woensdag 18 februari 2026

Voege en geleding

✍︎ Ouderwets taalgebruik heeft zo haar voordelen. 

In het Engels zegt men: "logic/rationality carves nature at her joints". 

Deze wijze van zeggen komt uit het Grieks. Plato schrijft: wij willen de natuur indelen naar het voorbeeld van een goede slager, die niet de beenderen van het slachtdier breekt, maar met zijn mes keurig de geledingen van het lichaam volgt.

Een Nederlander zou, het oorspronkelijke voorbeeld van Plato indachtig, dit als volgt kunnen zeggen: 'ons verstand moet het lichaam van de werkelijkheid analyseren naar haar natuurlijke geleding'.

Ons verstand (Kant zou zeggen: onze rede) stoelt op de twee grondwetten van de logica en kan niet anders dan de werkelijkheid in die 'voege' analyseren. 

Omdat de voege van het denken bepaalt hoe wij de wereld ontleden, hebben wij de overtuiging dat de geleding van de werkelijkheid overeenstemt met de voege van de logica (in de filosofie van de logica wordt dit inzicht ingedeeld bij het 'anti-realisme: psychologisme').

De argumenten voor het anti-realisme zijn overtuigend; de argumenten voor het realisme (er zijn twee realistische stromingen: platonisme en structuralisme) zijn zwak [zie: Cohnitz, Philosophy of logic, hfd.5].

Hieruit volgt, volgens de voege van onze eigen rede, dat de werkelijkheid 'open' is. Anders gezegd, het betekent dat wij de werkelijkheid niet naar haar geleding kunnen beschrijven.

✍︎ Zaken die naar de voege van onze rede niet kunnen worden begrepen kunnen niet apriori buiten de orde van de werkelijkheid worden geplaatst; en aposteriori is de zoektocht naar het onbevattelijke tamelijk zinloos. 

Een ding dat buiten de voege van ons verstand valt kan niet worden uitgesloten. 

Neem een denkbeeldige godheid z, die -naar voorbeeld van sommige hindoe goden- steeds van gestalte verandert (en geen ware gestalte heeft). Als je al een waterdichte methode hebt om gestalte z uit te sluiten van deelname aan de werkelijkheid, dan nog kun je nooit uitsluiten dat z bestaat in een andere gestalte- en zo eindeloos verder.

Wie gelovig is heeft slechts één inzicht nodig: de werkelijkheid is logisch niet gesloten.

Een dogmatisch christen heeft aan dit inzicht genoeg om te geloven dat de Almachtige bestaat.

Persoonlijk vind ik de term de Zelfstandige iets minder zwaar klinken. Zowel de term de Almachtige als de term de Zelfstandige verwijzen naar een 'constante' die beschikt over tal van mogelijkheden- mogelijkheden die de mogelijkheden die een logisch gesloten werkelijkheid biedt ruim overtreffen. 

Voor je geloof heb je geen ander inzicht nodig. Wat de gelovige meent is dat de aardse geleding van de wereld, die 'gesneden wordt naar de voege van onze eigen rede', slechts een vertekend, beperkt beeld van de werkelijkheid geeft (maya, zegt de hindoe)- dat gemakkelijk wordt overtroffen door de grenzeloze mogelijkheden die de 'open' werkelijkheid biedt.

Voor moderne zielen is het ouderwetse hindoe geloof misschien niet zo aansprekend. Zij kunnen de werkelijkheid beter zien als een 'schil' die over een onbegrijpelijk besturingssysteem is gelegd. Zelf spreek ik liever van een 'lezing' die de transcendente aard van de natuurlijke werkelijkheid begrijpelijk maakt.

✍︎ Kunnen wij een lezing houden die laat zien dat de werkelijkheid, zoals deze aan ons verschijnt -naar de voege van ons verstand- religieuze betekenis heeft?

Jawel, dat is mogelijk.

In de eerste plaats -we hebben het zojuist besproken- telt natuurlijk het inzicht dat de werkelijkheid logisch niet gesloten is. Het bestaan van transcendente constanten kun je daarom onmogelijk uitsluiten (het is uitgesloten dat je ze kunt uitsluiten). Alleen dat al maakt onze werkelijkheid religieus.

In de tweede plaats kun je onze voege van denken zien als een instrument om intelligente handelaren van ons te maken: wij zijn geschapen (ik gebruik met opzet de religieuze term) om adequaat te handelen.

In de derde plaats zijn wij in staat om dankzij onze logische denkwijze de gevolgen van onze handelingen te overzien. We kunnen doelmatig plannen (=cognitieve controle): dat maakt van ons ethische wezens, wezens die verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor hun daden.

De werkelijkheid zelf is niet louter 'goed', de werkelijkheid zelf is niet louter 'kwaad'. Wat is de werkelijkheid dan wel? Je zou zeggen: ze is een menging van kwaad en goed. Maar dan is de werkelijkheid 'ethisch' van aard. Het is een toneel waarop zowel goede als kwade handelingen vrijelijk kunnen worden gedemonstreerd door 'ethische wezens' (mensen).

Wij zijn van vlees en bloed: wij kunnen elkaar schaden en wij kunnen elkaar voeden. Het vlees waarin wij op aarde rondwaren geeft ons bestaan haar ethische betekenis. Omdat ik van vlees ben en door jou kan worden aangeraakt zijn jouw daden goed of slecht. Was ik slechts een 'vleug' alsof ik een 'geur' was, een ijle geest, die even drijft op de lucht, die niet kan worden geslagen, niet kan worden gekerkerd en niet kan worden gedood, dan zouden jouw handelingen van geen betekenis voor mij zijn. Ik ben echter van vlees. Je kunt mij op de grond werpen en pijn doen, je kunt mij in je armen sluiten en troosten.

Alles wat we doen is in eeuwig licht geschreven. Het licht reist door het heelal naar andere plaatsen, andere sterren. Als het licht een reis van pakweg 2000 jaar achter de rug heeft -een tijd die te verwaarlozen is voor het licht- dan kan men op een planeet elders, een planeet die pakweg 2000 lichtjaren ver staat, zien hoe christus aan het kruis genageld wordt. Geen enkele daad wordt vergeten, al mijn nonchalante, laakbare handelingen staan duidelijk in het licht geschreven. De werkelijkheid houdt boek van onze daden. 

Is er geen gerechtigheid op aarde en is het bestaan zinloos? Als je de werkelijkheid beziet in ruimer -transcendent- perspectief, dan zou ik dat zo een twee drie niet met stelligheid durven zeggen. De onbegrijpelijke grootte van het heelal kan worden gezien als steun voor het inzicht dat onze 'kleine' en 'grote' daden niet verloren gaan. 

Kortom, het is mogelijk om een religieuze 'schil' of 'lezing' op de feiten te draperen en de werkelijkheid te zien als een ethisch/religieus toneel. 

✍︎ Is het leven zinloos? Ik geloof niet dat díe lezing persé moet worden aanvaard; ze is niet dwingend en overtuigend.
----------
Is het nijpende probleem van de mens de vraag waarom hij zichzelf niet doodt (Camus)? In ander perspectief is het nijpende probleem van de mens de vraag hoe hij goed moet doen (in het licht van de eeuwigheid). 

Geen opmerkingen: