woensdag 28 januari 2026

Leven na de dood (2.0)

Een oude meneer (hij was wel héél erg oud: 101 jaar, gesproken althans naar menselijke maatstaf) zei: over de dood maak ik me geen illusies. Als ik aanstonds sterf is het gedaan.

De vooronderstelling die deze bewering schraagt is dat de werkelijkheid logisch geordend is en dat de ons bekende wetten, bepalingen en structuren overal zullen overeenstemmen met onze ervaringen in dit aardse bestaan.

Echter, onze denkwijze is beperkt en de logische orde is lokaal (een product van mensen en dieren). 

Daaruit volgt met zekerheid dat het onmogelijk is om je over de dood géén illusies te maken: het is juist redelijk om je wél illusies te maken, want het is uitgesloten dat het natuurlijke regime altijd (universeel) overeenstemt met je verwachtingen.

In een werkelijkheid die logisch 'open' is, is het juist irrationeel om te denken dat een logisch antwoord -er is geen leven na de dood, want na de dood ben je 'stuk'- de beste papieren heeft.

Welke illusies je je na je dood mag maken is overigens lastig te zeggen. Maar de gedachte 'na je dood ben je stuk' kun je  -althans, gegeven het inzicht dat dit beeld van de werkelijkheid een product is van ons eigen, beperkte verstand, en beslist geen weergave van de 'echte' werkelijkheid- gevoeglijk uitsluiten.

In een werkelijkheid die logisch niet gesloten is zitten er altijd 'meer' kanten aan een zaak: je bent wel dood, maar je bent niet dood.
----
argument: 
[*] na de dood ben je stuk- dus is er niets na de dood;
[*] is een logische voorstelling; 
logische voorstellingen zijn in het licht van de hypercomplexe (a-logische) werkelijkheid onjuist; 
dus: het is onjuist dat er niets is na de dood. 

Geen opmerkingen: