zondag 12 juli 2026

Evocatief

Het existentialisme van Simone en Jean-Paul -althans, dat vermoed ik- is zo populair geworden omdat ze hun filosofie aanboden als romans en toneelstukken. Niet omdat Jean-Paul stierf als een dwaas, de luiers volgepoept (het gevolg van royaal drank'gebruik').

Amerikaanse non-fictie schrijvers weten goed dat je elk hoofdstuk moet openen met een geschiedenis of anecdote over opmerkelijke mensen. Zelfs al geef je een lezing over de boekhouding van een fabriek die wc-papier produceert, zorg dat je opent met een anekdote over iemand die stierf bij gebrek aan wc-papier.

Existentiële wijsheden moet je verpakken in verhalen: alleen dan komen ze over; alleen dan worden je inzichten aanvaard.

Als er één groep filosofen is die uitstekend begrepen heeft dat je gedachten en wijsheden door middel van verhalen onder de aandacht moet brengen, dan zijn dat wel de taoisten.

Ik heb een willekeurig verhaaltje uit hun enorme voorraad narratieve wijsheden gevist.

"De wijze Tan zat voor zijn grot. Hao, die er dagenlang over deed om de steile wand van de berg te beklimmen, kwam voor hem staan.
'Meester', zei Hao, 'leer me wat wijsheid is.'
'Verdwijn', zei de wijze Tan. 'Klauter langs de bergwand weer naar beneden.'
'Meester', zei Hao, die zich niet liet wegjagen, 'zeg mij eerst wat wijsheid is.'
Maar Tan deed er het zwijgen toe.
Na drie dagen kreeg Hao dorst en honger en hij begreep dat hij dan terug moest naar het dal.
Meester Tan is inmiddels gestorven; hij werd precies honderd-en-één jaar oud.
Gisteren kwam ik Hao tegen- zijn zwarte haar is grijs en zijn ogen zijn zwak.
'Hao', vroeg ik, 'wat heeft meester Tan je geleerd?'
'Meester Tan', zei de oude Hao, 'leerde mij mijn levensles: wijsheid vind je in je eigen levenswandel: je krijgt haar van geen ander, ook niet van de wijzen.'

Een wijsheidsnarratief heeft een kwaliteit die onmiddellijk overtuigt. In ieder geval zetten deze verhaaltjes je aan het denken. 

Het volgende verhaaltje heb ik verzonnen:

De oude Peter zat voor zijn kleine huis en rookte een sigaret. Jansen kwam langs rijden en stopte. Hij opende het portier.
'Zeg Peter', zei Jansen, 'daar zit je dan. Maar is dat nu wijs wat je doet. Je bent een leraar, maar rookt een sigaret zodat alle kinderen het kunnen zien. Zullen ze dan niet denken: als leraar Peter rookt, dan kan roken toch geen kwaad?'
Maar Peter gaf geen antwoord. Tevreden rookte hij zijn sigaret.
Jansen, geërgerd door Peters zwijgen, sloot het portier en reed weg.
De oude leraar is inmiddels gestorven. Hij werd precies honderd-en-één jaar oud.
In het dorp kwam ik onlangs Jansen tegen.
Hij was oud geworden. Zijn blonde haren waren grijs.
Wij raakten met elkaar aan de praat over Peter.
'Hij was een wijs man', zei Jansen. 'Eens vroeg ik waarom hij in het openbaar rookte, maar hij negeerde mij. Maar nu, jaren later, begrijp ik hem: alle mensen hebben hun eigen levenswandel. Laat roken wie roken wil.' 

Tot slot nog één verhaaltje.

Jonas ging met grote ogen aan tafel zitten.
'Dat vertelde de leraar', zei Jonas. 'Over tien jaar zullen we alles weten! Dan hebben we kennis van de hele wereld!'
'Ach', zei Peter, 'is dat niet een beetje veel...'
'Maar we hebben logica', zei Jonas. 'wij kunnen naar de verste sterren, over de grootste afstanden.'
'Oh', zei Peter, 'ik zie het...'
'Elk probleem zullen we begrijpen', zei Jonas. 'Met je verstand zie je alles...'
Peter en Jonas zwegen.
'Zal ik nog wat noten halen, Jonas?', zei Peter.
'Lekker!', zei Jonas.
Peter schudde een grote zak met noten in de schaal. Er waren walnoten, hazelnoten, peccanoten, tal van soorten.
'Hier is de notenkraker', zei Peter. 
Jonas zette een hazelnoot in de bek van de kraker. De harde schil kraakte en brak overdwars.
Vervolgens kraakte Jonas een macadamianoot; en daarna een paranoot, een amandelnoot en een walnoot.
Toen gaf Peter hem een kiezelsteen.
'Zou je deze kiezel willen kraken?', vroeg Peter.
Verbaasd keek Jonas hem aan.
'Dat kan niet', zei hij, 'de kiezel is te hard! Je kunt met een notenkraker alleen maar noten kraken!'
'Natuurlijk', zei Peter, 'een notenkraker is alleen om noten te kraken...'
'Ja', zei Jonas, 'zo is het: je hebt voor alles eigen gerei...'
Toen keek Peter hem aan.
'Maar', zei hij. 'waarom geloof je dan dat ons verstand gerei is waarmee je de hele wereld kunt 'kraken'...

Ach, het schiet me nu zo te binnen: is het niet zo dat Plato al zijn inzichten opschreef als toneelstukjes, dialogen?

Geen opmerkingen: