De wereld is al dan niet intelligibel [Van Dale: intelligibel := begrijpelijk, kenbaar door het verstand <niet door aanschouwing>.]
Als de wereld:
-intelligibel is, dan is er één pad naar de waarheid: slechts één verhaal over de werkelijkheid is juist (en wij zijn in staat om te bepalen welk verhaal juist is);
-niet intelligibel is, dan is er niet één pad naar de waarheid- dan zijn meerdere verhalen over de werkelijkheid juist (maar wij zijn dan niet in staat om 'ware' verhalen te onderscheiden van 'onware verhalen'- in een werkelijkheid die niet kenbaar is verliest het concept 'waarheid' zijn waarde, dat wil zeggen: wij kunnen het concept 'waarheid' niet langer zinvol gebruiken ±).
Voor de mens is dit een probleem. Wij hebben 'waarheid' nodig om te kunnen handelen. Je kunt geen zeven dingen tegelijk doen, je kunt zelfs -met goed fatsoen- geen twee dingen tegelijk doen. Mijn moeder zei altijd: ik kan niet heksen. Zo is het maar net: als meerdere verhalen plausibel zijn -dit zijn de verhalen die voor ons niet onzinnig zijn en die 'passen' (=consistent zijn met) bij ons praktische bestaan- dan hebben wij een probleem, want we kunnen niet 'heksen'. Waarheid is éénduidig, het is een 'selector' (schakelaar waarmee we 'de enige uitvoerbare keus' bepalen).
Je zult een keus uit de verschillende verhalen moeten maken. Welk verhaal past het best bij jouw manier van leven (laat zich verenigen met jouw manier van leven)? Welk verhaal is 'waardevol' (in axiologische zin)?
Op zich is deze procedure niet lastiger of vreemder dan snoep kiezen bij Jamin (die, las ik ergens, zichzelf geen 'snoep-boer' wil noemen maar 'snoep-juwelier'). Je kiest de snoepjes uit die lekker zijn en laat de snoepjes die je eigenlijk te zoet of te zout vindt liggen. Het heeft weinig zin om naar de universiteit te fietsen en aan de voedings-deskundige te vragen welke snoep we lekker vinden. Je moet koersen op eigen smaak.
Het idee dat fysici (en andere wetenschappers) ons kunnen voorschrijven wat we moeten geloven is een overtuiging die past bij de jaren tachtig en negentig. In onze dagen -we zijn ruim dertig jaar verder- is enig wantrouwen jegens de fysici gepast: waar de bouwers van atoomwapens eerst wegkwamen met de 'voorspelling' dat binnen weinig tijd heel de werkelijkheid 'in formules gevat zou zijn', moeten ze nu eerst maar eens laten zien of ze überhaupt in staat zijn om heel de werkelijkheid in formules te vatten.
Feitelijk is de gedachte dat fysici ons kunnen zeggen wat een waardevol en na-leefbaar wereldbeeld is al even bespottelijk als de gedachte dat voedsel-deskundigen ons kunnen zeggen welke snoep we lekker vinden.
Met andere woorden: de filosofische vraag of de wereld intelligibel is nog steeds een brandende vraag. Ze is zeker niet beantwoord door de natuurkundige. Welk geloof je aanhangt -alleen voor de theïst is er al keus te over: atheist, theist, axiarchist, anantropocentrisch theïst enz.- wordt onder andere bepaald door het filosofische kamp waarin je je bevindt als het om het beantwoorden van déze vraag gaat: ben je een 'intelligibilist' of een 'an-intelligibilist'?
De belangrijkste vraag in de filosofie is -wellicht- dan ook niet: 'waarom is er iets en niet veeleer niets', maar: 'is de werkelijkheid wel/niet intelligibel'.
-----
± Als we het concept waarheid niet zinvol kunnen gebruiken, dan betekent dit niet dat er tóch één waarheid is maar dat wij die niet kunnen onderscheiden- nee, dan betekent het dat het zinloos is om te geloven dat er tóch één waarheid is. Het is als met een gebouw: als de draagmuur niet sterk genoeg is, dan is het niet zo dat het gebouw tóch blijft staan. Waarheid is een analetheia als de werkelijkheid niet intelligibel is (verhalen zijn dan waar noch onwaar).
4 opmerkingen:
Pragmatisch wereldbeeld
Het is wel handig dat de wereld enigszins kenbaar is. Als de wereld voor ons niet kenbaar zou zijn, dan hadden we het niet overleefd. We moeten in staat zijn om ons aan de wereld aan te passen. Anders eten we zand en drinken we zand. En storten we ons blindelings van rotsen. En stoppen we eten in onze oren in plaats van in onze mond. We hebben enig begrip van de wereld en enige grip. Wie dat ontkent, leeft in een waanwereld. Maar eigenlijk ontkent niemand dit. Behalve als die in zijn ivoren toren droomt.
Beste Jan Auke,
Een fraai stuk over “Het geloof in een intelligibele wereld”. Dat woord “geloof” is hier veelzeggend. Sommigen geloven dat de wereld intelligibel is; ik geloof dat niet.
R.V. schrijft: “We hebben enig begrip van de wereld en enige grip. Wie dat ontkent, leeft in een waanwereld.” Ik betwist dat dit ontkennen waanzinnig zou zijn. Het kernpunt is dat het hier niet primair om begrip gaat, maar om ervaring. Ervaring is voorafgaand aan begripsvorming en niet waar/onwaar. Het begrip “intelligibel” fungeert in mijn ogen als een conceptuele strik om de waarheid, maar is een vlag die de lading niet dekt.
Wat is waarheid? Daar hebben we het eerder over gehad, onder andere in de blog “Waarheid is een waarde”. In mijn visie is waarheid geen absolute eigenschap van de werkelijkheid, maar een projectie van subjecten binnen de duale wereld van ruimte en tijd. Zij heeft geen zelfstandig ontologisch statuut buiten het mentale domein.
Het begrip “intelligibel” kwam ik jaren geleden tegen bij Emanuel Rutten. Aanvankelijk ervoer ik het als wereldvreemd; later ben ik het gaan zien als een vorm van hybris. Nog later herkende ik hierin een oud metafysisch misverstand dat teruggaat tot Parmenides, die zijn en denken met elkaar gelijkstelde en daarmee het niet-zijnde elimineerde. Daarmee wordt een wereld gedacht van objecten zonder subjecten, zonder qualia, zonder liefde. Het is deze wereld waar veel hedendaagse materialistische fysici impliciet van uitgaan.
Daarom stel ik: een fysische theorie is niet “waar” in ontologische zin, maar wordt pas waar binnen een mentaal kader wanneer men erin gelooft of ervan overtuigd is. De werkelijkheid zelf is, in boeddhistische termen, “leeg” (eeehh alweer) (śūnyatā): niet nihilistisch, maar zonder vooraf gegeven begripsstructuur.
Neem Daniel Kahneman. Hij ontving in 2002 de Sveriges Riksbank Prize in Economic Sciences (formeel geen Nobelprijs) voor onderzoek waaruit blijkt dat mensen systematisch afwijken van rationele besluitvorming. In zijn boek uit 2011 onderscheidt hij twee denksystemen:
– Systeem 1: snel, intuïtief, automatisch
– Systeem 2: langzaam, reflectief, talig
Voor mij is Systeem 1 te begrijpen als noësis: een pre-conceptuele, niet-wilsmatige vorm van functioneren die evolutionair is ontstaan via trial-and-error. Systeem 2 correspondeert met dianoia: discursief, stap-voor-stap denken, dat achteraf een verhaal construeert. Dit systeem wekt de illusie dat besluiten bewust en logisch genomen zijn. In dat licht is waarheid een cognitief bijproduct: niet noodzakelijk voor handelen zelf, maar voor de mentale verantwoording ervan achteraf.
Handelen voltrekt zich volautomatisch en gedetermineerd, via ontelbare causale ketens. Het “ik heb gekozen” verschijnt pas achteraf, als talige en altijd gebrekkige beschrijving binnen naïef realisme.
Jan Auke, jij lijkt uit te gaan van waarheid als selector: een handelend subject dat waarheid nodig heeft om te kiezen. Mijn positie ontkent precies dat uitgangspunt. Er is geen primair handelend subject en geen waarheid die vooraf richting geeft.
Metaforisch leven we in een film of een droom. We zien de beelden en geloven erin, zonder te beseffen dat de filmzaal donker en leeg is en dat het licht van de projector op een leeg wit doek valt. Pas wanneer de film stopt, realiseren we ons dat wat we voor werkelijkheid hielden een overtuigende illusie was. Moge we allen deze doods-ervaring tijdens ons leven ervaren.
Met vriendelijke groet,
JanD
Jan-Auke,
Bohr en Feynman maakten zich geen illusies over de begrijpelijkheid van de wereld. Hun methodes maakten de wereld bruikbaar. Dat geldt evezeer voor de methodes die levende wezens gebruiken, zoals de logische denkwijze. Daar hoef je niet eens voor te weten dat je een individu bent, als je maar onderscheid kunt maken tussen het object "zelf" en andere objecten omdat het object "zelf" vervelend wordt als het honger krijgt. Daar is ook geen taal voor nodig als de identiteit van de verschillende qualia maar bepaald is, net zoals een kadasternummer je huis even goed identificeert als een zwierige straat- en plaatsnaam waarbij het huisnummer meestal niet eens een naam krijgt.
Wetenschappers proberen interpretaties van hun theorieën te vinden om hun nieuwsgierigheid naar de realiteit tegemoet te komen maar alles wat ze kunnen doen is empirisch toetsen of aan de verwachtingen van die theorieën voldaan wordt waarmee hun bruikbaarheid aangetoond wordt. De realiteit maalt niet om
theorieën. Ze staat alleen maar toe dat we van haar gebruik maken. Er is geen wetenschapper meer die de ambitie heeft de wereld helemaal te begrijpen. Zij hebben hun lesje geleerd.
Bert, wat een verstandige reactie- en geheel in lijn met wat ik al jaren beweer :) Hoe komt het dat je opeens zo'n volstrekt andere positie verdedigt: heb je er eens het licht van AI op laten schijnen? Laatst beweerde je nog dat we jou het 'geloof' in de wet van non-contradictie moesten gunnen. Nu zweer je dat geloof -met zoveel woorden- zelf af. Gezien deze reactie is immers niet mogelijk om altijd en overal te vertrouwen op de logische wetten: als het slechts een instrument is, zoals je hier beweert, dan zijn deze wetten beperkt bruikbaar (uit de aard der zaak).
Wel twee vragen: wat is 'bruikbaarheid' precies in dit geval? Wanneer zijn theorieën niet bruikbaar? Of is elke theorie bruikbaar (zoals Feyerabend heeft verdedigd) en is weerlegging niet echt mogelijk.
En wat betekent het dat de wereld niet begrijpelijk is? Hoe komt dat? Is er een verklaring voor begrijpelijke versus onbegrijpelijke werelden? (Je positie wordt wat interessanter als je op zulke vragen ook antwoord kunt geven: kom op, raadpleeg Grok, Chat, Gemini of Deepie).
Een reactie posten