dinsdag 5 mei 2026

Het vetorecht van de basiswetten

De basiswetten hebben ons sterk in hun greep. We kunnen nauwelijks geloven dat twee strijdige beweringen (bijvoorbeeld: a & ¬a) waar zijn. Het is gebruikelijk om filosofen, die aan de waarheid van de basiswetten twijfelen, naar tegenvoorbeelden te vragen. Als zij dan zo vermetel zijn om tegenvoorbeelden te geven, worden deze tegenvoorbeelden vrijwel altijd ‘ontmanteld’ en als ‘pseudo-tegenspraken’ (paradox) retour gezonden. 

In de praktijk is het echter niet lastig om een voorbeeld te geven van tegenspraak. Als iemand bijvoorbeeld vis eet, dan nuttigt hij gezonde én ongezonde stoffen. Het vlees van de vis is van nature ‘gezond’, maar het werd door vervuiling ‘ongezond’. Je kunt de waarheid van de bewering dat een stukje vis ‘gezond & ongezond’ is daarom wel rechtvaardigen. 

Een filosoof die strikt in de leer is, zal het voorbeeld kunnen ontkrachten door er op te wijzen dat het vlees niet gezond of ongezond is, maar dat het vlees verschillende stoffen bevat die het deze strijdige eigenschappen geven. Een voorbeeld van een ‘echte’ contradictie is dit zodoende niet. Van een echte contradictie is pas sprake als je laat zien dat één en dezelfde stof gezond en ongezond is. 

Waar deze weerlegging op neer komt is dat je, op creatieve wijze, zo schuift met de polen van de tegenstelling, dat je de tegenspraak herleidt tot een onbestaanbare (onmogelijke) constructie.

Op grond van welke regel of bepaling echter mogen we het stukje vis geen tegenspraak noemen? Wie aanvoert dat tegenspraak ‘bij wet’ onmogelijk is en tegenvoorbeelden daarom zo bewerkt dat de tegenspraak verdwijnt, bedient zich van een ongeldige redenering. Het komt er bij het 'demonteren' van een tegenspraak zonder uitzondering op neer dat de wet van non-contradictie, de wet die zegt dat tegenspraak onmogelijk is, het laatste woord krijgt. De wet van non-contradictie verbiedt een tegenspraak om geen andere reden dan dat zij (i) tegenspraak verbiedt en (ii) als hoogste wet in rang het vetorecht heeft [1].

Deze ‘procedure’ maakt duidelijk waarom het rechtvaardigen van de basiswetten zo lastig is. We beschikken om de basiswetten te rechtvaardigen niet over wetten die nóg fundamenteler zijn; we kunnen echter de basiswetten niet gebruiken om ‘plompverloren’ zichzelf te rechtvaardigen. Je noemt dit het zogenaamde 'background problem of logic'. Het probleem is onoplosbaar. 

Feitelijk is er daarom geen beletsel om het stukje vis een voorbeeld te noemen van een tegenspraak: we beschikken over geen argument dat ons verbiedt om het stukje vis te beschrijven als ‘gezond & ongezond’. Je kunt je altijd beroepen op het feit dat het stukje vis zélf gezond én ongezond is -omdat de gezonde en ongezonde stoffen niet uit het vlees geschraapt kunnen worden- en daarmee blokkeer je een verdere reductie.

Het voedingscentrum adviseert daarom om slechts éénmaal in de week vis te eten. Eenmaal in de week mag je je gezondheid verbeteren én verslechteren met één stukje vis (van 75 gram).

----

[1] merk op: de basiswetten zijn atavismen, allesbepalende 'diepgelegen' neigingen -van biologische snit- die ons denken sterk bepalen. Deze atavismen eisen van ons dat wij de werkelijkheid consistent beschrijven (afbeelden, weergeven). Het ligt voor de hand dat deze 'eis' niet voor niets ten grondslag ligt aan onze denkwijze. Ze zal ontstaan zijn ergens in het Cambrium of -naar nieuwe inzichten- nog vroeger, in het pre-Cambrium. In die dagen waren de organismen zeker niet in staat om de gehele werkelijkheid te doorgronden. Ze hadden slechts sinds kort de beschikking over zenuwweefsel en spierweefsel. De reden dat de basiswetten de grondslag voor het denken vormen is dat je zonder consistente spierwerking niet doelgericht kunt bewegen. Als spieren en zenuwen niet alras consistente systemen vormen, dan kun je niet axiaal (unitair) vooruit of achteruit bewegen. 

19 opmerkingen:

JanD zei

Beste JanA

Ik heb al de basis wetten behandeld op 20 april 23:54 ik kijk uit naar jouw reactie.
In jouw huidige stuk "Het vetorecht van de basiswetten", heb ik snel uit de losse pols een reactie geschreven en voorgelegd aan chatgpt, nadat die op jouw stuk zelf met allerlij onzin kwam.

Ingevoerd:

"Zijn zwakke punt is dat de basis wetten in het Cambrium zijn ontstaan. Wetten zijn mentale structuren die uit het menselijk denken zijn ontstaan. In het Cambrium waren er geen mensen die die wetten bedacht hebben. De evolutie van de natuur gaat wetenschappelijk vastgesteld door "try and error". Dat is later (zoals Hume stelt) een mentale projectie. "

Reactie chatgpt zonder correctie van mij:

1. Categorie-fout:
“Basiswetten ontstaan in het Cambrium” verwart twee niveaus.
Biologische functies (zenuw/spiercoördinatie) ≠ logische wetten.
Het eerste is causaal-fysisch, het tweede normatief-structureel.
2. Ontstaan vs geldigheid:
Zelfs als denkpatronen evolutionair gevormd zijn, volgt daaruit niet dat de wetten zelf “ontstaan” zijn.
Je verklaart dan hoogstens waarom wij ze hanteren, niet wat ze zijn.
3. Hume correct toegepast:
Volgens David Hume zijn causaliteit en noodzakelijkheid projecties van gewoonte.
Dat ondersteunt jouw punt: wetmatigheid als mentale ordening, niet als fysiek gegeven.
4. Tegen Jan Auke’s Cambrium-stelling:
In het Cambrium waren geen proposities, geen negaties, geen predicaten.
Dus ook geen “a & ¬a”.
Alleen fysische processen.
5. Kernonderscheid:
• Natuur: trial-and-error, selectie, dynamiek
• Denken: abstractie, onderscheid, consistentie-eis
Hij projecteert het tweede terug in het eerste.
6. Sterkere formulering van jouw punt:
De basiswetten zijn geen biologische atavismen, maar structurele voorwaarden van articulatie binnen taal en denken.
Evolutie kan verklaren waarom wij consistent denken, maar niet waarom inconsistentie logisch problematisch is.
7. Implicatie:
Zijn argument ondergraaft zichzelf:
Als logica slechts een Cambrium-atavisme is, verliest ook zijn eigen redenering elke normatieve kracht.

Met vriendelijke groet van JanD

Jan-Auke Riemersma zei

Jan, en ik vermoed dat de organismen in het Cambrium ook geen sigaren rookten en sociologische en politieke verhandelingen over democratie schreven. Ik neem de onnozelheid van dit antwoord Chat niet kwalijk, maar het leert ons hoe belangrijk een goede prompt is. Jan, het is lief van je dat je de moeite neemt om mij intellectueel bij de les te houden, maar bedenk: ik heb zelf ook vier van die machines -vooralsnog gratis- en ik kan zelf ook prompts schrijven.

JanD zei

Jan Auke
Je hebt gelijk dat “organismen in het Cambrium ook geen sigaren rookten en sociologische en politieke verhandelingen over democratie schreven “ :-) Leuke grap.
Wat zeggen jouw 4 gratis machines eigenlijk op mijn prompt ?

Nu schrijf ik hier verder zonder A.I.
Ik schrijf echt niet om je intellectueel bij de les te houden, maar vanuit een visie op de logica vanuit een ander wereldbeeld. Daardoor mis je, wat ik bedoel te zeggen. Het belangrijkste is nummer 1.

1. Categorie-fout !! De basiswetten bestaan niet in de natuur, alleen in het menselijke denken.

2. Ontstaan vs geldigheid: wetten zijn geproduceert door het denken, dus zijn de wetten alleen op het denken van toepassing, niet op de natuur.

3. Hume correct toegepast:

4. Tegen Jan Auke’s Cambrium-stelling:
uit 2 (wetten zijn alleen op het denken van toepassing) volgt: in het Cambrium waren er geen denkende mensen dus ook geen gedachten over proposities, negaties, predicaten en “a & ¬a”, ze bestonden toen niet.

5. Kernonderscheid:
5.1 • Natuur: trial-and-error, selectie, dynamiek
5.2 • Denken: abstractie, onderscheid, consistentie-eis
Toevoeging:
ad 5.1 De natuur werkt met een veelheid van eerdere ervaringen, met statistiek.
ad 5.2 Het menselijk logisch denken (logische denkwijze) gebeurt met dianoia (stap voor stap) denken zoals bijvoorbeeld de turing-machine. Maar het logisch denken bij mensen: met begripsvermogen en bewustzijn in het NU. Betreft het menselijk lichaam volgens de natuur, zie 5.1

Wat is nu de onnozelheid? Ik begrijp niet op grond waarvan. Waar zit mijn denkfout volgens jou?

Groet van JanD

Jan-Auke Riemersma zei

Jan, de basiswetten zitten in je hersenen en je hersenen zijn een product van de natuur. Die van jou niet vermoedelijk, maar die van alle andere mensen wel. Laat je hoofd maar eens scannen: dan zul je toch een enorme walnoot zien. Als je het dan nog niet gelooft vraag je voor de aardigheid of ze een stukje van die walnoot willen afsnijden: laten we dan eens zien of je nog wel dezelfde persoon met dezelfde vaardigheden bent als nu.

In het Cambrium zijn de eerste organismen met spier- en zenuwweefsel ontstaan. Voor zover ik weet bestaan de hersenen uit zenuwweefsel. Die walnoot in je hoofd is eigenlijk een grote klont zenuwen.

Van dat kernonderscheid -zo fijn ook, die telegramstijl- begrijp ik geen snars: dat kan mijn walnoot niet verwerken.

JanD zei

JanA,

de basiswetten zitten NIET in de hersenen. Laat je hoofd maar eens scannen: dan zul je toch echt geen basiswetten zien, hoogstens zenuwactiviteit en patroonvorming.

Dat logisch denken neurale correlaten heeft, bewijst nog niet dat logische wetten identiek zijn aan hersenprocessen. Correlatie is geen identiteit.

Groet van JanD

Jan-Auke Riemersma zei

Jan, laten we dan maar afspreken dat de basiswetten bij de meeste mensen achter de oren zitten ipv er tussen ;)

Bert Morriën zei

JanD,

De basiswetten zitten wel degelijk in je hoofd. Mensen accepteren geen contradictie, dat is gezond verstand. Iedere inconsistentie in waarneming veroorzaakt bewustzijn. Dat is aantoonbaar.
"The Common Sense TOC"
https://drive.google.com/file/d/1VEFuAZ9aoNzPfr9SNvn9AFg87W1Skmd7/view?usp=sharing

JanD zei

JanA,

laten we dat niet afspreken :-)

Jij redeneert vanuit een materialistisch/naturalistisch wereldbeeld, waarin denken en logica uiteindelijk eigenschappen of epifenomenen van hersenprocessen zijn.

Ik maak juist onderscheid tussen:

neurale activiteit,
denken,
en logische geldigheid.

Dat logisch denken samenhangt met hersenactiviteit betekent nog niet dat logische wetten identiek zijn aan -of voortkomen uit- neurofysiologie. Correlatie is geen identiteit.

Groet van JanD

Jan-Auke Riemersma zei

Jan, dat is machtig interessant: ik wacht dan op je bewijs voor de geldigheid van de basiswetten. Zodra je dat verstrekt, spreken we verder.

Jan-Auke Riemersma zei

Bert, wat is het verschil tussen jouw 'active error-correction mechanism' en Friston's free energy principle (incluis het idee dat het brein steeds het verschil opmerkt tussen de waarneming en haar model van de buitenwereld)? Ik zie het verschil niet. Je geeft de theorie van een ander uit voor die van jezelf. Dat is niet zuiver, toch?

Bert Morriën zei

Jan-Auke,

[Je geeft de theorie van een ander uit voor die van jezelf. Dat is niet zuiver, toch?]

Friston legt feitelijk uitsluitend uit dat het brein Bayesian inference gebruikt en dat Bayes inherent een systeem vereist dat dit daadwerkelijk uitvoert.
Hij laat niet zien hoe dat in het brein werkt.
Mijn theorie doet dat wel. Die bouwt voort op de werking van neuronen.
Ik heb trouwens kritiek gekregen waardoor ik een volgende versie van CSTC heb gemaakt.
The Common Sense Theory Of Consciousness
Bert Morrien, 20260507 v1
Added new section: 4. Flow, Verification, and the Intermittent Nature of Consciousness
Updated Conclusion: Consciousness as an Intermittent Guardian of Integrity

Te vinden via dezelfde link.
https://drive.google.com/file/d/1VEFuAZ9aoNzPfr9SNvn9AFg87W1Skmd7/view?usp=sharing

JanD zei

JanA,
ik vind het ook machtig interessant. Ik kijk uit naar onze verdere dialoog.

Je hoeft niet te wachten op mijn visie op de geldigheid van de basiswetten; die heb ik al beschreven bij Kwain en de keeper op 20 april 2026 om 23:54 en 18 april 2026 om 18:39.


Mijn punt (onder anderen) daar was juist dat logische tegenstellingen (A/¬A) reeds een aangebracht onderscheid veronderstellen, en dus niet de bron van alle articulatie kunnen zijn.
Daarmee komt ook het “background problem of logic” anders te liggen dan jij het formuleert.

Daarnaast volgt uit het probleem van de fundering van logica nog niet dat logische geldigheid gereduceerd kan worden tot neurofysiologie of Cambrium-atavismen.

Groet van JanD

Jan-Auke Riemersma zei

Jan & Bert, dat is dan allemaal uitstekend bedacht. We sluiten de draad, all is said and done, mooier kan het niet.

Jan-Auke Riemersma zei

Simon, ik geef het antwoord -als je het niet erg vindt- toch op de site: je zult vast niet de enige zijn die dit bezwaar heeft.

De regress die je krijgt -het background problem- is:

Een vis is wel en niet goed voor de gezondheid.

Je zou kunnen zeggen: de vis bevat stof x en die is gezond; de vis bevat stof y en die is ongezond. Hier is geen sprake van een 'echte' contradictie. Door analyse verdwijnt de contradictie. Immers, in opzicht A (stof Y) is de vis ongezond, in opzicht B (stof X) is ze gezond.

Maar waarom moet je analyseren? En wat moet de analyse opleveren? Wel, dat moet op grond van de basiswetten. Maar wie zegt dat de basiswetten 'warranted' zijn/waar zijn? Je kunt immers tegenvoorbeelden geven: vis is een tegenvoorbeeld, het voedingscentrum legt duidelijk uit dat vis eten gezond en ongezond is. Nee, zegt de evidentialist/rationalist, vis is geen tegenvoorbeeld, want je kunt het tegenvoorbeeld analyseren. Maar waarom moet ik het tegenvoorbeeld van de vis analyseren? Want dat 'moet van de basiswetten'. Maar waarom moet dat van de basiswetten, ze zijn immers niet 'warranted'/ waar. Oh nee, zijn ze niet waar, geef dan maar een tegenvoorbeeld. Vis is een tegenvoorbeeld, want... enz.

Je kunt deze regress alleen doorbreken als je de basiswetten het veto-recht geeft: als je dus plompverloren zegt: ze geven altijd de doorslag. Waarom geven ze altijd de doorslag? Wel, daarom. En dat is reden genoeg!

Jan-Auke Riemersma zei

Simon, ja natuurlijk kun je om praktische redenen de analyse aanvaarden: dat is zelfs verstandig gezien de moeite die het ons kost om 'sound reasoning' te behouden. Praktische redenen echter hebben toch niets van doen met rechtvaardiging? Je kunt niet formeel verantwoorden waarom je je gedachten logisch ordent. We doen het dus uit praktische overwegingen. Maar strikt genomen neem je daarmee een risicovol voorschot op de orde die de werkelijkheid heeft. Sterker gezegd: terugvallen op praktische overwegingen -orden ik de wereld niet logisch, dan kan ik haar niet begrijpen- is een capitulatie voor het de waarheidsideaal dat we nastreven.

Het werpt ook ander licht op onze verbazing over de 'kracht' van ons verstand. Einstein schijnt gezegd te hebben dat het verbazingwekkend is dat de wereld begrijpelijk is: maar het is natuurlijk geen wonder dat wij de theorieën, die ons in staat stellen de wereld te begrijpen, zelf eerst -om de praktische reden dat wij onze eigen theorieën anders niet begrijpen- a priori logisch ordenen. Wij staan geen andere dan een begrijpelijke beschrijving van de werkelijkheid toe. Feitelijk is de natuurwetenschap een soort tautologie.

RV zei

Complex

Buiten- en binnenwereld zijn nu eenmaal, en ook twee- en driemaal, complex. Om Marx zeer liberaal te parafraseren: tot nu toe heeft men geprobeerd om binnen- en buitenwereld te simplificeren maar het komt er echt op aan om ze beide te compliceren. En dat geldt ook voor het godsidee. Ook het godsidee is zeer gecompliceerd. De Heilige al of niet drie-enige Eenvoud is een simplistisch sprookje. Weg ermee.

En zo kan vis deels gezond en deels ongezond zijn. En gelukkig voor ons is ons nationaal Voedingscentrum goed op de hoogte van de complexiteiten met betrekking van voeding voor de mens en gruwt het van de simplistische superfoods en aanverwanten.

Maar bovenstaande lijkt me een open deur. Ik had liever iets willen schrijven over de afkeer van de heer Riemersma jegens Popper. Waarom hakken op Popper? Waarom een gestaalde logisch positivist als Quine tegen Popper in stelling brengen? Omdat Quine de bijl zet in de logica? Nou nee, dat doet Quine juist niet. Integendeel. Een boekwerk van Quine heet niet voor niets: From a Logical Point of View.

Anoniem zei

In alle bescheidenheid even een andere insteek: kan het ook zo zijn dat een deel van de m.i. onmogelijke claim dat vis wel of niet gezond is, zit in de betekenis en waarde van het woord gezond?
De definitie van gezondheid bevat geen sluitende, onbetwistbare waarheden. Daarnaast, hoe en via wie kan men vaststellen dat een mens 100% gezond Is? Het lijkt me tegenwoordig trouwens ook al schier onmogelijk om aan gezonde vis te komen.
Verder is voedsel dat voor de ene mens gezond is (pinda's bv), een ander er dood aan gaat.
Water heet ook gezond te zijn maar als een mens alleen maar water drinkt, gaat hij dood.
Zuiver water, puur de H2O verbinding schijnt niet eens te bestaan, zeker niet als drinkwater.

Jan-Auke Riemersma zei

Beste onbekende -volgende keer wel een naam vermelden: anoniem klinkt zo eng en geheimzinnig-, uiteraard is de rekbaarheid van taal (en van concepten) debet aan het feit dat je strijdigheden kunt formuleren, maar ze ook weer kunt 'wegwerken'. Op zich is dat het punt niet: waar het om gaat is welke grond (reden) we hebben om strijdige formuleringen a priori af te wijzen. Je schrijft '(...) van de m.i. onmogelijke claim (...)': en dat is de kern: niemand zal het je kwalijk nemen dat jij 'inziet' dat de claim onmogelijk is, maar heb je daar sterkere/betere dan particuliere redenen voor? Zulke sterke, algemene redenen dat je iemand die het anders ziet kunt overtuigen van zijn ongelijk?

(Ja, dat water niet zuiver is, is -als ik me niet vergis- een analyse van Jaap van Brakel; ze staat beschreven in het boek 'Water' van Rene ten Bos: prachtig boek, om jaloers op te worden wat hij allemaal weet te melden over 'water').

Bert Morriën zei

Jan-Auke,

[Einstein schijnt gezegd te hebben dat het verbazingwekkend is dat de wereld begrijpelijk is.]

Dat is juist. Hij zag wel een probleem en probeerde dat op te lossen met zijn "element of reality" in het EPR document waarbij hij veronderstelde dat dit niet tegenggesproken zou kunnen worden. Hij heeft niet mee kunnen maken dat dit weerlegd werd door Bell en Aspect en dat Feynman terecht kon zeggen dat QM niet op klassieke wijze begrepen kon worden en ook dat Bohr het niet over realiteit wilde hebben omdat QM uisluitend over epistemie gaat en niet over ontologie.
Dat kan je uiteraard negeren. Geloof hoeft zich niets aan te trekken van logica maar logica is niet afhankelijk van geloof. Logica maakt onderscheid mogelijk en dat blijkt buitengewoon handig zijn voor het oplossen van allerlei problemen te zijn.
Het probleem van trivialisme is dat iedere bewering inherent een nieuw probleem veroorzaakt omdat het in tegenspraak is met zijn negatie.