Uiteindelijk is alles natuurkunde.
De mens is een object. Een van de fysische eigenschappen van het object is dat het 'unilokaal' is (andere fysische eigenschappen van het object zijn: ondoordringbaar, eenheid, omvang, vorm enz).
Een mens kan slechts op één plek zijn in tijd en ruimte. Hij kan dus niet op twee plekken zijn en ook niet op nul plekken zijn.
Nu is de mens een bewegend object. Ook als een object beweegt blijft het unilokaal. Je gaat van één plek, langs één lijn naar één nieuwe plek.
Van de weeromstuit is een bewegend object gedwongen om keuzes te maken: je kunt in principe, in het platte vlak, al naar vier windstreken of naar twaalf uren.
Om te kunnen kiezen heb je waarden nodig. Zomaar wat bewegen is in de natuur een doodzonde, want je verspilt het 'levenselixer' (=energie, ook al een fysisch begrip).
Met andere woorden: handelen is alleen mogelijk als er aan je handelingen een prijskaartje hangt. Hangt er aan een mogelijke keus geen prijskaartje, dan weet je niet wat je moet doen. <Geen wonder dat mensen dol zijn op lijstjes en rangordes: ze scheppen duidelijkheid: een mens met uitgesproken voorkeuren weet altijd wat hij moet doen.>
Een bewegend unilokaal object met biologische noden en behoeften moet beschikken over waarden.
Voor organismen is het leven simpel en zijn de waarden door de natuur in het verstand aangebracht. Metabolisme staat op de eerste plaats (eten, fourageren); ook moet je je kunnen verweren tegen gevaren (vechten, vluchten, schuilen, je dood houden, enz).
Nu is de koe tevreden met gras -het dier eet gras, elke dag opnieuw, gras, gras en nog eens gras-, maar de mens heeft een beter en groter verstand: en zij heeft de keus uit duizenden gerechten, van pannenkoek tot rauwe marmot.
Is het leven leuker als je zoveel keus hebt? Of moeten we de koe benijden, die elke dag haar portie gras eet, gras, gras en nog eens gras?
Het grote verstand van de mens stelt hem zelfs voor een nóg lastiger keus: is het leven van een dier dat eet, slaapt en drinkt op zich wel de moeite waard? Deze vraag is lastig, want de waarde van het bestaan is lastig te bepalen.
De mens weet dat haar leven eindig is (weet de koe dat haar leven eindig is?; er zijn mensen die hun leven lange elke dag opnieuw beseffen dat hun dagen geteld zijn): dat maakt het wel lastig om te bepalen wat de waarde van het leven op zich is: want hoe kan iets dat 'stuk gaat' nu waardevol zijn?
Bepalen wat de waarde van het bestaan is is een zeer lastige puzzel. Een biologisch unilokaal object kan hier de volgende gedachten over hebben:
(1) zorg dat je een levenstaak hebt, een queeste (ga op zoek naar je eigen heilige graal: het milieu (sluit je aan bij extinction rebellion), de politiek, de wetenschap, filosofie, schrijf een boek of probeer eens of je Oekraïne kunt bezetten).
(2) word nihilist (betoog dat het leven geen waarde heeft: wees als Bazarov en verklaar dat zelfs de liefde van je ouders volkomen zinloos is: zelfs het leven van de koe vertegenwoordigt geen waarde: haar bestaan is een zinloze exercitie van biologische activiteiten: eet, slaap, plant je voort en blijf veilig bij de kudde; de nihilist vindt het zelfs zinloos om zelfmoord te plegen, maar feitelijk zou levensbeëindiging wel consequent zijn).
(3) besteed het antwoord uit aan een hogere instantie (zo doen wij dat ook bijvoorbeeld in de politiek of als het om medische vraagstukken gaat: je roept de hulp van een specialist in; je moet dan maar vertrouwen op de kunde en het vakmanschap van deze hogere instantie).
(4) wees onverschillig (vermijd elke keus die niet direct gericht is op de eerste levensbehoeften: laat je leven bepalen door de omstandigheden, leef zoals het toevallig uitkomt- denk niet na over de toekomst of over de waarde die het leven eventueel heeft).
Is het uitgesloten dat het leven op zich waarde heeft? Ook al ga je stuk en vergaat het heelal? Bedenk dat een unilokaal bewegend object ook -noodgedwongen- een unilokale denkwijze heeft. Unilokale denkers denken langs één rechte lijn en maken exclusieve lijstjes: het is ja of nee (je gaat wel of niet naar het Noorden: op geen plaats kun je niet zijn en op twee plaatsen ook al niet).
Hij kan zich daarom niet indenken dat er meerdere -misschien veel- ware verhalen over de werkelijkheid verteld kunnen worden. Bijvoorbeeld: wellicht ga je niet 'stuk', omdat geest en brein twee totaal verschillende zaken zijn die één zijn; wellicht zijn er werelden in werelden die voor een unilokaal object niet toegankelijk zijn, enz.
Je bent immers in je hoedanigheid van unilokaal object wel een beetje beperkt, daar hoeven we niet over te twisten. Was je een gas of een vloeistof dan zou je kunnen uiteenstuiven naar alle uren van de klok: je zou dan niet exclusief moeten denken maar inclusief. Je zou dan geen moeite hebben met de gedachte dat een gewone natuurlijke wereld niet uitsluit dat er ook een transcendente wereld is - en wie weet een wereld boven de transcendente wereld en een wereld boven de transcendente transcendente wereld: ad infinitum.
Als je unilokale denkwijze een beperking is, dan is letterlijk alles mogelijk: je kunt geen denkbeeld of voorstel uitsluiten.
Maar ja, leg dat maar eens uit aan dieren met het verstand van een unilokaal object...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten