(Beste JanD, in de reacties verwerken de mensen die op dit blog reageren vaak in enkele regels zeer ingewikkelde filosofische concepten. Ik laat dan vaak een antwoord maar achterwege, want het is zoveel werk om recht te doen aan alle termen en vooronderstellingen. Vaak gebruikt men onschuldig lijkende woordjes zoals 'echt', 'mogelijk waar/onwaar' en is men zich er niet van bewust dat achter deze termen een wereld van moeilijkheden schuil gaat. De zaken die jij aan de orde stelt in je laatste reacties zijn hier een goed voorbeeld van. Omdat ik mijn antwoord dit maal niet kort wil houden, plaats ik het antwoord hier, als een klein opstel. Het is te groot voor het reactie-venster. Omdat het in 'uitleg-taal' is geschreven en niet als een dichtgetimmerd filosofisch essay, zal ik deze bijdrage over een paar dagen verwijderen: ik denk echter dat je het dan wel gelezen en -hopelijk- begrepen hebt.)
JanD, je had mij, toen we hier te Utrecht een kopje thee dronken, al eens verteld wat je werk inhield. Ik vind het buitengewoon interessant -en natuurlijk wilden je proefpersonen jouw techniek niet meer kwijt! Tegenwoordig is deze techniek verder ontwikkeld en kunnen mensen hun technische extensies zelfs bedienen met hun 'gedachten' (=brein). Super! Het is buitengewoon zinvol werk.
Filosofische vraagstukken worden helaas niet met techniek opgelost (het zou fijn zijn als dat zou kunnen). Filosofen richten zich op een bepaald vraagstuk en proberen dit op te lossen door nieuwe concepten op te stellen. Zulke nieuwe concepten werpen dan een bepaald licht op de zaak.
Filosofen worstelen al lang met vragen zoals 'wat is existentie', 'wat is 'een wereld'', 'wat is 'echt'', 'wat is een mogelijke wereld', 'wat is het heden', enz. Het antwoord op zulke vragen is bepalend voor je ontologie, voor de vraag of God bestaat, enz enz. Het zijn vaak hondsmoeilijke debatten. Je raakt er maar langzaam echt in thuis. Je moet je eerst alle posities van de filosofen die actief zijn in deze debatten eigen maken. En daarna moet je zien of er voor jouw ideeën een kleine 'niche' is (of is het gras al voor je voeten weggemaaid?). Wat al deze debatten met elkaar gemeen hebben is dat de twee basis-wetten van de logica voor alle deelnemers gelden: wie iets beweert wat niet consistent of coherent is moet zijn inzichten opgeven (of hij moet ze opnieuw optuigen). Voor de rest is vrijwel alles toegestaan.
Volgens Gödel hebben alle filosofische problemen -van technische aard- te maken met de tijd. Vooruit, laten we eens veronderstellen dat hij gelijk heeft. Jouw inzicht dat een andere conceptie van de tijd tot een volstrekt ander wereldbeeld leidt is dan ook goed bedacht. Immers, als je de driedeling tussen heden, verleden en toekomst verdedigt -een voorstelling die jij afwijst- dan heeft dit gevolgen voor je logica omtrent 'mogelijke werelden': heeft de actuele wereld een verleden of is ze beperkt tot het heden? Hoe lang duurt dan dit heden: 3 tellen (ik noem maar wat)? Ontstaat er dan om de 3 tellen een nieuwe wereld?
Dit zijn stuk voor stuk vragen die je moet proberen op te lossen door elke situatie consistent en redelijk (je moet je definities zodanig verdedigen dat deze passen bij onze intuïties) te beschrijven. Stel dat dit lukt (en nee: tot nu toe is dit niemand gelukt- althans niet op een voor iedereen bevredigende manier) dan raak je verstrikt in de volgende reeks vragen: als het heden maar drie tellen duurt (nogmaals: dit is willekeurig) ben ik dan ook onderworpen aan dit 'presentisme'? Maar dan sterf ik in zekere zin om de drie tellen! Bepaalt dan de loop van de tijd wat er bestaat en wat er niet bestaat? En hoe kan een zo algemene toestand als de gehele werkelijkheid (=de actuele wereld) in zijn geheel om de drie tellen verdwijnen en weer opduiken als een volstrekt nieuwe actuele wereld?
Is dit allemaal nog consistent te definiëren? Hoe krijg je alle stukjes van deze metafysische puzzel zo gelegd dat er één plaatje ontstaat?
(Bedenk: als je zulke vragen niet eens kunt definiëren, dan kun je er ook geen wiskunde van maken- en als je er geen wiskunde van kunt maken, dan kun je er geen wetenschap van maken en kom je aan praktisch onderzoek niet toe).
Filosofen proberen allerlei definities en invalshoeken uit om een enigszins consistent beeld van onze wereld te krijgen. Je kunt bijvoorbeeld het begrip bestaan op verschillende manieren definiëren: je maakt een conceptuele scheiding tussen 'existense' en 'subsistence' of tussen 'existence (concrete)' en 'being' (existence is een eigenschap van toestanden die je kunt aanraken, being is een eigenschap van toestanden die een rol spelen in je wereldbeeld: mijn schoolgebouw heeft existence, mijn toekomstige klassen hebben being; in sommige theorieën hebben straatstenen existence en God heeft being- je ziet aan dit voorbeeld hoe filosofen (moeten!) werken).
Een andere mogelijke conceptuele voorstelling is dat je de werkelijkheid beziet als een enorme landkaart van 'toestanden' (denk aan Einsteins voorstelling van het heelal) die één voor één belicht worden: de tijd is dan de factor die steeds van de ene naar de andere toestand springt.
Zo hebben filosofen tientallen (misschien wel honderden) conceptuele voorstellingen opgesteld- en (helaas) geen van deze voorstellingen is consistent. In elke voorstelling is wel een manco aan te wijzen. Wel, dit stemt moedeloos en noopt (sommige) filosofen er toe om te geloven dat de werkelijkheid niet consistent is: als het niet (eens) lukt om een consistent basaal beeld van de werkelijkheid op te stellen, dan mag je uiteindelijk twijfelen aan de vraag of consistentie wel een eigenschap van de werkelijkheid is.
Merk op: ook langs empirische weg lukt het vooralsnog niet om een consistent verhaal over de werkelijkheid op te stellen- erger: in qm zijn we de werkelijkheid zelfs, in zeker zin, kwijtgeraakt (niet mijn woorden, maar die van hedendaagse fysici!)). Ik persoonlijk vind snaartheorie ideaal. Een mooiere verklaring voor de bouw van de werkelijkheid is niet bedacht. Het is een simpele en vernuftige algehele verklaring voor de data. Helaas lijkt het er op dat de werkelijkheid zelf ingewikkelder is dan dit model tot uitdrukking brengt.
Als een schutter keer op keer doel mist, dan zal hij tenslotte toch moeten twijfelen aan zijn wapens: als het vizier niet goed is afgesteld, dan zal hij nooit doel kunnen treffen.
Het vizier van de mens is zijn cognitie: als dat beperkt is of niet goed is afgesteld op de structuur van de werkelijkheid, dan zal het nooit lukken om een kloppend beeld van de werkelijkheid te schetsen.
We moeten dus terug naar de tekentafel: hoe werkt onze cognitie en kunnen we achterhalen of onze cognitie de werkelijkheid juist weergeeft? Als ons verstand de werkelijkheid fundamenteel verkeerd weergeeft, dan is het begrijpelijk dat het ons niet lukt om een consistent verhaal van de werkelijkheid op te stellen.
Het onderzoek naar onze cognitie is begonnen in de jaren veertig (onder andere door het werk van Turing). Het beeld dat de cognitiewetenschappers schetsen van ons 'kenvermogen' is volstrekt anders dan dat filosofen er op na houden. Volgens filosofen zijn de basale logische wetten absoluut geldig: eerder platoonse eeuwige beginselen die universeel gelden dan gewone, nuttige functies van het brein. Zo absoluut zelfs gelden deze wetten, volgens de filosofen (in die dagen), dat zelfs God zich aan deze wetten moet houden.
Cognitiewetenschappers hebben echter een praktische, empirische opvatting van de logische wetten: het zijn geen rationele absolute platoonse beginselen, maar hersenstructuren. Om een of andere reden hebben de hersenen een voorkeur voor een basale logische orde. De vraag is nu waarom dit zo is.
Wetenschappers grijpen dan onmiddellijk naar het meest voor de hand liggen instrument, de evolutionaire verklaring. In de loop der tijd zijn er verschillende evolutionaire verklaringen voor het ontstaan van onze logische denkwijze opgesteld: bijvoorbeeld de 'sociale' hypothese (logisch denken maakt het mogelijk om samen te werken) of de 'cognitieve controle' hypothese (logisch denken ontwikkelde zich toen hominiden hun handen gingen gebruiken om werktuigen te maken: ze moesten gaan plannen/organiseren) of de 'freerider' hypothese (logisch denken hebben we ontwikkeld om bedriegers te ontmaskeren: mensen die meeliften op de arbeid van anderen) of de semantische hypothese (logica is een eigenschap van de taal die we spreken: zonder de twee basale wetten kun je geen 'begrijpelijke' taal construeren), enz.
De algemene opinie is nu dat het rationele standpunt zijn langste tijd gehad heeft. De rationele, Platoons/Leibniziaanse opvatting, die stelt dat de logische wetten absolute beginselen zijn, is momenteel niet in zwang.
De vraag is echter of de verstrekte evolutionaire verklaringen houdbaar zijn. Merk op dat ze allemaal betrekking hebben op de ontwikkeling van hominiden (mensachtigen). Inmiddels weten we echter dat vrijwel alle bewegende dieren zich basaal logisch gedragen: zelfs microben! Je hebt dus twee evolutionaire verklaringen nodig: één om te verklaren hoe de twee basale logische wetten ontstaan zijn -en waarom deze heel onze cognitie én de werking van bewegende lichamen bepalen- en een verklaring voor de overige logische wetten (zoals bijvoorbeeld de wetten van de Morgan en afleidingsregels zoals modus ponens).
Waarom hebben bewegende dieren de neiging om logisch te manoeuvreren? Voordat we deze vraag beantwoorden even een 'beetje techniek': de wet van het uitgesloten derde en de wet van non-contradictie zeggen samen niets anders dan wat de volgende strenge disjunctie uitdrukt: het is OF alpha OF het is niet-alpha (lees: het is het een of het ander: niet beide en niet geen van beide). Een naam voor deze strenge disjunctie is 'de stoïcijnse regel'.
Een bacterie beweegt volgens deze stoïcijnse regel. Deze micro-organismen hebben eiwitten in hun celwand waarmee ze stoffen in de wereld kunnen detecteren. Deze 'zintuigen' hebben een wip-wap werking: ze staan aan of uit. Als er een schadelijke stof wordt geregistreerd waarvan de concentratie zo sterk is dat ze geregistreerd wordt door het 'zintuig' dan gaat deze 'wip-wap' sensor van 'wip' naar 'wap' en dan verandert de draaiïng van de motor: de bacterie gaat achteruit bewegen (of beter gezegd: het organisme gaat 'tuimelen' zoals dat heet). Je hoeft geen logicus te zijn om te begrijpen dat de werking van de wip-wap schakelaar volledig overeenstemt met stoïcijnse regel. Micro-organismen acteren dus al op basale logische wijze!
Je kunt je nu afvragen waarom een micro-organisme geen betere/fijnere zintuigen heeft. Waarom registreert het diertje de wereld als een wip/wap toestand? Is het niet voordeliger om de wereld naar 'waarheid' te interpreteren: als je meet dat de concentratie van de schadelijke stof 69% is (zodat de omgeving voor 31% niet schadelijk is), dan heb je immers een beter -want 'waar'!- beeld van de toestand.
Het lichaam van de bacterie is echter 'solid' (het is een 'ding') en moet als een solid worden bediend. Een vast voorwerp kan niet voor 69% vooruit bewegen en voor 31% achteruit. De ware concentratie van de schadelijke stof is voor het dier, als het wil overleven, niet in adequate handelingen om te zetten. Het heeft betere overlevingskansen als het de wijze waarop het haar wereld (niche) interpreteert herleidt tot een simpele wip/wap toestand: de wereld is wel of niet schadelijk (zodat je wel of niet achteruit gaat bewegen).
Wel, om een lang verhaal kort te maken: dit simpele principe is van toepassing op alle bewegende dieren. Cognitie ontstaat natuurlijk pas als dieren spierweefsel/zenuwweefsel krijgen (dat is in het endacarium en vroege cambrium: een spannende tijd voor de ontwikkeling van het leven op aarde): spierweefsel vereist zenuwweefsel om het te kunnen 'prikkelen'. Je vindt geen spierweefsel zonder zenuwweefsel.
Wel, ook in 'gespierde dieren' gaat de bovenstaande redenering op: het lichaam moet zo georganiseerd worden dat het 'hele handelingen' (=wbm, whole body movement) kan uitvoeren: halve waarheden en dubbele waarheden kunnen niet omgezet worden in handelingen door een 'solid' object (=whole body). Je hebt dus een stoïcijnse logische denkwijze nodig en geen statistische of anderszins fijnzinnige manier om de wereld te interpreteren.
Het absolute fundament van onze denkwijze, waarop al onze overige cognities gebaseerd zijn -als een hoog gebouw dat op een fundament staat-, is daarom een simpele wip/wap regel. Je mag je waarneming, je 'plannen-makerij' (cognitieve controle) en cognitieve voorstellingen nooit en dan ook nooit zo organiseren dat het lichaam het niet kan uitvoeren. En dat doe je door je in alle geledingen te onderwerpen aan onze basale-wip/wap-logica.
Uit deze evolutionaire geschiedenis kun je nu eenvoudig afleiden dat we de wereld vermoedelijk niet gerijmd krijgt omdat ons 'vizier' (onze cognitie) van nature verkeerd staat afgesteld.
Als dit zo is dan zijn de gevolgen enorm: we zijn dan cognitief beperkt en kunnen de werkelijkheid niet naar waarheid in kaart brengen. Hoe we dit probleem moeten oplossen is niet duidelijk- vermoedelijk kan het niet opgelost worden, want we hebben geen tweede verstand om het 'wip/wap'-verstand te corrigeren.
Zoals een micro-organisme eenvoudigweg geen weet kan hebben van de ware concentratie van de schadelijke stof en zich redt met een wip/wap weergave, zo hebben wij ook geen weet van de wijze waarop de werkelijkheid georganiseerd is en redden we ons wel met onze wip/wap weergave (want consistentie is natuurlijk niets minder en niets meer dan een wip/wap organisatie: wij wip/wappen in de wetenschap en we wip/wappen in de filosofie, want zo zijn we gebekt).
De complicaties van de embodied cognition these -ons verstand dient het lichaam, niet de waarheid- zijn enorm. Ik laat ze hier nu verder maar rusten.
6 opmerkingen:
JanD, desgevraagd kan ik de vindplaatsen -literatuur- verstrekken bij bovenstaand verhaal. Ik hoop niet dat je het vraagt, want de literatuurlijst is lang (het kost allemaal zoveel tijd- en daar heb ik een chronisch gebrek aan, helaas). Mijn enige oorspronkelijke bijdrage aan de hierboven beschreven ontwikkeling is dat ik een aparte evolutionaire route volg voor de zogenaamde basale wetten (ik denk dat onze denkwijze in twee stappen ontstaan is: de twee basale wetten zijn ontstaan in het endacarium/cambrium, de latere logische wetten zijn gemoduleerd door de basale wetten en waren nodig voor cognitieve controle). Ook de inhoud van deze route verantwoord ik met het werk van 'echte academische' filosofen. Het verhaal hierboven is dus verantwoord/dichtgetimmerd. Ik hoop dat je dat van mij wilt aannemen.
Van mij mag u dit verhaal laten staan. Mooi doorwrocht.
RV, kijk: zo'n opmerking plaats ik dan weer wel- ik ben net Trump...
Jan-Auke,
[Ook de inhoud van deze route verantwoord ik met het werk van 'echte academische' filosofen. Het verhaal hierboven is dus verantwoord/dichtgetimmerd. Ik hoop dat je dat van mij wilt aannemen.]
Dat wil ik wel aannemen als je het zelf tenminste begrijpt zodat je op de belangrijkste vragen antwoord kan geven.
Kun je dat als je niet in een logisch geordende wereld leeft?
Wat is de kern van jouw verhaal en op welke grond berust die? Voor zover ik je begrijp berust die op de aanname van een onlogische wereld wat een contradictie is. Dat maakt jouw bewering voor iedereen onbegrijpelijk, ook voor jezelf. Er zijn mensen die Trump geloven ondanks zijn onbegrijpelijke en leugenachtige beweringen.
Ik meen de logische denkwijze te begrijpen juist omdat ik aanneem dat de wereld logisch geordend is.
Je hebt mij wel eens iets gevraagd en daar heb ik adequaat op geantwoord. Daar had je minstens op kunnen reageren. Ik hoop dat je dat nog zult doen of dat je nog meer vragen stelt. Als ik niet begrijp wat ik in een serieus opstel beweer dan zou je minstens kunnen zeggen wat daaraan mankeert.
Mijn troef
Weet u, ik geloof er niets van dat u ook maar ietsiepietsie op Trump lijkt. Maar daarover ga ik het verder niet hebben. Het gaat mij echter om de algemene methodologie van de algemene filosofie. Het stellen van algemene vragen, het zorgvuldig zoeken en afwegen van antwoorden et cetera. En uiteraard alles met inachtneming van verbanden tussen de vragen en tussen de mogelijke antwoorden en met inachtneming van respect voor de kunst en kunde van argumenteren. Noem dit alles metafilosofie. Maar elke filosofie van enig kaliber is metafilosofie, reflectie.
Nu ben ik zeer benieuwd hoe JanD staat tegenover de algemene methodologie van de algemene. filosofie.
Beste Jan Auke,
Zeer veel dank voor je uitvoerige en zorgvuldige uiteenzetting.
Nee, om een literatuurlijst zal ik niet vragen. Het ging mij er vooral om de algemene strekking te begrijpen, en dat is nu voldoende duidelijk: een evolutionaire route voor de basale logische wetten in twee fasen. Dat jouw uitwerking filosofisch verantwoord en zorgvuldig is, neem ik zonder meer aan.
Je antwoord in uitleg-taal begrijp ik goed. Voor mij mag het ook blijven staan; in die zin sluit ik me aan bij de opmerking van R.V.
Voor mij is nu vooral helder geworden dat wij, hoewel we elkaar op het niveau van logica en haar oorsprong dicht naderen, uiteindelijk vanuit verschillende ervaringshorizonten spreken. Dat zijn minder “uitgangspunten” in theoretische zin dan verschillende manieren van aanwezig zijn in wat wij als werkelijkheid ervaren.
Jij werkt primair vanuit begripsanalyse, consistentie en verklaringsmodellen binnen een Darwiniaans-evolutionair-historisch kader.
Ik leef primair in een vorm van aanwezigheid die er is zonder bedoeling, zonder richting en zonder dat zij ergens naartoe hoeft. Pas achteraf kunnen daar waarneming, begrip en woorden uit ontstaan, maar dat is niet noodzakelijk en niet bepalend.
In die zin zijn onze leefwerelden niet goed tot één maat terug te brengen. Dat is voor mij geen probleem, maar een gegeven.
Met vriendelijke groet,
JanD
Een reactie posten