Er is geen groter voorbeeld van gerechtigheid dan Nietzsches dwaasheid. Ik verkneukel me als ik bedenk hoe hij, in één van de sombere kamers van Elizabeth's huis, als een kwijlend, jammerend dier de laatste dagen van zijn leven heeft gesleten.
Had de mens een ziel en zou men deze ziel buiten het lichaam kunnen brengen, dan kan ik me geen groter genoegen voorstellen dan op de ziel van Nietzsche te trappen en te stampen, net zo lang totdat daar weinig anders van over is dan een droog, op de straatstenen uitgesmeerd mengsel van bloed en gal.
Het feit dat Nietzsche wordt beschouwd als een groot filosoof, alhoewel hij weinig meer was dan een verward, overgevoelig kind, is een van de ergste vernederingen die elke filosoof -althans, de filosoof die zijn ambt ernstig neemt- moet slikken.
Wie is Nietzsche, wat is Nietzsche? Een bangelijk mannetje dat de dood van zijn vader -een Luthers predikant- op wie hij zeer gesteld was, niet heeft kunnen verwerken; een mensje dat, belemmerd door zijn kinderlijke aard, niet heeft kunnen bevatten dat de mens een geëvolueerd dier is en niet door God geschapen; een ziekelijk geval van ongeneeslijke kindsheid (kindsdolheid).
Heel zijn leven is deze mens -ecce homo- blijven klagen over het verlies van God, 'de vader'. Van de weeromstuit heeft hij de mens willen zien als een dier dat het leven bij de ballen grijpt en het leven ten volle leeft- maar ook dit Dionysische ideaal is niets minder dan een kinderlijke voorstelling, nauwelijks ernstig te nemen, en in het leven van alledag niet na te leven.
Hoe weinig samenhangend de gedachten van dit mensenkind waren is gemakkelijk vast te stellen: hij was niet in staat om proza te schrijven met een samenhang langer dan tien pagina's. Gedachten die deze lengte te boven gingen ontglipten hem; niets dan losse invallen kreeg deze eeuwige onvolwassene op het papier; elke nieuwe gedachte kwam uit zijn pen als de weerlegging van een vorige gedachte. Zijn oeuvre is doorspekt met tegenspraak. Bij sommige filosofen is de tegenspraak een stijlmiddel, dat diepzinnigheid suggereert, maar bij Nietzsche is het eenvoudigweg domheid, kortzichtigheid, het resultaat van een geëxalteerde geest die altijd heen en weer geslingerd wordt tussen pathologische angst en kinderlijke overmoed.
Het ligt eenvoudigweg in de lijn der verwachting dat iemand die kinderlijk is en kinderlijke gedachten heeft tenslotte eindigt als een kinds geworden volwassene: Nietzsche's dwaasheid is de verwezenlijking van het ideaal waar Nietzsche zo dwangmatig naar zocht, namelijk de terugkeer naar zijn kindertijd, toen vader God nog regeerde vanuit de hemel- en zag dat alles goed was.
------
Naschrift: Nietzsche is het toonbeeld van een 'evocatief' filosoof. Hij is een uitmuntend schrijver die mensen voornamelijk overhaalt naar zijn standpunt door zijn stilistische kwaliteit. Hij bespeelt alle toonaarden van de taal. Hij schuwt zelfs de tirade en scheldkannonade niet. Het is echter de vraag of we hier niet sterker te maken hebben met een filosoferende literator dan met een filosoof die goed schrijven kan. Hoe dan ook, wie zijn inzichten met de brille van een schrijver over het voetlicht kan brengen, spreekt de mensen gemakkelijk aan en dringt beter tot hen door. De evocatieve kracht van de taoisten, van Plato, van Nietzsche, van Schopenhauer is zelf part en deel van de argumenten die ze aanvoeren. Je kunt je afvragen of dit vals spel.
13 opmerkingen:
Jan-Auke,
Dat een rechtgeaarde leraar en kindervriend-- ik denk serieus dat jij dat bent-- zich geen groter genoegen zou kunnen voorstellen dan de ziel te vertrappen van een verward en overgevoelig kind, een bangelijk mannetje dat de dood van zijn vader niet heeft kunnen verwerken, lijkt niet erg waarschijnlijk en daarom geloof ik het ook niet. Deze stijlfiguur lijkt me wat ongelukkig gekozen. Overigens kan ik er wel uit opmaken dat je als filosoof niet erg onder de indruk bent van het gedachtengoed van Nietzsche, minder althans dan veel andere filosofen.
vr. gr.,
jac
Jan Auke,
Je schreef een tijd geleden over Gnosis Oost en West van André van der Braak. In de tekst van de uitgever staat onder meer:
"Hij laat zien hoe deze zoektocht gestalte kreeg bij Plato, Plotinus en Iamblichus, in het vroege christendom, in Indiase en Chinese filosofieën, bij moderne denkers als Spinoza en Nietzsche."
Nietzsche dus, Jan Auke.
Lees eens wat Van der Braak over Nietzsche schrijft. Voor mij was dat verhelderend.
Toen ik nog maar één bladzijde van Aldus sprak Zarathoestra had gelezen, was ik diep geraakt. Niet omdat ik een redenering aantrof, maar omdat ik een woordeloze schoonheid, wijsheid en archetypische symboliek ervoer. Woorden die direct iets in mij raakten dat aan het discursieve denken voorafgaat.
Met "direct verstaan" bedoel ik niet irrationeel in de zin van onredelijk, maar het noëtische verstaan zoals Plotinus de Nous beschrijft: een onmiddellijk inzicht dat niet via redeneringen tot stand komt.
Volgens Plotinus heeft de menselijke ziel verschillende niveaus. Het lagere is gericht op lichaam en zintuigen; het redenerende deel ordent en analyseert; het hoogste deel blijft altijd verbonden met de Nous. Mystieke ervaring is daarom geen reis naar iets nieuws, maar een bewustwording van wat altijd al aanwezig is.
Vanuit die achtergrond lees ik ook De vrolijke wetenschap. Ik vermoed dat jij Nietzsche vooral rationeel en psychologisch leest, terwijl ik zijn teksten in de eerste plaats als symbolisch ervaar.
Daarom denk ik ook dat Nietzsche niet zozeer God doodverklaart, maar een bepaald godsbeeld: een door definities, dogma's en rationalisering vastgelegd beeld van God. Dat is iets anders dan de levende, onuitsprekelijke werkelijkheid waar mystici over spreken.
Mijn indruk is dat je dit onderscheid niet ziet. Daardoor lees je Nietzsche als iemand die God verwerpt, terwijl ik hem lees als iemand die zich afzet tegen een verstard godsbeeld. Misschien verklaart dat ook waarom je zo fel over hem schrijft.
Met vriendelijke groet,
JanD
Het is mij volslagen duister wat je met dit stuk over Nietzsche beoogt.
Het smaakt mij ook niet goed.
JanD, kom mij niet aan met je benepen meninkjes over God en christendom! In mijn ogen ben je niet veel meer dan boosaardige dwerg! , geboren uit een parasiterende mensensoort! Niks anders dan een venijnspuiter ben je!, een gifspin, een weinig bekwame huichelaar. Berg jij je pen maar op en verdwijn voorgoed van mijn blog. Geldt ook voor de rest van mijn lezers. Het is juist mijn strengere en meer verfijndere vroomheid die maakt dat ik het juist zie en jullie niet!
Jan-Auke,
JanD gaat inhoudelijk in op een alternatieve interpretatie van Nietzsche. Hij legt uit waarom hij Nietzsche mede vanuit Plotinus en de mystieke traditie leest. Je kunt het daarmee oneens zijn, maar het is een serieuze poging tot filosofische discussie.
Maar de inhoud van zijn reactie – over Plotinus, symbolische interpretatie en de betekenis van "God is dood" – blijft volledig onbeantwoord. In plaats daarvan reageer je buitengewoon emotioneel en met persoonlijke verdachtmakingen; je valt je zijn persoon aan op een vileine en vijandige toon:
"boosaardige dwerg"
"parasiterende mensensoort"
"venijnspuiter"
"gifspin"
"verdwijn voorgoed van mijn blog".
Hierin etaleer je bepaald niet jouw zogenaamde strengere en meer verfijnde vroomheid.
Overigens, als alleen degene met de strengere en verfijndere vroomheid" de waarheid kan zien, is inhoudelijke discussie nauwelijks nog mogelijk. Is dat de reden waarom je nooit reageert op serieuze pogingen daartoe?
vr. gr.,
Jac
Jan-Auke,
Een andere interpretatie van jouw antwoord aan Jan D is dat je wilt demonstreren hoe Nietzsche geantwoord zou kunnen hebben.
De duidelijk Nietzscheaanse beelden die je gebruikt zouden daarop kunnen wijzen. En jouw slotzin doet mij denken aan de zelfverheffende toon die Nietzsche soms bewust aanslaat, bijvoorbeeld in Ecce homo:
"Waarom ik zo wijs ben"
"Waarom ik zo slim ben"
"Waarom ik zulke goede boeken schrijf"
Mogelijk heb je hier bewust Nietzsche willen spelen. Maar toch, de gedachte dat er enige overeenkomst is tussen Nietzsches overtuiging van het eigen gelijk jouw wijze van omgaan met kritiek blijft zich aan mij opdringen.
vr. gr.,
Jac
Enig sarcasme richting Nietzsche is op zijn plaats aangezien de heer Nietzsche zelf ook her en der sarcastisch was.
Nietzsche noemde zichzelf een vrije geest. Prima. Maar vrije geesten kunnen slechts floreren in een klimaat van tolerantie en van vrijheid van meningsuiting en meningsvorming. En zo´n klimaat is er niet in een dictatuur. Maar wel in een democratie van brave burgers die zich kantiaans verplicht voelen andermans geestelijke vrijheid te verdedigen.
Ondanks de duidelijke open deur die ik hierboven schetste, geloofde de heer Nietzsche in de dictatuur van de sterke dictatoriale oppermens. Vrije geesten die zich uitleveren aan dictators, die over lijken gaan ...
Een paradox die Russell wel ziet maar die niet gezien wordt door onze maar raak hineininterpretierende postmodernisten.
Het christendom heeft een rijk verleden aan ketterjacht, heksenverbranding, boekverbranding en censuur. Bij mijn weten heeft Nietzsche zich nooit uitgelaten over dat rijke Roomse en Protestantse verleden. Misschien vond hij ergens in zijn getroubleerde ziel die geloofsdwang nog niet zo verkeerd. Vrouwen en het volk verdienen de knoet. En de narren van een dictator? Die worden vanzelf wel gek.
Voorloper
Nietzsche was niet geheel en al onbelezen. Hij kende vast wel enige denkers in Frankrijk in de achttiende eeuw.
Een van die denkers was La Mettrie, de schrijver van het roemruchte "L' Homme Machine". De mens, een machine. La Mettrie zette niet alleen ieder supranaturalisme bij het oude, wrakke vuil maar wierp ook de moraal, het altruïsme, op de vaalt. En hij maakte goede sier op het hof van de cynische despoot Frederik de Grote. Filosofie is, vond La Mettrie, niet iets voor het gewone volk maar slechts iets voor de libertijnse elite, die geen vrijheden gunde aan het gewone volk.
Het werk van La Mettrie zorgde voor nogal wat commotie. Niet alleen bij de conservatieven maar ook bij zijn naturalistische "confraters" zoals Diderot, die eigenlijk iedereen verlicht wilde maken en die een voorstander was van het altruïsme. En Diderot was de .aartsvader van wikipedia. Kennis is voor iedereen
Nietzsche is nog steeds zeer bekend. La Mettrie daarentegen is .bij het gewone publiek grotendeels onbekend. Maar ik denk dat Nietzsche al met al slechts een soortement creatieve epigoon was van La Mettrie.
Best leuk, de geschiedenis van de filosofie. En jawel, Diderot is ook geen groot filosoof, geen systeembouwer, maar wel een denker die nadacht over kennis en kennisverwerving.
:)
Mijn antwoord aan JanD is een opsomming van termen uit Nietzsches geschriften. Jaspers heeft ze verzameld in zijn boekje over Nietzsche en het Christendom. Wie Nietzsche graag leest en zelfs bewondert - en er staan prachtige uitspraken in zijn boeken- maar zelf niet wil worden bejegend in Nietzsches taal, is tot op zekere hoogte 'dubbelhartig'.
Ergens in zijn werk geeft Nietzsche een nogal sarcastisch psychologisch portret van Blaise Pascal. Welnu, zou men Nietzsche zelf dan ook niet mogen voorzien van zo´n portret? Overigens had Nietzsche ook wel waardering voor Pascal. Hij waardeerde de enorme passie van Pascal. Nietzsche zelf was ook zeer gepassioneerd.
Maar monomane passies vertroebelen het zicht op de complexe werkelijkheid. Neem onze hedendaagse complotgelovigen. Heel veel onderbuik, weinig nuchtere analyses.
Hoe interessant Pascal en Nietzsche ook zijn als psychologische karakters, als filosofen zijn ze niet relevant.
Geachte filosoof dr. Jan Auke Riemersma.
Toen ik je eerste stukje las glimlachte ik. Nietzsche, de filosoof met de hamer, die er een sport van heeft gemaakt heilige huisjes van het christenendom kapot te slaan, heeft het heilige huisje van JanR geraakt. Iets wat mij in al die jaren niet gelukt is met vriendelijke woorden. Chapeaux Nietzsche.
Jouw reactie naar mij vond ik echt amusant. Echt waar! Je kan het navragen bij een lezeres van jouw blog, als je me niet zou willen geloven. Ik heb het een paar keer overgelezen met ontzag voor de hyperbolische retorische woordcombinaties en dacht JanR wordt gek. Maar Jac zag dat het uit Ecce homo kwam, wat Nietzsche schreef kort voor hij helemaal waanzinnig werd. Wel in een boek met zijn gebruikelijke “fijnzinnige” retoriek en stijl tegen het christendom waar ik zo van kan genieten en die niet persoonlijk aan mij is gericht, want hij is dood, net zoals de definitie-god.
Nu inhoudelijk, je schrijft: “Mijn antwoord aan JanD is een opsomming van termen uit Nietzsches geschriften.”
Dat is onjuist. In dat antwoord staat de term; ”blog” in de zin: “verdwijn voorgoed van mijn blog. Geldt ook voor de rest van mijn lezers.” Dat kan niet van Nietzsche zijn in die tijd waren er geen blogs. Dat was dus persoonlijk als moderator van jouw blog aan mij en al jouw lezers gericht.
Ik, zoals gebruikelijk letterlijk begrijpend-lezend, heb nog met een lezeres overlegd: zou JanR dat menen? Dan kan hij beter zijn blog opheffen en colums gaan schrijven. Maar nee, R.V. mocht zelfs twee keer zijn zeer diepzinnige filosofische beschouwingen geplaatst zien. En Jac, normaal altijd al op de strafbank, mocht deze keer vele wijze woorden zeggen. Chapeaux Jac. Dus ik ben benieuwd of deze JanD reactie wel geplaatst wordt. Ik ben het namelijk met Nietzsche eens, misschien was Nietzsche het wel met mij eens, als de tijd achteruit loopt. ;-) En dat kan volgens Einstein, hihi.
Je doet Jaspers verschrikkelijk tekort. Je doet net of hij slechts een Nietzsche’s termen verzamelaar is. Juist hij probeert de diepste motieven van Nietzsche existentieel te begrijpen, zonder hem te reduceren tot een psychologisch geval. Je zal er wel over heen gelezen hebben in jouw emotionele huidige toestand getuige jouw opmerking: “Het feit dat Nietzsche wordt beschouwd als een groot filosoof, alhoewel hij weinig meer was dan een verward, overgevoelig kind, is een van de ergste vernederingen die elke filosoof -althans, de filosoof die zijn ambt ernstig neemt- moet slikken.”
Reducerend gepsychologiseer voor jou en R.V.. Maar Nietzsche is toch wel degelijk relevant als filosoof voor een letterlijk verruiming van je horizon. Widerutsjoch, tenminste als Nietzsche meer wetenschappelijk ervaren wordt. Ik raad je daarvoor Gerard Visser aan.
Gerard Visser heb ik nog onlangs gesproken: hij benadert Nietzsche fenomenologisch. Richt zich op de ervaring zelf: stemming, ontvankelijkheid, verwondering, gelatenheid, oorsprong. Hij komt meer bij mijn opvatting over Nietzsche alleen herken ik bij Nietzsche ook nog het schouwen in de mystieke “advaita” wereld. Of Visser durft dat niet te zeggen als wetenschapper.
Zijn cum laude in 1987 verdedigd proefschrift is in 2023 heruitgegeven bij Boom.
Ja. Het gaat om: Nietzsche en Heidegger. Een confrontatie. Proefschrift, cum laude verdedigd in 1987 aan de Universiteit Leiden. Jubileumeditie/heruitgave in 2023 bij Boom.
Het is een van de meest diepgaande Nederlandstalige studies over de verhouding tussen Nietzsche en Heidegger. Visser laat zien dat Heidegger niet alleen Nietzsche interpreteert, maar ook met hem in gesprek is over fundamentele thema's als nihilisme; oorsprong; kunst; waarheid; het affectieve; het "nieuwe begin".
Het boek geldt sinds de eerste uitgave als een standaardwerk over beide denkers.
Dus JanR lees wat van André van der Braak in comparatief spiritueel perspectief en lees Karl Jaspers zijn existentiele uitleg en lees Gerard Visser waar Nietzsche een denker van de ervaring van zin, leegte, heiligheid en oorsprong is.
groet van JanD
JanD, je zegt dat je letterlijk leest: dat doe je echter niet. Je fabuleert (en dat is echt een kwalijke eigenschap van je waar ik me aan erger). Je hebt aan een geknakt grassprietje genoeg om te weten hoe de toestand op heel de aarde is en die in de sterrenhemel erbij (dit voorbeeld vrij naar Godfried Bomans). Althans, dat maak je jezelf wijs. 'Je doet Jaspers tekort': schreef ik soms een verslag van dat boek?! Zoek een dak uit, heer D. en ga daar voor straf maar eens een maandje op zitten. En wat heb ik te maken met Gerard Visser? Heeft Visser aangetoond dat het werk van Nietzsche niet evocatief is? (Dat lijkt me sterk). Dat Nietzsche 'relevant is voor de verbreding van je horizon' is een open deur: dat is een uurtje luisteren naar vandaag inside ook.
Jan Auke.
Je schrijft: “JanD, je zegt dat je letterlijk leest: dat doe je echter niet je fabuleert”.
Het woord fabuleren vind ik eigenlijk wel mooi gekozen. Alleen zie ik het niet noodzakelijk als tegenstelling tot een werkelijkheidsbeschrijving. Ook een theorie is in zekere zin een fabel: een door ons geconstrueerd samenhangend verhaal waarmee we verschijnselen ordenen. De werkelijkheid zoals wij daarover spreken, krijgen we immers nooit los van begrippen, onderscheidingen en taal.
In Wittgensteiniaanse termen: wat wij „werkelijkheid” noemen, functioneert binnen taalspelen. Dat betekent niet dat iedere fabel even goed is. Sommige verhalen botsen voortdurend met onze ervaringen, andere blijken buitengewoon bruikbaar en stabiel. Een natuurkundige theorie is daarom niet zomaar fantasie, maar ze blijft wel een talige constructie en is niet de werkelijkheid zelf.
Ik overdrijf graag om dat duidelijk te maken, derhalve heb ik aan een grassprietje, dat NIET is geknakt genoeg. Dat grassprietje laat ik onderzoeken door dr Watson en Sherlock Holmes om de fundamenten te verwoesten waarop het naturalistische bouwwerk staat. Of Plantinga gelijk heeft of niet, jouw debunking van Plantinga was niet juist. Het was een petitio principii. Jammer dat die discussie weg is. Ik had er zo mijn best op gedaan: het plantje van Plantinga.
Dus ja, ik fabuleer. Maar jij ook. De interessante vraag is dan niet wie fabuleert en wie de werkelijkheid weergeeft, maar welk verhaal binnen welk taalspel bevredigt. Ooit, erg lang geleden zei je dat ik een eclectisch wereldbeeld heb. En dat kan zich m.i. niet verenigen met de logica van ons brein.
Die comparatieve filosofie zit vol met ‘irrationele’ [zie Rudolf Otto] wijsheden. Of het nu syncretisch is of een diepere, onnoembare goddelijke eenheid: daarin is de ratio deficiënt. Daarover zijn we het toch eens? Het is geschikt om in deze naïeve wereld motiel te leven. Die logica is niet geschikt om de werkelijkheid te doorgronden. Dus we zijn het eens en ook oneens: dat is toch “logisch” hè? ;-)
Vriendelijke groet, heer D.
p.s. Mijn letterlijkheid heeft vooral betrekking op het niet of moeilijk begrijpen van steken onder water, toespelingen en pejoratieve bedoelingen. Je schreef: “Zoek een dak uit, heer D. en ga daar voor straf maar eens een maandje op zitten.” : duidelijk, fijn. Echter ik zie niet in waarom, ik meen dat veel mensen mijn motieven verkeerd inschatten als ik een ludiek stuk schrijf of meer associatief en symbolisch schrijf.
Een reactie posten