In de filosofie ben je een 'foundationalist' als je verdedigt dat er inzichten of feiten zijn waar je absoluut zeker van bent. Descartes is het archetype van een foundationalist: het is onbetwijfelbaar dat je twijfelt (of iets dergelijks).
In de filosofie van de logica verdedigen foundationalisten dat de waarheid van logische uitdrukkingen evident (onbetwijfelbaar) is. Zulke filosofen menen bijvoorbeeld (Gödel) dat ze in de 'platoonse hemel' kunnen schouwen dat logische uitdrukkingen evident zijn.
Helaas is het foundationalism vandaag de dag niet populair. Eenvoudigweg omdat de pogingen om te laten zien dat bepaalde kennis onbetwijfelbaar is niet zo goed uit de verf komen.
Je bent geen 'fundamentalist' als je een betoog begint met een paar veronderstellingen of aannames. Wie bijvoorbeeld een betoog begint met de aanname dat onze ervaringen betrouwbaar zijn of dat de logische wetten betrouwbaar zijn of dat de evolutietheorie de feiten het best verklaart, is geen fundamentalist. Het is immers onmogelijk om een betoog te beginnen zonder vooronderstellingen?
2. Alhoewel mensen geloven dat de werkelijkheid op een of andere wijze consistent is, is deze zienswijze een 'metafysica': niemand heeft kunnen aantonen dat de werkelijkheid consistent is. Het is een praktijk om theorieën logisch te ordenen; het is iets wat we eenvoudigweg doen. Maar niemand kan deze gewoonte, dit gebruik, verantwoorden. Het enige wat je kunt aanvoeren is dat we een inconsistente theorie niet goed begrijpen. Maar dat is geen uitspraak over de werkelijkheid, maar over de werking van ons verstand. Met stelligheid beweren dat de werkelijkheid consistent is, is daarom kletskoek. Je mag natuurlijk wel betogen dat de werkelijkheid consistent of inconsistent is. Dat wordt zelfs van je gevraagd. Filosofen verstrekken immers argumenten: zo en niet anders hoor je te doen.
3. De evolutietheorie is een schitterende theorie: ze verklaart buitengewoon veel. De theorie verklaart onder andere onze cognitie en onze denkwijze. Dennett noemde de theorie een zuur dat alles doordringt en betoogde dat je deze theorie moet gebruiken. Het is de meest vruchtbare theorie waar we -willen we ons zelf begrijpen en onze positie in de wereld- uberhaupt over beschikken. Je bent dus nalatig als je een zeer goed instrument niet gebruikt.
Wie iets wil zeggen over de werking van ons verstand, kan de beste theorie over het ontstaan en de functie van ons verstand natuurlijk niet negeren. Je kunt de evolutietheorie niet zomaar verwerpen: voel je je daar wel toe geroepen -omdat je het niet zo op hebt met deze theorie- dan moet je met een beter alternatief komen. Je kunt mensen niet wijsmaken dat ze er verkeerd aan doen om met de trein te reizen als je alternatief de hondenkar is. <Overigens: verwar dit niet met de 'evolutionaire psychologie', een stroming die aangevoerd werd door oa. Cosmides. Ik heb geen idee of ons brein modulair is. Ik kijk naar het brein als een 'machine' die primair logisch gestructureerd is.>
4. Bayes theorema is een handige rekenmethode. Je kunt eigenlijk alles wel 'aanpakken' met deze simpele formule, onder andere sommige kennistheoretische problemen (Douven, de Nederlandse filosoof, heeft die taak op zich genomen; maar ik geloof niet dat dat tot grote doorbraken heeft geleid). Maar een fomule is natuurlijk niet 'primitief'. Het is een instrument, geen natuurlijk proces. Het feit dat je deze berekening overal op los kunt laten maakt hem niet 'primitief'. Bovendien verklaart Bayes theorie niets. Je leert iig niet hoe de dingen werken (soms wil je echt begrijpen hoe de radartjes en veren van een verschijnsel in elkaar grijpen).
5. Als je betoogt dat de evolutie ons een bepaalde denkwijze heeft opgedrongen, louter en alleen om haar 'survival value', dan heb je goede redenen om te twijfelen aan de waarheid van je denkwijze <deze simpele gedachte vind je al in Quine, Epistemology Naturalized>. In sommige opzichten is een dergelijke denkwijze dan betrouwbaar, in andere opzichten is ze niet betrouwbaar (immers, was ze 100% onbetrouwbaar, dan had ze geen 'survival value') <vandaar dat ik altijd twee domeinen heb ingesteld: het domein waarin ons verstand uitstekend werkt, het domein waar ze niet werkt>.
Ons verstand is goed genoeg om te bepalen welke onmiddellijke gevaren of voordelen er zijn en hoe je -gegeven de gevaren of voordelen- moet handelen. In metafysisch opzicht echter is ze zwak omdat ze slechts geschikt is voor het produceren van de juiste handeling. Onze denkwijze is sterk exclusief, terwijl de werkelijkheid dat -aantoonbaar- niet is <zie bijvoorbeeld het werk van Penelope Maddy en Gila Sher>.
En bedenk: een werkelijkheid die overeenstemt met onze logica zou systematisch beschreven moeten kunnen worden en volledig moeten kunnen worden begrepen. Het tegendeel is echter waar: wetenschap is niet de uitvoering van een logisch stappenplan, maar eerder een dwaaltocht, waarbij onder andere het toeval een belangrijke rol speelt.
Logica gaat niet over de wereld -pace Williamson, Russell, Sher- en dus zelfs niet over de meest algemene kenmerken van de wereld, maar over de vraag welke patronen [patterning] in het brein van ogenblik tot ogenblik moet worden uitgezet en aangezet. (De gedachte dat wij een 'predictive brain' hebben past daar netjes bij: voortdurend inspecteren wij de omgeving om te zien of deze nog wel overeenstemt met ons interne beeld (onze verwachting) van de werkelijkheid; wij hebben van nature een scherp oog voor zaken die niet overeenstemmen met 'onze wereld' (ons wereldbeeld)- de zaken die niet kloppen zijn met namde 'tekens'/'knoppen' die ons aanzetten tot een reactie.)
De rest van het verhaal is werkelijk elementair en simpel: als onze denkwijze 'survival value' heeft, dan is ze ongeschikt om de gehele werkelijkheid in kaart te brengen. Dit zegt -luid en duidelijk!- iets over de werkelijkheid: de werkelijkheid zelf is niet logisch. Vervolgens kun je je dan afvragen hoe groot de 'schade' is: is een paraconsistente, een sceptische of een triviale houding de meest redelijke? Dat is de kern van het debat. <Hoe moet je dan zo'n debat voeren? Wel, met goede argumenten. Je voert bijvoorbeeld aan dat wij, als onze enige denkwijze onbruikbaar is, niet langer in staat zijn om metafysische inzichten uit te sluiten: we hebben geen middelen tot onze beschikking waarmee wij de gehele werkelijkheid kunnen verdelen in dingen (toestanden) die echt/waar en dingen die onecht/onwaar zijn; de werkelijkheid is nu verdeeld in twee domeinen: één domein waarin ons verstand uitstekend werkt en een domein waarin ons verstand het laat afweten en waar geen modale drempels bestaan. Scepticisme lijkt me onhoudbaar: je kunt niet zinvol twijfelen aan de waarheid van al je inzichten: ik weet zeker dat als wederom -het gebeurt dagelijks- een brugklasser mij wil aanvallen met een machinegeweer, het verstandig is om weg te rennen. Paraconsistentie is wellicht een redelijke positie: het is de middenweg; je accepteert sommige onbegrijpelijke zaken, maar alleen als je kunt aantonen dat deze belangrijk genoeg zijn. Het lijkt er overigens op dat het twee-domeinen model en paraconsistentie verenigbaar zijn met het trivialisme.>
1 opmerking:
Beste Jan Auke,
Mocht Misverstanden 2.0 mede een reactie zijn op mijn stukje over Sherlock Holmes en Dr. John Watson, dan begrijp ik nu beter waarom je schreef dat je er geen biet van snapte.
Jouw opmerking dat filosofie ook leuk mag zijn (de fietsende violist) was juist de aanleiding voor die ludieke dialoog. Ik vond vooral het beeld aardig van een klein levend plantje dat de harde betonnen fundamenten langzaam doet verkruimelen. Het leven zelf is immers iets totaal anders dan de mentale fundamenten die wij in beton lijken te gieten. Zoals jij vaker schrijft: mensen zitten vast aan hun wereldbeelden.
Mijn bedoeling was echter niet een discussie over foundationalisme. Ik bedoelde iets ontologischer.
De fundamenten bestaan volgens mij niet als zelfstandige werkelijkheid. Het zijn menselijke mentale constructies die, doordat miljarden mensen zich er eeuwenlang mee identificeren, maatschappelijke werkelijkheid krijgen. Ze zijn daardoor werkzaam en in die zin "werkelijk", maar niet fundamenteel. Ik ga daarin metafysisch nog een stap verder, panpsychistisch subject-georiënteerd, maar dat wordt hier te veel.
Wanneer de identificatie verdampt, verdwijnt uiteindelijk ook het fundament. Dat doet mij denken aan Prediker: "ijdelheid der ijdelheden". Niet als bewijs, maar als een krachtig beeld van de vergankelijkheid van alles wat wij voor absoluut houden'
Daarom zeg ik dat ook tijd, materie, causaliteit en zelfs het begrip "fundament" voor mij uiteindelijk leeg zijn. In die zin voel ik mij meer verwant met het begrip basho van Kitaro Nishida dan met de gedachte dat er onder onze wereldbeelden nog een laatste dragende bodem zou liggen.
Juist daarom heb ik het gevoel dat wij filosofisch dichter bij elkaar staan dan soms uit onze discussies blijkt.
Met vriendelijke groet,
JanD
Een reactie posten