Amerikaanse non-fictie schrijvers weten goed dat je elk hoofdstuk moet openen met een geschiedenis of anecdote over opmerkelijke mensen. Wie een lezing geeft over de boekhouding van een fabriek die wc-papier produceert, moet openen met een anekdote over iemand die op akelige wijze stierf bij gebrek aan wc-papier.
Existentiële wijsheden moet je verpakken in verhalen: alleen dan komen ze over; alleen dan worden je inzichten aanvaard.
Als er één groep filosofen is die uitstekend begrepen heeft dat je gedachten en wijsheden door middel van verhalen onder de aandacht moet brengen, dan zijn dat wel de taoisten.
Ik heb een willekeurig verhaaltje uit hun enorme voorraad narratieve wijsheden gevist.
"De wijze Tan zat voor zijn grot. Hao, die er dagenlang over deed om de steile wand van de berg te beklimmen, kwam voor hem staan.
'Meester', zei Hao, 'leer me wat wijsheid is.'
'Verdwijn', zei de wijze Tan. 'Klauter langs de bergwand weer naar beneden.'
'Meester', zei Hao, die zich niet liet wegjagen, 'zeg mij eerst wat wijsheid is.'
Maar Tan deed er het zwijgen toe.
Na drie dagen kreeg Hao dorst en honger en hij begreep dat hij dan terug moest naar het dal.
Meester Tan is inmiddels gestorven; hij werd precies honderd-en-één jaar oud.
Gisteren kwam ik Hao tegen- zijn zwarte haar is grijs en zijn ogen zijn zwak.
'Hao', vroeg ik, 'wat heeft meester Tan je geleerd?'
'Meester Tan', zei de oude Hao, 'leerde mij mijn levensles: wijsheid vind je in je eigen levenswandel: je krijgt haar van geen ander, ook niet van de wijzen.'
Een wijsheidsnarratief heeft een kwaliteit die onmiddellijk overtuigt. In ieder geval zetten deze verhaaltjes je aan het denken.
De oude Peter zat voor zijn kleine huis en rookte een sigaret. Jansen kwam langs rijden en stopte. Hij opende het portier.
'Zeg Peter', zei Jansen, 'is dat nu wijs wat je doet. Je bent een leraar, maar rookt een sigaret en alle kinderen kunnen het zien. Zullen ze dan niet denken: als de leraar rookt, dan kan roken geen kwaad?'
Peter gaf geen antwoord. Tevreden rookte hij zijn sigaret. Hij keek naar Jansen niet om.
Jansen, geërgerd door Peters zwijgen, sloot het portier en reed weg.
Peter is inmiddels gestorven. Hij werd precies honderd-en-één jaar oud.
In het dorp kwam ik onlangs Jansen tegen.
'Peter was een wijs man', zei Jansen, 'hij deed alsof ik lucht voor hem was. Maar nu, jaren later, begrijp ik hem: laat roken wie roken wil. Ieder mens heeft zijn eigen levenswandel.'
Tot slot nog één verhaaltje.
'Over tien jaar hebben we kennis van de hele wereld!', zei Jonas.
'Zo', zei Peter.
'Ons verstand', zei Jonas. 'brengt ons naar de verste sterren, draagt ons over de grootste afstanden, tilt ons over de hoogste drempel.'
'Oh', zei Peter, 'ik zie het...'
Peter schudde noten in een schaal; walnoten, hazelnoten, tal van soorten.
Jonas schoof een hazelnoot in de bek van de notenkraker. De harde schil kraakte en brak overdwars.
Vervolgens brak Jonas een walnoot; daarna een paranoot.
Toen gaf Peter hem een kiezelsteen.
'Kraak deze steen', zei Peter.
Verwonderd keek Jonas hem aan.
'Nee', zei hij, 'met een notenkraker kun je geen stenen kraken. Geen gerei is er waarmee ja elk karwei kunt klaren.'
Peter keek hem aan.
'Waarom', vroeg Peter, 'denk je dan dat ons verstand gerei is waarmee je alles kunt begrijpen?'
Ach, het schiet me nu zo te binnen: is het niet zo dat Plato al zijn inzichten opschreef als toneelstukjes, dialogen?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten