vrijdag 24 april 2026

Aleman, A., De Ziel van het Brein(1.0)

Steeds als ik in de spiegel kijk zie ik hetzelfde gezicht. Het is een gezicht van huid, vlees, been en bloed (=rode koontjes). Het is niet anders. Schijnbaar ben ik geen doorschijnend wezen.  Zo heeft God mij 'geschapen'. Ik ben een stoffelijk dier.

Nogal wat mensen vinden het niet prettig dat ze 'stoffelijk' zijn. Ik vraag me af waarom dat zo is: wat is er mis met het feit dat de wereld stoffelijk is? Het maakt haar niet minder mysterieus, niet minder ondoorgrondelijk, raadselachtig. Zou je de stoffelijke wereld inruilen voor een onstoffelijke wereld, dan zou de aard van het 'geheel' evenmin begrijpelijk zijn: ook het bestaan van een onstoffelijke werkelijkheid zou precies zo mysterieus en raadselachtig zijn als ze nu is. Bovendien zou je misschien ook uitgekeken raken -geborneerd- op je onstoffelijke presentie (en van lieverlee verlangen naar een stoffelijke wereld).

Het is niet de stoffelijke aard van de werkelijkheid die haar 'onttovert'. Het probleem is de 'filosofie' van de mens: hij heeft de overtuiging dat hij een stoffelijke wereld volledig kan doorgronden. Het is het dedain voor 'het wonder van het bestaan'. Waar de overtuiging dat heel de wereld kan worden beschreven en begrepen op stoelt is mij niet duidelijk. Want de meest zekere wetten waar hij over beschikt [Aristoteles, Metafysica, boek 'gamma'], blijken bij nader inzien helemaal zo zeker niet te zijn. Daarmee komt heel het onderzoeksprogramma van de mens op losse schroeven te staan. 

Deze lange inleiding is nodig om het boek van Aleman te verdedigen. In deze stoffelijke wereld treffen we ons zelf aan met een grote bundel zenuwweefsel in onze schedel, 'de zetel van de ziel'. Het brein van de mens is een uitermate vreemde machine: enerzijds zijn wij ons brein, anderzijds zijn onze gedachten door hun inhoud 'losgezongen' van de duizenden vonken en chemische regens waarmee immense aantallen neuronen elkaar voortdurend bestoken. Niemand op aarde begrijpt de werking van de hersenen. Ze zijn stoffelijk, dat wel: je kunt -als keek je naar de wolkenhemel- zien waar het bliksemt en dondert. Maar daar houdt het dan ook mee op.

Begrijpen hoe de hersenen werken is niet aan de orde. Zou het kunnen dat de hersenen een bepaalde, onbekende 'grondstof' verwerken, namelijk semantische 'velden', 'eenheden', 'betekenissen'? Of ontvangen de hersenen een bepaald signaal, zoals een rekenmachine het wifi signaal ontvangt? Ach, het heeft vooralsnog weinig zin om hier over te speculeren (te ontdekken hoe de hersenen werken vereist voorlopig dat neuropsychologen de hersenen nauwkeurig in kaart brengen). Feit is dat ik, aan de 'gebruikerskant', op zinvolle wijze kan profiteren van het werk dat de hersenen verrichten. 

Aleman heeft zeker oog voor de diepzinnige vraagstukken die het brein omgeven. In het tweede hoofdstuk bespreekt hij de vele problemen en hoofdbrekens die het de breinen van filosofen kost om te begrijpen hoe de gebruiker -jij- op een zekere vertrouwde, vrije wijze gebruik kan maken van het brein. Hoe is het mogelijk dat ik de machine die ik ben -en aan welks werking ik in zekere zin onderworpen ben- kan gebruiken zoals ik het wil en op een wijze die recht doet aan mijn verlangens en wensen? Zodat ik over de machine waaraan ik onderworpen ben tegelijkertijd heer en meester ben? 

Je kunt Aleman echt niet verwijten dat hij als een 'harde wetenschapper' spreekt over ziel, psyche en brein. Hij bespreekt de filosofische raadselen die het brein omgeven in het tweede hoofdstuk. Het is wel jammer dat de bespreking van de filosofische opvattingen nogal 'vluchtig' is. Hij stipt de zienswijzen op ziel, psyche en brein slechts aan. Nu ontgaat het een lezer misschien hoe raadselachtig de verhouding tussen ziel, psyche en brein is. De conceptuele ruimte tussen ziel, psyche en brein is groot genoeg om recht te doen religieuze overtuigingen. Aleman zelf verdedigt een 'genuanceerde vorm' van dualisme, het zogenaamde 'twee-aspecten monisme' (het brein is één orgaan (=monisme) dat zowel machinaal als persoonlijk (ervaring) kan worden begrepen en beschreven). Ook dit is natuurlijk een mysterieuze constructie (denk er maar eens diep over na).

De bedoeling van het boek is om ons een overzicht te geven van een specialisme in de neurologie, namelijk die van de 'neuropsychologie van religie en spiritualiteit'. Aleman kwijt zich op een uiterst doelmatige en zakelijke wijze van zijn taak. Ik vind persoonlijk dat hij een prettige, zakelijke 'pen' heeft. Wie op de hoogte wil zijn van het 'neuro-religieuze' onderzoek heeft precies dit boek nodig. 

Inhoudelijk is het vakgebied zeer interessant. Zijn gelovige mensen bijvoorbeeld minder rationeel dan hun ongelovige tegenhangers? Nee, niet persé (zie: h3).

Is je brein actief bij spirituele ervaringen (hopelijk wel: en ook je hart klopt nog en ook je nieren en longen staken hun werking niet)? Jazeker. Aleman schrijft dat volgens Newberg zelfs 'het menselijk brein biologisch geprogrammeerd [is] om betekenis te zoeken en creëren, inclusief religieuze of spirituele overtuigingen. Dit bewijst of ontkracht de waarheid van religie niet, maar het suggereert dat geloofssystemen op natuurlijke wijze kunnen voortkomen uit de manier waarop hersenen functioneren'. [Ik kwam een soortgelijk inzicht tegen in het zojuist verschenen boek van Paul Goldsmith, The evolving brain: ons brein is van nature 'empathisch'].

Ik weet dat sommige mensen afknappen op het feit dat een 'louter mentaal' proces een neurologisch correlaat heeft. Een dergelijke reactie zegt echter meer, vermoedelijk, over onze  vooroordelen ten aanzien van wetenschap en van de 'stoffelijke wereld', dan over de waarde van de spirituele ervaring. Een ervaring is net zo 'echt' -zeker in modale zin: de ervaringen die je hebt zijn 'mogelijk': dus maken ze deel uit van de werkelijkheid- als de neuronen die haar bewerkstelligen.

Nogmaals, het doet er niet toe of de wereld stoffelijk of niet stoffelijk is. Dát is het punt niet als we ons buigen over religie en zingeving. Het punt is dat het een groot, onbevattelijk wonder is dat de werkelijkheid bestaat: de werkelijkheid is ondoorgrondelijk. Het feit dat je op aarde bent en je 'binnen-in' voortdurend kunt onderdompelen in een bad van kleuren en geluiden en tal van andere ervaringen, dát is opmerkelijk. Wat is er gewoon of ordinair aan dit brein dat iemand zich genoodzaakt ziet om de stoffelijke aard van de werkelijkheid te ontkennen (idealisme is de logische negatie van de stoffelijke wereld). Bovendien: wat zou een mens opschieten met de ontkenning van de stoffelijke aard van de wereld?

Is het gezond om religieus te zijn? Jazeker! (Zie: h7). Zingeving kan een krachtig medicijn zijn (dit onderwerp was voor mij de 'trigger' om dit (e-)boek te kopen: mijn leerlingen hebben zo'n sterke behoefte aan zingeving, aan een verhaal dat iets verder reikt dan 'de mens kan de wereld samenvatten in een 'toe' van ongeveer vier, elegante formules'.) 

Je kunt, onder andere op grond van neurologisch onderzoek, een pleidooi houden voor het inzicht dat de mens van nature een ethisch dier is, dat 'ontworpen' is om te handelen (zoals een divi-divi boompje in de tropen is gaan staan naar de passaatwind, zo is onze 'constitutie' gaan staan naar de 'plicht' om sociaal/ethisch te handelen: aan alle voorwaarden daartoe is voldaan- en als je een ethisch leven kunt leiden, dan heeft je leven zin). Neurotheologie laat zien dat hersenonderzoek zeker niet uitvalt in het voordeel van de atheïst.

Al met al ben ik zeer te spreken over dit boek. Het is helder geschreven -met als enige bezwaar dat Alemans weergave van zienswijzen hier en daar misschien wel erg beknopt is- en het biedt je de nodige aanknopingspunten om je verder te verdiepen in een van de besproken onderwerpen. Met andere woorden: je bent op een zeer toegankelijke én onderhoudende manier wegwijs gemaakt in de neurotheologie. 

Persoonlijk heb ik mij niet gestoord aan de vaktermen die Aleman gebruikt: zo schrijven eigenlijk alle neurologen (het probleem is dat neuropsychologen wel kunnen zeggen welke kernen en gebieden actief zijn bij bepaalde ervaringen en handelingen, maar dat ze niet in detail begrijpen hoe de machinerie precies werkt: dat is niet de schuld van Aleman, zo is momenteel de stand van zaken in dit vakgebied). 

Je zult echter wel wat moeten sleutelen aan je vooroordelen ten aanzien van onze stoffelijke wereld als je waardering voor het werk van neuropsychologen wilt kunnen opbrengen. Je bent je brein én je hebt je brein. Waarom zou je dat ontkennen?

---------------------------

Aleman, A, De ziel van het brein, (een neurowetenschappelijke zoektocht naar spiritualiteit), Kok (Utrecht), €22,- (eboek: €15,-).

Let op: het boek bevat een flap waarop je de bouw van de hersenen -en zodoende ook de vaktermen die Aleman gebruikt- kunt nakijken. Het eboek is daarin zo handig niet. Daarentegen is het gedrukte boek van een waardeloze kwaliteit: zelfs het papier van een kladblokje is kwalitatief nog beter. 

Voor een kritische recensie -wellicht vind je die van mij te rooskleurig- zie: Smedes, Taede (met wat googlen vind je zijn recensie wel).

Overigens bevielen mij alle boeken die Aleman schreef uitstekend, waaronder 'het seniorenbrein' en 'hersenspinsels' (van het seniorenbrein is onlangs een nieuwe editie uitgebracht met een lelijk omslag: jammer, ik vond het omslag van de eerste editie erg mooi; bovendien is er tekst toegevoegd: dat vind ik 'gemeen', want nu is mijn eerste editie opeens 'onvolledig'.)

Geen opmerkingen: