maandag 13 april 2026

Kwain en de keeper

Als je snel wilt weten hoe goed iemand is ingevoerd in de filosofie, dan moet je hem, zo tussen neus en lippen door, eens wat vragen stellen over Quine: beslist één van de belangrijkste filosofen van de vorige eeuw.

De kans is groot echter dat je gesprekspartner de vragen over Quine niet naar behoren kan beantwoorden.

Eén van de meest ingenieuze lezingen over het belang van de basiswetten is van zijn hand.

Quine beredeneerde dat het onderscheid tussen analytische en synthetische oordelen niet te verdedigen is. Het onderscheid tussen logische en empirische (noodzakelijk en contingent) oordelen is kunstmatig. Al onze oordelen (overtuigingen, inzichten, meningen, 'proposities') worden op één en dezelfde manier gerechtvaardigd. 

[Iets technischer gezegd: men meende dat logische en wiskundige beweringen 'a priori' worden gerechtvaardigd en empirische (psychologische en feitelijke) oordelen 'a posteriori'. Volgens Quine echter wordt de geloofwaardigheid van de gehele theorie, dat wil zeggen: het weefsel van alle overtuigingen, in de praktijk (dat is 'a posteriori') op de proef gesteld].

Hoe rechtvaardig je je oordelen volgens Quine? Wel, je maakt van je overtuigingen een samenhangend verhaal. Je verhaal is een amalgaam van logische, theoretische en praktische overtuigingen: je plakt al deze oordelen van verschillende kwaliteit zo aan elkaar dat het geheel voor jou acceptabel/bruikbaar is.

Vergelijk het met voetbal. Hoe stelt een trainer zijn beste elftal samen? Door de beste verdedigers, de beste middenvelders en de beste aanvallers in het veld te brengen. Het is echter niet noodzakelijk om verdedigers, aanvallers en middenvelders strikt gescheiden taken en opdrachten te geven: een aanvaller kan ook meeverdedigen en een middenvelder of verdediger kan ook aanvallen. De trainer zoekt naar de beste ballans in het elftal.

Hoe ontdek je wat de beste ballans is: wel, de elf spelers plus de speelwijze die de test -de wedstrijden- goed doorstaat.

De trainer kan experimenteren: hij zou de aanvallers eens in de verdediging kunnen zetten en de verdedigers op het middenveld en de middenvelders in de aanval. De kans is groot echter dat hij dan wedstrijden verliest. De 'test' zal uitwijzen hoe verstandig het is om het elftal 'om te gooien'.

De trainer zou zelfs eens kunnen proberen om zonder keeper te spelen. Wellicht dat een troep van elf woest aanvallende spelers de tegenstander kan overrompelen. De kans dat hij dan wedstrijden verliest is echter groot: zelfs de minste tegenstanders weten wel raad met een leeg doel. Het is dus niet verboden om zonder keeper aan te treden, maar deze ingreep is te riskant: geen elftal zal zonder keeper spelen.

Je spits kun je wel vervangen door een verdediger: als je een voorsprong wilt verdedigen is dat misschien verstandig. 

Op soortgelijke manier denkt Quine over theorieën. Je mag alle overtuigingen in een theorie veranderen. Je mag de logische wetten wegsnijden, je mag onze ideeën over de zwaartekracht in de wind slaan, je mag het bestaan van de Olympische goden invoeren, zolang je 'verhaal' maar niet in de problemen komt. 

[Iets technischer gezegd: dit is de beroemde Quine-Duhem stelling: je kunt een theorie uitsluitend als 'volledig verhaal' testen- daarom kun je een theorie nooit weerleggen: iemand kan zijn ideeën altijd aanpassen: dat de wedstrijd verloren is lag aan de scheidsrechter, aan de VAR, aan de afwezigheid van de sterspeler, aan de keeper die zijn dag niet had, enz. Het elftal als geheel blijft een goed team- de trainer ziet geen noodzaak om drastische maatregelen te nemen na het verlies.]

Waarom staan nu de twee basiswetten van de logica nog steeds in elke fysische theorie? Om de eenvoudige reden dat je 'de wedstrijd' geheid verliest als je de basiswetten weglaat. Zoals je ook geheid verliest als je geen keeper opstelt. We weten niet of deze wetten 'absoluut' waar zijn, we weten niet of ze door 'God' zijn ingesteld, we weten niet of ze 'neurologisch' noodzakelijk zijn, maar we weten wel dat we cognitief in de problemen raken als we onze verhalen over de werkelijkheid niet logisch ordenen.

Een trainer die een sterk elftal heeft is dwaas als hij dit elftal volledig 'omgooit'. Hij zou uitsluitend de speler die een blessure heeft moeten vervangen. Quine geeft soortgelijke raad aan wetenschappers: het principe van 'minimal mutilation' zegt dat je een verhaal, als dit niet volledig geloofwaardig is, zo zuinig mogelijk moeten aanpassen. Het principe van MM verklaart ook waarom we de basiswetten opnemen in onze theorieën: wie ze weglaat moet zoeken naar een geheel nieuwe grondslag voor zijn verhaal.

De ideeën van Quine zijn de aanleiding geweest in de filosofie van de logica om de logische wetten op een volstrekt nieuwe manier te bekijken (het huidige debat tussen de 'exceptionalisten en anti-exceptionalisten' is de vrucht van Quine's werk: ik zal hier in een eventuele volgende bijdrage wel eens over berichten). Als we daar dan ook bij optellen dat Quine de 'godfather' is van het naturalisme, vandaag de dag de meest invloedrijke stroming in de epistemologie, dan zie je vermoedelijk wel in waarom zijn werk -onder filosofen- hoog in aanzien staat.

----

Helaas zijn er geen goede Nederlandstalige inleidingen over het werk van Quine. Het werk van Quine wordt eenvoudigweg niet gemakkelijk begrepen. Hij komt ook niet voor in de schoolboeken- terwijl zijn werk niet van minder belang is (vermoedelijk zelfs van groter belang) dan dat van Kuhn en Popper (het werk van Popper is deels achterhaald).

Geen opmerkingen: