vrijdag 23 januari 2026

Waarheid is een 'waarde' (value)

 Als het juist is dat de mens van nature een biologisch 'dier' is dat voornamelijk geschikt geworden is om adequaat te handelen, dan heeft zij een rangorde van waarden nodig: zonder een rangorde van waarden kun je niet kiezen wat je moet/zult doen in een bepaalde situatie.

De standaardvoorbeelden van zaken die waardevol zijn is de trits: het ware, het schone, het goede.

Je leven is volgens deze klassieke platoonse opvatting zinvol als je de volgende zaken in acht neemt: je studeert om de nabije werkelijkheid te begrijpen (universele kennis is niet haalbaar, de dagen van de 'uomo universalis' liggen ver achter ons); je leert om te genieten van de schoonheid van de natuur en van de dingen om je heen; en je probeert zo verstandig te leven dat je meestal het goede (voor jezelf en anderen) doet en het schadelijke (voor jezelf en anderen) probeert te vermijden.

Merk nu op: waarheid is hier géén instrumenteel adjectief dat de feitelijkheid van een bewering garandeert! Waarheid hoort volgens de bovenstaande opvatting thuis in de klasse van 'waarden' en is in dat opzicht gelijk aan 'schoonheid' en 'goedheid'.

Eigenlijk is het ook vanzelfsprekend dat 'waarheid' een waarde is en geen instrument om de feitelijkheid van onze beweringen over de wereld te markeren, want wij staan in de wereld als 'belichaamde handelende' dieren. Wij 'moeten' iets aanvangen met waarheid: als iets 'waar' is dan willen wij hier een 'norm' uit afleiden die ons zegt hoe we moeten handelen. 

Als het waar is dat de kachel gloeiend heet is, dan is het niet verstandig om je hand op de kachel te leggen. Ik geef toe dat dit een saaie norm is, daar ze zo voor 'de hand' ligt, maar het voorbeeld illustreert wél uitstekend dat 'waarheid' hier fungeert als een waarde.

Onfeilbare kennis is ons niet gegeven: ons verstand is niet krachtig genoeg om de gehele werkelijkheid feitelijk weer te geven. 'Waarheid' garandeert ons dat onze handelingen in overeenstemming zijn met de pregnantie van een situatie. Als er iemand met een geweer op je afkomt, dan is het niet pregnant dat er op de geweerkolf bacteriën leven; dan is het ook niet pregnant dat het die dag veertien graden celsius is in de schaduw; het is dan wel pregnant dat de man een dodelijk wapen in handen heeft: en dat merken we dan aan als waarheid. 

Stel je eens voor dat de rechter je sommeert om de waarheid en niets dan de volledige waarheid te zeggen, dan kun je beginnen en zul je niet meer eindigen: goede rechter, het is waar dat ik een rechtergroteteen heb, het is waar dat ik een linkergroteteen heb, dat ik een rechtervoet heb met daaraan een grote teen, enz enz.

Waarheid is selectief: je noemt dat waar wat in een bepaalde context van waarde is voor jou.

We zijn handelende wezens, en uitstekend in staat om kwaad/goed te handelen, en beschikken daartoe van nature over alle technische neurale instrumenten die nodig zijn: waarden (waaronder waarheid), logische basis-wetten, cognitieve controle en een lichaam dat opereren kan in de wereld. De wereld is een 'toneel' bestemd voor handelende wezens en niet voor kennende wezens: wij leven in een ethisch-religieuze werkelijkheid.

1 opmerking:

JanD zei

Beste Jan Auke

Eerst een inleiding.
Wider Utsjoch betekent: een ruimer perspectief, breder inzicht, verder kijken dan het directe of lokale. In die zin is je bijdrage over “waarheid” religieuzer en ethischer dan men op het eerste gezicht zou denken, uitgaande van het gangbare zogenaamd “objectieve” rationele wereldbeeld.

Men zou dit in eerste instantie als nihilistisch kunnen lezen, maar het tegendeel is het geval. Het vertrekpunt is gnosis: direct ervaarbare ‘kennis van het hart’. Dat begint bij de advaita-ervaring, dus niet-duaal, nog vóór de splitsing van subject en object. Het nog ongemanifesteerde subject, verstrengeld met het objectieve, ‘weet zonder te weten’ (gnostisch betekent letterlijk ‘weten’, maar niet verstandelijk), in wat je een pre- of primordiale concrete manifestatie zou kunnen noemen.
Wie zich in deze westerse subcultuur rond waarheid wil verdiepen, kan als inleiding lezen uit de Nag Hammadi-teksten, met name het Evangelie der Waarheid van de wijze Valentinus.

Deze subcultuur is in het Verre Oosten mainstream. Beide tradities zien de nabije wereld als illusie, māyā, als een droom. Zoals het Evangelie der Waarheid zegt: wanneer men ontwaakt (gnosis verwerft), verdwijnt deze “droom” en ziet men dat wereldse angsten en illusies in wezen “niets” waren, wat leidt tot verlossing en het vinden van waarheid.
Einde inleiding.

Jan, over waarheid als waarde schrijf je:
“Als het juist is dat de mens van nature een biologisch ‘dier’ is dat voornamelijk geschikt geworden is om adequaat te handelen, dan heeft zij een rangorde van waarden nodig: zonder een rangorde van waarden kun je niet kiezen wat je moet of zult doen in een bepaalde situatie.”
Dat is, volgens mijn definitie van waarheid, jouw waarheid die dus echt waar is, niet relativistisch bedoeld. Voor mij is dat acceptabel.

Zelf ga ik uit van de monistische immanentie van het goddelijke mysterie. Alle “waarheden” zijn epistemisch legitiem, maar onvolledig: zij verklaren niet de volledige waarheid van het levensmysterie en blijven daarom noodzakelijk fragmentarisch. Te vergelijken met de ervaring van de olifant door de blinden.

Voor mij is een biologisch mens of dier een zelforganiserend wezen dat niet wordt bepaald door een vooraf bestaand platonisch eidos, maar ontstaat als fenomeen door evolutionaire processen van variatie en selectie, waarin via herhaald proberen en mislukken in concrete situaties geleidelijk vorm en gedrag tot stand komen.
Deze manier van spreken sluit aan bij interpretaties uit de evolutietheorie en bij bepaalde lezingen van neurowetenschappelijke en fysische theorieën (zoals bij Kahneman, Libet, Newton en Einstein), waarin menselijk handelen kan verschijnen als het resultaat van zelforganiserende en grotendeels gedetermineerde processen, zonder dat daarmee een vooraf gegeven essentie of vrije wil noodzakelijk wordt verondersteld.

Om ons verschil in wereldbeeld te verdiepen: ik ga niet uit van een primordiale logische of ontologische structuur van het zijnde, maar van een grondeloze werkelijkheid (śūnyatā). Die ‘leegte’ is geen nihilisme, maar een andere bron van normativiteit. In die werkelijkheid verschijnen vorm, waarde en waarheid – en andere projecties van subjecten in de duale wereld – slechts fenomenaal, in concrete relaties en situaties, zonder vooraf gegeven normatieve orde. Deze normatieve fenomenen zijn dan ook “waar”, net zoals jouw trits waar is: het ware, het schone en het goede, die je terecht als waardevolle standaardvoorbeelden noemt.

Met vriendelijke groet
JanD