zaterdag 28 maart 2026

Het parkeervak 1.5

De grondslag van onze denkwijze is exclusief. Onze 'logica' -de wijze waarop wij onze handelingen organiseren- is die van de 'exclusieve disjunct'.

Je kunt de logica van de exclusieve disjunct begrijpelijk uitleggen aan de hand van voertuigen en parkeervakken:

i. Een voertuig past slechts op één manier -optimaal- in het parkeervak (P)

ii. Uitsluitend als het vak niet bezet is (¬P) kun je een voertuig optimaal in het vak parkeren

iii. Meerdere voertuigen passen niet optimaal in het parkeervak ¬(P & ¬P)

iv. Een voertuig dat dwars of schuin geparkeerd is past niet optimaal in het parkeervak (P noch ¬P)

De exclusieve disjunctie beschrijft het gedrag van objecten; om precies te zijn beschrijft deze logische structuur het 'zeer algemene feit' dat objecten 'gesitueerd' zijn (dat wil zeggen: objecten zijn altijd te vinden in op één welbepaalde plek/tijd en in één hoedanigheid). 

Hoe zeer mensen er ook van overtuigd zijn dat ze onstoffelijk zijn, het valt niet te ontkennen dat het lichaam een stoffelijk object is (geloof je dat niet: wacht dan even het ogenblik af dat iemand op je tenen gaat staan). Het lichaam is dus ook gesitueerd. De logica van het parkeervak geldt ook voor het lichaam. Sterker nog, ook voor je handelingen geldt de logica van het parkeervak.

De voorzienigheid van de natuur is wonderbaarlijk: de logica die wij gebruiken voor het beschrijven van de feiten en de toestanden in de wereld gebruiken we ook voor het opstellen van plannen! 

Je kunt gemakkelijk begrijpen dat 'de logica van het parkeervak' dezelfde is als 'de logica van de handeling': er past immers maar één optimale handeling in het lichaam. Je kunt -zegge en schrijven- slechts één doelgerichte handeling per keer uitvoeren (een handeling is een opéénvolgende reeks houdingen).

Je kunt niet twee optimale handelingen in het lichaam bergen; je kunt wel twee of drie deel-handelingen in het lichaam bergen, maar dan is de handeling niet optimaal.

Je ziet dat optimaal of doelgericht handelen noodzakelijkerwijs een exclusieve denkwijze vereist: een optimale handeling kun je wel of niet uitvoeren; een optimale handeling kan niet wel en niet uitgevoerd worden; een optimale handeling kan niet half uitgevoerd worden. 

Stel nu dat je geen exclusieve denkwijze zou hebben: dan zou je handelingen uitvoeren die niet bij de beweegbaarheid van je lichaam passen. De haas die niet exclusief kan denken zal geloven dat hij een haak kan slaan tegelijkertijd naar links en rechts- als de vos hem op de hielen zit zal hij die denkfout met de dood bekopen.

Je kunt gemakkelijk nagaan dat niet alleen de vogels, de eekhoorntjes en de schaapjes, maar ook jij een exclusieve denkwijze hebt. Heb je wel eens geprobeerd om op de step én de fiets naar school te gaan; heb je wel eens geprobeerd om thuis te blijven én op vakantie te gaan; heb je wel eens geprobeerd om op de zolder en in de kelder te slapen? 

Of denk eens aan een dubbele bestuurbare auto: dat is een auto met twee bestuurdersplaatsen, zodat de chauffeur links én de chauffeur rechts de auto optimaal kunnen besturen. Sturen, remmen en gas geven, in deze 'dubbel-auto' kunnen al deze handelingen tegelijkertijd worden uitgevoerd. Wat denk je, zou de dubbel-auto sneller in Zwiggelte zijn dan een gewone auto?

(Denk eens aan een vergroeide tweeling: dat zijn twee mensen die aan elkaar vast zitten: als je gelooft dat twee mensen altijd harder kunnen lopen dan één, probeer je dan eens een hardloop wedstrijd voor te stellen tussen een vergroeide tweeling en Femke Bol: wie zou de wedstrijd winnen denk je? Waarom zou Femke Bol de wedstrijd winnen, ook al loopt ze tegen een lichaam dat over dubbele krachten beschikt?)

Zeker als je opeens je pas moet inhouden -omdat er een fet-baaik over de stoep snelt-, ben je blij dat je lichaam uit zichzelf optimaal (dat wil zeggen: exclusief) handelt.

Het is -als je er bij stil staat- wonderlijk dat wij al onze gedachten op een manier ordenen die precies past bij hoe het lichaam beweegt!

Het lichaam kan niet op twee verschillende manieren handelen, ons verstand kan niet in twee verschillende waarheden geloven. Je kunt niet de berg langs de noord- en de zuidkant afdalen; je kunt niet je buurman zowel groeten als niet groeten; je kunt niet een driehoek zien als een driehoek én als een cirkel (je kunt zelfs de haas niet zien als een eend).

Je zou bijna geloven dat ons verstand en ons lichaam voor elkaar gemaakt zijn- dat iemand diep heeft nagedacht over de 'exclusieve' werking van zowel lichaam als verstand!

Voor gelovige mensen is dit een aantrekkelijk idee. Ze denken dat een Schepper, een bovennatuurlijke persoon, de werkelijkheid heeft bedacht en ontworpen. -Het is echter jammer voor de gelovige, maar de mens -en de hemel en de aarde- zijn niet ontworpen door een schepper. 

Het verstand en het lichaam van de mens zijn in de loop der tijd gewoon zo gegroeid dat ze goed kunnen samenwerken. De natuur heeft daar een eenvoudig systeem voor bedacht, een soort spel met strenge regels. Dieren hebben verschillende eigenschappen; als een eigenschap niet handig uitkomt, dan moet het dier dat deze eigenschap heeft het spel verlaten; de dieren met handige eigenschappen gaan mee naar de volgende ronde; tenslotte blijven de dieren die zeer handige eigenschappen hebben over. 

Een 'exclusieve denkwijze' is een handige eigenschap. Kijk eens naar de volgende tekst; het gaat over een diertje dat een goede speler is geweest in het 'grote evolutie-spel'. Het beschikt over een groot aantal handige eigenschappen; net als de mens heeft dit wormpje een 'exclusief' verstand:

[“The execution of one action at a time is coördinated by specific command neurons that, when activated, initiate one of the possible movements. Importantly, once the command neurons activate, the motor sequence (e.g., for moving forward) happens by itself. It does not need to be centrally directed because it is already wired into the neuromuscular circuitry: it simply has to be released (while all other possible actions are inhibited). The worm’s brain (a condensation of interneurons in the head) just has to ask the motor system to do something; it doesn’t have to tell it how.” [Mitchell, Free Agents, ch.4]].

Waarom zou een exclusieve denkwijze nu zo handig zijn? Sommige filosofen denken dat deze denkwijze handig is omdat de wereld zelf alleen maar uit objecten bestaat. Wie exclusief denkt heeft een verstand dat de hele wereld kan begrijpen: met een exclusief verstand snap je precies dat alleen je linkervoet in je linkerschoen past en dat je een taart eerlijk onder je klasgenoten moet verdelen. Iemand met een exclusieve denkwijze snapt ook dat een mens over het ontstaan van de wereld en over alles wat waar is maar één goed verhaal kan vertellen. De waarheid is altijd exclusief: er past maar één waarheid in het parkeervak.

De meeste biologen denken dat ons verstand exclusief geworden is omdat bewegende dieren effectiever kunnen handelen als ze één handeling per keer uitvoeren (een optimale handeling is effectief). Want als je één handeling per keer uitvoert kun je daar je beide armen, benen, ogen en oren en alle andere functies bij gebruiken. Als je twee dingen tegelijk doet moet je je ene arm gebruiken voor de ene handeling en de andere voor je andere handeling. Je beschikt dan nog maar over de helft van alle werktuigen en gereedschappen waar je lichaam mee is uitgerust. Je handelingen kunnen niet optimaal zijn als je twee of drie handelingen tegelijk uitvoert.  

Vergelijk het eens met een bankrover die op vlucht is voor de politie: zou de bankrover een grotere kans hebben om uit de handen van de agenten te blijven als hij op één been wegrent en het andere been niet gebruikt- of zou hij beter zijn hele lichaam met alles er op en er aan kunnen gebruiken als hij vlucht? Zou jij liever je buik laten opereren door een arts die een partijtje schaak speelt en yoga oefeningen doet terwijl jij -opengesneden- op zijn operatietafel ligt of heb jij liever een arts die alleen maar bezig is met jou?

Wie heeft gelijk: de filosoof of de bioloog? Is een exclusieve denkwijze handig omdat de wereld exclusief is of is ze handig omdat ons lichaam exclusief beweegt?

Als we hier over gaan debatteren, hebben de biologen de beste argumenten [1][2].

De exclusieve denkwijze is ruwweg 500 miljoen jaar geleden ontstaan: al onmiddellijk toen meercellige dieren de beschikking kregen over spierweefsel kregen ze ook de beschikking over zenuwweefsel (spier- en zenuwweefsel vind je niet apart van elkaar: ze komen alleen samen voor). Een exclusieve organisatie van het handelen is echter nóg ouder (!):

[“ (…) when one turns to the basic processes of cognition (…) it is clear that these processes, such as perception, memory, and action are dispersed extremely widely across and even beyond the animal kingdom. It is now even plausibly defended that these exemplar featuresmof cognition are already present in invertebrates, and even bacteria [v.Duijn, 2014 ...]].
 

De eerste dieren met spieren hadden natuurlijk geen idee van de wereld (want hun zenuwweefsel was niet voldoende ontwikkeld, hoe zouden ze dan kunnen weten wat de fundamentele kenmerken van de werkelijkheid zijn). 

Wat er gebeurde was dat een soort dubbel-weefsel, dat aan de buitenkant functioneerde als 'huidweefsel' en aan de binnenkant als 'zenuwweefsel', alle spieren tegelijk kon uit- en aanzetten, zodat de spieren samenwerkten: in de praktijk bleek dit een tamelijk krachtige motor te zijn die het lichaam kon bewegen [Keijzer, ...].

De logica van het parkeervak was onmiddellijk bepalend voor het effect van de 'handelingen' die deze primitieve diertjes konden uitvoeren. Als het zenuwweefsel het spierweefsel optimaal kon uit- en aanzetten, dan konden motiele dieren zichzelf -als een vector- consistent in één richting bewegen: dit stelde hen in staat om zich doelmatig van schadelijke factoren af te bewegen en naar nuttige factoren toe.

Het stelsel van spier- en zenuwweefsel bewees haar diensten dankzij de logische consistentie waarmee het zenuwweefsel het spierweefsel kon bedienen. Later zijn deze dieren verrijkt met 'exclusieve' zintuigen en 'exclusieve' denkbeelden. Ook hier heeft de bioloog een eenvoudige evolutionaire verklaring voor: als de zintuigen en denkbeelden niet exclusief zijn kunnen ze niet samenwerken met het handelende lichaam. Als je denkbeelden zou hebben die niet exclusief zijn dan zou je je handelingen niet exclusief kunnen organiseren: als je denkt dat je buurman een heilige is én een gevaarlijke misdadiger, ga je dan wel of niet bij hem op de thee?

Je weet uit eigen ervaring dat wij een exclusieve indeling van denkbeelden erg belangrijk vinden. Een wiskundige figuur is geen groente en een vogel is geen mobiele telefoon: je mag zulke zaken niet door elkaar halen. Alle dingen horen thuis in de juiste lade en in het juiste vakje. Wie een rommeltje maakt van zijn conceptuele 'huishouding' zal veranderen in een notoire twijfelaar die weinig doelmatig handelt. God behoede de kinderen die niet onaardig willen zijn tegen volwassenen en daarom een gewillig slachtoffer zijn: twijfelen kan schadelijk zijn. Vogeltjes hebben dit wantrouwen al in hun 'lichaam' en het is sterk verknoopt met onze exclusieve handels- en denkwijze:

['disjunctions (...) arise in practice in the form of a choice’ (…) 'A dog will wait at a fork in the road to see which way you are going. If you put crumbs on the window-sill , you can see birds behaving in a manner we should express by 'shall I brave the danger or go hungry?' [Russell, 1995]]. 

Enkele honderden miljoenen jaren later wordt het verstand pas zo groot en slim dat het theorieën kan opstellen over de werkelijkheid. Het zal niemand verbazen dat deze theorieën een exclusieve grondslag hebben: welke andere orde had je verwacht van een verstand dat al miljoenen jaren geschoeid is op een exclusieve leest?

De argumenten van de bioloog worden versterkt door een andere wetenschappelijke theorie: in de kwantummechanica rekent men -het is niet te omzeilen- met deeltjes die op meerdere plaatsen tegelijk zijn. Het is alsof één voertuig tegelijkertijd in veel vakken past. Ze noemen deze toestand een 'superpositie'. Een superpositie is niet exclusief en het zal niemand verbazen dat wij, met ons exclusief georganiseerde verstand, ons geen raad weten met dit anti-exclusieve verschijnsel. Experimenten met grotere 'dingen' dan fotonen bevestigen het anti-exclusieve (deviante) karakter van de werkelijkheid.

Het verbaast de bioloog overigens niet dat fysici uiteindelijk hebben ontdekt dat de wereld deviant is. Als het je wel verbaast dan heb je niet tot je laten doordringen wat het betekent dat mensen biologische dieren zijn met een beperkt, instrumenteel verstand. Je hebt dan niet begrepen wat een 'beperkt verstand' is en wat daar de implicaties van zijn. Hoe kun je nu geloven dat mensen een volkomen, alles-wetend verstand hebben als je begrijpt hoe evolutie werkt?

Ook logici, toch niet de meest verwarde wetenschappers op aarde, geven schoorvoetend toe dat de werkelijkheid deviant is. Als de wereld logisch is, dan zou de verzamelingenleer logisch zijn: maar dat is ze niet (ze kan niet herleid worden: wie dat probeert blijft achter met een contradictie, de zogenaamde Russell-paradox).

De conclusie moet daarom zijn: de werkelijkheid heeft geen exclusieve organisatie; de werkelijkheid is niet klassiek logisch; de werkelijkheid is deviant.

Is dit een inzicht dat onze oude waarden -en ons geloof- definitief aan het wankelen brengt? Ja, wel het geloof van de 'klassieke' wetenschapper. De fysicus die meent dat het mogelijk is om een exclusief 'compleet' verhaal over de werkelijkheid op te stellen zal bedrogen uitkomen. Een volledige consistente & coherente theorie over de werkelijkheid zal nooit opgesteld worden.

Voor de gelovige is dit wereldbeeld juist de bevestiging van het geloof. 

Veel gelovigen vinden het vervelend dat ze worden beschreven door de bioloog als een 'geëvolueerd dier van vleesch en bloed'. Dat begrijp ik niet. De wereld wordt geen haarbreedte minder mysterieus als je van vlees en bloed bent of als je van chocolade bent, of als je van immateriële klei bent, of als je van dibberdabjes gemaakt bent. 

Het lijkt me essentieel dat wij wezens zijn met een verstand dat geschikt is om te handelen- en dat daarom functioneel beperkt is. Exclusief denken is denken om goed/doelmatig te kunnen handelen: daarmee is de belangrijkste, beslissende stap op weg naar een ethische leefwijze gezet. Is dat niet in overeenstemming met de religieuze levensvisies: is goed doen en goed handelen en een goed mens worden niet de grondslag van vrijwel iedere religie? Wat kan er sterker in overeenstemming zijn met een christelijke levensvisie dan het inzicht dat wij in denken en doen 'ethische dieren' zijn?

Wij kunnen bovendien weten dat God deel uitmaakt van de werkelijkheid. Als onze exclusieve denkwijze beperkt is, dan is de werkelijkheid niet exclusief maar deviant. God is -anders gezegd- per definitie geen onderwerp waar we over kunnen spreken in louter exclusieve termen.

Als de werkelijkheid deviant is en als God deviant is dan maakt hij deel uit van de werkelijkheid. Sterker, hij moet er wel deel van uitmaken, want je kunt eenvoudigweg in het deviante domein 'de aanwezigheid' van God niet uitsluiten (dat is voor ons absoluut onmogelijk; in een werkelijkheid die niet exclusief geordend is kun je niet exclusief opereren).

Kortom, wie gelovig is ziet zijn wereldbeeld vooral bevestigd worden door wetenschappelijk onderzoek; wie -streng- naturalistisch is, ziet zijn wereldbeeld vooral ontkend worden door wetenschappelijk onderzoek.
------
[1] Je zou kunnen zeggen: het doet er niet toe of dieren wel of geen inzicht hebben in de bouw van de wereld: als de bouw van de wereld klassiek is, dan moeten ook deze dieren wel een verstand met een klassieke organisatie ontwikkelen. Dat is juist. Dit argument veronderstelt echter -als premisse- dat de wereld klassiek geordend is. Maar daar zijn geen aanwijzingen voor: er zijn geen 'logische deeltjes', geen 'logische krachten' en zelfs geen 'aanwijsbare logische feiten'. Logische verbanden worden door ons toegeschreven aan de werkelijkheid.

[2] Stel dat de wereld tóch bestaat uit objecten en object-eigenschappen. Dan is het merkwaardig dat slechts twee van deze object-eigenschappen de grondslag van ons denken gevormd hebben. Waarom zou dat zo zijn? Waarom zijn slechts de twee object-eigenschappen die bepalend zijn voor effectief handelen de bepalende object-eigenschappen geworden van onze denkwijze? Waarom is bijvoorbeeld object permanentie (het inzicht dat als a achter b staat dat a dan niet verdwenen is) geen logische wet. Waarom zijn de mechanische wetten uit de klassieke fysica geen logische wetten? Waarom is het inzicht dat een object 'streeft naar rust' volgens ons 'logischer' dan het inzicht dat een object -als het niet geremd wordt- zijn beweging behoudt? -Kortom, waarom zijn uit de royale voorraad aan wetten en regels die betrekking hebben op objecten en het gedrag van objecten slechts de twee gekozen die overeenstemmen met de doelmatigheid -de grondslagen- van het handelen? 

1 opmerking:

Jan-Auke Riemersma zei

Sorry: ik moet nog wat sleutelen aan deze tekst. Citaten en verwijzingen ontbreken, hier en daar moet er nog een zin verbeterd worden. Ik zal er de komende week nog aan werken zodat het tenslotte hopelijk een begrijpelijke, verzorgde tekst wordt (maar ik vind het wel aardig om de tekst als 'traai-out' vast te plaatsen).