dinsdag 13 oktober 2026

De arrogantie van de atheïst [versie 0.5]

De atheïst is een wandelende tegenspraak (alhoewel: van de vier paard-mannen ligt inmiddels de helft in de koude grond en een derde is zeer bejaard en der dagen zat: in die kringen wordt dus niet zoveel meer gewandeld).[1]

Hij klopt zichzelf op de borst omdat hij rationeel is en een leven leidt dat in overeenstemming is met de 'feiten'. Hij roept de mensen op om religieuze inzichten af te zweren en zich te bekeren tot het (seculiere) humanisme. Want wie de weg van het logische verstand bewandelt kan het bestaan van de mens, door wetenschap en techniek, sterk verbeteren. 

De atheïst betoogt dat God niet bestaat. Zijn voornaamste argumenten zijn (1) dat God de mens niet geschapen heeft: de mens is een product van de evolutie; (2) dat God het heelal niet geschapen heeft: anders dan natuurlijke elementen en natuurkrachten kwamen bij de schepping niet kijken; (3) dat de mens en alle dingen om ons heen fysische producten zijn.

Je kunt deze drie inzichten niet goed ontkennen. De mens is een fysisch/biologisch apparaat, geproduceerd door de natuur, de habitué van een fysisch al. Wie deze drie poten wil breken waarop het naturalistische wereldbeeld staat moet wel bijzonder goede argumenten verzinnen.

Mijn vader is gestorven aan een hersenziekte. Je kon op de fotoos (scans) zien hoe delen van zijn brein werden afgebroken: er zaten letterlijk gaten in zijn brein. De weerslag op zijn gedrag was onmiddellijk te zien. Op het laatst moest hij kruipen. Vervloekt!

Ik geloof je daarom niet als je me zegt dat wij eigenlijk, 'als je voorbij de schijnwereld naar de echte wereld kijkt', beschikken over een onstoffelijke geest of een ziel of dat de wereld eigenlijk bestaat uit ideeën. 

Elke gedachte is het product van een draadje, een stroompje, een netwerkje. Wie ouder wordt en slechter/korter gaat slapen, zal merken dat het denken hem zwaarder valt: de draden beginnen dan dienst te weigeren. Als je naar buiten loopt en denkt: 'wat een aangename dag', dan is zelfs deze minzame, oppervlakkige gedachte een product van je brein.

Het bewijsmateriaal voor het natuurlijke ontstaan van de soorten -dus ook voor het ontstaan van de mens- is overvloedig en overtuigend. De mens is een dier als alle dieren, met alle neigingen, behoeften en beperkingen van dien. 

We hoeven over de drie pijlers onder het naturalistische wereldbeeld dan ook niet te twisten. Je kunt elke aanval pareren met een beroep op de huidige wetenschappelijke expertise.

Toch zijn de drie pijlers van het naturalisme niet voldoende om het geloof in een transcendente God uit te sluiten. Ik vind het vreemd dat de atheïst dit niet ziet: ik wijt dit aan zijn arrogantie, de voldoening die hem vervult 'omdat hij dapperder is en zo veel rationeler en verstandiger' dan de theïst.

Het punt is dat wij volgens de derde pijler van het naturalisme volledig bepaald worden door de bouw van ons lichaam en brein. Als jij geen Chinees spreekt dan komt dat omdat het Chinees niet in de bedrading van je brein zit; als je niet meer kunt lopen, zoals mijn vader, dan komt dit omdat de nodige draden in het brein vernietigd zijn; en als je logisch kunt denken, dan komt dit omdat je 'logische draden' in je hoofd hebt.

De draden in je hoofd bepalen hoe je denkt en ze bepalen wat je ziet en wat je begrijpt. Het is voor ons uitermate lastig om in te zien hoe fundamenteel en bepalend dit is: het betekent dat je gedachten niet vrij zijn, maar dat de bedrading in je hoofd bepaalt welke gedachten wel en welke niet in de neurale orde van je brein passen.

Zenuwweefsel is ontwikkeld om het lichaam te verplaatsen. Het is een functioneel, praktisch weefsel. Ons brein is pakweg 500 miljoen jaar geleden ontstaan. De eerste zenuwnetten maakten dat (spier-)weefsels georganiseerd samentrokken, zodat het lichaam verplaatst kon worden. Om te kunnen bewegen moet het hele lichaam in een bepaald patroon aan- en uitgezet worden. De zenuwnetten én het spierweefsel zijn effectief als de zenuwnetten er in slagen om het spierweefsel volgens een fundamentele proto-logisch patroon te bedienen. 

Lang verhaal kort: zo komen wij aan onze fundamentele/basale logische denkwijze. De oorspronkelijke taak van het brein, het bedienen van het lichaam, bepaalt nog steeds het bereik van onze gedachten. Je kunt geen dingen geloven die volgens de basiswetten onwenselijk zijn voor het bedienen van het lichaam.

De twee proto-logische wetten (basisbeginselen) zijn eenvoudig: conflicten (tussen bewegende delen) zijn niet optimaal uitvoerbaar, omissies zijn niet optimaal uitvoerbaar; ergo: conflicten moeten worden vermeden, omissies moeten worden vermeden. De formele logische wetten -opgesteld door Aristoteles- lijken precies dát te zeggen: geen (p en niet-p), geen (p noch niet-p). 

Zenuwweefsel dat spieren tegelijk aan-en-uitzet of dat spieren in het geheel niet aan-en-uitzet voldoet niet. Zulk zenuwweefsel verdient het om met lichaam en al uitgeroeid te worden. Het zal niemand ontgaan zijn dat dit ook precies is wat de natuur doet: beestjes met gekke spiertrekkingen of lamme pootjes worden aan stukken gereten door roofdieren.

Niemand kan ontsnappen aan de kracht van de basiswetten. Ik heb dat uitgebreid beschreven in mijn proefschrift. Zelfs de ergst verwarde geesten blijven trouw aan de basiswetten. Mensen die denken dat ze Jezus zijn blijven volhouden dat zij de 'enige', 'echte', 'ware' Jezus zijn en dat mede-patienten, die ook zeggen dat ze Jezus zijn, de boel flessen. De idee dat het 'echte', het 'ware', het 'enige' kan worden onderscheiden van het 'valse', het 'schijnbare', het 'onware', vind je in alle culturen en in alle breinen: dergelijke onderscheidingen berusten op onze basale logische denkwijze.

Het beste bewijs dat wij voorgoed vast zitten aan onze basale logische denkwijze (wij zijn geketend aan onze logische denkwijze) is niet dat wij de wereld logisch kunnen beschrijven, maar dat wij de wereld niet anders dan logisch kunnen beschrijven:

-je kunt je geen andere dan een logische (!) voorstelling van een niet-logische wereld maken (een niet logische-wereld is namelijk de logische negatie van de logische wereld);

-al onze denkbeelden, modellen, theorieën, plannen, verhalen zijn consistent: zelfs het LP, de logic of paradox, mag niet zelfweerleggend zijn (als we uit LP zouden kunnen afleiden dat sommige elementen/bouwstenen van het model zelf waar en niet waar zijn, dan zullen de meeste logici deze contradictie niet accepteren). Tegen een Multatuliaanse paradox is het menselijke verstand niet gewapend: "alles is onwaar en zelfs dát is onwaar".

-de kwantumtheorie wordt niet echt begrepen: fysici geven dat toe: men kan er mee rekenen, maar echt begrijpen hoe een golf kan vervallen tot een enkel deeltje doet men niet; een coherent model dat ons kan uitleggen hoe een en ander werkt is niet voorhanden; Penrose denkt dat kwantummechanica onjuist is: ze laat zich niet verenigen (conflict) met ons idee van zwaartekracht. Zuiver logisch bezien schendt de kwantummechanica de wet van distributie.

Het is kortom eenvoudig: uit de drie pijlers van het naturalisme volgt dat onze denkwijze beperkt is en contingent is: het is een natuurlijke oplossing voor een willekeurig probleem, namelijk: hoe krijg ik een meercellig lichaam zo sterk onder controle dat het zich doeltreffend kan verplaatsen.

Onze basale denkwijze is dus geen universele 'ware' voorstelling van de werkelijkheid, maar een lokale, contingente voorstelling. We kijken door dit logische venster (laten we dit Venster a noemen, Va) naar de wereld: en dan zien we inderdaad geen God of transcendentie. In Va is de wereld natuurlijk, materieel, aards, doods, fataal.

Onze eigen logische denkwijze staat echter toe dat wij de wereld bezien door een tweede venster (laten we dit Venster b noemen, Vb). In Vb zien we een wereld die haaks (het is immers de logische ontkenning van Va) op Va staat. In Vb is alles mogelijk (wie dit niet ziet: als je ontkent dat er één waarheid is volgt daar uit dat alles of niets waar is). En als alles mogelijk is kun je het bestaan van God niet uitsluiten.

We mogen Va ontkennen omdat we weten dat Va lokaal en contingent is: daar volgt uit dat er buiten Va een venster is waarin alles mogelijk is. Ik heb het beeld van een 'venster' gebruikt om de begrippen wereld, mogelijkheden, echt, waar enz. niet te hoeven gebruiken. 

Onze wereld bestaat dus uit twee logische vensters: Va en Vb. In Va speelt 'god-taal' geen rol: je kunt er niet zinvol spreken over transcendente zaken; in Vb kun je zinvol spreken over God en over transcendente zaken. Va is niet 'echt' en Vb is niet 'onecht', Va is niet 'waar' en Vb is niet 'onwaar': en andersom. De termen waar en onwaar enz zijn uitsluitend bruikbaar in Va. Ze zijn niet bruikbaar in de meta-taal waarin we over de verhouding tussen Va en Vb willen spreken.

De arrogantie van de atheïst is nu dat hij zijn verstand, ondanks zijn eigen wereldbeeld, houdt voor een krachtige machine die heel de 'echte, ware' wereld doorziet en slechts meewarig het hoofd kan schudden over het 'dwaze idee' dat er meer is dan wij in Venster a kunnen zien.

Voor christenen: zelfs uit het strengste naturalistische wereldbeeld volgt niet dat de werkelijkheid seculier (niet transcendent) is (of dat het bestaan van God uitgesloten is). Je kunt op twee heel verschillende manieren naar de wereld kijken; beide vensters zijn geloofwaardig en rationeel te rechtvaardigen.

maandag 12 oktober 2026

Voetbal en logica

Je zou zeggen dat scheidsrechters, dankzij 'moderne technologie', altijd in staat zijn om de juiste beslissing te nemen. De wereld zelf is immers een uitstalkast van feiten.

Was Johan de Meester, mijn vroegere collega, wel of niet kaal? Mocht daar twijfel over bestaan, dan ligt dat aan onze ogen of aan ons weifelachtige gemoed. 

(Wee de mens, hij brengt zijn eigen geest tot radeloosheid, door twijfelzucht en tweestrijd).

Onze overtuiging dat in de wereld zelf, voor iemand die goed kijkt en helder oordeelt, 'alle waarheden welonderscheiden op de toonbank liggen', krijgt geen scepticus uit ons verstand geslagen: zó sterk bepaalt de exclusieve logica de werking van ons verstand. Wij kunnen niet twijfelen aan het inzicht dat de wereld een weefsel van waarheden en onwaarheden is, die elkaar wederzijds uitsluiten.

Afgelopen zaterdag, tijdens een voetbalwedstrijd, viel een aanvaller, naar het zich liet aanzien, over het uitgestrekte been van een doelman. De vraag die iedereen vervolgens bezig hield was of de scheidsrechter de aanvaller een strafschop moest geven.

Het eigenlijke probleem is dat de voetballers lichamen zijn en zich als lichamen bewegen. Het feit dat zij lichamen -objecten, dingen, blokken- zijn, en geen golven of windvlagen, bepaalt dat zij slechts één handeling per keer kunnen verrichten. Een scheidsrechter kan daarom wel of geen strafschop geven, maar geen halve, kwart of derde en zeker geen wel-en-niet strafschop.

Het probleem bij de wedstrijd van afgelopen zaterdag was echter dat niemand uitsluitsel kon geven. Was de aanvaller uit ballans gebracht door de doelman? De val was te delicaat, de aanraking te fijntjes, om een uitgesproken antwoord op deze vraag te kunnen geven. De strafschop kon evengoed wel als niet gegeven worden: uitsluitend een inclusieve beslissing zou de juiste zijn en de situatie recht gedaan hebben. 

Blokken, objecten, dingen, lichamen... -je kunt het niet vaak genoeg zeggen- kunnen geen inclusieve strafschop nemen en daarom beschikt de scheidsrechter niet over de mogelijkheid om de strafschop wel én niet toe te kennen.

De werkelijkheid was 'dialetheïstisch', dat wil zeggen: de wereld zelf verkeerde in onbepaalde staat: geen enkele meting zou hier de doorslag hebben kunnen geven. Anders gezegd: de wereld zelf wist niet eens of het een strafschop was! Het was waarlijk zowel een strafschop als geen strafschop.[1]

De scheidsrechter zou in dit geval het best een muntje hebben kunnen opgooien, want de menselijke lichaams-logica weet met onbepaaldheid geen raad. Vandaar dat wij om pragmatische, biologische redenen -omdat we steeds moeten handelen-, naar de illusie leven dat de wereld zelf altijd raad weet en exclusief logisch geordend is.

----

[1] Officieel is dit een soritesparadox, dus strikt genomen moet je zeggen dat dit wel noch geen strafschop is. Maar wel en geen strafschop komt feitelijk op hetzelfde neer en is retorisch sterker.

vrijdag 9 oktober 2026

Pluralistische theologie

Wanneer je ontdekt dat het 'opberg-systeem' waarmee je de wereld in kaart brengt niet compleet is, kun je omkijken naar een tweede, aanvullende 'opberg-systeem'.

Feitelijk is een logica een opberg-systeem. Je kunt de dingen bijvoorbeeld opbergen in 'klassieke boxen'. Als je echter een 'iets' vindt dat zich aan de klassieke regels onttrekt, dan kun je voor zulke a-klassieke dingen een ander opbergsysteem gebruiken.

...althans, dat is het standpunt van de pluralist.

Over de samenhang tussen de verschillende logische systemen hoef je je geen zorgen te maken: immers, samenhang is een eis die geldt binnen de klassieke logica, niet 'tussen' de verschillende systemen. De pluralist ontkent dat er een overkoepelende logica is waarmee je alle logische systemen kunt ordenen (een 'super-logica' of 'meta-logica'). 

Stel dat we gebruik maken van twee systemen: een systeem waarmee je de 'vormloze' of 'lege' of 'transcendente' zaken opbergt -de 'onbenoembare zaken'- én een klassiek systeem, waarmee je 'objecten' incluis hun eigenschappen en relaties (cf. Maddy, Penelope) opbergt.

Als we ons, bij wijze van experiment, bekeren tot het pluralisme, dan kunnen we -tot ons genoegen- wat gemakkelijker spreken over God. We gebruiken dan 'domweg' twee logica's (twee opberg-systemen) om over God te spreken.

In het klassieke systeem kennen we aan God eigenschappen toe, zodat we naar zhem kunnen verwijzen en over zhem kunnen spreken.

In het 'vormloze' systeem vatten we zhem op als een zhem die door ons niet begrepen wordt en die niet in woorden kan worden gevat.[1]

Beide opbergsystemen zijn menselijkerwijs gesproken 'juist' (alhoewel het eigenlijk niet juist is dat een pluralist zich in dit geval bedient van het woord 'juist'). 

Het is dan geen blijk van dwaasheid als je over God spreekt als een zhem die 'goed' is en als een 'zhem' waarvan je niet kunt zeggen/bepalen dat zhij goed is.

De atheïst zal zeggen dat de gelovige nu van twee walletjes eet om zijn geloof te redden. De gelovige zal riposteren dat de atheïst irrationeel is en hypocriet: de klassieke logica zit te diep in zijn harses: hij weigert, als het om zijn eigen inzichten gaat, te begrijpen dat deze denkwijze er door 'de evolutie is ingestampt' om lichaam en brein te onderwerpen aan de harde aardse biologische tucht (en dat logica niets van doen heeft met waarheid, maar alles met het alomtegenwoordige bedrog waarmee de natuur organismen beweegt om zich te voegen naar de wetten van de evolutie).

Het pluralisme wordt verdedigd in de logica en de wiskunde. En feitelijk ook in de natuurkunde, alhoewel niet in zeggen maar in doen: de twee 'grote' theorieën kun je bezien als twee geheel verschillende opbergsystemen die om en om worden gebruikt.

Waarom dan zouden theologen geen gebruik maken van deze 'techniek'?

-------

[1] De hindoestaanse geleerde Shankara maakte onderscheid tussen nirguna en saguna Brahman: over nirguna Brahman kunnen we niet spreken, deze is 'vormloos' en 'leeg'; over saguna Brahman kunnen we wel spreken: deze heeft attributen en heeft zelfs 'ding-egenschappen' (zie: Hick, J, The Fifth Dimension, p.91ff). Zie voor een algemene inleiding tot het denkwerk van Sankara (nu gespeld zonder 'h'): Ward, K, Images of Enternity, hfd.1. Vergelijk dit pluralisme ook met een dialetheïstische beschrijving van God (een beschrijving die, naar ik denk, controversiëler is dan het pluralisme); denk hierbij aan een dialetheïstische verdediging van de drie-eenheid en de twee-naturenleer; zie: Beall, JC, Contradictory God, Oxford.

donderdag 8 oktober 2026

'Gwoon is gwoon genoeg' [versie 2.0]

Op de middelbare school is filosofie een keuzevak. Het is de taak van de docent om ouders en leerlingen uit te leggen wat filosofie is en waarom filosofie nuttig is.

Veel tijd krijg je daar niet voor. Je geeft één gastlesje aan de leerlingen (in de namiddag) en één aan de ouders (in de avond).

Het probleem is dat Nederlanders geen staande filosofie-traditie hebben. De enige Nederlandse filosoof van internationale faam was Spinoza (ik vrees echter dat zijn Ethica bij vrijwel geen enkel gezin op de boekenplank staat).

Wat is dan wel het nut van filosofie?

Wel, we hebben één lichaam dat per beurt slechts één handeling kan verrichten: je kunt een autoritje maken, je kunt een biefstukje met gebakken aardappelen eten in het plaatselijke restaurant, je kunt bejaarden plagen door steentjes tegen de ruiten te gooien of je kunt gewoon je ogen sluiten en gaan slapen. Maar je moet kiezen. 

Louter en alleen het feit dat je slechts één handeling per keer kunt verrichten verplicht je tot nadenken, afwegen en oordelen. 

Het aardige is dat je zelfs niet kunt weigeren om te kiezen: want ook wie de rest van zijn leven weigert om op te staan van zijn stoel (het lijkt mij aardig om een roman te lezen over een man die is gaan zitten op een stoel en daar tot zijn dood aan toe op bleef zitten) heeft een keus gemaakt.

Het was nu Socrates die wilde dat wij nadenken over onze keuzes en dat wij er de verantwoordelijkheid voor dragen. 

Het rechtvaardigen van je keuzes begint met het verzamelen van meningen. Want wie geen mening heeft zal volkomen indolent zijn. Meningen zijn de brandstof voor de handelende mens.

Je kunt de functie van een mening vergelijken met een plank die je over een sloot legt: de mening stelt je in staat om naar de overkant te lopen (naar de overkant lopen: metafoor voor iemand die zijn plannen realiseert). 

Zonder mening bereik je weinig (want je weet niet wat je wilt en hoe te doen) maar met een mening -de plank- kom je wel aan de overkant. 

Meningen zijn dan ook niet onschuldig. Als iemand van mening is dat alle Friezen naar een strafkamp moeten, dan heeft hij een plank in handen om -als de kans zich voordoet- de oversteek te maken. Mannen die vinden dat ze hun vrouw moeten slaan en dit leren aan andere mannen: zij verstrekken aan hun mannelijke volgelingen een plank om over te steken.

Socrates hamerde er dan ook feitelijk op dat wij onze meningen moeten rechtvaardigen. Alleen wie handelt op grond van een gerechtvaardigde mening is rationeel (en RATIONALITEIT -zie hoe de docent dit woord nu met rood krijt en grote letters op het bord schrijft!-, is het ideaal van de filosoof: de filosoof wil een rationele levenshouding kweken in alle mensen).

Dan legt de docent uit hoe een filosoof een mening rechtvaardigt. Hij wijst op het gebruik van definities, noodzakelijke en voldoende voorwaarden, logica (vooral het gebruik van premissen en afleidingsregels), consistentie, en tal van andere instrumenten zoals het onderscheid tussen de dicto en de re, knowing how, knowing that, enz.

Hoe controleer je of een mening inderdaad gerechtvaardigd is? Wel, een mening is gerechtvaardigd als de negatie van die mening niet rationeel is (bijvoorbeeld omdat ze aantoonbaar inconsistent is, de definitie rammelt, ze niet coherent is, de afleiding niet klopt, enz).

Tenslotte zal de docent dan iets zeggen over de vraag voor wie dit nuttig is. Wel, voor alle leerlingen! Want in alle wetenschappen komt men op een punt dat de juiste mening betreft de vraagstukken niet kunnen worden afgeleid uit een formule, maar dat men op zoek moet naar een rechtvaardiging voor een bepaalde mening. Zo moeten wetenschappers bijvoorbeeld hun mening rechtvaardigen als ze weer eens moeten bepalen 'welke kant het onderzoek uit moet'. 

In alle wetenschappelijke disciplines zijn er vraagstukken waarover de geleerden verschillende meningen hebben. In dat geval zullen ze zeker hun mening moeten rechtvaardigen. Je kunt niet volstaan met slechts het poneren van je mening.

Filosofen -ik bedoel: academische filosofen- zijn uitermate bedreven in het rechtvaardigen van een mening: ze voeren de argumenten zo ver door dat tenslotte de 'spoken' en de 'tegenstellingen' uit hun schuilplaatsen tevoorschijn komen kruipen en de zwakte of kracht van een argument aan het licht komt.

Als er dan nog voldoende tijd over is gebruikt de docent de raadselen van de tijd als een voorbeeld om te laten zien dat het boerenverstand niet voldoende is om een mening te rechtvaardigen. Want het gevecht tegen het boerenverstand is de eigenlijke strijd die een filosoof moet zien te winnen.[1]

De docent zegt: 'Als u meent te weten dat dít de realiteit is, omdat u in staat bent om tegen de tafel te schoppen, dan moet u ook in staat zijn om ons te zeggen wat de grenzen van de echte wereld zijn: want u kunt wel op dit ogenblik tegen deze tafel schoppen, maar u kunt niet 'drie minuten geleden' tegen deze tafel schoppen. De tafel uit het verleden is verdwenen! (dit is het standpunt van de 'presentisten', filosofen die proberen te rechtvaardigen dat alleen het nu echt bestaat).  

U bent het er niet mee eens? (Wee!: er is altijd in het publiek iemand die het er niet mee eens is: altijd is het een man en altijd zit hij met de armen over elkaar). Nee, hij is het er niet mee eens. Hij begint aan de gebruikelijke 'zo is het gewoon-verdediging': de dingen bestaan g'woon, ze verdwijnen echt niet om de minuut.

Maar meneer, zegt de docent dan, als het allemaal zo g'woon is, bent u dan van mening dat alle dingen uit het verleden en de toekomst blijven voortbestaan? Eeuwig? Kunt u mij dan demonstreren dat dat werkelijk zo is: wilt u even kijken dan in de toekomst, die nooit verdwijnt, waar ik aanstonds, aan het einde van de les, mijn krijtje zal wegleggen?

En zulke simpele kwesties zijn vaak voldoende om de mensen er (enigszins) van te overtuigen dat 'g'woon' niet 'g'woon' is.

Je besluit met: het is niet de filosofie die vreemd is, maar het is de wereld die ingewikkeld is en ongrijpbaar. Onze fout is dat wij de wereld 'gewoon' willen maken en eenvoudig en overzichtelijk: dat is onze eigenlijke denkfout. 

Wij zijn psychologisch zo ingericht dat wij op de automatische piloot routinematig onze handelingen willen kunnen verrichten. En dit staat haaks op wat de filosoof beoogt: hij wil zijn inzichten rechtvaardigen; de ervaring leert dat als je dit stelselmatig en streng doet, dan stuit je niet zelden op 'ongewone moeilijkheden'. 

Het grootste gevaar voor rationaliteit is de idee dat iets 'g'woon' is. Wij worden sterk beheerst door de vastgeroeste idee dat de wereld 'g'woon is zoals wij haar gewoon zijn'. 

En als u dat inziet, dan heeft u vanavond al de eerste stap gezet om Nederlands tweede grote filosoof te worden.

(Hoeveel leerlingen dan tenslotte voor ons vak kiezen blijft elke keer weer afwachten.) [2]

-----

[1] Vrij naar Wittgenstein: de filosoof vecht tegen de beheksing van ons verstand. (Mooie term is dat: de beheksing...)

[2] De overtuiging dat filosofie vaag is, krijg je er niet uit. De boodschapper krijgt de schuld. De mensen zijn er absoluut van overtuigd dat het boerenverstand onfeilbaar is. Als je rationeel aantoont dat de wereld vreemd is, en dat antwoorden niet eenvoudig te vinden zijn, dan is de boodschapper 'vaag', maar het ongefundeeerde boerenverstand 'realistisch'. Het is de omgekeerde wereld.

dinsdag 6 oktober 2026

Hoop

Ik heb -met gewone natuurlijke middelen- laten zien dat onze (rationele) denkwijze beperkt is en dat wij in een werkelijkheid leven die ons begrip te boven gaat.[1]

We beschikken niet over een denk-apparaat waarmee we de werkelijkheid stelselmatig -naar haar structuur- in kaart kunnen brengen. Nogmaals, dat is ook precies wat je moet verwachten als je Darwins inzichten serieus neemt.

Daarmee is het algemene uitgangspunt van religie, namelijk het welbekende 'er is meer tussen hemel en aarde dan wij vermoeden (...) of kunnen dromen', filosofisch gerechtvaardigd.  

Vanzelfsprekend verplicht dit mensen tot niets. Je kunt evengoed een misotheïst zijn in een transcendente/religieuze werkelijkheid.[2]

Maar voor de dromers onder ons, de mensen die niet kunnen leven met de mate van onrecht op aarde, biedt dit inzicht hoop: immers, als de werkelijkheid bijvoorbeeld een 'iets' herbergt dat absoluut Zelfstandig is (een 'substantie' is de technische filosofische term), dan ben je geen dwaas (het is niet tegen beter weten in) als je hoopt op 'meer' dan dit ene leven te bieden heeft.

(deze tekst is op 6-10-26 gecontroleerd met pangram en blijkt volledig geschreven te zijn door een: mens; dat moet dan wel een dom mens zijn: met ai kun je denken en schrijven uitbesteden en gemakkelijk voorwenden dat je beter op de hoogte bent dan feitelijk het geval is: waarom zou je dan nog zelf een tekst schrijven; een tekst geschreven door een mens?: dat lijkt me geen aanbeveling, liever/beter schrijven we aan elkaar boodschappen geproduceerd door een machine... is het niet?)

-----

[1] Wie het naturalisme ernstig neemt kan religie niet afwijzen als een dwaasheid.

[2] De vraag is overigens niet welke religie 'waar' is, maar welke religie(s) bruikbaar is/zijn gegeven onze existentiële noden.

maandag 5 oktober 2026

Biologische logica (1.5)

Wanneer heeft de evolutie besloten dat dieren een logisch opererend verstand nodig hebben? Ergens tijdens het ediacarium of het pre-cambrium: organismen kregen in die periode spierweefsel, zenuwweefsel en hun lichaam kreeg een bilaterale vorm (=een voor en achterkant).

De Hydra, een zogenaamd neteldiertje (Cnidaria), is uitgerust met drie zenuwnetten én met weefsel dat kan samentrekken. Dit bewegingsapparaat stelt het diertje in staat om zich langer te maken, korter te maken en zich te buigen. Zo kan het beestje een bescheiden aantal handelingen uitvoeren (zoals lopen, zwemmen, jagen). Maar... het zal deze handelingen slechts één voor één kunnen uitvoeren.

Zodra een dier een voorraadje handelingen heeft moet ze (dus) kiezen. Het lichaam is een object met alle beperkingen van dien. De logica van het lichaam is simpel: een lichaam kan slechts op één plaats tegelijk zijn, het kan zich langs slechts één baan verplaatsen en twee lichamen kunnen niet op één plaats zijn. Een waarheid als een koe. Deze simpele eigenschappen bepalen de logica/grondslag van het handelen.

In het wormpje C.elegans zie je dat 'de logica van het lichaam' de organisatie van het diertje volledig bepaald heeft. Ze heeft een repertoire van 'mogelijke handelingen' en ze kan deze handelingen rangschikken. Zo bepaalt ze welke handeling moet worden uitgevoerd. Haar commandoneuronen opereren strikt logisch: ze activeren het enige juiste programma en de-activeren alle andere programma's. 

Gegeven de verschillende programma's en gegeven de rangorde, kan ze besluiten om programma p wel óf niet uit te voeren.

Naarmate dieren over een groter repertoire van handelingen kunnen beschikken wordt 'de logica van het lichaam' steeds belangrijker. Organismen die afhankelijk zijn van de juiste handeling -liefst onmiddellijk en razendsnel uitgevoerd- zullen kansloos zijn als ze van de lichaamslogica die aan het handelen ten gronslag ligt niet het belangrijkste beginsel maken waar ze over beschikken.

Ook de mens is een bivalent handelend (motiel) dier. Ons repertoire aan mogelijke handelingen is zelfs enorm (wij kunnen nieuwe handelingen leren en we kunnen plannen/handelingen in gedachten ontwerpen). Het is dan ook geen wonder dat de blok-logica, die de grondslagen van het handelen bepaalt, stevig in ons verstand verankerd is (vermoedelijk in de basale ganglia).

De logische wetten hebben, zoals de alwetende medemens graag opmerkt, betrekking op eigenschappen van de wereld- maar dan wel op een paar contingente eigenschappen die fysisch gezien nauwelijks van belang zijn. 

Ons beeld van de werkelijkheid wordt voornamelijk bepaald én vertekend door deze relatief onbelangrijke kenmerken. Dát is nu wat biologen bedoelen met een 'niche'.

Onze 'klassieke voorstelling van de werkelijkheid' is van eigen makelijk, een voorstelling voor eigen gebruik. Met de 'ware' voorstelling van zaken -complicatie: als de werkelijkheid niet logisch is, bestaat er geen ware voorstelling van zaken- heeft zij niets te maken.

zondag 4 oktober 2026

De lijn der verwachting

Het is van tweeën één: ofwel de wereld stemt overeen met hoe wij haar concipiëren ofwel de wereld stemt niet overeen met hoe wij haar concipiëren.

De meest algemene eigenschappen van ons wereldbeeld worden beschreven door logische wetten. Als deze wetten de wereld niet juist of volledig weergeven, dan weten we dat de werkelijkheid 'voorbij onze logische perceptie' geen orde/structuur heeft. 

Of, wat op hetzelfde neerkomt: dan weten we dat de werkelijkheid geen orde/structuur heeft die voor ons begrijpelijk is.

Daaruit volgt dat niets onmogelijk is (er is geen structuur die de werkelijkheid beperkt). Merk op dat zo ook het verschil tussen mogelijke werelden en de actuele wereld vervalt.

Wie kan het bestaan van een transcendente dimensie/persoon/toestand (leegte) ontkennen? De wereld is vreemder dan wij kunnen bevroeden- en dat ligt in de lijn der verwachting (gegeven de evolutie van de mens).

zaterdag 3 oktober 2026

Luide stemmen

In de filosofie van de logica 'hoor' je een paar luide stemmen en een groot aantal minder luide stemmen.

De luide stemmen zijn onder andere van Williamson, Sher, Russell (Gillian), Maddy, Priest en van de grote logici/filosofen uit het verleden (denk aan Dummett, Wittgenstein, Russell (Bertrand), Frege, enz.) [1]

Vrijwel al deze filosofen zijn het over één ding met elkaar eens: de klassieke logica is, gegeven de wiskundige en natuurkundige puzzels van het ogenblik, niet rijk/krachtig genoeg. Je krijgt niet alle problemen keurig uitgerekend door ze in een klassiek jasje te persen.

De naturalistische filosofie van Penelope Maddy heeft, naar ik geloof, de beste papieren.

Zij stelt dat onze klassieke logica een soort rudimentaire logica is die uitstekend past bij ons wereldbeeld. Ons wereldbeeld is een zogenaamde kf-wereld (kant-frege: het is een wereld van objecten die welbepaalde eigenschappen hebben en onderlinge relaties). Hoe onze wereld is, is natuurlijk contingent. Ze had anders kunnen zijn.

Maddy gelooft dat onze denkwijze sterk bepaald werd door de eigenschappen van objecten. Vanzelfsprekend, want wij bewegen ons in een wereld van objecten. Markante eigenschappen van objecten zijn (1) twee objecten kunnen niet op één en dezelfde plaats zijn; (2) één object kan niet op twee/meer plaatsen zijn; (3) één object verplaatst zich langs één gesloten/ononderbroken traject.

Uit onderzoek blijkt dat peuters, ook al spreken ze nog geen taal, de logica van objecten uitstekend begrijpen. Dat is niet verwonderlijk, want de mens is een object dat zich in een wereld van objecten moet handhaven (sommige objecten lokken je in de val en eten je op; je moet de objecten in je omgeving daarom goed in de gaten hebben).

Uiteraard is een 'object-logica' niet compleet. Je hoeft geen fysicus te zijn om te begrijpen dat de werkelijkheid niet alleen uit stenen, blokken hout, marmeren tegels, bergmassieven en tal van andere lichamen bestaat.

De filosoof -de logicus heeft dit probleem niet, uiteraard- moet nu proberen te begrijpen wat het wil zeggen dat onze denkwijze beperkt is. Maddy stelt voor om alle 'sorites-paradoxen' op te lossen door idealisatie. Ze verantwoordt zich door er op te wijzen dat fysici dat ook doen. Je kunt niet precies berekenen wat gas doet, maar je kunt de expansie van gas wel berekenen aan de hand van een ideaal model. Williamson lost het probleem epistemologisch op. Het is volgens hem zo dat de puzzels een klassieke oplossing hebben, maar wij weten (nog) niet voldoende om deze oplossing te geven.

Geen van de beide oplossingen is bevredigend. Maddy's voorstel heeft niet geleid tot een beter begrip -laat staan dat het de oplossing heeft geleverd- van de puzzels; Williamsons oplossing is 'overspannen': want hoe weet hij dat de wereld klassiek is?

Een evolutionaire verklaring -Maddy is daar niet afkerig van, ze is van mening dat we onze logische denkwijze het best evolutionair kunnen verklaren- maakt precies dit begrijpelijk: namelijk dat wij de werkelijkheid met onze (beperkte) denkwijze niet kúnnen begrijpen, zoals wij met onze beperkte 'bestaanswijze' ook niet onder water kunnen leven. In het diepe water is geen zuurstof, buiten onze kf-wereld is geen (voor ons begrijpelijke) structuur.

Uiteindelijk wint Darwin het ook van de logici.

-----

[1] Frege en Russell horen wel in dit rijtje thuis. Russell is immers zelf de persoon geweest in wiens handen het logicisme is gestorven? En de reactie van Frege was enorm: hij heeft zelfs zijn logische geschriften uit de omloop willen nemen nadat Russell hem op de hoogte had gebracht van de paradox (barbers-paradox) in het systeem. Het logicisme is eigenlijk nooit tot bloei gekomen.

zaterdag 19 september 2026

Spreuk

Als onze ethische aantijgingen jegens God (die kinderen kanker geeft!) het volle gewicht in de schaal leggen, dan mogen wij de Schepper wel eeuwig dankbaar zijn dat hij ons met moraal begiftigd heeft.

(Maar als je niet gelooft of afzijdig staat in het geloof, dan kun je het de schepper natuurlijk niet euvel duiden dat hij een kwaadaardige wereld heeft geschapen: hoe kun je nu iemand verwijten maken die niet bestaat- en, bij nader inzien, als de werkelijkheid niet geschapen is [intentioneel], hoe kan zij dan kwaadaardig of goedaardig zijn?).

woensdag 16 september 2026

M&¬M's no.3 [noot 4 toegevoegd]

We beschikken over de klassieke (exclusieve) binaire logica. In de KL is iets 'm' (=mogelijk) of '¬m' (niet mogelijk). We hebben dus twee 'modale boxen'.

Als KL universeel is dan kunnen we elk 'ding' in de m-box of in de ¬m-box doen.

Nu blijkt KL -tot onze ontsteltenis- niet universeel te zijn: er zijn 'dingen' die we niet (exclusief) ofwel in de m-box ofwel in de ¬m-box kunnen doen.

Hoe is dat mogelijk?

Wel, volgens onze logische denkwijze -hebben we een andere denkwijze?- betekent dit dat er ook niet-klassieke logische structuren zijn. Onze eigen klassieke (vertrouwde) manier van denken zegt ons om welke niet-klassieke structuren het gaat: de twee 'onmogelijke structuren' zijn de contradictie en de anadictie (respectievelijk de negatie van de wet van non-contradictie en de negatie van de wet van het uitgesloten derde) [4]

We moeten de werkelijkheid klaarblijkelijk uitbreiden met een m&¬m-box en een m~¬m-box (waarbij de tilde het voegwoord 'noch' weergeeft).

In de werkelijkheid, zo oneindig groot en complex als ze mag zijn, komen [dus] 'dingen' voor met een m&¬m structuur. 

Laten we veronderstellen dat God zo'n 'ding' met een m&¬m structuur is. Laten we dit 'ding' oormerken: God is: m&¬m nr 3 (m&¬m[3]). 

Vervolgens stellen we de volgende, zo op het oog tamelijk onschuldige vraag: bestaat 'm&¬m[3]' echt?

Om er dan achter te komen dat de vraag niet onschuldig is: ze vereist dat we subtiel redeneren. Het probleem is dat we door de logica te verrijken met een deviante logische vorm ons beeld van de werkelijkheid fundamenteel veranderd hebben.

Dit betekent dat termen als 'echt', 'bestaan', 'mogelijk' enz. een andere betekenis hebben.

We moeten vermijden dat we dezelfde fout maken als de baron die op de gastenlijst van zijn eigen begrafenis wilde staan. Hij zag over het hoofd dat de persoon die begraven wordt de begrafenis niet als gast kan bijwonen. 

Of, om een ander voorbeeld te noemen: we maken dezelfde fout als iemand die vraagt waar en wanneer tijd en ruimte ontstaan zijn: voordat tijd en ruimte ontstonden was er noch tijd noch ruimte en verliezen termen als waar en wanneer hun betekenis. 

Als je nadenkt over de vraag of 'm&¬m[3]' echt of niet-echt bestaat mag je niet over het hoofd zien dat klassieke logische categorieën niet gelden in een werkelijkheid met een deviante structuur. 

God, oftewel 'm&¬m[3]', maakt logisch gezien deel uit van de werkelijkheid, want de 'nieuwe' structuur van de werkelijkheid is deviant. De deviante logische structuur is 'open'. Je beschikt met de introductie van de deviante logische structuur niet over de klassieke modaal-logische (structurele) middelen om God (m&¬m[3]) uit te sluiten van de werkelijkheid.

Zou iemand zeggen "maar als God (in casu: m&¬m[3]) mogelijk bestaat, dan weet je nog niet of hij echt bestaat!", dan is hij te vergelijken met de baron, die vergeet zichzelf te verplaatsen in de nieuwe omstandigheden. 

Het is niet zinnig om in een deviante werkelijkheid te vragen of een deviant 'ding' echt bestaat. Het klassieke verschil tussen 'wel echt' en 'niet echt' vervalt; sterker nog, het is niet mogelijk om ontologisch onderscheid te maken tussen de vele verschillende 'mogelijke' werelden: elke wereld is even echt of onecht of echt & onecht- whatever...).

Daarom is het juist om te zeggen: we kunnen m&¬m[3] niet van de (deviante) werkelijkheid uitsluiten [2] [3][4].

---------

[1] De twee klassieke wetten pikken precies één wereld uit de verzameling mogelijke werelden. Deze ene wereld is dan de echte of 'ware' wereld. Werk je echter in een werkelijkheid waarin deze wetten niet gelden -ze zijn vervangen door deviante wetten- dan ben je niet langer in staat om de grenzen van de 'mogelijke' en 'onmogelijke' werelden aan te geven of de 'ware' en 'echte' wereld te onderscheiden van de 'onware' en 'onechte' werelden.

[2] Het heeft weinig zin om nu tal van zaken te 'promoveren' tot deviante 'dingen'. God komt echter beter tot zijn recht als Hij deviant is (en hij komt niet tot zijn recht als je Hem beschrijft als een rationeel/klassiek persoon/kracht). Een deviante God kan waarlijk Zelfstandig zijn, een rationeel/klassieke God kan dat niet.

[3] Merk op: de klassieke modale logica eist niet dat je bewijst of weerlegt dat x bestaat. Je hoeft alleen maar het verschil aan te geven tussen wat wel en niet mogelijk is. In de klassieke logica is dat scherp te bepalen en dat maakt deze logica zo aantrekkelijk en fundamenteel (voor filosofen). Als het klassieke onderscheid tussen mogelijk en onmogelijk vervalt is alles mogelijk en kun je niets uitsluiten. Vanzelfsprekend vervalt dan ook het verschil tussen de actuele wereld en alle mogelijke werelden. Over het bestaan van God hoef je je dan geen zorgen te maken. Een praktisch probleem is dat wij niet kunnen werken/denken in een dergelijke 'volstrekt open' werkelijkheid. Het heeft eenvoudigweg geen zin om onnavolgbare, deviante theorieen op te stellen. Je kunt het vergelijken met de uitvinding van het vliegtuig: de ontdekking dat machines op eigen kracht kunnen vliegen wil nog niet zeggen dat wij op eigen kracht -wapperen met de armen- kunnen vliegen. Wij bezien de 'open, deviante' werkelijkheid met onze 'gesloten, klassieke' blik.

[4] De twee klassieke wetten -die ook betekenis hebben buiten een model (dit is niet onbelangrijk)- dwingen je om conflicten te vermijden door uitgesproken keuzes te maken. Voorbeeld: ik wil nu zowel naar Andrea in Arnhem als naar Bea in Breda. Ik kan dit conflict -mijn lichaam, een klassiek object, kan slechts op één plaats tegelijk zijn- alleen oplossen door ofwel naar Andrea ofwel niet naar Andrea te gaan. Mijn hersenen werken op dit niveau simpel en effectief. En dat is maar goed ook, want zonder deze elementaire 'denk-structuur' zou je niet eens kunnen opstaan uit je stoel. Als je nu deze twee wetten ontkent, dan heb je een recept voor (grote) moeilijkheden. Dan geeft je brein je de volgende opdracht: ga naar Andrea en niet naar Andrea. Maar je hebt geen idee hoe je dit inzicht moet uitvoeren. Daar sta je dan met je 'absurde' brein in de grote gevaarlijke wereld: je poogt in je wanhoop met het ene been naar Arnhem te stappen en met je andere been niet naar Arnhem te stappen. Het moet hoogst komisch zijn om absurde (onlogische) mensen bezig te zien. Ze krijgen zelfs de minste opdracht niet voltooid. Hoe kun je noch een brood noch geen brood kopen? Wie het mij kan voordoen -film jezelf terwijl je 'onlogsich' noch naar de AH gaat noch niet naar de AH gaat- krijgt de dagprijs: de wel en geen trofee. Nee, goede mensen: prijs jezelf gelukkig dat je brein snapt dat je een object bent en dat je neuronen zich eerst en vooral richten op hun eigenlijke taak, het verplaatsen [de beweegbaarheid] van je lichaam.