Filosofen gebruiken tegenwoordig (mondjesmaat) de dialetheïstische logica -of een aanverwant deviant logisch systeem- om te berekenen of je daarmee nieuw licht kunt werpen op oude, 'onoplosbare' filosofische problemen.
Voorbeelden van dergelijk werk zijn Bealls boeken over Jezus en God, waarin hij verdedigt dat God zowel God als mens is.
Het is nu wachten op het werk van de filosoof die verdedigt dat de 'geest' zowel onstoffelijk als stoffelijk is (let wel: bedoeld wordt dat de geest helemaal stoffelijk is en helemaal onstoffelijk).
Kijk eens naar de (enigszins ingewikkelde) wijze waarop Williamson het dualisme karakteriseert in 4 stappen:
(1) alles is ofwel mentaal ofwel fysisch
(2) niets is zowel mentaal als fysisch
(3) sommige dingen zijn mentaal
(4) sommige dingen zijn fysisch
(merk op: premisse 1 en 2 zijn uitwerkingen van de basiswetten van de klassieke logica)
Een dialetheïst zou nu kunnen proberen om met zijn 'gekke logica' premisse (2) te verdedigen.
Stel dat dat lukt: wat is dan het voordeel? Wat is het nut er van om een kwestie die we niet goed doorgronden te presenteren als een contradictie?
In eerste instantie ben je het probleem kwijt dat het dualisme al vanaf de dag dat Descartes dit inzicht verdedigde heeft geplaagd, namelijk hoe lichaam en geest samenwerken: als het mentale samenvalt met het fysische hoef je je het hoofd niet te breken over de vraag hoe ze samenwerken.
In tweede instantie heb je begrijpelijk gemaakt waarom het feit dat wij mentale én fysische wezens zijn voor ons zo lastig te conceptualiseren/begrijpen is: ons verstand heeft, om begrijpelijke instrumentele redenen, een klassieke werking en is dus blind voor bepaalde constructies.
De natuur is slimmer en stoutmoediger dan wij zijn, zo althans hoor je het de mensen -geleerden- wel eens zeggen. Als wij niet in staat zijn om constructies te bedenken die de klassieke logica schenden, wil dit nog niet zeggen dat de natuur dit niet zou kunnen.
Laten we het daar, voor wat betreft dit 'stoute' idee, voorlopig maar bij laten.
------
Beall, J.C., Contradictory Christ, Oxford
Bassford, God and Logic, Cambridge
Williamson, T, De filosofische methode, Bijleveld (p.90)
(voor dialetheïsm: zie Stanford Enc.)
21 opmerkingen:
Beste Jan Auke
Ik weet dat onze wereldbeelden verschillen. Ik wil niets afdoen aan jouw logisch systeem.
Maar je vraagt: “Het is nu wachten op het werk van de filosoof die verdedigt dat de 'geest' zowel onstoffelijk als stoffelijk is (let wel: bedoeld wordt dat de geest helemaal stoffelijk is en helemaal onstoffelijk).” Ik zou als hobby-filosoof het volgende daarover willen zeggen.
De categorieën waarop P en ¬P berusten zijn geldig in onze dualistische tijdruimtelijke ervaringswereld, maar niet absoluut geldig. Je kan dus daar geen uitspraken mee aanpakken van absolute aard. Waarbij ik het “niet dualistische” (advaita) zie als primordiaal aan het “dualisme”. Ook taal schiet hier tekort, maar ik hoop dat je me begrijpt. Eerst de eenheid dan pas de tweeheid: monade dan pas duade. Dat is “rationeel” niet te vatten, maar ik verwijs dan naar het “gnostisch weten” van de mens. (Plotinus)
Dialetheïsme zegt: P en ¬P kunnen tegelijk waar zijn. Maar in het monisme wordt de contradictie opgeheven door een hoger perspectief, niet door haar waar te verklaren. Bijvoorbeeld de scheiding geest/lichaam is een conceptuele constructie. Daar “boven of daarvoor” “primordiaal” (taal schiet te kort) is het volledige “geest/lichaam” als oorsprong te begrijpen waaruit de tegenstellingen waar en niet-waar voortkomen.
Met vriendelijke groet van JanD
JanD, het idee van het opheffen of oplossen van tegengestelden is niet alleen in zwang bij de rozenkruisers of in andere esoterische kringen, maar ook bij geleerden, mystici en filosofen.
W.T.Stace (1960) legt in zijn verhandeling over mystiek uit dat mystici in tegenstellingen spreken om zo een 'hogere' eigenschap van God aan te duiden. Zulke tegengestelde uitspraken zijn dan bijvoorbeeld 'God is het Ene en het Alles', 'God is het Volle en het Lege', enz.
Ook Hegel maakt in zijn logica -zoals vermoedelijk bekend- gebruik van dit beginsel: de dronkemansgang van de geschiedenis is daarop geënt, namelijk these, antithese, wordt synthese.
Stace schrijft: "What de contradictions show is that. although the laws of logic are the laws of our everyday consciousness and experience, they have no application to mystical experience. And it is very easy to see why logic does not apply to it. For that experience of the mystic is the One, an undifferentiated unity in which there is no multiplicity." (p.270)
Ik heb echter een probleem met deze opvatting: het idee dat God op ideale wijze één is en dat tegenstellingen (en tegengestelden) voor 'hem' niet gelden, is zelf een analytisch, logisch concept. Het is niet het opheffen van onze logische denkwijze, maar juist een manifestatie van onze logische denkwijze.
Ik vraag me bovendien af of je de onbegrijpelijkheid van God niet krachtiger uitdrukt door de contradictie gewoon te laten staan.
Beste Jan Auke
In de discussie over Hegel wordt vaak gesproken over een “opgang” van de geest: een dialectische beweging waarin tegenstellingen elkaar voortstuwen en uiteindelijk in een hogere synthese worden opgenomen. In het systeem van Georg Wilhelm Friedrich Hegel hangt dat samen met een sterke identificatie van denken en zijn. Het denken is daar niet slechts een instrument, maar de plaats waar het zijn zichzelf begrijpt.
Mijn intuïtie ligt op een andere hiërarchie. Het zijn zelf – wat in sommige tradities wordt aangeduid als Brahman en in de mens als Atman – lijkt fundamenteler dan het denken. Het denken (manas) is een latere articulatie binnen het leven zelf. Het onderscheidt, ordent en construeert wereldbeelden, maar het ontspringt aan het dieper levens- en zijnsmysterie.
Vanuit dat perspectief kan de dialectische opgang van Hegel worden gezien als een indrukwekkende activiteit van het denken, maar niet noodzakelijk als de uiteindelijke structuur van het zijn.
Men zou kunnen zeggen dat het denken werelden vormt: coherente structuren van betekenis waarin tegenstellingen, syntheses en historische bewegingen verschijnen. In veel oosterse tradities zou men zulke verschijningswerelden aanduiden met het begrip Maya: reële maar afgeleide ordeningen die voortkomen uit een diepere grond. In mythische taal komt iets dergelijks voor in de gnostische verhalen rond Sophia en de Demiurg: het verlangen het goddelijke mysterie te kennen brengt nieuwe werelden voort, die niet noodzakelijk de ultieme grond zelf zijn.
Tegelijk bestaat er een mogelijk brugpunt tussen een theologische en een mystieke benadering. De transcendente God waarnaar een rationele theologie opklimt en de metafysische leegte waarnaar mystieke tradities verwijzen – bijvoorbeeld Śūnyatā – verschijnen beide uiteindelijk voor de mens als fenomenen binnen het menselijk ervaringsveld. De mens is een biologisch en denkend wezen; zijn taal, symbolen en begrippen vormen manieren om het grensgebied van het denken te benaderen.
In dat psychologische opzicht kunnen de persoonlijke God van het theïsme en de onpersoonlijke leegte van de mystiek worden gezien als twee verschillende symbolische articulaties van hetzelfde existentiële besef: dat de werkelijkheid een grond heeft die het gewone onderscheidingsdenken overstijgt. Waar de ene traditie dat mysterie personaliseert, spreekt de andere eerder over een onpersoonlijke bron waaruit de “tien-duizend dingen” verschijnen.
Vanuit zo’n gelaagde visie op werkelijkheid wordt de tegenstelling tussen rationele theologie en mystieke metafysica minder absoluut. Het denken kan indrukwekkende systemen bouwen – zoals bij Hegel – maar het blijft een activiteit binnen een grotere werkelijkheid waarvan de grond uiteindelijk niet volledig door het denken wordt uitgeput.
Met vriendelijke groet van JanD
p.s. met hulp van chatGPT voor de vertaling van mijn rommelige geest. :-)
Maar, ge. achte JanD,
probeer eens te overwegen dat de werkelijkheid helemaal geen grond, oorzaak of zoiets heeft. Probeer eens te overwegen dat de werkelijkheid bij wijze van spreken er gewoon is. Waarom de werkelijkheid reduceren tot een bron waaruit alles ontstaat en waarin alles teruggaat? Waarom wil je zo graag een Oerbron? Heeft dat te maken met jouw diepere mentale drijfveren of met een hoogst subtiele rationele argumentatie die boven mijn pet gaat?
Geachte R.V.
Je schrijft: “Probeer eens te overwegen dat de werkelijkheid helemaal geen grond, oorzaak of zoiets heeft.”
Juist dat schreef ik, R.V. , namelijk dat de werkelijke grond van de werkelijkheid grondeloos is.
Dat hoef ik niet te overwegen of te overdenken: zo ervaar ik de ‘werkelijkheid’. Ik meen dat iedereen, ook jij, dat kan ervaren. In momenten van stilte wanneer het denken en emoties tot rust komen. Ook wel: “de stem van de stilte” genoemd, die helaas meestal door het rumoer van de wereld en het denken overstemd wordt. Dan is er het hart dat zich voor het altijd aanwezige numineuze opent. Zo ervaart men de gelaagde hiërarchieën als emanaties van monisme.
Heel soms breekt het met kracht zelf door om gehoord te worden, het totaal andere: mysterium tremendum et fascinans (zie Het Heilige van Rudolf Otto.) In bijvoorbeeld een moment dat een eeuwigheid duurt of een existentiële persoonlijke crisis. In alle tijden en culturen komen die ervaringen en beschrijvingen daarvan voor.
Zie het boek het numineuze. Ik las op hebban.nl een recensie:
Het numineuze Tjeu van den Berk
"
Er zijn ervaringen die ter plekke zin geven aan het bestaan. Ze verwijzen niet naar iets anders, vragen niet om geloof, maar zijn er gewoon. 'Moments of being': ze zijn niet het product van ons verstand of van onze wil, ze zijn gratuit. Een vogelgeluid kan de aanleiding zijn, of het zien van een mimosa, het opsnuiven van een geur, het horen van een melodie of de aanblik van een stuk natuur. Andere keren brengen seksuele ervaringen die vervoering teweeg, kunnen esthetische momenten ons het geheim openbaren of beleven we een religieus moment als het betreden van 'heilige grond'. De kern van deze ervaringen, vol van verrukkelijke huiver, is irrationeel van aard en slechts gevoelsmatig te vatten. Om het unieke ervan te beklemtonen, vond de theoloog Rudolf Otto er in 1917 een nieuw woord voor uit: numineus! Dat wat onuitsprekelijk totaal anders is!
Numineuze ervaringen kunnen even sterk aanwezig zijn in onze kinderjaren als op latere leeftijd, misschien in de kindertijd nog wel sterker. Uit vrijwel alle verslagen blijkt dan dat ze tot de meest fundamentele ervaringen van een mensenleven behoren.
Tjeu van den Berk beschrijft en bespreekt een groot aantal numineuze ervaringen. Hij probeert daarvan de context op het spoor te komen, en daarbij structuren bloot te leggen die fundamenteler zijn dan ons kind- of volwassen-zijn. Structuren pro deo!
"
Groet van JanD
RV zegt: '... probeer eens te overwegen dat de werkelijkheid helemaal geen grond, oorzaak of zoiets heeft.' Dat zou natuurlijk goed te doen moeten zijn, ware het niet dat mensen een zekere ervaring hebben omtrent de (oer)grond en die ervaring niet ongedaan kunnen maken. Dan komt er nog bij dat een dergelijke mystieke ervaring méér werkelijkheidswaarde heeft dan alle andere levenservaringen.
De verbeelding van zo'n ervaring en de verwoording ervan kan vraagtekens oproepen, ook omdat ze niet bij elke mystieke ervaring gelijk zijn maar de kern van de boodschap en wat ze teweegbrengen in iemands leven is herkenbaar aan dezelfde soort kenmerken. Een dergelijke ervaring heeft onomkeerbare veranderingen teweeggebracht in de levenshouding, in de perceptie van het persoonlijke leven en het leven in het algemeen.
Terug naar jouw punt om eens te overwegen dat er geen grond ed is: voor een eerlijke en zuivere overweging heb je volgens mij een zekere neutrale uitgangspositie nodig, maar hoe kun je daar na zo'n ervaring nog komen?
Kun je van een vrouw die meerdere keren bevallen is, vragen om eens te overwegen dat er geen bevallingen bestaan?
Aafje,
We hebben de vrijheid om X te definieren en daarmee bestaat X letterlijk "per definitie".
Die definitie hoeft zich niet te houden aan wetmatigheden en mag dus contradictoir zijn.
De leugenaarsparadox en de mystiek zijn daar voorbeelden van, maar ook een muzikale compositie bestaat volgens diezelfde definitie.
Tegen een definitie valt niets in te brengen.
Wanneer die regel overtreden wordt ontstaan er oeverloze discussies.
Daarom, geloof naar hartelust in mystiek, ik heb daar per definitie niets over te zeggen.
Beste Jan Auke,
Terug naar je kernvraag: je suggereert dat het laten staan van de contradictie de onbegrijpelijkheid van God beter uitdrukt. Maar dat veronderstelt nog steeds dat de categorieën P en ¬P absoluut geldig zijn. Mijn punt is juist dat deze categorieën behoren tot onze ervaringswereld, die wel dualistisch gestructureerd is maar niet daartoe beperkt blijft, en daarom niet zonder meer toepasbaar zijn op het primordiale.
Zelfs in alledaagse ervaring (slaap, waken) verschuift wat als “werkelijk” geldt. Dat wijst erop dat het logisch kader waarin tegenstellingen optreden niet het laatste niveau is. Dan is niet de contradictie fundamenteel, maar het onderscheid waaruit zij voortkomt.
Met vriendelijke groet,
JanD
Aafje en RV,
De zijnsgrond, datgene zonder welk er niets zou zijn, is er gewoon zonder oorzaak. Binnen de werkelijkheid is er sprake van oorzaak en gevolg. Maar de zijnsgrond, datgene zonder welk er niets zou zijn, heeft zelf geen oorzaak. Hoe dat kan? Dat is een mysterie, evenals de vraag of de zijnsgrond persoonlijk van aard is. De mystieke traditie levert geen eenduidig bewijs voor een persoonlijke zijnsgrond, wel sterke aanwijzingen dat mensen haar als persoonlijk ervaren hebben. Maar de vraag blijft welke waarde wij hieraan moeten hechten, gezien het feit dat alle mystici zeggen dat de taal tekort schiet om goed weer te geven wat zij precies ervaren hebben.
vr. gr.,
Jac
Bert,
Het hangt er volgens mij maar helemaal vanaf welk begrip je aan het woord 'definitie' geeft en welke waarde je eraan geeft. Wie kan bv de liefde voor zijn vrouw, zijn kind, zijn hond definiëren? Wie kan controleren of zo'n definitie klopt?
Is het niet bijzonder dat liefde kennelijk van het grootste belang is voor de mens maar juist datgene is dat zo gebrekkig te definiëren is.
Wat voor mij belangrijker is, is de waarde van zekere uitspraken en ervaringen en wat die met mensen doen.
Omdat voor mij de mystieke, transcendente werkelijkheid niet streng gescheiden is van de wereldse werkelijkheid, wijkt mijn perceptie van de werkelijkheid wel eens wat af. Sommige tegenstellingen hebben bv een andere geldigheid voor mij gekregen. Maar zou ik me daarom helemaal moeten stilhouden? Dat vind ik niet. Omdat wij als mens dezelfde komaf hebben en uiteindelijk ook dezelfde toekomst tegemoet gaan... Ieder via zijn eigen pad.
Aafje,
[Sommige tegenstellingen hebben bv een andere geldigheid voor mij gekregen. Maar zou ik me daarom helemaal moeten stilhouden? ]
Nee, dat zou gelijk staan aan het verbieden muziek te maken. Mijn vorige bericht eindigde niet voor niets met "geloof naar hartelust in mystiek, ik heb daar per definitie niets over te zeggen."
Misschien vind je dat onbevredigend maar het is niet anders.
Ik moet je wel vertellen dat sinds 1996 de oude stormlamp van mijn schoonvader in de tuin hangt ter zijner na gedachtenis. Ik heb er toen zelfs een lichtje in gemaakt. Net als het kleine godslampje in mijn huiskamer ter gedachtenis aan het uitgestorven deel van mijn familie.
Gelukkig hebben we de levenden nog.
Jac,
Het is mij niet helemaal duidelijk wat je met een 'persoonlijke zijnsgrond' bedoelt maar er valt wel iets over te zeggen, bijvoorbeeld dat het in het aardse menselijke leven een legitieme vraag zou kunnen zijn. In de mystieke werkelijkheid vervalt een dergelijke vraag echter. In de aardse werkelijkheid zijn de verschijnselen zoals hitte en kou, hoogte en diepte en ook de (menselijke) persoonlijkheid van groot belang. Al dergelijke kwaliteiten, ook de aardse persoonlijkheidskenmerken, vervallen in het mystieke belevingsveld omdat je daar in de eeuwigheid en de grenzeloosheid terechtkomt, in een andere 'dimensie' van de ervaarbare werkelijkheid. In de mystieke ervaring kunnen wel degelijk 'verschillende verschijnselen' waargenomen worden..... Hoe die zich verhouden met het aardse bestaan, kan ik niet goed verwoorden. Maar zo kom ik dus weer de beperktheid van mijn verbale kwaliteiten tegen. In elk geval voel ik me er zelf door verrijkt. De menselijke aardegebonden belevingswereld is maar één aspect van Al dat is.
Aafje,
Bedankt voor je antwoord. Ik maak eruit op dat het voor jou een persoonlijke ervaring is dat aardgebonden tegenstellingen, zoals persoonlijk versus onpersoonlijk, hun betekenis verliezen in een mystieke werkelijkheid.
Zelf kan ik mij dat moeilijk voorstellen, omdat ik nooit een dergelijke mystieke ervaring heb gehad. Toch ben ik – als het niet te veel gevraagd is – benieuwd naar het volgende.
Heb jij de zijnsgrond, de bron, datgene zonder welk er niets is, ervaren als iets dat verwantschap heeft met wat wij persoonlijkheid noemen, zoals intentie, betekenis of betrokkenheid? Of is zelfs dat afwezig in wat jij als de mystieke werkelijkheid ervaart?
vr. gr.,
Jac
Jac,
Je vraag is: 'Heb jij de zijnsgrond, de bron, datgene zonder welk er niets is, ervaren als iets dat verwantschap heeft met wat wij persoonlijkheid noemen, zoals intentie, betekenis of betrokkenheid? Of is zelfs dat afwezig in wat jij als de mystieke werkelijkheid ervaart?'
Daar heb ik een heel simpel antwoord op met consequenties die misschien de moeite waard zijn om je gedachten over te laten gaan: Er is niets buiten God. (de Bron) Niets.... Echt helemaal niets.... (Jijzelf dus ook niet)
Aafje,
Bedankt voor je antwoord,,ook al was het geen antwoord op de vraag waar ik zo benieuwd naar was. Als er, zoals je zegt, buiten de zijnsgrond helemaal niets bestaat dan is er buiten de zijnsgrond geen kwaad en geen lijden van onschuldige kinderen en dieren en dus ook niemand die voor kwaad en lijden verantwoordelijk is. Maar dan ontkomen wij er niet aan om de verantwoordelijkheid voor het wel degelijk bestaande kwaad en lijden toe te schrijven aan de zijnsgrond, tenzij de zijnsgrond niet persoonlijk van aanrd en dus ethisch neutraal is.
Maar is het dan niet aannemelijker dat de zijnsgrond onpersoonlijk en ethisch neutraal is dan aan te nemen dat de zijnsgrond persoonlijk is en verantwoordelijk gehouden moet worden voor het extreme kwaad en het lijden van onschuldige kinderen en dieren?
vr. gr.,'
Jac
Jac,
Als er niets buiten God (de Bron) is, en de mens doet kwade dingen of er gebeuren dingen die je als kwaad kunt benoemen, zijn er vanzelfsprekend mensen die allerlei vragen hebben over de 'aard' van God.
Wij zijn als mens met ons menselijke verstand en gevoelsleven ons er niet altijd bewust van dat onze 'denkconstructies' en onze begrippen niet, of op een geheel andere wijze, een bestaan hebben of een rol spelen in de mystieke werkelijkheid. Zo is het begrip 'persoonlijkheid' daar een voorbeeld van. In de mystieke, eenheidservaring is (een) persoonlijkheid afwezig. God ergens voor verantwoordelijk houden komt ook niet in je hoofd op tijdens een mystieke ervaring waar je alleen maar een alles omvattende stralende liefde, compassie en goedheid etc. ervaart.
Tot slot nog een mooie quote van de mysticus Rumi waar eea in is vervat: 'Voorbij ideeën over goed en kwaad is een veld. Daar zal ik je ontmoeten.'
Aafje,
Het blijft een intrigerend onderwerp. Jouw ervaring van een allesomvattende, stralende liefde en compassie staat in schril contrast met de werkelijkheid van rampen, ellende en het lijden van onschuldige kinderen en dieren. Dit alles is gegeven met de zijnsgrond — door jou de Bron genoemd — en niets hiervan zou bestaan zonder die grond.
Dat blijft wringen. Misschien minder sterk wanneer we erkennen dat aan mystieke ervaringen geen subjectieve zekerheid kan worden ontleend. Zelf heb ik nooit een mystieke ervaring gehad, maar wat wij delen is de zekerheid dat ervaringen niet los kunnen bestaan van processen in de hersenen. Dat betekent niet dat wat jij ervaren hebt zonder die processen niet zou bestaan, maar evenmin dat het er wél zou zijn zonder het brein.
Daaruit volgt dat wij niet kunnen weten of die allesomvattende liefde en compassie uit dezelfde Bron voortkomen als rampen, ellende en het lijden van onschuldigen. Wat we wél weten, is dat over het eerste geen intersubjectieve zekerheid bestaat, en over het tweede wel.
Het gaat ons begrip te boven dat beide uit één en dezelfde Bron zouden voortkomen. Daarom hebben wij, dunkt mij, weinig reden om aan te nemen dat dit zo is.
Op die manier kunnen we misschien ontsnappen aan de ondragelijke spanning dat de zijnsgrond — die voor beide sferen verantwoordelijk zou zijn — persoonlijk van aard is.
In dat opzicht zie ik een zekere overeenkomst met jouw ervaring, waarin het niet in je opkomt om God ergens voor verantwoordelijk te houden.
vr. gr.,
Jac
Correctie: "geen subjectieve zekerheid" in de tweede alinea van mijn laatste reactie moet zijn "geen intersubjectieve zekerheid".
Jac
Jac,
Een kenmerk van een mystieke ervaring is nu juist dat het ervarene niet in een menselijk geconstrueerde rationele theorie past, net zomin als de eventueel ervaren beelden bekende verschijnselen zijn vanuit het materieel georiënteerde en ervaren aardse mensenleven. Ik kan je dus helaas geen bevredigende antwoorden geven.
Ik weet eigenlijk ook niet wat je precies met een 'persoonlijke zijnsgrond' bedoelt in relatie met de Bron, met Al-dat-is.
Je kunt je afvragen of het in deze kwestie ooit mogelijk is dat je een theorie of een beeld aangereikt krijgt dat je zult kunnen waarderen als de waarheid die je echt tevreden stelt. Waaraan zou een dergelijk antwoord moeten voldoen? Wie zou je in dit geval het gezag willen geven om jou met een zeker antwoord tevreden te stellen?
Omdat ik je niet kan geven wat je zoekt, lijkt dit me een goede reden om dit gesprek maar te beëindigen.
Aafje,
Met een persoonlijke zijnsgrond bedoel ik een zijnsgrond aan welke wij intenties, bedoelingen, moreel besef en ethische verantwoordelijkheid mogen toeschrijven.
Verder stel je een goede vraag, namelijk “wie zou je in dit geval het gezag willen geven om jou met een zeker antwoord tevreden te stellen?”
Mijn antwoord daarop is: “ aan iemand die weet hoe de vork aan de steel zit. Maar ik vraag mij af of er überhaupt iemand is die dat kan weten en in begrijpelijke taal onder woorden kan brengen. Omdat jij zegt dit niet te kunnen heb ik er alle begrip voor dat je dit gesprek wilt beëindigen; bedankt voor je deelname tot nu toe.
vr. gr.,
Jac
Jac,
Tenslotte toch nog even het volgende, omdat het begrijpelijk is dat het steeds gebeurt maar toch echt niet juist is: begrippen als 'intenties, bedoelingen, moreel besef en ethische verantwoordelijkheid' zijn ontleend aan een op menselijke wijze ontwikkeld niveau van innerlijk besef van verschillende zaken. Dergelijke begrippen zijn niet op dezelfde wijze van toepassing op God. God is niet een soort 'uitvergroot mens' of supermens.
Transcendentie overstijgt nu eenmaal het alledaagse levensniveau. Je kunt Tjeu van den Berk - 'Het numineuze' lezen voor een beter begrip daarvan.
Via internet wordt er tegenwoordig veel meer over mystieke ervaringen gesproken dan enige jaren geleden, er is behoorlijk meer informatie over mystieke ervaringen te vinden dan vroeger, daar is vast ook eea bij wat jou verder helpt.
Een reactie posten