Ontologie is mensenwerk. Wij, mensen, bepalen wat wel of niet bestaat. Zo is overigens alles mensenwerk. Zaken/dingen die wij niet kúnnen opmerken, en alle zaken/dingen die wij eenvoudigweg over het hoofd zien, kunnen we vanzelfsprekend niet opnemen in de inventaris van de werkelijkheid.
Hoe gaat dit in zijn werk? Wel, tamelijk simpel.
Je schrijft de naam van een bepaald ding op een klein briefje en doet dit briefje in één van twee boxen: de box met dingen die wel bestaan en de box met dingen die niet bestaan.
Waarom in een box met dingen die wel bestaan én een box met dingen die niet bestaan?
Tja, daar is eigenlijk geen andere reden voor dan een natuurlijke/historische: in de dagen dat de klassieke logica (KL) werd opgesteld, door o.a. Frege en Russell, was men er van overtuigd dat de werkelijkheid zelf een 'binaire' architectuur had.
De belangrijkste logici waren platonist: zij meenden te kunnen 'zien' (intuïtief) dat beweringen 'waar' of 'onwaar' waren. De 'hoogste' werkelijkheid zelf is volgens hen een al-omvattend systeem van slechts twee boxen.
Vermoedelijk zijn er ook nog natuurlijke redenen om de werkelijkheid voor te stellen als een twee-boxen (binair) systeem: wij hebben nu eenmaal de grootste moeite om logische systemen die niet binair zijn te begrijpen. Onze denkwijze is, naar het schijnt, van nature exclusief: wat je zegt is wel of niet waar, je bent wel of niet in Eext, je gaat wel of niet op vakantie. Zulke binaire beweringen klinken ons 'normaal' in de oren. Je bent in Eext maar je bent ook niet in Eext klinkt 'absurd'.
In de eerste jaren van de vorige eeuw, toen de klassieke logica werd ogesteld, begonnen -is het geen ironie?- de fysici met de afbreuk van de klassieke fysica. Met als gevolg dat het binaire systeem onder vuur kwam te liggen.
Je kunt dit natuurlijk het beste illustreren aan de hand van het beroemde gedachte-experiment van Schrödinger (alhoewel de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Einstein vermoedelijk de primeur had: hij bedacht hetzelfde experiment, en dan eerder, maar dan met buskruit): een kat zou volgens Schrödinger in een 'derde' toestand gebracht kunnen worden: deze kat was niet dood, niet levens, maar 'dood & levend'. Nadrukkelijk gezegd: de kan van Schrödinger is waarlijk levend en waarlijk dood.
Hoe moeten ontologen zulke dingen die in een 'derde toestand' verkeren indelen? Zij moeten de naam van het dier (='schrödingers kat') niet op twee briefjes schrijven en vervolgens het ene briefje in de box doen met dingen die bestaan en het andere briefje in de box met dingen die niet bestaan, want dat doet geen recht aan het unieke van de 'deviante toestand'.
Volgens de logici van LP moet de ontoloog de werkelijkheid zelf aanpassen. De ontoloog heeft geen andere keus dan de werkelijkheid zelf aan te passen met een derde 'box'. In deze derde box komen alle deviante zaken/dingen.
(Overigens verbinden de logici hier wel een voorwaarde aan: de derde box is paraconsistent. Zou dat niet zo zijn, dan zou je alle briefjes uit de andere twee dozen in de box met contradicties moeten doen. De werkelijkheid zou dan bestaan uit slechts één uitermate vreemde box waarin alles wat je maar kunt bedenken op paradoxale wijze te vinden is. Zelfs voor deviante logici is dat een beetje teveel van het goede. Ze zeggen: de werklijkheid is deviant, maar niet triviaal.)
De werkelijkheid bezien als een systeem met twee boxen of als een systeem met drie boxen: het maakt 'een wereld' van verschil. De deviante logici hebben de werkelijkheid ingrijpend verbouwd. Andere logica, andere werkelijkheid [dit is ook het inzicht dat Quine verdedigde in de jaren '50 van de vorige eeuw].
Het is zinloos/betekenisloos om de briefjes in LP te lozen in één van de twee traditionele boxen. Tenzij je een argument achter de hand hebt waaruit blijkt dat LP fout is en KL het enige juiste model is. Tot nu heeft geen logicus ook maar een flauw idee hoe een dergelijk argument -dat nota bene niet in KL taal mag worden opgesteld, anders is het circulair- moet luiden.
Kortom, zoals de zaken er nu voorstaan heb je te maken met een volstrekt andere logica. (Zulks is dan ook de 'fundamentele kracht' van logica: het zijn structuren die je hele wereldbeeld bepalen).
We hebben inmiddels goede fysische, evolutionaire en psychologische redenen om te denken dat een deviant systeem als LP te verkiezen is boven KL.
Wat is de betekenis van deze paleisrevolutie in de logica voor de theologie?
Gelovigen willen natuurlijk weten of God bestaat. Die vraag houdt ons al -pakweg- een paar eeuwen bezig. Het mooiste bewijs voor het bestaan van God is vermoedelijk Anselmus' godsbewijs. Volgens dit bewijs is God Zelfstandig, wat betekent dat hij van niets en niemand afhankelijk is ('zo groot is God!': niets en niemand is groter.) In een werkelijkheid die logisch niet gesloten is, kan God alleen 'groot' zijn als hij niet klassiek (van doen en denken) is, maar deviant. Immers, zou hij niet deviant zijn, maar klassiek, terwijl de werkelijkheid deviant is, dan zou hij de werkelijkheid niet eens begrijpen: maar dat is uiterst merkwaardig! [1]
God kan niet anders daarom dan een deviante persoon of kracht zijn. De ontoloog moet het papiertje met daarop het woord (en de definitie van) God in de derde box met deviante zaken/dingen werpen.
Merk nu op dat je onmogelijk kunt zeggen dat God niet bestaat: in onze deviante werkelijkheid maakt God deel uit van de werkelijkheid: immers, de box met deviante concepten is bepalend voor de fundamentele structuur van de werkelijkheid. De inventaris bestaat volgens de 'deviante ontoloog' uit drie logische categorieën: deviante denkbeelden, klassieke denkbeelden en klassieke denkbeelden die niet 'echt' bestaan.
De enige manier om aannemelijk te maken dat God niet bestaat -dat het papiertje met 'God' in de box met zaken/dingen die niet 'echt' bestaan moet worden geworpen- is op grond van een argument dat God niet deviant is (in een deviante werkelijkheid). [2]
-------
[1] Als God moet worden opgevat als een deviant denkbeeld, dan komt hij zondermeer in de box met deviante zaken terecht en kun je haar op geen enkele wijze uitsluiten van 'deelname aan de werkelijkheid'. Is het dan geen probleem dat God onbegrijpelijk is? Nee, vanzelfsprekend niet. Het is eerder eigenaardig om te geloven dat God een soort feilloze logische rekenmachine is: zeker de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie maakt ons duidelijk wat God niet is. God is bij voorkeur deviant, een een persoon of kracht waar wij logisch geen greep op hebben. Mij lijkt dit inzicht 'gesneden koek'.
[2] Het argument dat het bestaan van God eerst 'echt' moet worden vastgesteld, voordat je weet of het papiertje door de ontoloog in een van de drie boxen moet worden gestopt, getuigt niet van realisme, maar van een geest die de materie nog niet helemaal begrijpt: de term 'echt' krijgt in een deviante logische werkelijkheid immers een andere inhoud: contradicties zijn niet langer 'echt' of 'onecht', maar zowel 'echt' als 'onecht'.Ik merk dat mensen grote moeite hebben om dit te begrijpen: bedenk goed: een nieuwe logische structuur is een fundamenteel andere structuur en moet daarom toegepast worden op al je termen. De deviante werkelijkheid (en deviante denkbeelden) is uitermate lastig te doorgronden.