In het Engels zegt men: "logic/rationality carves nature at her joints".
Deze wijze van zeggen komt uit het Grieks. Plato schrijft: wij willen de natuur indelen naar het voorbeeld van een goede slager, die niet de beenderen van het slachtdier breekt, maar met zijn mes keurig de geledingen van het lichaam volgt.
Een Nederlander zou, het oorspronkelijke voorbeeld van Plato indachtig, dit als volgt kunnen zeggen: 'ons verstand moet het lichaam van de werkelijkheid analyseren naar haar natuurlijke geleding'.
Ons verstand (Kant zou zeggen: onze rede) stoelt op de twee grondwetten van de logica en kan niet anders dan de werkelijkheid in die 'voege' analyseren.
Omdat de voege van het denken bepaalt hoe wij de wereld ontleden, hebben wij de overtuiging dat de geleding van de werkelijkheid overeenstemt met de voege van de logica (in de filosofie van de logica wordt dit inzicht ingedeeld bij het 'anti-realisme: psychologisme').
De argumenten voor het anti-realisme zijn overtuigend; de argumenten voor het realisme (er zijn twee realistische stromingen: platonisme en structuralisme) zijn zwak [zie: Cohnitz, Philosophy of logic, hfd.5].
Hieruit volgt, volgens de voege van onze eigen rede, dat de werkelijkheid 'open' is. Anders gezegd, het betekent dat wij de werkelijkheid niet naar haar geleding kunnen beschrijven.
✍︎ Zaken die naar de voege van onze rede niet kunnen worden begrepen kunnen niet apriori buiten de orde van de werkelijkheid worden geplaatst; en aposteriori is de zoektocht naar het onbevattelijke tamelijk zinloos.
Een ding dat buiten de voege van ons verstand valt kan niet worden uitgesloten.
Neem een denkbeeldige godheid z, die -naar voorbeeld van sommige hindoe goden- steeds van gestalte verandert (en geen ware gestalte heeft). Als je al een waterdichte methode hebt om gestalte z uit te sluiten van deelname aan de werkelijkheid, dan nog kun je nooit uitsluiten dat z bestaat in een andere gestalte- en zo eindeloos verder.
Wie gelovig is heeft slechts één inzicht nodig: de werkelijkheid is logisch niet gesloten.
Een dogmatisch christen heeft aan dit inzicht genoeg om te geloven dat de Almachtige bestaat.
Persoonlijk vind ik de term de Zelfstandige iets minder zwaar klinken. Zowel de term de Almachtige als de term de Zelfstandige verwijzen naar een 'constante' die beschikt over tal van mogelijkheden- mogelijkheden die de mogelijkheden die een logisch gesloten werkelijkheid biedt ruim overtreffen.
Voor je geloof heb je geen ander inzicht nodig. Wat de gelovige meent is dat de aardse geleding van de wereld, die 'gesneden wordt naar de voege van onze eigen rede', slechts een vertekend, beperkt beeld van de werkelijkheid geeft (maya, zegt de hindoe)- dat gemakkelijk wordt overtroffen door de grenzeloze mogelijkheden die de 'open' werkelijkheid biedt.
Voor moderne zielen is het ouderwetse hindoe geloof misschien niet zo aansprekend. Zij kunnen de werkelijkheid beter zien als een 'schil' die over een onbegrijpelijk besturingssysteem is gelegd. Zelf spreek ik liever van een 'lezing' die de transcendente aard van de natuurlijke werkelijkheid begrijpelijk maakt.
✍︎ Kunnen wij een lezing houden die laat zien dat de werkelijkheid, zoals deze aan ons verschijnt -naar de voege van ons verstand- religieuze betekenis heeft?
Jawel, dat is mogelijk.
In de eerste plaats -we hebben het zojuist besproken- telt natuurlijk het inzicht dat de werkelijkheid logisch niet gesloten is. Het bestaan van transcendente constanten kun je daarom onmogelijk uitsluiten (het is uitgesloten dat je ze kunt uitsluiten). Alleen dat al maakt onze werkelijkheid religieus.
In de tweede plaats kun je onze voege van denken zien als een instrument om intelligente handelaren van ons te maken: wij zijn geschapen (ik gebruik met opzet de religieuze term) om adequaat te handelen.
In de derde plaats zijn wij in staat om dankzij onze logische denkwijze de gevolgen van onze handelingen te overzien. We kunnen doelmatig plannen (=cognitieve controle): dat maakt van ons ethische wezens, wezens die verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor hun daden.
De werkelijkheid zelf is niet louter 'goed', de werkelijkheid zelf is niet louter 'kwaad'. Wat is de werkelijkheid dan wel? Je zou zeggen: ze is een menging van kwaad en goed. Maar dan is de werkelijkheid 'ethisch' van aard. Het is een toneel waarop zowel goede als kwade handelingen vrijelijk kunnen worden gedemonstreerd door 'ethische wezens' (mensen).
Wij zijn van vlees en bloed: wij kunnen elkaar schaden en wij kunnen elkaar voeden. Het vlees waarin wij op aarde rondwaren geeft ons bestaan haar ethische betekenis. Omdat ik van vlees ben en door jou kan worden aangeraakt zijn jouw daden goed of slecht. Was ik slechts een 'vleug' alsof ik een 'geur' was, een ijle geest, die even drijft op de lucht, die niet kan worden geslagen, niet kan worden gekerkerd en niet kan worden gedood, dan zouden jouw handelingen van geen betekenis voor mij zijn. Ik ben echter van vlees. Je kunt mij op de grond werpen en pijn doen, je kunt mij in je armen sluiten en troosten.
Alles wat we doen is in eeuwig licht geschreven. Het licht reist door het heelal naar andere plaatsen, andere sterren. Als het licht een reis van pakweg 2000 jaar achter de rug heeft -een tijd die te verwaarlozen is voor het licht- dan kan men op een planeet elders, een planeet die pakweg 2000 lichtjaren ver staat, zien hoe christus aan het kruis genageld wordt. Geen enkele daad wordt vergeten, al mijn nonchalante, laakbare handelingen staan duidelijk in het licht geschreven. De werkelijkheid houdt boek van onze daden.
Is er geen gerechtigheid op aarde en is het bestaan zinloos? Als je de werkelijkheid beziet in ruimer -transcendent- perspectief, dan zou ik dat zo een twee drie niet met stelligheid durven zeggen. De onbegrijpelijke grootte van het heelal kan worden gezien als steun voor het inzicht dat onze 'kleine' en 'grote' daden niet verloren gaan.
Kortom, het is mogelijk om een religieuze 'schil' of 'lezing' op de feiten te draperen en de werkelijkheid te zien als een ethisch/religieus toneel.
✍︎ Is het leven zinloos? Ik geloof niet dat díe lezing persé moet worden aanvaard; ze is niet dwingend en overtuigend.
----------
Is het nijpende probleem van de mens de vraag waarom hij zichzelf niet doodt (Camus)? In ander perspectief is het nijpende probleem van de mens de vraag hoe hij goed moet doen (in het licht van de eeuwigheid).
7 opmerkingen:
Ouderwets taalgebruik heeft zo haar voordelen.
"logic/rationality carves nature at her joints", wij willen de natuur indelen naar het voorbeeld van een goede slager, die niet de beenderen van het slachtdier breekt, maar met zijn mes keurig de geledingen van het lichaam volgt. Plato indachtig 'ons verstand moet het lichaam van de werkelijkheid analyseren naar haar natuurlijke geleding'. Ons verstand, rede stoelt op de twee grondwetten van de logica en kan niet anders dan de “werkelijkheid” in die “voege” analyseren.
Slechts één generatie later, klinkt het ouderwetse taalgebruik van Zhguang Zi totaal anders.
In de vertaling van Kristoffer Schipper:
“
Mijn leven heeft welzeker zijn grenzen, terwijl mijn bewustzijn daarentegen niet aan grenzen gebonden is. Met iets dat begrensd is iets onbeperkt navolgen, is zonder meer vermoeiend. Dat weten, en dan toch uit hoofde van je bewustzijn handelen, dat houdt in dat je je tot het einde van je leven gaat uitsloven. Als je maar vermijdt met het goede te doen vermoeidheid te verwerven, en eveneens met het kwade te doen straf op te lopen, en als je maar steeds de regulerende meridiaan als richtlijn neemt, dan kun je je gezondheid beschermen, je eigen natuur intact houden, datgene wat je het dierbaarst is voeden, en de jaren die je gegeven zijn ten einde leven.
Wanneer kok Ding voor vorst Wenhui een rund in stukken sneed, dan sloeg hij met zijn handen, beukte met zijn schouders, stampte met zijn voeten, stootte met zijn knieën, en dan klonk het ‘krak!’, en zijn mes ging van ‘zip!’, alles op de maat van de muziek. Als het niet leek op het ‘Ballet van het Moerbeibos’, dan kwam het wel overeen met de uitvoering van de ‘Serenade der Opperste Bestuursregels’. Vorst Wenhui zei dan ook: ‘Warempel! Wat is het mooi om over een dergelijke techniek te beschikken!’
Kok Ding borg zijn mes op, en antwoordde: ‘Uw dienaar houdt van de Tao, en dat gaat verder dan alleen maar techniek. Toen ik begon met het ontleden van runderen, zag ik alleen maar hele runderen voor me. Na drie jaar zag ik geen enkel heel rund meer. Vandaag de dag benader ik ze met mijn geest en niet meer met mijn ogen. Mijn zintuigen houden op te functioneren terwijl mijn geest in actie komt. De natuurlijke structuur volgend, geef ik dan een klap op de grote gewrichten, snijd ik in de grote openingen, naar de manier waarop het beest in elkaar zit. Zenuwen en spieren, beenderen en gewrichten, bieden nooit de minste weerstand, laat staan grote knoken!
Een goede kok neemt eens per jaar een nieuw mes: dat is snijden. Een klungelige kok wisselt elke maand: dat is houwen. Het mes van uw dienaar doet hier al negentien jaar dienst, en er zijn enkele duizenden runderen mee in stukken gedeeld; toch is het nog zo scherp alsof het pas van de slijpsteen komt.
Tussen de geledingen bestaat ietwat ruimte, en wat mijn mes betreft: dat heeft geen omvang. Als je met iets dat geen omvang heeft binnendringt in waar ruimte is, dan kun je het scherp lekker vrij rond-bewegen, want dan is er beslist plaats te over. Daarom gebruik ik dit mes al negentien jaar en is het nog zo scherp alsof het net geslepen is.
Toch is het zo dat elke keer als ik op een ingewikkeld punt stoot en zie dat het moeilijk gaat worden, ik me voorzichtig inhoud. Ik kijk er strak naar en ga langzaam te werk. Heel zachtjes beweeg ik mijn mes, en rats! het valt uit elkaar, als een klomp aarde die op de grond ploft. Dan sta ik rechtop, met m’n mes in de lucht, en kijk om me heen, triomfantelijk en tevreden. Daarop prijs ik m’n mes, en stop het in z’n foedraal.’
‘Dat is prachtig!’ zei vorst Wenhui. ‘Door naar de woorden van kok Ding te luisteren heb ik het voeden van het leven geleerd.
“
Het gaat hier over Tao, leegte en dat wat geen dikte heeft.
Volgens mij heeft het niks met logica, analyseren en denken te maken, maar met bewustzijn, ervaring en Kunst.
JanD
JanD,
Prachtig verhaal, maar ik vrees dat er nauwelijks nog zulke koks bestaan waardoor dit verhaal nu een historishe betekenis heeft gekregen die niet meer in de huidige tijd ervaren wordt.
Het is steeds weer dezelfde vraag. Wat is het voor een ander om die ander te zijn? Als die ander dat 100 jaar geleden op schrift heeft gesteld, verwijzen zijn woorden dan nog tot qualia die lijken op die van jou?
Bert, ik vind het fijn als mensen reageren. Maar ik hoop dat je begrijpt dat uitsluitend berichten die betrekking hebben op de besproken stof geplaatst worden. Het is uiteraard te prijzen dat je zeer enthousiast bent over bepaalde filosofische vraagstukken (bewustzijn en het belang van bewustzijnsinhouden). Ik echter ben geen deskundige op dat terrein. Misschien doe je er verstandig aan om de tijdschriften te raadplegen. Kijk eens naar de artikelen in 'the journal of conscious studies', in het bijzonder naar het zojuist geplaatste artikel van Galen Strawson, There is no mystery of consciousness. Ik kan je echt niet verder helpen en ik ben ook niet van plan om over dit onderwerp te schrijven of te debatteren.
Je hebt geen idee wat ik allemaal lees.
Ik was een moment nieuwsgierig of Strawson hetzelfde voor de hand liggende idee had als ik.
Anil Seth en Galen Strawson komen dicht bij de oplossing maar ik ga nog een cruciale stap verder. Jammer dat je dat niet lijkt te interesseren. Iedereen die een beetje op de hoogte is moet het kunnen begrijpen. Daarvoor is het wel nodig dat je het praktisch benadert, iets wat filosofen niet gewend zijn. Ze denken gewoon anders maar zouden niet moeten vergeten dat het technici zijn die hen en wetenschappers faciliteren. Ooit wel eens een band geplakt?
Beste Bert en Jan Auke,
Ik plaatste deze kok van Zhuang Zi naast die van Plato. De gelijkenis is treffend. Hoewel zij beiden in de 4e eeuw v.Chr. leefden, leefden zij in totaal verschillende werelden. Er zijn geen historische verslagen, reisverslagen of filosofische verwijzingen die erop wijzen dat zij van elkaar wisten of contact hebben gehad (IEP, Internet Encyclopedia of Philosophy).
Bert, de beide koks hebben mijns inziens geen historische betekenis gekregen die in de huidige tijd niet meer ervaren kan worden. Het verschil ligt in de interpretatie, die ook nu nog in grote mate cultureel bepaald is.
Het Griekse denken vraagt primair naar het waarom met het verstand: de interpretatie “logic/rationality carves nature at her joints”. De Chinese, taoïstische levenshouding doet dat juist niet, maar ervaart het leven als een cyclisch mysterie (het Tao dat niet Tao is; woorden die het Tao niet kunnen uitdrukken).
Die eerste interpretatie wordt duidelijk weergegeven in het opstel van Jan Auke. In het verhaal van kok Ding zien we iets anders dan analyse: een levensles over hoe het beste om te gaan met de natuur. Zie: “‘Dat is prachtig!’ zei vorst Wenhui. ‘Door naar de woorden van kok Ding te luisteren heb ik het voeden van het leven geleerd.’”
Dat verschil wordt het duidelijkst in de volgende alinea over kok Ding:
“Met iets dat begrensd is (het verstand) iets onbeperkt (het bewustzijn) navolgen, is zonder meer vermoeiend. Dat weten en dan toch uit hoofde van je bewustzijn handelen, houdt in dat je je tot het einde van je leven gaat uitsloven. Als je maar vermijdt met het goede vermoeidheid te verwerven en eveneens met het kwade straf op te lopen, en als je steeds de regulerende meridiaan als richtlijn neemt, dan kun je je gezondheid beschermen, je eigen natuur intact houden, datgene wat je het dierbaarst is voeden, en de jaren die je gegeven zijn ten einde leven.”
Het houdt zich niet bezig met dualistisch denken, zoals de vraag naar goed en kwaad en de bijbehorende ethiek. Zie de eerste zin: “Mijn leven heeft welzeker zijn grenzen, terwijl mijn bewustzijn daarentegen niet aan grenzen gebonden is.” Het gaat dus uit van het volgen van de natuurlijke structuur via leegte, ruimte en niet-forceren (wu-wei).
Dat is epistemisch primair. Ook in onze cultuur komt dit voor: bij Plato het Nous, of later de gnosis bij de opkomst van het christelijk denken. Beide verwijzen naar een direct weten, zonder het tijdgebonden dianoia-denken bij Plato, en naar het niet-hoofd-denken maar het “denken van het hart” bij de gnostici.
Met vriendelijke groet,
JanD
JanD, het direct weten is wat de Fransen "Je-ne-sais-quois" noemen, iets waar je (nog) geen woorden voor hebt. Het is een quale, een indirecte waarneming op grond van mechanische Bayesiaanse statistische analyse van sensorische waarnemingenwaar neuronen hun ware kracht laten zien. Die maken het mogelijk dat een kind na een keer een kat te hebben gezien alle katten kan herkennen, omdat ze alle waarneembare kenmerken van een kat hebben opgeslagen in een gecomprimeerde vorm. Dat hebben kunstkenners ook met werken van kunstenaars. Ik bezit een originele abstracte kleurtekening die een museumdirecteur direct herkende als het werk van mijn oom Albert Fiks door de unieke wijze waarop hij rozen vorm gaf. Het brein maakt het ook mogelijk dat een embryo al de gevolgtrekking kan maken dat het een actor is door zijn eigen acties te correleren met niet-eigen waargenomen effecten zonder daar ook maar één woord voor te hebben.
Jan Auke,
Een toegift.
Van deze widerûtsjoch leer ik veel; dat is leuk.
Ooit, zo’n vijftig jaar geleden, hoorde ik een collega over een schilderij van Plato wijzend naar de hemel en Aristoteles wijzend naar de aarde. Veertig jaar geleden kreeg ik bij de theosofen rond Plato’s grot een esoterische studie: Plato als iemand die op natuurlijke wijze “ingewijd” was. Dat bracht mij aan het twijfelen over jouw associatie van “logic/rationality carves nature at her joints” met Plato’s uitspraak: “wij willen de natuur indelen naar het voorbeeld van een goede slager…”, terwijl ik dat aardse rationalisme eerder bij Aristoteles zou plaatsen.
Ik ben dus wat gaan zoeken, en wat ik vond sluit aan bij mijn oude herinnering aan de essentie van die verhalen — schijnbaar, of misschien ook daadwerkelijk (mogelijk gestuurd door mijn eigen vraagrichting).
Zhuangzi
Werkelijkheid = voortdurende transformatie zonder vaste essenties (vergelijkbaar met boeddhistisch samsara).
Weten = meebewegen met het proces (dao), via leegte en niet-forceren.
Sluit aan bij leegte (vergelijkbaar met het boeddhistisch śūnyatā), niet bij het “zijnde”.
De slager-metafoor: meebewegen met de dynamiek van Tao, het levensmysterie; concentratie, aandacht en ontlediging van een afgescheiden ego.
Plato
Werkelijkheid = zichtbare wereld plus eeuwige vormen/ideeën (eidos).
Zielen hebben vóór de geboorte de Ideeën als zijnden aanschouwd.
Kennis is herinnering, niet redenering.
Weten = intuïtief schouwen/herinneren (nous).
De slager-metafoor: correct snijden volgens hoe het zijnde zelf is opgebouwd.
Aristoteles
Werkelijkheid = concrete dingen met vorm en doel (substanties).
Weten = analyseren via begrippen, oorzaken en logische structuren.
Als de slager-metafoor hier zou passen, dan in de zin van logic/rationality.
Ik kies zelf graag voor het mysterie van Zhuangzi; jij vermoedelijk voor Aristoteles’ logische structuren, met Plato ergens tussen ons in.
Onze overeenkomst is, meen ik, dat “logica” bij jou ontstaat uit lichamelijke ervaring binnen de historische evolutie (Darwin), terwijl in mijn metafysische hypothese, logica ontstaat uit de ervaren beperking door identificatie met de dimensionele structuur van tijd en ruimte — epistemisch primair als noodzakelijke beperking van beweging. Maar daar kan iedereen anders overdenken. Het is maar een hypothese, het blijft voor mij een mysterie van het leven.
Groet,
JanD
Een reactie posten