zaterdag 7 maart 2026

Dooremalen & de Regt: Metaforen (1.5)

De boeken van Dooremalen en de Regt zijn uitstekend leesbaar. Ze schreven eerder 'Het Snapgevoel' en 'Wat een onzin!'. Ze hebben in ons schoolboek "Durf te Denken" het hoofdstuk geschreven over kennisleer, dat -dit geldt ook voor het hoofdstuk 'Wetenschapsfilosofie', geschreven door Maarten Boudry- het predikaat 'uitmuntend' verdient (een schoolboek moet beoordeeld worden in eenheden die het schoolwezen eigen is). 

Ik zou het persoonlijk geen bezwaar vinden als Dooremalen & de Regt elke maand een boek publiceren. Het heeft nu tamelijk lang geduurd voordat ze weer een boek voor een wat groter publiek schreven. 

D&R (vanaf nu DR, alsof het één auteur is) zijn aanhangers van een stroming die ze zelf aanduiden met de term 'genaturaliseerde epistemologie' (persoonlijk vind ik 'natuurlijke kennisleer' of 'natuurlijke filosofie' wat eleganter/lichtvoetiger klinken). Naturalisten zijn filosofen die vinden dat met name wetenschap de leverancier is van betrouwbare kennis. De taak van de filosofie is om de vragen die (nog) niet wetenschappelijk 'behandeld' zijn zo te ontleden en beschrijven dat deze in principe passen bij het grote wetenschappelijke verhaal. Zo is het, gegeven het 'wetenschappelijk verhaal', onwaarschijnlijk dat de mens een onstoffelijke geest heeft. De naturalist beschrijft de geest dus als een product van het brein.

In hun nieuwe boek analyseert DR ons taalgebruik, met name de wijze waarop wij 'in metaforen denken'. Volgens DR heeft de mens sterk de neiging om haar gedachten te verrijken met metaforen en vergelijkingen, maar is zij -de mens- zich hier niet bewust van (ze verwijzen voor hun inzichten over metaforen naar het werk van Lakoff en Johnsen). 

Het verschil tussen een metafoor en een vergelijking is subtiel. 'Tijd is geld' (tijd = geld) is een metafoor, 'tijd is als geld' is een vergelijking (analogie). 

Het probleem is nu dat metaforen altijd onwaar zijn. Immers, het is onjuist dat tijd geld is? Nooit staat er op een prijskaartje 'dit boek kost 24,99 minuten' (alhoewel mensen voor een misstap betalen met hun vrijheid/levensduur). 

Wat moeten we nu aanvangen met metaforen? We willen enerzijds niet aan onwaarheden geloven, anderzijds geven metaforen ons nieuwe inzichten. DR pleit voor het volgende: we moeten inzien dat metaforen, net als vuurwerk, met inzicht, overleg en beleid moeten worden gebruikt. Je moet je niet laten meeslepen door een metafoor. Het gevaar van metaforen is dat we vaak niet doorhebben dat we een metafoor gebruiken.

Wie bijvoorbeeld hoort dat Rusland een schurk is, krijgt onwillekeurig (dat is niet ondenkbaar) een afkeer van elke Rus (logisch, want Rusland is een schurk). Maar weet je eenmaal dat 'Rusland = een schurk' een metafoor is -en dus een inzicht dat onjuist is-, dan zul je kunnen voorkomen dat je elke Rus voor een schurk houdt. Wie de metafoor 'ontmaskert/ontleedt' ziet in dat Rusland geen schurk is, maar een land, waarin tal van mensen wonen, die meestal Russisch spreken en schrijven; dit Russische volk heeft bovendien goede schrijvers en musici voortgebracht en klassieke dans wordt er nog zeer gewaardeerd... bovendien zijn 'gangster-rap' en 'hip-hop' geen 'muziek-stijlen' die uit Rusland komen en dat pleit sterk voor dit volk. "Rusland = een minnaar van klassieke kunst". Helaas worden de Russen geplaagd door een leider die niet vredelievend is. Het is echter misplaatst om elke bewoner van het land te bejegenen als een schurk.

Om ons te laten inzien dat metaforen strikt genomen geen 'kennis' zijn, is DR genoodzaakt om eerst uit te leggen hoe het denken in metaforen ons sterk in de greep heeft, wat kennis is, hoe onware metaforen ons denken (toch) verrijken en alle zaken die verder voor een goed begrip van de materie noodzakelijk zijn. 

DR verstrekt ons onder andere een simpel model om metaforen te analyseren. Een metafoor identificeert een bepaalde 'bron' met een 'doel' (je identificeert het concept 'schurk' met 'land', het concept 'tijd' met 'geld', het concept 'computer' met 'brein'). 

Als we deze noodzakelijke en nuttige (onderhoudende) studie hebben voltooid, komen we toe aan de hoofdvraag van dit boek: is het brein identiek aan een computer? DR geeft een subtiel antwoord op deze vraag. In ieder geval is het brein geen klassieke seriële computer. Wellicht is het brein te vergelijken met een netwerk (maar ook dan is het verstandig om oog te hebben voor de verschillen).

In de Trouw werd dit boek nogal zuinigjes besproken. Ik vind dat onterecht. DR zegt ons dat we moeten weten dat de manier waarop wij spreken -op straat, in de krant, op de radio en op de buis- doordrenkt is met metaforen en dat deze valse voorstellingen een sterke uitwerking (kunnen) hebben op ons gemoed en -dus- op ons gedrag. 

Alhoewel DR het belang van metaforen met voldoende voorbeelden illustreert, had hij zijn inzicht misschien -voor een betere reclame van het boek- met wat meer retoriek over het voetlicht kunnen brengen. Ik vrees dat het belang van de boodschap nu voor de lezer niet voldoende 'leeft'. Wellicht had hij een klein hoofdstukje kunnen invoegen waarin het 'drama' sterker belicht wordt: denk aan een evocatie over de talrijke metaforen die een akelige rol gespeeld hebben in de geschiedenis bij opstanden en moordpartijen. -Een keurige analytische analyse is voor nogal wat mensen eenvoudigweg te droog (analytische filosofie = droog beschuit). 

Het boek is voorbeeldig geschreven, dat kun je zeker overlaten aan DR, dat is zijn huisstijl. Z'n betoog is ook overtuigend. Nergens verworden de stappen opeens tot onnavolgbare 'sprongen'.

[Ik heb alleen wat moeite met de redenering die aannemelijk moet maken dat de mens van nature een dualist is (een persoon die gelooft dat zij een onstoffelijke geest heeft). Je vindt deze redenering in hfd 10. Ze gaat als volgt. We onthouden uitzonderingen in de regel goed. Normaal gesproken heeft een persoon een lichaam. Personen zonder lichamen zijn opvallend. Verhalen over personen zonder lichaam maken op ons dan ook meer indruk dan verhalen over personen met een lichaam. Fysische objecten -lichamen- hebben bovendien geen bedoelingen, terwijl mensen wel bedoelingen hebben. We ontwikkelden zo het idee dat een geest iets anders is dan een lichaam. Ik geloof deze redenering niet. Zoals gebruikelijk bij evolutionair psychologen -DR ging hier te rade bij Boyer, dat is een evolutionair psycholoog- is dit een kenmerkend voorbeeld uit de voorraad tamelijk gekunstelde verklaringen die evolutionair psychologen hebben verstrekt voor onze overtuigingen (denk aan evo-psych. verklaringen voor het geloof in goden).] 

Aan het slot van het een na laatste hoofdstuk levert DR kritiek op 4E cognitie. Jammer genoeg is deze kritiek fragmentarisch. Wat mij betreft smaakt dit naar meer. Ik zou het niet erg vinden als zijn volgende boek -en mag het dan komende maand verschijnen- de grondige wijsgerige analyse van 4E als onderwerp heeft.

Voor liefhebbers van analytische filosofie kan dit boek niet voldoende aangeprezen worden. Het kreeg nogal weinig aandacht, voor zover ik heb kunnen zien: dat vind ik zonde. DR is een uitstekende leraar. Je kunt je nauwelijks een betere wensen. Het moet voor studenten heerlijk zijn om zo'n bekwame 'uitlegger' te hebben. Gelukkig hebben wij, die niet bij hem studeren, zijn boeken. 
--------------------
Dooremalen & de Regt. METAFOREN, die ons het bos insturen, Noordboek, 2025. 

Geen opmerkingen: