'Breinologen' hebben modellen ontwikkeld die hen in staat stellen om aan de hand van een brein af te leiden over welke vaardigheden een dier zal hebben beschikt. Als bijvoorbeeld de voorkant van een brein ('prefrontale cortex') niet sterk ontwikkeld is, dan zal een dier bepaalde taken slechter kunnen organiseren.
In het boek 'an introduction to evolutionary cognitive archeology', van Wynn en Coolidge, wordt het bepalen van vaardigheden bijna tot kunst verheven. Aan de hand van gevonden schedelresten kunnen deze archeologen min of meer afleiden wat voor brein er in een schedel heeft gelegen. Vervolgens zijn ze in staat om de vaardigheden van de eerste mensachtigen in kaart te brengen.
Voor een filosoof is dit natuurlijk uitermate interessant. Het lijkt het inzicht te onderschrijven dat de wereld waarin je leeft -je beeld van de wereld- wordt bepaald door je brein. Zonder 'kennis-verwerkende-machine' (brein) is het überhaupt zinloos om te spreken over het bestaan van 'de werkelijkheid'. Dit betekent niet dat de werkelijkheid niet bestaat, het betekent dat een breinloos organisme niet weet dat de werkelijkheid bestaat.
Het betekent voorts dat een organisme met een bepaald brein een bepaald beeld van de wereld heeft. Naarmate het brein evolueert, evolueert ook het beeld van de wereld. Je kunt je daarom de volgende uitspraak wel veroorloven: ander brein, andere wereld.
Hoe bijvoorbeeld was de wereld van de eerste bipedale mensachtige?
In zijn wereld kwamen geen virussen, bacteriën, atomen, planeten, sterrenstelsels, irrationele getallen, enz. voor. Als we ons best zouden doen zouden we deze lijst met wel honderdduizend dingen kunnen uitbreiden.
Wil dit zeggen dat irrationele getallen vroeger niet bestonden? Als wij het mogen zeggen, in retrospectief, dan is het antwoord op deze vraag natuurlijk: nee. De irrationele getallen bestonden ook al toen de wereld alleen bezien werd door de ogen van onze verre voorouders. (Maar let wel: niet iedereen zal dit antwoord vanzelfsprekend vinden).
Van de weeromstuit roept dit de vraag op welke zaken wij niet kunnen zien. Of is ons brein inmiddels zo ver ontwikkeld dat het niet door een groter en beter brein kan worden overtroffen?
Welke geheimen en inzichten komen niet in ons wereldbeeld voor, terwijl een groter verstand deze zaken voor gegeven aanvaardt? En in hoeverre zijn dit zaken die wij principieel niet kunnen 'zien'? Zaken die ons verstand eenvoudigweg, vanwege de structuur van het brein zelf, niet kan begrijpen?
Om dat te kunnen bepalen, moet je de structuur van het brein bestuderen. Ook moet je een model/theorie opstellen van de (vroegste) ontwikkeling van het brein. Wat was de eerste functie van het brein; waarom hebben sommige dieren überhaupt een brein nodig?
Langzamerhand helt het oordeel van de onderzoekers over naar de overtuiging dat we een brein nodig hadden om ons lichaam te kunnen 'besturen'. Het brein laat de spieren in bepaalde ritmes en patronen bewegen, zodat de spieren het lichaam kunnen verplaatsen (en, in een later stadium, het lichaam verschillende vormen (houdingen) kunnen geven).
Om een ingewikkelde handeling uit te voeren, moet het brein een reeks patronen achter elkaar 'aan- en uit zetten', in de juiste volgorde: alleen dan zal een dier het gewenste doel bereiken. Redeneren kan zijn begonnen als een reeks handelingen die door het brein in de juiste 'als-dan' volgorde geplaatst zijn (als ik handeling a doe, dan kan ik handeling b doen). Het spreekt voor zich dat dieren die kunnen bewegen en die van dit vermogen profijt willen hebben, een vermogen om in een bepaalde volgorde te handelen moeten ontwikkelen. Wie kan handelen moet zijn handelingen rangordelijk kunnen schikken. Het einddoel staat hoog in de rangorde van handelingen, een tussenstap staat lager. Ook zal een einddoel een hogere 'waarde' vertegenwoordigen dan een tussenstap.
Bewegen is pas effectief als je handelingen rangordelijk -aan de hand van waarden- kunt ordenen. Een vogel die eerst een duikvlucht uitvoert en dan pas kijkt waar de prooi is, zal geen succesvolle beweger zijn.
Wel, het is duidelijk dat wij -evenals alle andere motiele dieren- het brein van een beweger hebben.
We hebben altijd gedacht dat we het brein van een 'denker' hadden, een dier dat altijd waarheid van onwaarheid wil scheiden. Studie leert ons dat wij met onze denkwijze niet waarheid van waarheid scheiden, maar uitvoerbaarheid van onuitvoerbaarheid.
Een ware, doelmatige redenering is in feite een -voor het lichaam- uitvoerbaar plan. Een redenering die niet consistent is, is ook per definitie niet uitvoerbaar: je kunt zelfs je linkerpink niet tegelijkertijd wel en niet krommen. Het brein kan het lichaam niet zo aan-en-uitzetten ('patterning') dat de pink twee 'vormen' (gestrekt en gebogen) kan hebben. Vandaar dat het brein alle plannen die niet consistent zijn bij voorbaat verwerpt.
Ach en dat roept de diepzinnige vraag op hoe een geest, een intellect, dat niet ontworpen is om effectief te bewegen, de wereld ziet...
Of is het onzinnig om je het bestaan van een geest zonder lichaam voor te stellen? Ach, help: nooit is filosofie vanzelfsprekend: hoe krijg je toch weer enige greep op deze hondsmoeilijke vraag...
Alleen al om vat te krijgen op zulke metafysische vragen is het interessant om ons te verdiepen in het geestesleven van 'transcendente personen': hoe ziet een geest zonder lichaam de werkelijkheid? Kunnen we achterhalen dat een geest zonder lichaam wel/niet kan bestaan?
Het heeft geen zin om ons zelf als voorbeeld te nemen (maar wel als uitgangspunt): de evolutionair archeoloog kan je zeggen dat wij niet alwetend zijn en dat we niet weten wat de bovengrens van cognitie is. Het is daarom mogelijk dat het meest radicale verschil met onze existentie, dat wij ons nog kunnen indenken -een verschil zo groot dat wij ons dit niet eens kunnen indenken is ook mogelijk- ergens in de werkelijkheid actueel is.
Het is paradoxaal: naarmate een stel hersenen geleerder wordt, is het des te reëler dat haar beeld van de werkelijkheid, voor wat betreft inhoud en complexiteit, haar eigen voorstellingsvermogen gaat overtreffen (transcendeert). Een brein moet redelijk sterk ontwikkeld zijn om te kunnen zien dat de werkelijkheid zelf 'groter' en 'vreemder' is dan zij kan bevatten.
Om het sjiek en plechtig te zeggen: ons brein overtreft zichzelf.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten