zondag 1 maart 2026

Over het eten van boerenkool

Pedagogen, onderwijsonderzoekers en schoolleiders zijn blind voor de eigenlijke kwaliteit van de leraar. Ze kunnen goed zien of het in het lokaal van een leraar gezellig is en of de leraar kan voorkomen dat leerlingen elkaar een oog uitsteken, maar ze hebben geen idee of een natuurkundeleraar de moeilijkheden en finesses van de natuurkunde op aansprekende wijze kan overdragen op de leerling. Eigenlijk is het nog erger: ze leggen nauwelijks of geen belangstelling voor het vak dat onderwezen wordt aan de dag.

De meeste leiders op een school laten met de voeten zien dat zij geen belangstelling meer hebben voor de inhoud van schoolvakken. Een docent immers die besluit dat hij voortaan leraren wil 'besturen' geeft met deze beslissing duidelijk te kennen dat zij niet langer de aandacht en belangstelling kan opbrengen voor het vak dat zij gestudeerd heeft- dat zou op zich al een waarschuwing moeten zijn aan alle leraren die juist wél geloven aan de waarde en schoonheid van hun vak. Voor de leraar die in het ambt blijft maakt het een wezenlijk verschil of je de leerlingen iets leert over het nut van ethiek, de wonderlijke eigenschappen van kleine deeltjes, de intelligentie (!) van micro-organismen of het lakken van nagels.

Voor de pedagoog, de onderwijsonderzoeker en de schoolleider is het echter allemaal één pak nat. Zoals de berichten in de krant van gisteren voor de magnaat van evenveel waarde zijn als de berichten in de krant van verleden week en die van morgen -zolang de krant maar verschijnt-, zo zijn alle lessen voor de pedagoog, de onderwijsonderzoeker en de bestuurder van evenweinig waarde. Zij let slechts op de vorm van de lessen -sta eens links van het bord en niet rechts; begin eens met een opdracht en geef daarna uitleg- maar ze heeft voor de inhoud van de lessen weinig belangstelling. Zelfs wordt de inhoud van de les als onbelangrijk afgewimpeld: hoe slim de leraar met haar voorbeelden impliciet het belang van wiskunde heeft laten zien telt niet mee bij haar beoordeling (we hebben het hier over een onderwijsinstelling: het vakmanschap van de leraar doet in het onderwijs niet ter zake, zij wordt slechts beoordeeld op het beredderen van de klas).

Alle prachtige voorbeelden en de minutieus en goed doordachte stapjes waarmee de leraar aan haar leerlingen de wiskundesom uitlegt -een goede wiskundeleraar is goud waard- worden eenvoudigweg niet gezien. Zij had zich de moeite om te zoeken naar een betere uitleg evengoed kunnen besparen. Wie ziet haar waarde, wie ziet hoe zij werkelijk excelleert? De enige waardering die zij van haar bazen krijgt voor de zaken waarin zij werkelijk uitstekend is, is een doof oor en een extra vergadering over de vraag of het misschien pedagogisch beter is om de stoeltjes en tafeltjes aan het plafond te monteren (wellicht dat in opdekop lesgeven een aansprekende nieuwe onderwijsmethode schuilt: haarlemmerolie in nieuwe flesjes). 

Ook krijgt zij extra grote klassen, zodat de kans dat haar fijnzinnige uitleg verloren gaat in het gekrakeel van leerlingen die het vermogen om te luisteren eenvoudigweg niet bezitten eens zo groot is. Al het werk van pedagogen ten spijt, sommige leerlingen zijn in een groep eenvoudigweg zo onbruikbaar als een glazen nagel in een staalconstructie. De leraar moet zich niets op de mouw laten spelden: geen ploeg wordt kampioen met spelers die graag zo nu en dan een eigen doelpunt maken. Het is al even onzinnig om te eisen dat een leraar ieder kind moet onderwijzen als vorderen dat elk kind boerenkool moet lusten.

Waarom zou je leraar willen zijn in een organisatie die inmiddels zo sterk gericht is op slechts de vorm, dat de eigenlijke waarde van de leraar, het vermogen om vakkundig - dat wil zeggen goed en begrijpelijk uitleggen, de stof zo schikken en presenteren dat deze gemakkelijk beklijft- niet meer wordt opgemerkt. De eigenlijke waarde van de leraar, zijn kennis en begrip van het vak dat hij onderwijst, is de sluitpost geworden in het onderwijs. Hoe zou je in een dergelijke stal, waar bij iedereen het intellect langzaam uitdooft, leerlingen aan het lezen krijgen en leraren kunnen drijven naar betere prestaties en groter plezier in het werk...? 

Wat is de waarde van de leraar als je stelselmatig haar eigenlijke deugdelijkheid niet wenst te zien?

----
Toegift: Zou ik een 'ideale' school mogen organiseren, dan zou ik dokteren op een manier om de beste docenten te verzamelen. Wellicht dat ik excellente docenten zou kunnen lokken met het vooruitzicht dat ze niet nodeloos hoeven te vergaderen- en wellicht verdienen ze een goede beloning. Ik zou schoolleiders de taak geven om de leraren de pedagogische zorg voor onmogelijke leerlingen uit handen te nemen: dat is geen taak waar excellente docenten hun tijd aan moeten verspillen. Excellente docenten moeten met hun vak bezig zijn en met de vraag hoe ze hun gereedschapskist kunnen vullen met voorbeelden en tal van andere middelen om kwesties goed en aansprekend over te brengen. Een goede methode daartoe is door goede leraren te verplichten om van elkaar te leren: ga veel bij elkaar kijken en 'steel' van elkaar het goede en 'vermijd' de fouten die de ander maakt, zodat je snel fouten afleert en deugden aanleert. Spreek met elkaar: over de leerling én veel ook over het vak, over de vraag hoe je een lastige integraalsom ook begrijpelijk kunt maken voor de welwillende, maar weifelende leerling.

Geen opmerkingen: