vrijdag 17 juli 2026

Existentialisme 3 punt nul (versie 2.0)

In de tijd dat ik studeerde was het boekje van W (Nico) Luijpen 'Inleiding in de Existentiele Fenomenologie' erg in trek. Het moet gezegd worden dat Luijpen het existentialisme op een aansprekende manier aan de man brengt. Wat vooral in het oog springt is de romantiek van deze stroming.

De mens is subjectieve ervaring. De wereld is dan ook een wereld-voor-de-mens. De menselijke ervaring bepaalt en kleurt alles:

"Als existentie kleeft het subject vast aan de wereld, zodat ook de wereld aan het subject vastkleeft. Ik kan nooit vragen of er een wereld zonder subject bestaat, of hoedanig haar aard is, want een wereld-zonder-subject veronderstelt dat de mens de vraag-aan-de-wereld die hij zelf is, uit de wereld zou terugtrekken of dat de mens buiten die vraag om een vraag zou kunnen stellen." (Luijpen,1976, p. 51).

Je wordt bij het lezen van deze en andere passages bevangen door nostalgie. De mens maakt de wereld tot een betekenisvol domein. Of, als het Dasein een andere keus maakt, maakt de mens van de wereld juist een betekenisloze, landerige, lome opeenvolging van zinloze ogenblikken: het Dasein schept uit de vele mogelijkheden zijn eigen wereld.

Ook Heidegger die het intentionele 'zijn' van de mens in een 'wereld-van-mogelijkheden' het Dasein noemt is in feite een romanticus.

Je hart smelt bij het lezen van deze filosofische teksten. Het is de romantische kijk op de mens zoals die ook verklankt is in de muziek van Mahler, 'Oh mensch! Gib acht!, bimmbamm...' Het bestaan van de mens is een 'tragedie', we hebben de hoofdrol in ons eigen toneelstuk.

Het leven is niets minder dan een (menselijk) drama: dat is onontkoombaar zo omdat je existeert als een 'ervarend subject' (tja, dat soort voorstellingen krijg je als toneelschrijvers zich opwerpen als filosoof).

Je moet de existentialisten nageven dat ze het voor wat betreft één inzicht bij het rechte eind hadden: je bent inderdaad in staat om de wereld te ervaren. Maar of daar uit volgt dat je een 'existerend subject' bent of een 'Dasein' lijkt mij geen uitgemaakte zaak.

Psychologen -zij werken tenminste systematisch, iets wat je van de existentie-filosofen niet kunt zeggen- bezien de mens als een ingewikkelde plant die is gaan bewegen. Zodra een plant gaat bewegen, heeft zij enige tegenwoordigheid van geest nodig, anders weet ze niet hoe of wat te doen: de omgeving verandert immers voortdurend voor wie zich verplaatst. Wie vliegt of zwemt of loopt moet oppassen dat zij zich niet stoot.

Het existerende subject wordt in de huidige psychologie gereduceerd tot een handelend wezen, met een brein dat in een donker kistje van been wordt bewaard -als een mummie in de spelonken van een pyramide- waar slechts de elektrische en chemische signalen van het oog, oor, neus en tast kunnen doordringen [4]. Deze signalen worden voortdurend, routineus, vergeleken met de signalen die voordien -van jongsaf- verwerkt zijn door het brein. Als de externe signalen overeenstemmen met de interne signalen (=model van de wereld) dan merkt het subject -laten we zeggen: een grazende koe of een lezende mens- niets van dit proces. Het dier kan gewoon verder gaan met grazen. 

Uitsluitend als de externe signalen afwijken van het interne model heeft het organisme een 'tegenwoordige geest' nodig: die moet dan waakzaam zijn en bepalen of de afwijking misschien betrekking heeft op naderend gevaar: als dat het geval is moet het dier ophouden met grazen en de benen nemen.

Je kunt dit nieuwe, zakelijke (biologische) model het derde stadium van het existentialisme noemen [2]: de eerste existentialisten waren Augustinus, Kierkegaard en Nietzsche; tot de tweede generatie behoorden o.a. Heidegger, Sartre, Marcel, Jaspers (merk op: allemaal zeer evocatieve filosofen: stuk voor stuk uitmuntende schrijvers) [1]; de volgende generatie -het existentialisme 3.0- zal het romantische existentialisme herleiden tot een zakelijke, wetenschappelijke beschrijving van de 'subjectieve' mens, waarin de nadruk ligt op het feit dat de mens weinig anders is dan een onderdeel (product van) van de natuur. 

De mens is een wandelende tak, met een veel te groot brein, wiens kijk op de werkelijkheid volledig bepaald wordt door zijn natuurlijke gesteldheid. Je bent als organisme ter wereld gekomen, als een onnavolgbaar ingewikkeld systeem van miljoenen samenwerkende minuscule fabriekjes, en je moet er maar op vertrouwen dat al die onderdeeltjes en stofjes en prikkels de komende jaren goed blijven werken. Worden op een goede dag de eiwitten niet langer linksom gevouwen, maar rechtsom, dan zul je dwaas worden. Daar helpt geen wilskracht tegen.

Ook hoe wij de wereld beschrijven (zien) wordt sterk bepaald door onze natuurlijke gesteldheid. Je ordent je wereldbeeld logisch omdat je moet handelen. Voor een belichaamd wezen is alleen een logisch plan in een logische wereld uitvoerbaar. Wie een onlogische denkwijze heeft zal plannen opstellen die het eigen lichaam radeloos maken. Het lichaam kan met de beste wil van de wereld geen onlogische instructies uitvoeren. 

Als wetenschappers en filosofen de wereld consistent beschrijven, dan laten ze zien dat ze naar de wereld kijken zoals het een wandelende tak betaamt: namelijk alsof we in een terrarium verblijven waarin we te allen tijde moeten kunnen handelen. Vanzelfsprekend: wandelende takken moeten eerst en vooral weten hoe ze moeten wandelen. 

Als 'handelende existentie' -wij zijn een biologisch systeem- verblijven wij op aarde. [3]

-----

[1] De eerste en tweede generatie existentialisten waren sterk beïnvloed door het christendom en beslist niet rijp voor het existentialisme 3.0. De gedachte dat de mens niets anders is dan een organisme joeg hen schrik aan (zie: Sartre: Walging, en Nietzsche: "[Het christendom] is toch de beste vorm van leven naar een ideaal die ik heb leren kennen: van kindsbeen af heb ik het nagestreefd en ik geloof dat ik er in mijn hart nooit onverschillig tegenover ben geweest"; om over Augustinus en Kierkegaard maar te zwijgen).

[2] De indeling in een eerste en tweede cohort van existentialisten heb ik uit: Casewell, Deborah, Monotheism and Existentialism, Cambridge, 2022.

[3] Voor nogal wat mensen is dit existentialisme 3.0 onverteerbaar. Het is -zeker als je het vergelijkt met het al dan niet verholen christelijke optimisme van eerdere existentialisten- een soort nihilisme naar de letter. Zo zie ik het echter niet: ik zie dit existentieel naturalisme juist als een uitstekend uitgangspunt voor het bouwen van een optimistische visie. Ons verstand is beperkt en 'voorgevormd' door de natuur, waaruit -volgens ditzelfde verstand- volgt dat in abstracto alles mogelijk is. Wij kunnen immers in dat geval aan de werkelijkheid geen beperkingen opleggen (want ons verstand is ten opzichte van de werkelijkheid beperkt). De uitdrukking 'dit kan onmogelijk waar zijn!' verliest haar betekenis in het domein van de (gehele) werkelijkheid (maar natuurlijk niet in het terrarium waar de wandelende tak resideert).

[4] Zie: Yon, D., Een truc van de geest, atlas contact, 2025.

9 opmerkingen:

Jan-Auke Riemersma zei

Beste A, ik snap dat jij dit geen optimistische visie vindt. Maar ik bekijk het zo: zelfs de sterkste vorm van naturalisme is niet voldoende om het bestaan van God uit te sluiten. Het maakt het zelfs eenvoudiger om het bestaan van God te accepteren. Je kunt nu naar de mens kijken als een ethisch dier dat helemaal 'passend' is gemaakt om ethisch te handelen: hij moet handelen (alles wat je doet heeft ethische waarde), het verstand en het lichaam komen alleen tot hun (natuurlijke) recht als je handelt (en opnieuw: handelen is nooit waardevrij), de mens is een lichaam (mensen zijn elkaar fysiek 'gegeven': dat is een ethische conditie), de mens heeft precies het logische verstand dat hem in staat stelt om zijn eigen en andermans handelingen te begrijpen en te beoordelen; en -tenslotte- de wereld zelf is een 'ethische wereld': geen hemelse wereld, geen kwade wereld, geen paradijselijke wereld, maar een menging van goed en kwaad (= zo beoordeeld overigens door onszelf, de mens, het ethische dier).

[En natuurlijk kun je deze ethische wereld niet verwerpelijke vinden: als je ethiek zo belangrijk vindt, dat je een ethische wereld (dat is een wereld met kwaad) verwerpelijk vindt (dat is: als je een ethische wereld van goed en kwaad op ethische gronden verwerpt), dan verwerp je daarmee ook het belang van ethiek- en dus verwerp je het belang van je oordeel.]

Kortom, ik zie het 'platte' naturalisme niet als een waardenvrije, zinloze wereld, maar eerder als het tegendeel: juist een naturalistische wereld is een 'fullblooded' ethische wereld.

Jac Vaes zei


Jan- Auke,
Na het lange tijd vooral oneens te zijn geweest, heb ik het gevoel dat we elkaar toch beginnen te naderen. Ik ben het helemaal eens met jouw opmerking dat zelfs de sterkste vorm van naturalisme niet voldoende is om het bestaan van God uit te sluiten.
Over wat je daaraan toevoegt, namelijk dat dit het zelfs eenvoudiger maakt om het bestaan van God te accepteren, valt wat mij betreft nog wel te twisten. Maar het is in ieder geval een duidelijke afzwakking van wat je eerder vaak concludeerde uit het feit dat wij het bestaan van God niet kunnen uitsluiten. Je suggereert hier immers niet meer dat het onvermogen om iets te weerleggen hetzelfde is als vaststellen dat het waar is. Ik lees hier in ieder geval niet meer de gedachte: "God bestaat, want je kunt zijn bestaan onmogelijk uitsluiten."
Maar als we die kwestie voorlopig even laten rusten en de uitwisseling van onze gedachten daarover uitstellen tot een later moment, dan kunnen we voor nu de strijdbijl begraven.
Want vooralsnog zijn we het erover eens dat we leven in een barre wereld waarin wij – als ethische wezens – moeten handelen en keuzes moeten maken. Niet handelen is geen optie.
En welke levenshouding kan, gegeven het feit dat we het bestaan van God niet kunnen uitsluiten, beter en aantrekkelijker zijn dan ons leven in te richten alsof er een goede God bestaat? Zelfs als God niet bestaat, lijkt die levenshouding mij meer kans te bieden op het bevorderen van het goede dan het alternatief. Ik denk dat we het erover eens zijn dat dit uiteindelijk belangrijker is dan alleen de vraag of we zeker weten dat God bestaat. Voor een ethisch verantwoord leven is die zekerheid immers niet noodzakelijk.
Of zie jij dat toch anders?
vr. gr.,
Jac

Bert Morriën zei

Jan-Auke,
Mijn naam is A(lbertus),
Natuurlijk is een naturalistische wereld een 'fullblooded' ethische wereld. Daar is geen God voor nodig, maar als dat creatieve Godsidee ethisch bruikbaar is dan juich ik dat toe maar zelf ga ik daar niet in mee. Kwestie van smaak waar niet over getwist zou moeten worden omdat twist averechts werkt.

Jan-Auke Riemersma zei

Albertus is beslist een mooie naam!

Het is niet vanzelfsprekend dat 'de menselijke (dierlijke) leefwereld is een fullblooded ethische wereld.' (E). Het woordje 'natuurlijk' is niet op z'n plaats. Ook voor (E) zullen filosofen argumenten moeten aandragen.

Jan-Auke Riemersma zei

Jac, je vergist je: ik heb mijn standpunt niet afgezwakt. Maar ik ga niet met jou twisten. Je hebt mij al te veel aandacht en tijd gekost. Het interesseert me geen lor of je het wel of niet met me eens bent. Je bent mij een 'dovemansoor'.

Bert Morriën zei

Jan-Auke,

Uit het feit dat een systeem consistent reageert op een stimulus, kan worden geconcludeerd dat het weet wat het doet. Weten is dus het vermogen om te bepalen hoe te reageren op een gebeurtenis, dat wil zeggen het vermogen om de optimale reactie uit alternatieven te berekenen op basis van een intern model. Dit behoeft geen verdere toelichting. Het is een volledig, verifieerbaar en falsificeerbaar criterium:

· Verifieerbaar: We kunnen het interne model van het systeem en het input-outputgedrag ervan inspecteren om te bevestigen dat het een optimalisatie uitvoert over alternatieven.

· Falsificeerbaar: Als een systeem alleen een vaste reflex heeft zonder intern model of alternatieve selectie, voldoet het niet aan de test.

Jan-Auke Riemersma zei

Albertus, dat ben ik niet met je eens: mijn maaimachine reageert op een stimulus -de aanknop is de stimulus die de motor aan het werk zet- maar ik heb niet de overtuiging dat mijn maaimachine weet dat 'hij' maait. Bovendien ben ik niet met je eens dat het vermogen om 'juist' te reageren (op een stimulus of situatie) voldoende is om te spreken van een 'ethisch systeem'.

Jan-Auke Riemersma zei

Jac, op de dag dat je mij een universele modale regel presenteert, die de werkelijkheid precies uitbeent naar wat mogelijk en onmogelijk is, heb je recht van spreken. En dat is dat.

Bert Morriën zei

Jan-Auke,

Hoe dan ook, een maaimachine kan zijn eigen knopjes niet bedienen. Mensen past enige bescheidenheid. Als we in bedrijf zijn lijken we onze knopjes te kunnen bedienen maar over onze startknop hebben we geen controle.