zondag 13 september 2026

De deviante ontoloog [noot 3 toegevoegd]

Ontologie is mensenwerk. Wij, mensen, bepalen wat wel of niet bestaat. Zo is overigens alles mensenwerk. Zaken/dingen die wij niet kúnnen opmerken, en alle zaken/dingen die wij eenvoudigweg over het hoofd zien, kunnen we vanzelfsprekend niet opnemen in de inventaris van de werkelijkheid.

Hoe gaat dit in zijn werk? Wel, tamelijk simpel.

Je schrijft de naam van een bepaald ding op een klein briefje en doet dit briefje in één van twee boxen: de box met dingen die wel bestaan en de box met dingen die niet bestaan.

Waarom in een box met dingen die wel bestaan én een box met dingen die niet bestaan? 

Tja, daar is eigenlijk geen andere reden voor dan een natuurlijke/historische: in de dagen dat de klassieke logica (KL) werd opgesteld, door o.a. Frege en Russell, was men er van overtuigd dat de werkelijkheid zelf een 'binaire' architectuur had.

De belangrijkste logici waren platonist: zij meenden te kunnen 'zien' (intuïtief) dat beweringen 'waar' of 'onwaar' waren. De 'hoogste' werkelijkheid zelf is volgens hen een al-omvattend systeem van slechts twee boxen.

Vermoedelijk zijn er ook nog natuurlijke redenen om de werkelijkheid voor te stellen als een twee-boxen (binair) systeem: wij hebben nu eenmaal de grootste moeite om logische systemen die niet binair zijn te begrijpen. Onze denkwijze is, naar het schijnt, van nature exclusief: wat je zegt is wel of niet waar, je bent wel of niet in Eext, je gaat wel of niet op vakantie. Zulke binaire beweringen klinken ons 'normaal' in de oren. Je bent in Eext maar je bent ook niet in Eext klinkt 'absurd'. 

In de eerste jaren van de vorige eeuw, toen de klassieke logica werd ogesteld, begonnen -is het geen ironie?- de fysici met de afbreuk van de klassieke fysica. Met als gevolg dat het binaire systeem onder vuur kwam te liggen.

Je kunt dit natuurlijk het beste illustreren aan de hand van het beroemde gedachte-experiment van Schrödinger (alhoewel de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Einstein vermoedelijk de primeur had: hij bedacht hetzelfde experiment, en dan eerder, maar dan met buskruit): een kat zou volgens Schrödinger in een 'derde' toestand gebracht kunnen worden: deze kat was niet dood, niet levens, maar 'dood & levend'. Nadrukkelijk gezegd: de kan van Schrödinger is waarlijk levend en waarlijk dood.

Hoe moeten ontologen zulke dingen die in een 'derde toestand' verkeren indelen? Zij moeten de naam van het dier (='schrödingers kat') niet op twee briefjes schrijven en vervolgens het ene briefje in de box doen met dingen die bestaan en het andere briefje in de box met dingen die niet bestaan, want dat doet geen recht aan het unieke van de 'deviante toestand'. 

Volgens de logici van LP moet de ontoloog de werkelijkheid zelf aanpassen. De ontoloog heeft geen andere keus dan de werkelijkheid zelf aan te passen met een derde 'box'. In deze derde box komen alle deviante zaken/dingen. 

(Overigens verbinden de logici hier wel een voorwaarde aan: de derde box is paraconsistent. Zou dat niet zo zijn, dan zou je alle briefjes uit de andere twee dozen in de box met contradicties moeten doen. De werkelijkheid zou dan bestaan uit slechts één uitermate vreemde box waarin alles wat je maar kunt bedenken op paradoxale wijze te vinden is. Zelfs voor deviante logici is dat een beetje teveel van het goede. Ze zeggen: de werklijkheid is deviant, maar niet triviaal.)

De werkelijkheid bezien als een systeem met twee boxen of als een systeem met drie boxen: het maakt 'een wereld' van verschil. De deviante logici hebben de werkelijkheid ingrijpend verbouwd. Andere logica, andere werkelijkheid [dit is ook het inzicht dat Quine verdedigde in de jaren '50 van de vorige eeuw].

Uiteraard hebben de traditionele 'twee-boxers' geprobeerd om het systeem van de 'drie-boxers' te kraken en te herleiden tot KL, maar dat is een heilloze weg (gebleken). 

Het is zinloos/betekenisloos om de briefjes in LP te lozen in één van de twee traditionele boxen. Tenzij je een argument achter de hand hebt waaruit blijkt dat LP fout is en KL het enige juiste model is. Tot nu heeft geen logicus ook maar een flauw idee hoe een dergelijk argument -dat nota bene niet in KL taal mag worden opgesteld, anders is het circulair- moet luiden.

Kortom, zoals de zaken er nu voorstaan heb je te maken met een volstrekt andere logica. (Zulks is dan ook de 'fundamentele kracht' van logica: het zijn structuren die je hele wereldbeeld bepalen).

We hebben inmiddels goede fysische, evolutionaire en psychologische redenen om te denken dat een deviant systeem als LP te verkiezen is boven KL.

Wat is de betekenis van deze paleisrevolutie in de logica voor de theologie?

Gelovigen willen natuurlijk weten of God bestaat. Die vraag houdt ons al -pakweg- een paar eeuwen bezig. Het mooiste bewijs voor het bestaan van God is vermoedelijk Anselmus' godsbewijs. Volgens dit bewijs is God Zelfstandig, wat betekent dat hij van niets en niemand afhankelijk is ('zo groot is God!': niets en niemand is groter.) In een werkelijkheid die logisch niet gesloten is, kan God alleen 'groot' zijn als hij niet klassiek (van doen en denken) is, maar deviant. Immers, zou hij niet deviant zijn, maar klassiek, terwijl de werkelijkheid deviant is, dan zou hij de werkelijkheid niet eens begrijpen: maar dat is uiterst merkwaardig! [1]

God kan niet anders daarom dan een deviante persoon of kracht zijn. De ontoloog moet het papiertje met daarop het woord (en de definitie van) God in de derde box met deviante zaken/dingen werpen. 

Merk nu op dat je onmogelijk kunt zeggen dat God niet bestaat: in onze deviante werkelijkheid maakt God deel uit van de werkelijkheid: immers, de box met deviante concepten is bepalend voor de fundamentele structuur van de werkelijkheid. De inventaris bestaat volgens de 'deviante ontoloog' uit drie logische categorieën: deviante denkbeelden, klassieke denkbeelden en klassieke denkbeelden die niet 'echt' bestaan.

De enige manier om aannemelijk te maken dat God niet bestaat -dat het papiertje met 'God' in de box met zaken/dingen die niet 'echt' bestaan moet worden geworpen- is op grond van een argument dat God niet deviant is (in een deviante werkelijkheid). [2] 

-------

[1] Als God moet worden opgevat als een deviant denkbeeld, dan komt hij zondermeer in de box met deviante zaken terecht en kun je haar op geen enkele wijze uitsluiten van 'deelname aan de werkelijkheid'. Is het dan geen probleem dat God onbegrijpelijk is? Nee, vanzelfsprekend niet. Het is eerder eigenaardig om te geloven dat God een soort feilloze logische rekenmachine is: zeker de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie maakt ons duidelijk wat God niet is. God is bij voorkeur deviant, een een persoon of kracht waar wij logisch geen greep op hebben. Mij lijkt dit inzicht 'gesneden koek'.

[2] Het argument dat het bestaan van God eerst 'echt' moet worden vastgesteld, voordat je weet of het papiertje door de ontoloog in een van de drie boxen moet worden gestopt, getuigt niet van realisme, maar van een geest die de materie nog niet helemaal begrijpt: de term 'echt' krijgt in een deviante logische werkelijkheid immers een andere inhoud: contradicties zijn niet langer 'echt' of 'onecht', maar zowel 'echt' als 'onecht'.Ik merk dat mensen grote moeite hebben om dit te begrijpen: bedenk goed: een nieuwe logische structuur is een fundamenteel andere structuur en moet daarom toegepast worden op al je termen. De deviante werkelijkheid (en deviante denkbeelden) is uitermate lastig te doorgronden.

[3] Klassieke logica is binair: Aristoteles, Frege, Russell, Wittgenstein, al deze architecten van de klassieke logica meenden dat heel de wereld kan worden ingedeeld -door de mens- in twee 'boxen': een box voor het ware en een box voor het onware. Zodra je echter -op grond van goede redenen- inziet dat de klassieke logica een beperking is, heb je een derde box nodig waarin de zaken die niet klassiek zijn kunnen worden opgeborgen. Wat je definieert als 'niet klassiek' hangt af van het logische stelsel dat je kiest (bijv. intuïtionisme, logic of paradox of relevance logic). Je zou ook kunnen kiezen voor een deviante box, een indeling waarbij je even afziet van de vraag welk stelsel deze 'derde weg' het meest accuraat beschrijft. Voor de theoloog verandert hiermee weinig: God is uiteraard deviant, anders zou hij de wereld niet begrijpen. Een deviant 'iets' (variabele), dat volgens de definitie niet klassiek logisch is, kan prinicipieel niet worden geëlimineerd: eenvoudigweg omdat deviantie een reële categorie is: de derde logische box maakt deel uit van de werkelijkheid maar is logisch gezien ongelijk aan de klassieke 'bestaat niet' box. Het is inconsistent om God te definiëren als een deviant 'iets' en God vervolgens te plaatsen in één van de twee klassieke boxen.

4 opmerkingen:

JanD zei

Beste JanAuke

Ik blijf moeite houden met het idee dat logica iets is wat we in de werkelijkheid zelf aantreffen. In wat wij als natuur ervaren liggen tussen de struiken nergens waar en onwaar. Dat zijn kwalificaties van onze uitspraken en voorstellingen.

Als technicus denk ik eerder aan een comparator. Neem: „de temperatuur is hoger dan 20 °C”. Die grens van 20 °C ligt nergens zichtbaar in de natuur. De thermometer meet met eindige nauwkeurigheid, ruis en resolutie; pas de comparator maakt daarvan ja of nee. Bij een digitale thermometer komt daar nog kwantisering bij. Het binaire resultaat ontstaat dus in de bewerking.

Daarom spreekt Nāgārjuna mij hier meer aan. Niet omdat zijn catuṣkoṭi vier vakjes zou geven in plaats van twee of drie. Dan maak je alleen een grotere kast. Juist „is”, „is niet”, „beide” en „geen van beide” lopen vast zodra we ze als absolute eigenschappen van de werkelijkheid willen opvatten. Mijn probleem is dus niet dat twee boxen te weinig zijn; mijn probleem begint al bij de boxen.

Dat sluit voor mij ook aan bij onze eerdere discussie over het alogon. Er lijkt steeds iets vooraf te gaan aan de logische articulatie, dat zelf niet netjes in die logica valt. Bij Nishida zou ik dat niet als nóg een ding willen zien, maar eerder als basho: de „plaats” waarin subject en object, zijn en niet-zijn, pas uit elkaar treden. Zijn absoluut contradictorische zelfidentiteit lijkt mij daarom iets anders dan simpelweg A én niet-A in een derde vakje stoppen.

Ook God zou ik niet graag als papiertje in een ontologische doos leggen. Als afzonderlijk wezen tref ik hem niet in de natuur aan. Spinoza's Deus sive Natura vind ik veel begrijpelijker: God niet buiten de werkelijkheid, maar als die ene werkelijkheid zelf, waarvan ook wij deel uitmaken.

Misschien is mijn diepere bezwaar dus dat ontologie gemakkelijk doet alsof zij van buitenaf de inventaris van de werkelijkheid kan opmaken, terwijl ook de ontoloog, zijn logica en zijn boxen zelf binnen die werkelijkheid ontstaan.

Groet van JanD

RV zei

Testje

Jan-Auke Riemersma zei

Jan, logica zit dan ook niet in de wereld: logica zit in (al dan niet kunstmatige) hersenen. Vervolgens gaan deze hersenen de wereld in kaart brengen en dat doen ze dan uiteraard logisch: want ze kunnen niet anders. Je kunt dat wel onprettig vinden en er andere ideeën over op nahouden, maar dat verandert niets aan het feit dat heel de werkelijkheid kan worden ingedeeld.

Het heerlijke van je bijdrage is dat je zelf keer op keer blijk geeft van de sterke drang om zaken logisch in te delen (maar dan natuurlijk op een wijze die jou meer aanstaat): als je zegt dat er zaken zijn die wel en die niet logisch in te delen zijn, dan is dat een logische indeling.

Ik vermoed dat je betoog zinniger is als je je pijlen niet richt op 'de' logica -in essentie is logica niets anders dan het gecoördineerd aan en uitzetten van signalen (talig en niet-talig)- maar op de vraag of er zaken zijn die niet wetenschappelijk (=methodologisch) kunnen worden bestudeerd.

Jan-Auke Riemersma zei

RV, jawel: je bent niet langer anoniem :) (Ik heb geen idee waarom de bijdragen van JanD en jou opeens anoniem zijn. De kwestie is dat ik soms letterlijk honderden taiwanese of chinese spam in de spambox heb- en een groot deel daarvan is anoniem. Ik maak de spambox dan ook zonder verder omkijken leeg. Het is teveel werk om al die bijdragen een voor een te controleren.)