maandag 5 oktober 2026

Biologische logica (1.5)

Wanneer heeft de evolutie besloten dat dieren een logisch opererend verstand nodig hebben? Ergens tijdens het ediacarium of het pre-cambrium: organismen kregen in die periode spierweefsel, zenuwweefsel en hun lichaam kreeg een bilaterale vorm (=een voor en achterkant).

De Hydra, een zogenaamd neteldiertje (Cnidaria), is uitgerust met drie zenuwnetten én met weefsel dat kan samentrekken. Dit bewegingsapparaat stelt het diertje in staat om zich langer te maken, korter te maken en zich te buigen. Zo kan het beestje een bescheiden aantal handelingen uitvoeren (zoals lopen, zwemmen, jagen). Maar... het zal deze handelingen slechts één voor één kunnen uitvoeren.

Zodra een dier een voorraadje handelingen heeft moet ze (dus) kiezen. Het lichaam is een object met alle beperkingen van dien. De logica van het lichaam is simpel: een lichaam kan slechts op één plaats tegelijk zijn, het kan zich langs slechts één baan verplaatsen en twee lichamen kunnen niet op één plaats zijn. Een waarheid als een koe. Deze simpele eigenschappen bepalen de logica/grondslag van het handelen.

In het wormpje C.elegans zie je dat 'de logica van het lichaam' de organisatie van het diertje volledig bepaald heeft. Ze heeft een repertoire van 'mogelijke handelingen' en ze kan deze handelingen rangschikken. Zo bepaalt ze welke handeling moet worden uitgevoerd. Haar commandoneuronen opereren strikt logisch: ze activeren het enige juiste programma en de-activeren alle andere programma's. 

Gegeven de verschillende programma's en gegeven de rangorde, kan ze besluiten om programma p wel óf niet uit te voeren.

Naarmate dieren over een groter repertoire van handelingen kunnen beschikken wordt 'de logica van het lichaam' steeds belangrijker. Organismen die afhankelijk zijn van de juiste handeling -liefst onmiddellijk en razendsnel uitgevoerd- zullen kansloos zijn als ze van de lichaamslogica die aan het handelen ten gronslag ligt niet het belangrijkste beginsel maken waar ze over beschikken.

Ook de mens is een bivalent handelend (motiel) dier. Ons repertoire aan mogelijke handelingen is zelfs enorm (wij kunnen nieuwe handelingen leren en we kunnen plannen/handelingen in gedachten ontwerpen). Het is dan ook geen wonder dat de blok-logica, die de grondslagen van het handelen bepaalt, stevig in ons verstand verankerd is (vermoedelijk in de basale ganglia).

De logische wetten hebben, zoals de alwetende medemens graag opmerkt, betrekking op eigenschappen van de wereld- maar dan wel op een paar contingente eigenschappen die fysisch gezien nauwelijks van belang zijn. 

Ons beeld van de werkelijkheid wordt voornamelijk bepaald én vertekend door deze relatief onbelangrijke kenmerken. Dát is nu wat biologen bedoelen met een 'niche'.

Onze 'klassieke voorstelling van de werkelijkheid' is van eigen makelijk, een voorstelling voor eigen gebruik. Met de 'ware' voorstelling van zaken -complicatie: als de werkelijkheid niet logisch is, bestaat er geen ware voorstelling van zaken- heeft zij niets te maken.

Geen opmerkingen: