maandag 13 juli 2026

Kindsdolheid

Er is geen groter voorbeeld van gerechtigheid dan Nietzsches dwaasheid. Ik verkneukel me als ik bedenk hoe hij, in één van de sombere kamers van Elizabeth's huis, als een kwijlend, jammerend dier de laatste dagen van zijn leven heeft gesleten. 

Had de mens een ziel en zou men deze ziel buiten het lichaam kunnen brengen, dan kan ik me geen groter genoegen voorstellen dan op de ziel van Nietzsche te trappen en te stampen, net zo lang totdat daar weinig anders van over is dan een droog, op de straatstenen uitgesmeerd mengsel van bloed en gal.

Het feit dat Nietzsche wordt beschouwd als een groot filosoof, alhoewel hij weinig meer was dan een verward, overgevoelig kind, is een van de ergste vernederingen die elke filosoof -althans, de filosoof die zijn ambt ernstig neemt- moet slikken.

Wie is Nietzsche, wat is Nietzsche? Een bangelijk mannetje dat de dood van zijn vader -een Luthers predikant- op wie hij zeer gesteld was, niet heeft kunnen verwerken; een mensje dat, belemmerd door zijn kinderlijke aard, niet heeft kunnen bevatten dat de mens een geëvolueerd dier is en niet door God geschapen; een ziekelijk geval van ongeneeslijke kindsheid (kindsdolheid).  

Heel zijn leven is deze mens -ecce homo- blijven klagen over het verlies van God, 'de vader'. Van de weeromstuit heeft hij de mens willen zien als een dier dat het leven bij de ballen grijpt en het leven ten volle leeft- maar ook dit Dionysische ideaal is niets minder dan een kinderlijke voorstelling, nauwelijks ernstig te nemen, en in het leven van alledag niet na te leven.

Hoe weinig samenhangend de gedachten van dit mensenkind waren is gemakkelijk vast te stellen: hij was niet in staat om proza te schrijven met een samenhang langer dan tien pagina's. Gedachten die deze lengte te boven gingen ontglipten hem; niets dan losse invallen kreeg deze eeuwige onvolwassene op het papier; elke nieuwe gedachte kwam uit zijn pen als de weerlegging van een vorige gedachte. Zijn oeuvre is doorspekt met tegenspraak. Bij sommige filosofen is de tegenspraak een stijlmiddel, dat diepzinnigheid suggereert, maar bij Nietzsche is het eenvoudigweg domheid, kortzichtigheid, het resultaat van een geëxalteerde geest die altijd heen en weer geslingerd wordt tussen pathologische angst en kinderlijke overmoed.

Het ligt eenvoudigweg in de lijn der verwachting dat iemand die kinderlijk is en kinderlijke gedachten heeft tenslotte eindigt als een kinds geworden volwassene: Nietzsche's dwaasheid is de verwezenlijking van het ideaal waar Nietzsche zo dwangmatig naar zocht, namelijk de terugkeer naar zijn kindertijd, toen vader God nog regeerde vanuit de hemel- en zag dat alles goed was.

Geen opmerkingen: