Ik aanvaard de volgende, klassieke definitie: God is een Zelfstandig persoon.
God heeft niets en niemand nodig om te bestaan. Feitelijk impliceert dit dat God niet bestaat uit 'onderdelen', maar dat hij kwalitatief zelfstandig is ('God' is de zuivere, goddelijke 'substantie' zelve); voorts impliceert dit dat God geen begin en einde kent, God erodeert niet.
Vanzelfsprekend -dat is eigen aan definities- kun je deze definitie vervangen door je eigen definitie. Ook kun je de definitie aanvullen. Je kunt bijvoorbeeld toevoegen dat God het 'goede' is of dat God 'liefde' is.
Vervolgens wil een filosoof graag weten of God bestaat.
Nu is de vraag of God bestaat lastig te beantwoorden. Sinds Kripke -vorig jaar overleden- zijn modale semantiek heeft opgesteld, stellen filosofen een andere vraag: maakt God deel uit van de actuele wereld (@a).
Kripke maakt onderscheid tussen @a en talloze overige werelden (@o). Vervolgens deelt hij de verzameling overige wereld in tweeën: sommige overige werelden zijn 'mogelijk' (@m) en andere overige werelden zijn 'onmogelijk' (@¬m).
God kan dus voorkomen in @a, in @m en in @¬m.
Als God voorkomt in @¬m dan zal God nooit voorkomen in @a.
Kripkes model veronderstelt dat je werelden streng van elkaar kunt scheiden. De instrumenten die je gebruikt om @a, @m en @¬m van elkaar te scheiden zijn de twee klassieke wetten.
Werelden die klassiek geordend zijn kunnen mogelijkerwijs actueel worden en werelden die niet klassiek zijn kunnen onmogelijk ooit actueel worden.
Deze scheiding tussen @a, @m en @¬m vervalt echter als de klassieke wetten niet universeel gelden: onze @a moet dan worden opgevat als één enorme werkelijkheid (@w) waarin alles wat de klassieke logische wetten verbieden kan gebeuren en voorkomen.
Voor ons is @w een 'chaos' een 'absurditeit'. Maar dit is slechts het gejammer van een beperkt dier.
We zullen de orde niet kunnen herstellen, want we beschikken niet over een universeel alternatief voor de klassieke wetten.
De vraag of God bestaat is daarom eenvoudig te beantwoorden: ja, hij bestaat, want je kunt zijn bestaan eenvoudigweg niet uitsluiten: er is geen universele scheiding tussen @a, @m en @¬m. Er is uitsluitend @w, de werkelijkheid die je niet (logisch) kunt ordenen.
<merk op: in @w mag ik dus zeggen dat ik 'weet' dat God bestaat: hoe zou God niet kunnen bestaan in @w?>
Hoe God zich dan in de praktijk manifesteert is een geheel andere vraag.
<Ik denk persoonlijk dat mensen die zeggen dat ze God kunnen ervaren -dankzij misschien de specifieke denkbeelden die ze van God hebben (je 'ziet' de wereld met je denkbeelden!)- ernstig genomen moeten worden. Evenwel, neem deze opinie maar voor kennisgeving aan.>
<Hieronder staat een bijdrage met de titel 'goed en kwaad'. Je moet 'God, per definitie' in samenhang zien met 'Goed en kwaad'. De mens zien als een ethische wezen staat in ander licht -krijgt betekenis/is betekenisvol- als je inziet dat God bestaat.>
Geen opmerkingen:
Een reactie posten