Alle misverstanden over de logische wetten ten spijt, de twee basis-wetten van de logica zeggen weinig meer over de werkelijkheid dan dat je niet twee waarheden moet geloven en geen halve waarheden. Voor mobiele dieren zijn deze wetten van levensbelang: je kunt twee waarheden en halve waarheden niet optimaal uitvoeren.
Steeds moet ik denken aan die haas die ik, op een avond te Friesland, zag rennen voor zijn leven -hij werd nagezeten door een vos-: zou de haas 'op twee gedachten hinken' of pogen om 'zowel een haak naar links als rechts te slaan', dan zou het met het dier gedaan zijn.
De twee logische wetten zijn eigenlijk 'lichaamswetten'. Het lichaam is een bewegend object dat schadelijke stoffen moet mijden en nuttige stoffen moet naderen. Wel, één object kan niet tegelijkertijd 'naderen en niet-naderen (=mijden)': het is het één of het ander (het is van tweeën één). Een ordinaire, contingente eigenschap van objecten -een eigenschap die niet opvallender is dan andere contingente eigenschappen- is zo de fundamentele structuur van onze cognitie gaan bepalen.
De basis-wetten van de logica verbieden (dus) niet dat water kan veranderen in wijn, dat doden kunnen opstaan uit hun graf of dat steden in één nacht als planten uit de aarde omhoog schieten; ze verbieden niet dat je werelden uit het niets kunt scheppen of dat alles een oorzaak heeft. Het enige wat ze 'eisen' is dat je al je waarnemingen, ervaringen en cognities zó ordent dat deze welbepaald zijn: want alleen dan is het mogelijk om te reageren met één en niet meer dan één passende handeling.
Het verstand wil een éénduidige (samenhangende) boekhouding van ervaring, waarneming en cognitie, want een dergelijke boekhouding maakt het mogelijk om snel de 'beste en ware' (=passende) handeling te genereren.
Wellicht verklaart dit (misschien) waarom mensen gemakkelijk een complottheorie kunnen geloven: als elke theorie maakt ook een complottheorie het mogelijk om een boekhouding op te stellen van inzichten en overtuigingen waaruit je eenvoudig en snel meningen kunt afleiden: je kunt dan weten wat je te doen staat. Het voordeel van de vigerende complottheorieën is dat je er niet voor naar de universiteit hoeft. Het wantrouwen dat je hebt jegens bewindslieden én enige berichtjes op het web die dit wantrouwen voeden zijn voldoende om een hecht weefsel van bruggetjes en vermoedens te weven. Zolang de structuur van de theorie de vele feitjes en inzichten kan verwerken is de theorie geloofwaardig. Het maakt ons verstand niet zo veel uit welke meningen en overtuigingen je hebt, zo lang je ze maar zó ordent dat ze uitvoerbaar zijn (dat wil zeggen: zo lang je ze maar logisch ordent).
Alle mensen voelen de krachtige drang om contradicties weg te werken. Ook/zelfs ernstig verwarde mensen hebben de neiging om tegenspraak weg te redeneren. Draaisma beschrijft hoe drie mannen, elk bevangen door de waan dat ze christus zelf waren, hun uiterste best deden om aan te tonen dat de andere 'christussen' schijn-heilanden waren (dit om de consistentie van hun waan te kunnen behouden). De mannen waren waanzinnig -uitermate verward- maar rationeel!
Logica is al met al niets bijzonders: een truc van de evolutie om na de introductie van mobiliteit -spierweefsel en zenuwweefsel stammen uit het ediacarium en vroege cambrium- er voor te zorgen dat bewegende dieren doeltreffend kunnen handelen. De willekeurige eigenschappen van de vaste objecten -één plek in tijd en ruimte per beurt- werden de 'ankers' voor het handelen.
Aangezien de werkelijkheid niet geregeerd wordt door de willekeurige eigenschappen van vaste objecten -er zijn, om maar wat te noemen, ook vloeistoffen en gassen en overige agregaattoestanden- is logica geen universele taal. Wel voor de mens en de vos en de egel, maar niet voor -ik noem maar wat- een bewustzijn dat zich gasvormig verspreidt over de werkelijkheid. Een gasvormig bewustzijn zou de wereld anders organiseren dan wij.
Wat betekent dit? Wel, dat wij, als we proberen om de werkelijkheid logisch in kaart te brengen, vroeg of laat op 'vreemde' eigenschappen stuiten en niet goed weten hoe we deze kunnen oplossen. We zullen de werkelijkheid stap voor stap steeds slechter gaan begrijpen. Eerst zullen alleen de specialisten nog chocolade van de ingewikkelde logische beschrijvingen kunnen maken en tenslotte, van lieverlee, zullen ook zij niet goed meer kunnen begrijpen wat er gaande is in de natuur. We/ze krijgen het 'allemaal' niet meer goed op een rijtje.
Voor onze metafysische kijk op de werkelijkheid levert het gebrek aan een universele methode al van meet af aan onoverkomelijke problemen op (zoals Kant heeft betoogd). Het enige wat je kunt doen is de antwoorden verzamelen die mogelijk zijn op onze 'ultieme' vragen. Als voorbeeld kunnen we nemen de vraag: hoe is alles begonnen?
-Er was geen begin: de natuur is een 'gegeven' (brute fact) en ze was er altijd al.
-Er was wel een begin: er is een factor die de wereld heeft voortgebracht en deze factor is a. God b. het Goede c. het apeiron (het onbepaalde), d. een oerkracht, enz.
Zo komen we aan een verzameling van antwoorden. Geen van deze antwoorden is 'waar' en geen van de antwoorden is 'onwaar': we hebben de middelen niet om de structuur van de werkelijkheid te ontrafelen. Onze zoektocht mondt uit in een verzamel-antwoord. Het kenmerk van een verzamel-antwoord is dat we niet in staat zijn om antwoorden uit te sluiten. Omdat wij echter wel een antwoord nodig hebben -ons lichaam dwingt ons daartoe: we hebben tóch een soort richtlijn voor het leven nodig- zullen wij uit het verzamel-antwoord een antwoord moeten kiezen dat we willen naleven.
Je hoeft dus niet de 'universele fysische' waarheid van je antwoord te verdedigen, doch alleen de keus die je maakt. Zo zou een theïst kunnen zeggen: ik zie dat de condition humaine ethisch is: wij zijn van top tot teen ethische wezens. Dan is de gedachte dat God de wereld heeft geschapen -of dat het Goede de oorsprong is- het antwoord dat het best past bij het leven dat ik leid.
----
Merk op: als je uit een verzamel-antwoord een optie kiest, dan is de keuze zelf al ethisch 'beladen'. Als je bijvoorbeeld een boeddhistische levenswijze kiest, dan moet je het achtvoudige pad naleven: dat is een ethische 'weg'. Kies je echter voor de optie 'atheïsme' in de variant 'hard naturalisme' dan geloof je dat biologen de samenleving goed beschrijven aan de hand van onze neigingen; het prisoners dilemma speelt daarin een belangrijke rol: je staat dan niet 'ethisch' in de wereld maar 'egocentrisch' (cf. Sedgwick).
8 opmerkingen:
Jan-Auke,
[Als we proberen om de werkelijkheid logisch in kaart te brengen, (dan zullen we) vroeg of laat op 'vreemde' eigenschappen stuiten en niet goed weten hoe we deze kunnen oplossen.]
Is het niet zo dat menselijke creativiteit zelf de logica aan de laars lapt waardoor die 'vreemde' eigenschappen zich lijken te manifesteren.
Herman Finkers wees er terecht op dat alles wat bedacht wordt bestaat. Onlogische denkbeelden kunnen de vos negeren want ze zijn onaantastbaar.
Religie heeft niets te vrezen. Ze heeft geen enkele rechtvaardiging nodig. Het is voldoende dat het lichaam gelukshormonen produceert bij religieuze rituelen.
Wat een verschil met wetenschap. Een theorie stort onmiddelijk in bij de geringste logische fout. Als die niet empirisch geverifieerd kan worden is er weinig kans op overleving. Als experimenten haar steeds tegenspreken betekent dit een wisse dood. Als ze echter stand houdt dan blijft ze in leven zodat iedereen daar even argeloos gebruik van kan maken als hun eigen geestesvermogens.
Die argeloosheid verklaart waarom telecommunicatie gebruikt wordt alsof we rechtsstreeks een mentale dialoog kunnen hebben, waarbij alles wat daar voor nodig is genegeerd wordt.
Daar is op zichzelf niets mis mee maar het is goed om ervan bewust te zijn dat voor alle problemen die daarbij optraden een oplossing gerealiseerd moest worden en dat dit niet vanzelf ging.
Filosofen hebben het makkelijk, ze hoeven alleen maar problemen te creëeren.
Het is maar goed dat we kunnen overleven zonder dat die allemaal opgelost hoeven te worden.
Jammer Bert, dit is een weinig inhoudelijk antwoord- en een antwoord waaruit blijkt dat je niet begrepen hebt hoe filosofisch 'geladen' wetenschap is. Filosofie is weer helemaal 'bon-ton' onder wetenschappers: de jaren negentig zijn voorbij en Hawking en Feynman (Bohr trouwens ook) zijn dood. We laten het hierbij. Het is al fijn dat je eindelijk hebt toegegeven dat logica niet universeel geldig is. Hebben we inmiddels jaren over gesteggeld. Zo zie je maar dat het heel veel tijd kost voordat mensen het licht zien. Dat bedoelen ze nou met de uitspraak dat de wetenschap met één begrafenis per keer vooruit gaat.
...we zitten allemaal erg vastgeroest in onze meningen en overtuigingen. Het is ook -biologisch- helemaal niet voordelig om je 'harses' om de tien dagen volledig opnieuw in te richten. Het kost veel energie om alle meningen en overtuigingen een beetje tot een fatsoenlijk wereldbeeld aaneen te smeden zodat je je pensioen kan bereiken. De enige manier om jezelf een beetje tot de orde te roepen is door te argumenteren en je eigen denkbeelden af en toe tegen het licht te houden (maar ook dat is geen wondermiddel: nergens zoveel aanvaringen tussen 'breinen' als op de universiteit: dat zijn allemaal 'harses' die zeer diep verschanst zijn in hun eigen goed beredeneerde opvattingen en zich door niets en niemand meer laten overtuigen van een andere visie).
...oveirgens Bert op het ogenblik is het andersom: fysici beschikken over een overstelpende hoeveelheid data (zegt Carroll) maar ze missen een overkoepelend kader om alles 'op hun plaats te laten vallen'. Ze missen dus denkkaders: het opstellen van zulke kaders is nu precies het werk van filosofen. Vroeger konden ze nog vooruitgang boeken door te rekenen, maar tegenwoordig is het de vraag wát ze moeten berekenen: je hebt een 'groot model' nodig en dat is er niet. Dit is Sean Carrolls analyse (zo als je vermoedelijk wel weet geeft Carroll ook colleges in de filosofie van de fysica!).
Dit is echter een terugkeer naar 'betere' tijden: jij weet ook dat Einstein, Bohr en Heisenberg al vooruitgang boekten door alles in grotere kaders te plaatsen: Heisenberg was een platonist, Bohr was zelf een filosoof en Einstein gebruikte gedachte-experimenten (een filosofische techniek) en was overtuigd Spinozist.
Jij leeft nog een beetje in de dagen van Feynman, Weinberg, Gelmann, Hawking, Hooft, enz. Die dagen zijn voorbij. Ze waren wel -dat heb ik zojuist opgezocht- bijzonder succesrijk: de betrekkelijk nieuwe quantummechanica moest nog helemaal 'uitgerekend' worden. Er was gewoon in die dagen 'veel werk aan de winkel': ze hadden geen behoefte aan filosofie. Nu zijn de kaarten anders geschud.
Beste Jan Auke
Tijd, ruimte en logica
Je analyse van logica als functioneel hulpmiddel voor handelen spreekt mij aan. Ik zou daar één stap aan vooraf willen laten gaan. Dat functionele karakter veronderstelt namelijk al een ervaringsstructuur: ‘ons’ handelen speelt zich af in tijd, terwijl ruimte daarin verschijnt als afgeleide van temporele differentiatie (verandering, beweging, volgorde). Bij ‘ons mensen’ is die ervaringsstructuur tijd en drie ruimtelijke dimensies.
Logica kan worden opgevat als mentale reflectie van de tijd-ruimtelijke ordening. Zij zorgt voor eenduidigheid, na begrip uit dianoia denken, zodat één handeling als mogelijk wordt begrepen binnen een gegeven toestand die als “werkelijk” wordt ervaren. Die werkelijkheidservaring is zelf echter geen vanzelfsprekend gegeven; zij kan naïef-realistisch zijn, maar ook anders gestructureerd.
Ervaring is immers niet altijd sequentieel en ruimtelijk puntvormig georganiseerd. Betekenis, verwachting, herinnering en samenhang verschijnen vaak gelijktijdig, als een veld. Klassieke logica ordent zulke ervaring achteraf, maar put haar niet uit. In dat licht is logica, zoals je vaak zegt, lokaal geldig: passend bij een specifieke ervaringsruimte van mobiele lichamen, niet noodzakelijk universeel.
Dit raakt aan wat Mannoury al benadrukte: logische structuren zijn mede psychologisch en ervaringsmatig bepaald. Verandert de ervaringsruimte, dan verandert ook wat als logisch consistent verschijnt. Zie zijn inaugurale rede* aan de Universiteit van Amsterdam.
Waar jij logica uiteindelijk fundeert in handelen, fundeer ik haar in de structuur van ervaring zelf.
Met vriendelijke groet van JanD
*https://www.math.ru.nl/werkgroepen/gmfw/bronnen/mannoury2.html
JanD ik geloof niet dat onze logische denkwijze te herleiden is tot de ruimte/tijd structuur. Ik geloof eerder de hypothese dat ze voortkomt uit de noodzaak tot adequaat bewegen. Let wel: de hypothese is niet van mij (ik heb haar alleen verder uitgewerkt). Desgevraagd kan ik je de literatuur verstrekken en kun je de zaak verder onderzoeken.
RV, ik heb je bijdrage niet geplaatst: ze is me al te vrijblijvend. Zo kan ik ook kritiek geven, men 'monkelt' maar wat.
Beste Jan Auke.
De hypothese dat onze denkwijze voortkomt uit de noodzaak tot adequaat bewegen.
Dat is geen hypothese maar een ervaringsfeit uit de jaren 60-70 dat ik uit de eerste hand heb vernomen van collega dr H.H. Kwee, waarmee ik lang en zeer intensief mee heb samengewerkt aan: “Manus”. Manus, hand, vanwege een vraag van de Vereniging Spierziekte Nederland (VSN): een manipulator voor gehandicapten met arm zonder arm-functie. Een prothese maar niet aan de schouder maar op de rolstoel.
Ik heb Manus in mijn eentje ontworpen, inclusief de mechatronica, informatica, regeltechniek (aangepast aan rest-motorische vaardigheden van de gebruiker en tevens gebruikmakend van zijn voorstellings- en denk- vermogen en ook zijn te gebruiken anticipeerbaarheid in het regelsysteem en human interface), de elektronische hard en software, de te gebruiken wiskunde, coördinaten transformaties en talstelsels, energie gebruik, sensoriek en veiligheid.
Dat project heb ik gestart in samenwerking met drie TNO instellingen op het gebied van Technische Fysica, Mechanica en “Technologie en wetenschap” de laatste voor de haalbaarheidsstudie en evaluatie. Er was geld bij de opstart van het instituut en van de VSN met acties als “drempels weg”.
Met volledige inzet van de VSN voor de juridische en verstrekkingsprocedures. Dus ik zeg dit maar, dat ik enig “gevoel” heb voor de embodied cognition. Overleg met therapeuten, psychologen en taalwetenschappers in samenwerking met de universiteit Maastricht. Het project heeft succes gehad: doorontwikkelingen daarvan kan men nu kopen als “i-arm” https://www.assistive-innovations.com/robotarmen
De directeur had een T.N.O. begeleidingscommisie op directie niveau samengesteld en “dr” Kwee aangetrokken. Iemand met toegang in de wetenschappelijke wereld, die diverse talen vloeiend sprak met autoriteit en veel publiceerde. En.... de leiding had gehad van en ervaring met een soort omgebouwde nucleaire robot in een ziekenhuis in Parijs. Hij had studies verricht naar het gebruik van een robotarm voor gehandicapten: een politiek neutraal staats project om de techniek vooruit te helpen.
In ongeveer 1985 vertelde hij mij dat door het gebruik van de robotarm (achter een doorzichtig scherm voor de veiligheid) kinderen die motorisch beperkt en sommigen als “debiel” waren beoordeeld, na enige tijd zeer intelligent bleken te worden. Bij proefplaatsingen van de eerste Manus proefmodellen na afloop overtrof de ervaring verre de oorspronkelijke verwachting en wilde de gebruiker er geen afstand van doen. emotie.
Dus daar leer ik van dat Merleau-Ponty (perceptie vóór logica) -bewezen- gelijk heeft met zijn kritiek op klassiek rationalisme. Essenties zijn niet tijdloos en vooraf gegeven. Wat iets “is”, blijkt in het gebruik en de context, niet in een losstaand eidos. Tijd en ruimte zijn geleefd, niet primair meetkundig en worden ervaren via ritme, verwachting, beweging, emotie en beloning. Wij denken niet omdat we eerst logisch zijn: wij gedragen ons logisch omdat we eerst waarnemen en handelen.
Mijn filosofie bij het robotarm-ontwerp: intelligentie ontstaat in handelen. Dat was tegen de politieke inzichten in: die gehandicapten in een gestructureerde omgeving wilde inbouwen als een aap in een kooi: zeer frustrerend. Mij ging het erom dat de gehandicapte creatief kon zijn.
We hebben geluk gehad met de financiering. We hadden een enthousiast team en ik kon dankbaar gebruik maken van de technische know how uit mijn vorige plaats in de organisatie, en oude collega’s.
Dus Jan Auke je begrijpt wel dat ik niets moet hebben van intelligibel, toch we staan dicht bij elkaar met grote verschillen.
Ik ben benieuwd naar die hypothese en jouw nadere uitwerking.
Groet van JanD
Een reactie posten