Je zou zeggen dat scheidsrechters, dankzij 'moderne technologie', altijd in staat zijn om de juiste beslissing te nemen. De wereld zelf is immers een uitstalkast van feiten.
Was Johan de Meester, mijn vroegere collega, wel of niet kaal? Mocht daar twijfel over bestaan, dan ligt dat aan onze ogen of aan ons weifelachtige gemoed.
(Wee de mens, hij brengt zijn eigen geest tot radeloosheid, door twijfelzucht en tweestrijd).
Onze overtuiging dat in de wereld zelf, voor iemand die goed kijkt en helder oordeelt, 'alle waarheden welonderscheiden op de toonbank liggen', krijgt geen scepticus uit ons verstand geslagen: zó sterk bepaalt de exclusieve logica de werking van ons verstand. Wij kunnen niet twijfelen aan het inzicht dat de wereld een weefsel van waarheden en onwaarheden is, die elkaar wederzijds uitsluiten.
Afgelopen zaterdag, tijdens een voetbalwedstrijd, viel een aanvaller, naar het zich liet aanzien, over het uitgestrekte been van een doelman. De vraag die iedereen vervolgens bezig hield was of de scheidsrechter de aanvaller een strafschop moest geven.
Het eigenlijke probleem is dat de voetballers lichamen zijn en zich als lichamen bewegen. Het feit dat zij lichamen -objecten, dingen, blokken- zijn, en geen golven of windvlagen, bepaalt dat zij slechts één handeling per keer kunnen verrichten. Een scheidsrechter kan daarom wel of geen strafschop geven, maar geen halve, kwart of derde en zeker geen wel-en-niet strafschop.
Het probleem bij de wedstrijd van afgelopen zaterdag was echter dat niemand uitsluitsel kon geven. Was de aanvaller uit ballans gebracht door de doelman? De val was te delicaat, de aanraking te fijntjes, om een uitgesproken antwoord op deze vraag te kunnen geven. De strafschop kon evengoed wel als niet gegeven worden: uitsluitend een inclusieve beslissing zou de juiste zijn en de situatie recht gedaan hebben.
Blokken, objecten, dingen, lichamen... -je kunt het niet vaak genoeg zeggen- kunnen geen inclusieve strafschop nemen en daarom beschikt de scheidsrechter niet over de mogelijkheid om de strafschop wel én niet toe te kennen.
De werkelijkheid was 'dialetheïstisch', dat wil zeggen: de wereld zelf verkeerde in onbepaalde staat: geen enkele meting zou hier de doorslag hebben kunnen geven. Anders gezegd: de wereld zelf wist niet eens of het een strafschop was! Het was waarlijk zowel een strafschop als geen strafschop.[1]
De scheidsrechter zou in dit geval het best een muntje hebben kunnen opgooien, want de menselijke lichaams-logica weet met onbepaaldheid geen raad. Vandaar dat wij om pragmatische, biologische redenen -omdat we steeds moeten handelen-, naar de illusie leven dat de wereld zelf altijd raad weet en exclusief logisch geordend is.
----
[1] Officieel is dit een soritesparadox, dus strikt genomen moet je zeggen dat dit wel noch geen strafschop is. Maar wel en geen strafschop komt feitelijk op hetzelfde neer en is retorisch sterker.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten