruik van twee verschillede vensters is niet problematisch. 

maandag 12 oktober 2026

Voetbal en logica [noot toegevoegd]

Je zou zeggen dat scheidsrechters, dankzij 'moderne technologie', altijd in staat zijn om de juiste beslissing te nemen. De wereld zelf is immers een uitstalkast van feiten.

Was Johan de Meester, mijn vroegere collega, wel of niet kaal? Mocht daar twijfel over bestaan, dan ligt dat aan onze ogen of aan ons weifelachtige gemoed. 

(Wee de mens, hij brengt zijn eigen geest tot radeloosheid, door twijfelzucht en tweestrijd).

Onze overtuiging dat in de wereld zelf, voor iemand die goed kijkt en helder oordeelt, 'alle waarheden welonderscheiden op de toonbank liggen', krijgt geen scepticus uit ons verstand geslagen: zó sterk bepaalt de exclusieve logica de werking van ons verstand. Wij kunnen niet twijfelen aan het inzicht dat de wereld een weefsel van waarheden en onwaarheden is, die elkaar wederzijds uitsluiten.

Afgelopen zaterdag, tijdens een voetbalwedstrijd, viel een aanvaller, naar het zich liet aanzien, over het uitgestrekte been van een doelman. De vraag die iedereen vervolgens bezig hield was of de scheidsrechter de aanvaller een strafschop moest geven.

Het eigenlijke probleem is dat de voetballers lichamen zijn en zich als lichamen bewegen. Het feit dat zij lichamen -objecten, dingen, blokken- zijn, en geen golven of windvlagen, bepaalt dat zij slechts één handeling per keer kunnen verrichten. Een scheidsrechter kan daarom wel of geen strafschop geven, maar geen halve, kwart of derde en zeker geen wel-en-niet strafschop.

Het probleem bij de wedstrijd van afgelopen zaterdag was echter dat niemand uitsluitsel kon geven. Was de aanvaller uit ballans gebracht door de doelman? De val was te delicaat, de aanraking te fijntjes, om een uitgesproken antwoord op deze vraag te kunnen geven. De strafschop kon evengoed wel als niet gegeven worden: uitsluitend een inclusieve beslissing zou de juiste zijn en de situatie recht gedaan hebben. 

Blokken, objecten, dingen, lichamen... -je kunt het niet vaak genoeg zeggen- kunnen geen inclusieve strafschop nemen en daarom beschikt de scheidsrechter niet over de mogelijkheid om de strafschop wel én niet toe te kennen.

De werkelijkheid was 'dialetheïstisch', dat wil zeggen: de wereld zelf verkeerde in onbepaalde staat: geen enkele meting zou hier de doorslag hebben kunnen geven. Anders gezegd: de wereld zelf wist niet eens of het een strafschop was! Het was waarlijk zowel een strafschop als geen strafschop.[1]

De scheidsrechter zou in dit geval het best een muntje hebben kunnen opgooien, want de menselijke lichaams-logica weet met onbepaaldheid geen raad. Vandaar dat wij om pragmatische, biologische redenen -omdat we steeds moeten handelen-, naar de illusie leven dat de wereld zelf altijd raad weet en exclusief logisch geordend is.

----

[1] Officieel is dit een soritesparadox, dus strikt genomen moet je zeggen dat dit wel noch geen strafschop is. Maar wel en geen strafschop komt feitelijk op hetzelfde neer en is retorisch sterker.

[2] Naar aanleiding van een soortgelijk geval in een andere wedstrijd: "Telstar trainer Henk Brugge heeft moeite met de beslissing: "(...) Uiteindelijk kan de VAR niet bewijzen dat het hands is, maar ook niet dat het geen hands is." (Uit het AD, 17-10-26)

vrijdag 9 oktober 2026

Pluralistische theologie

Wanneer je ontdekt dat het 'opberg-systeem' waarmee je de wereld in kaart brengt niet compleet is, kun je omkijken naar een tweede, aanvullende 'opberg-systeem'.

Feitelijk is een logica een opberg-systeem. Je kunt de dingen bijvoorbeeld opbergen in 'klassieke boxen'. Als je echter een 'iets' vindt dat zich aan de klassieke regels onttrekt, dan kun je voor zulke a-klassieke dingen een ander opbergsysteem gebruiken.

...althans, dat is het standpunt van de pluralist.

Over de samenhang tussen de verschillende logische systemen hoef je je geen zorgen te maken: immers, samenhang is een eis die geldt binnen de klassieke logica, niet 'tussen' de verschillende systemen. De pluralist ontkent dat er een overkoepelende logica is waarmee je alle logische systemen kunt ordenen (een 'super-logica' of 'meta-logica'). 

Stel dat we gebruik maken van twee systemen: een systeem waarmee je de 'vormloze' of 'lege' of 'transcendente' zaken opbergt -de 'onbenoembare zaken'- én een klassiek systeem, waarmee je 'objecten' incluis hun eigenschappen en relaties (cf. Maddy, Penelope) opbergt.

Als we ons, bij wijze van experiment, bekeren tot het pluralisme, dan kunnen we -tot ons genoegen- wat gemakkelijker spreken over God. We gebruiken dan 'domweg' twee logica's (twee opberg-systemen) om over God te spreken.

In het klassieke systeem kennen we aan God eigenschappen toe, zodat we naar zhem kunnen verwijzen en over zhem kunnen spreken.

In het 'vormloze' systeem vatten we zhem op als een zhem die door ons niet begrepen wordt en die niet in woorden kan worden gevat.[1]

Beide opbergsystemen zijn menselijkerwijs gesproken 'juist' (alhoewel het eigenlijk niet juist is dat een pluralist zich in dit geval bedient van het woord 'juist'). 

Het is dan geen blijk van dwaasheid als je over God spreekt als een zhem die 'goed' is en als een 'zhem' waarvan je niet kunt zeggen/bepalen dat zhij goed is.

De atheïst zal zeggen dat de gelovige nu van twee walletjes eet om zijn geloof te redden. De gelovige zal riposteren dat de atheïst irrationeel is en hypocriet: de klassieke logica zit te diep in zijn harses: hij weigert, als het om zijn eigen inzichten gaat, te begrijpen dat deze denkwijze er door 'de evolutie is ingestampt' om lichaam en brein te onderwerpen aan de harde aardse biologische tucht (en dat logica niets van doen heeft met waarheid, maar alles met het alomtegenwoordige bedrog waarmee de natuur organismen beweegt om zich te voegen naar de wetten van de evolutie).

Het pluralisme wordt verdedigd in de logica en de wiskunde. En feitelijk ook in de natuurkunde, alhoewel niet in zeggen maar in doen: de twee 'grote' theorieën kun je bezien als twee geheel verschillende opbergsystemen die om en om worden gebruikt.

Waarom dan zouden theologen geen gebruik maken van deze 'techniek'?

-------

[1] De hindoestaanse geleerde Shankara maakte onderscheid tussen nirguna en saguna Brahman: over nirguna Brahman kunnen we niet spreken, deze is 'vormloos' en 'leeg'; over saguna Brahman kunnen we wel spreken: deze heeft attributen en heeft zelfs 'ding-egenschappen' (zie: Hick, J, The Fifth Dimension, p.91ff). Zie voor een algemene inleiding tot het denkwerk van Sankara (nu gespeld zonder 'h'): Ward, K, Images of Enternity, hfd.1. Vergelijk dit pluralisme ook met een dialetheïstische beschrijving van God (een beschrijving die, naar ik denk, controversiëler is dan het pluralisme); denk hierbij aan een dialetheïstische verdediging van de drie-eenheid en de twee-naturenleer; zie: Beall, JC, Contradictory God, Oxford.

donderdag 8 oktober 2026

'Gwoon is gwoon genoeg' [versie 2.0]

Op de middelbare school is filosofie een keuzevak. Het is de taak van de docent om ouders en leerlingen uit te leggen wat filosofie is en waarom filosofie nuttig is.

Veel tijd krijg je daar niet voor. Je geeft één gastlesje aan de leerlingen (in de namiddag) en één aan de ouders (in de avond).

Het probleem is dat Nederlanders geen staande filosofie-traditie hebben. De enige Nederlandse filosoof van internationale faam was Spinoza (ik vrees echter dat zijn Ethica bij vrijwel geen enkel gezin op de boekenplank staat).

Wat is dan wel het nut van filosofie?

Wel, we hebben één lichaam dat per beurt slechts één handeling kan verrichten: je kunt een autoritje maken, je kunt een biefstukje met gebakken aardappelen eten in het plaatselijke restaurant, je kunt bejaarden plagen door steentjes tegen de ruiten te gooien of je kunt gewoon je ogen sluiten en gaan slapen. Maar je moet kiezen. 

Louter en alleen het feit dat je slechts één handeling per keer kunt verrichten verplicht je tot nadenken, afwegen en oordelen. 

Het aardige is dat je zelfs niet kunt weigeren om te kiezen: want ook wie de rest van zijn leven weigert om op te staan van zijn stoel (het lijkt mij aardig om een roman te lezen over een man die is gaan zitten op een stoel en daar tot zijn dood aan toe op bleef zitten) heeft een keus gemaakt.

Het was nu Socrates die wilde dat wij nadenken over onze keuzes en dat wij er de verantwoordelijkheid voor dragen. 

Het rechtvaardigen van je keuzes begint met het verzamelen van meningen. Want wie geen mening heeft zal volkomen indolent zijn. Meningen zijn de brandstof voor de handelende mens.

Je kunt de functie van een mening vergelijken met een plank die je over een sloot legt: de mening stelt je in staat om naar de overkant te lopen (naar de overkant lopen: metafoor voor iemand die zijn plannen realiseert). 

Zonder mening bereik je weinig (want je weet niet wat je wilt en hoe te doen) maar met een mening -de plank- kom je wel aan de overkant. 

Meningen zijn dan ook niet onschuldig. Als iemand van mening is dat alle Friezen naar een strafkamp moeten, dan heeft hij een plank in handen om -als de kans zich voordoet- de oversteek te maken. Mannen die vinden dat ze hun vrouw moeten slaan en dit leren aan andere mannen: zij verstrekken aan hun mannelijke volgelingen een plank om over te steken.

Socrates hamerde er dan ook feitelijk op dat wij onze meningen moeten rechtvaardigen. Alleen wie handelt op grond van een gerechtvaardigde mening is rationeel (en RATIONALITEIT -zie hoe de docent dit woord nu met rood krijt en grote letters op het bord schrijft!-, is het ideaal van de filosoof: de filosoof wil een rationele levenshouding kweken in alle mensen).

Dan legt de docent uit hoe een filosoof een mening rechtvaardigt. Hij wijst op het gebruik van definities, noodzakelijke en voldoende voorwaarden, logica (vooral het gebruik van premissen en afleidingsregels), consistentie, en tal van andere instrumenten zoals het onderscheid tussen de dicto en de re, knowing how, knowing that, enz.

Hoe controleer je of een mening inderdaad gerechtvaardigd is? Wel, een mening is gerechtvaardigd als de negatie van die mening niet rationeel is (bijvoorbeeld omdat ze aantoonbaar inconsistent is, de definitie rammelt, ze niet coherent is, de afleiding niet klopt, enz).

Tenslotte zal de docent dan iets zeggen over de vraag voor wie dit nuttig is. Wel, voor alle leerlingen! Want in alle wetenschappen komt men op een punt dat de juiste mening betreft de vraagstukken niet kunnen worden afgeleid uit een formule, maar dat men op zoek moet naar een rechtvaardiging voor een bepaalde mening. Zo moeten wetenschappers bijvoorbeeld hun mening rechtvaardigen als ze weer eens moeten bepalen 'welke kant het onderzoek uit moet'. 

In alle wetenschappelijke disciplines zijn er vraagstukken waarover de geleerden verschillende meningen hebben. In dat geval zullen ze zeker hun mening moeten rechtvaardigen. Je kunt niet volstaan met slechts het poneren van je mening.

Filosofen -ik bedoel: academische filosofen- zijn uitermate bedreven in het rechtvaardigen van een mening: ze voeren de argumenten zo ver door dat tenslotte de 'spoken' en de 'tegenstellingen' uit hun schuilplaatsen tevoorschijn komen kruipen en de zwakte of kracht van een argument aan het licht komt.

Als er dan nog voldoende tijd over is gebruikt de docent de raadselen van de tijd als een voorbeeld om te laten zien dat het boerenverstand niet voldoende is om een mening te rechtvaardigen. Want het gevecht tegen het boerenverstand is de eigenlijke strijd die een filosoof moet zien te winnen.[1]

De docent zegt: 'Als u meent te weten dat dít de realiteit is, omdat u in staat bent om tegen de tafel te schoppen, dan moet u ook in staat zijn om ons te zeggen wat de grenzen van de echte wereld zijn: want u kunt wel op dit ogenblik tegen deze tafel schoppen, maar u kunt niet 'drie minuten geleden' tegen deze tafel schoppen. De tafel uit het verleden is verdwenen! (dit is het standpunt van de 'presentisten', filosofen die proberen te rechtvaardigen dat alleen het nu echt bestaat).  

U bent het er niet mee eens? (Wee!: er is altijd in het publiek iemand die het er niet mee eens is: altijd is het een man en altijd zit hij met de armen over elkaar). Nee, hij is het er niet mee eens. Hij begint aan de gebruikelijke 'zo is het gewoon-verdediging': de dingen bestaan g'woon, ze verdwijnen echt niet om de minuut.

Maar meneer, zegt de docent dan, als het allemaal zo g'woon is, bent u dan van mening dat alle dingen uit het verleden en de toekomst blijven voortbestaan? Eeuwig? Kunt u mij dan demonstreren dat dat werkelijk zo is: wilt u even kijken dan in de toekomst, die nooit verdwijnt, waar ik aanstonds, aan het einde van de les, mijn krijtje zal wegleggen?

En zulke simpele kwesties zijn vaak voldoende om de mensen er (enigszins) van te overtuigen dat 'g'woon' niet 'g'woon' is.

Je besluit met: het is niet de filosofie die vreemd is, maar het is de wereld die ingewikkeld is en ongrijpbaar. Onze fout is dat wij de wereld 'gewoon' willen maken en eenvoudig en overzichtelijk: dat is onze eigenlijke denkfout. 

Wij zijn psychologisch zo ingericht dat wij op de automatische piloot routinematig onze handelingen willen kunnen verrichten. En dit staat haaks op wat de filosoof beoogt: hij wil zijn inzichten rechtvaardigen; de ervaring leert dat als je dit stelselmatig en streng doet, dan stuit je niet zelden op 'ongewone moeilijkheden'. 

Het grootste gevaar voor rationaliteit is de idee dat iets 'g'woon' is. Wij worden sterk beheerst door de vastgeroeste idee dat de wereld 'g'woon is zoals wij haar gewoon zijn'. 

En als u dat inziet, dan heeft u vanavond al de eerste stap gezet om Nederlands tweede grote filosoof te worden.

(Hoeveel leerlingen dan tenslotte voor ons vak kiezen blijft elke keer weer afwachten.) [2]

-----

[1] Vrij naar Wittgenstein: de filosoof vecht tegen de beheksing van ons verstand. (Mooie term is dat: de beheksing...)

[2] De overtuiging dat filosofie vaag is, krijg je er niet uit. De boodschapper krijgt de schuld. De mensen zijn er absoluut van overtuigd dat het boerenverstand onfeilbaar is. Als je rationeel aantoont dat de wereld vreemd is, en dat antwoorden niet eenvoudig te vinden zijn, dan is de boodschapper 'vaag', maar het ongefundeeerde boerenverstand 'realistisch'. Het is de omgekeerde wereld.

dinsdag 6 oktober 2026

Hoop

Ik heb -met gewone natuurlijke middelen- laten zien dat onze (rationele) denkwijze beperkt is en dat wij in een werkelijkheid leven die ons begrip te boven gaat.[1]

We beschikken niet over een denk-apparaat waarmee we de werkelijkheid stelselmatig -naar haar structuur- in kaart kunnen brengen. Nogmaals, dat is ook precies wat je moet verwachten als je Darwins inzichten serieus neemt.

Daarmee is het algemene uitgangspunt van religie, namelijk het welbekende 'er is meer tussen hemel en aarde dan wij vermoeden (...) of kunnen dromen', filosofisch gerechtvaardigd.  

Vanzelfsprekend verplicht dit mensen tot niets. Je kunt evengoed een misotheïst zijn in een transcendente/religieuze werkelijkheid.[2]

Maar voor de dromers onder ons, de mensen die niet kunnen leven met de mate van onrecht op aarde, biedt dit inzicht hoop: immers, als de werkelijkheid bijvoorbeeld een 'iets' herbergt dat absoluut Zelfstandig is (een 'substantie' is de technische filosofische term), dan ben je geen dwaas (het is niet tegen beter weten in) als je hoopt op 'meer' dan dit ene leven te bieden heeft.

(deze tekst is op 6-10-26 gecontroleerd met pangram en blijkt volledig geschreven te zijn door een: mens; dat moet dan wel een dom mens zijn: met ai kun je denken en schrijven uitbesteden en gemakkelijk voorwenden dat je beter op de hoogte bent dan feitelijk het geval is: waarom zou je dan nog zelf een tekst schrijven; een tekst geschreven door een mens?: dat lijkt me geen aanbeveling, liever/beter schrijven we aan elkaar boodschappen geproduceerd door een machine... is het niet?)

-----

[1] Wie het naturalisme ernstig neemt kan religie niet afwijzen als een dwaasheid.

[2] De vraag is overigens niet welke religie 'waar' is, maar welke religie(s) bruikbaar is/zijn gegeven onze existentiële noden.

maandag 5 oktober 2026

Biologische logica (1.5)

Wanneer heeft de evolutie besloten dat dieren een logisch opererend verstand nodig hebben? Ergens tijdens het ediacarium of het pre-cambrium: organismen kregen in die periode spierweefsel, zenuwweefsel en hun lichaam kreeg een bilaterale vorm (=een voor en achterkant).

De Hydra, een zogenaamd neteldiertje (Cnidaria), is uitgerust met drie zenuwnetten én met weefsel dat kan samentrekken. Dit bewegingsapparaat stelt het diertje in staat om zich langer te maken, korter te maken en zich te buigen. Zo kan het beestje een bescheiden aantal handelingen uitvoeren (zoals lopen, zwemmen, jagen). Maar... het zal deze handelingen slechts één voor één kunnen uitvoeren.

Zodra een dier een voorraadje handelingen heeft moet ze (dus) kiezen. Het lichaam is een object met alle beperkingen van dien. De logica van het lichaam is simpel: een lichaam kan slechts op één plaats tegelijk zijn, het kan zich langs slechts één baan verplaatsen en twee lichamen kunnen niet op één plaats zijn. Een waarheid als een koe. Deze simpele eigenschappen bepalen de logica/grondslag van het handelen.

In het wormpje C.elegans zie je dat 'de logica van het lichaam' de organisatie van het diertje volledig bepaald heeft. Ze heeft een repertoire van 'mogelijke handelingen' en ze kan deze handelingen rangschikken. Zo bepaalt ze welke handeling moet worden uitgevoerd. Haar commandoneuronen opereren strikt logisch: ze activeren het enige juiste programma en de-activeren alle andere programma's. 

Gegeven de verschillende programma's en gegeven de rangorde, kan ze besluiten om programma p wel óf niet uit te voeren.

Naarmate dieren over een groter repertoire van handelingen kunnen beschikken wordt 'de logica van het lichaam' steeds belangrijker. Organismen die afhankelijk zijn van de juiste handeling -liefst onmiddellijk en razendsnel uitgevoerd- zullen kansloos zijn als ze van de lichaamslogica die aan het handelen ten gronslag ligt niet het belangrijkste beginsel maken waar ze over beschikken.

Ook de mens is een bivalent handelend (motiel) dier. Ons repertoire aan mogelijke handelingen is zelfs enorm (wij kunnen nieuwe handelingen leren en we kunnen plannen/handelingen in gedachten ontwerpen). Het is dan ook geen wonder dat de blok-logica, die de grondslagen van het handelen bepaalt, stevig in ons verstand verankerd is (vermoedelijk in de basale ganglia).

De logische wetten hebben, zoals de alwetende medemens graag opmerkt, betrekking op eigenschappen van de wereld- maar dan wel op een paar contingente eigenschappen die fysisch gezien nauwelijks van belang zijn. 

Ons beeld van de werkelijkheid wordt voornamelijk bepaald én vertekend door deze relatief onbelangrijke kenmerken. Dát is nu wat biologen bedoelen met een 'niche'.

Onze 'klassieke voorstelling van de werkelijkheid' is van eigen makelijk, een voorstelling voor eigen gebruik. Met de 'ware' voorstelling van zaken -complicatie: als de werkelijkheid niet logisch is, bestaat er geen ware voorstelling van zaken- heeft zij niets te maken.

zondag 4 oktober 2026

De lijn der verwachting

Het is van tweeën één: ofwel de wereld stemt overeen met hoe wij haar concipiëren ofwel de wereld stemt niet overeen met hoe wij haar concipiëren.

De meest algemene eigenschappen van ons wereldbeeld worden beschreven door logische wetten. Als deze wetten de wereld niet juist of volledig weergeven, dan weten we dat de werkelijkheid 'voorbij onze logische perceptie' geen orde/structuur heeft. 

Of, wat op hetzelfde neerkomt: dan weten we dat de werkelijkheid geen orde/structuur heeft die voor ons begrijpelijk is.

Daaruit volgt dat niets onmogelijk is (er is geen structuur die de werkelijkheid beperkt). Merk op dat zo ook het verschil tussen mogelijke werelden en de actuele wereld vervalt.

Wie kan het bestaan van een transcendente dimensie/persoon/toestand (leegte) ontkennen? De wereld is vreemder dan wij kunnen bevroeden- en dat ligt in de lijn der verwachting (gegeven de evolutie van de mens).

zaterdag 3 oktober 2026

Luide stemmen

In de filosofie van de logica 'hoor' je een paar luide stemmen en een groot aantal minder luide stemmen.

De luide stemmen zijn onder andere van Williamson, Sher, Russell (Gillian), Maddy, Priest en van de grote logici/filosofen uit het verleden (denk aan Dummett, Wittgenstein, Russell (Bertrand), Frege, enz.) [1]

Vrijwel al deze filosofen zijn het over één ding met elkaar eens: de klassieke logica is, gegeven de wiskundige en natuurkundige puzzels van het ogenblik, niet rijk/krachtig genoeg. Je krijgt niet alle problemen keurig uitgerekend door ze in een klassiek jasje te persen.

De naturalistische filosofie van Penelope Maddy heeft, naar ik geloof, de beste papieren.

Zij stelt dat onze klassieke logica een soort rudimentaire logica is die uitstekend past bij ons wereldbeeld. Ons wereldbeeld is een zogenaamde kf-wereld (kant-frege: het is een wereld van objecten die welbepaalde eigenschappen hebben en onderlinge relaties). Hoe onze wereld is, is natuurlijk contingent. Ze had anders kunnen zijn.

Maddy gelooft dat onze denkwijze sterk bepaald werd door de eigenschappen van objecten. Vanzelfsprekend, want wij bewegen ons in een wereld van objecten. Markante eigenschappen van objecten zijn (1) twee objecten kunnen niet op één en dezelfde plaats zijn; (2) één object kan niet op twee/meer plaatsen zijn; (3) één object verplaatst zich langs één gesloten/ononderbroken traject.

Uit onderzoek blijkt dat peuters, ook al spreken ze nog geen taal, de logica van objecten uitstekend begrijpen. Dat is niet verwonderlijk, want de mens is een object dat zich in een wereld van objecten moet handhaven (sommige objecten lokken je in de val en eten je op; je moet de objecten in je omgeving daarom goed in de gaten hebben).

Uiteraard is een 'object-logica' niet compleet. Je hoeft geen fysicus te zijn om te begrijpen dat de werkelijkheid niet alleen uit stenen, blokken hout, marmeren tegels, bergmassieven en tal van andere lichamen bestaat.

De filosoof -de logicus heeft dit probleem niet, uiteraard- moet nu proberen te begrijpen wat het wil zeggen dat onze denkwijze beperkt is. Maddy stelt voor om alle 'sorites-paradoxen' op te lossen door idealisatie. Ze verantwoordt zich door er op te wijzen dat fysici dat ook doen. Je kunt niet precies berekenen wat gas doet, maar je kunt de expansie van gas wel berekenen aan de hand van een ideaal model. Williamson lost het probleem epistemologisch op. Het is volgens hem zo dat de puzzels een klassieke oplossing hebben, maar wij weten (nog) niet voldoende om deze oplossing te geven.

Geen van de beide oplossingen is bevredigend. Maddy's voorstel heeft niet geleid tot een beter begrip -laat staan dat het de oplossing heeft geleverd- van de puzzels; Williamsons oplossing is 'overspannen': want hoe weet hij dat de wereld klassiek is?

Een evolutionaire verklaring -Maddy is daar niet afkerig van, ze is van mening dat we onze logische denkwijze het best evolutionair kunnen verklaren- maakt precies dit begrijpelijk: namelijk dat wij de werkelijkheid met onze (beperkte) denkwijze niet kúnnen begrijpen, zoals wij met onze beperkte 'bestaanswijze' ook niet onder water kunnen leven. In het diepe water is geen zuurstof, buiten onze kf-wereld is geen (voor ons begrijpelijke) structuur.

Uiteindelijk wint Darwin het ook van de logici.

-----

[1] Frege en Russell horen wel in dit rijtje thuis. Russell is immers zelf de persoon geweest in wiens handen het logicisme is gestorven? En de reactie van Frege was enorm: hij heeft zelfs zijn logische geschriften uit de omloop willen nemen nadat Russell hem op de hoogte had gebracht van de paradox (barbers-paradox) in het systeem. Het logicisme is eigenlijk nooit tot bloei gekomen.

zaterdag 19 september 2026

Spreuk

Als onze ethische aantijgingen jegens God (die kinderen kanker geeft!) het volle gewicht in de schaal leggen, dan mogen wij de Schepper wel eeuwig dankbaar zijn dat hij ons met moraal begiftigd heeft.

(Maar als je niet gelooft of afzijdig staat in het geloof, dan kun je het de schepper natuurlijk niet euvel duiden dat hij een kwaadaardige wereld heeft geschapen: hoe kun je nu iemand verwijten maken die niet bestaat- en, bij nader inzien, als de werkelijkheid niet geschapen is [intentioneel], hoe kan zij dan kwaadaardig of goedaardig zijn?).