maandag 10 maart 2025

Twee damstenen

Filosofie is moeilijk voor leerlingen, maar als ze inzien wat een filosoof bedoelt geeft dat hen veel plezier. Het is dan ook geen wonder dat nogal wat leerlingen zeggen dat ze het meest geleerd hebben bij filosofie! Een uitspraak overigens die het werk van mijn collega's in andere vakken tekort doet. Ik vermoed dat ze juist meer leren bij de talen en bij de technische vakken. Wat mijn leerlingen dan ook bedoelen, als ze zeggen dat ze 'veel' leren bij filosofie, is dat de dingen die ze leren 'verrassend' zijn.

Over het nut van school wordt vaak wat badinerend gedaan. Zo schreef Karel van het Reve ooit dat hij weinig geleerd had op de middelbare school. En nogal wat mensen zeggen hem dit graag na. De waarheid is anders: het verschil in kennis tussen een eerste-maands 'brugger' en een laatste-maands zesdeklasser is enorm!

Eén van de verrassingen die je leert bij filosofie is dat kijken en weten zich met elkaar mengen in de waarneming. Het empirisme is vandaag de dag dan ook niet langer te verdedigen: de wetenschappelijke opmars heeft de richtingenstrijd tussen het rationalisme en empirisme beëindigd.

Hume is de meest zuivere empirist die de geschiedenis heeft voortgebracht. Zijn vuistregel/uitgangspunt was: wat je niet kunt zien bestaat niet.

Zijn argumenten tegen causaliteit en inductie berusten op de gedachte dat de humeaanse vuistregel juist is. 

Hume's argument tegen causaliteit is lastig uit te leggen. Hume, die een fervent biljarter was, gebruikte het biljart als illustratief voorbeeld om zijn inzicht te verduidelijken. 

Kijk eens goed naar twee biljartballen: de ene bal botst tegen de andere bal aan. Heb je nu een oorzaak gezien en heb je een gevolg gezien?

Ja? Welke kleur en welke vorm had de oorzaak en welke kleur en welke vorm had het gevolg? Kon je de oorzaak misschien zelfs ruiken?

Je kunt deze vragen niet beantwoorden en komt tot de ontdekking dat je meende een oorzakelijkheidsrelatie te hebben gezien, maar -je beseft het nu- je hebt je vergist.

De oorzakelijkheidsrelatie, schreef Hume, is te vinden in ons verstand, als idee, maar ze is niet te vinden in de wereld. Ik geloof daarom, op grond van mijn 'vuistregel', dat causaliteit niet 'echt' bestaat.

De positivisten, een aantal filosofen die vroeg in de twintigste eeuw een 'groep/kring' te Wenen vormden, waren op de hand van Hume: zij meenden dat het Humeaanse argument niet alleen van toepassing is op causaliteit en inductie, maar ook op logische relaties.

Neem twee zwarte damstenen en leg die op een witte tafel. Welke logische relatie hebben deze damstenen. Wat zie je? 

Zie je dat de damstenen logisch geordend zijn? Ja? Waar op de tafel zie je het voegwoordje EN of het voegwoordje OF? 

Welke kleur(en) hebben deze voegwoorden en welke vorm?

Nota bene: je kunt het voegwoordje 'en' op verschillende manieren noteren: als een &, als EN, als + en als ^. Welke van deze vormen zie jij op de witte tafel? Hoe maakt de natuur deze voegwoorden kenbaar: kun je ze misschien zelfs ruiken

De praktijk is dat niemand voegwoorden ziet. We zien alleen twee zwarte damstenen op een witte tafel liggen. 

Op grond van de humeaanse vuistregel kun je nu concluderen: logische relaties vinden we als idee in ons verstand en ze zijn niet te vinden in de wereld: ze bestaan dus niet 'echt'. 

Het is dan ook onjuist om te spreken over de logische vorm van de wereld. Een 'echte contradictie' is een leeg begrip. 

Het is echter niet onjuist om te twisten over de vraag of we de wereld moeten beschrijven alsof deze een logische vorm heeft.

Ayer, een van de filosofen die de vergaderingen van de positivisten graag bezocht, schreef in zijn boek "Language, Truth and Logic", dat een weergave heet te zijn van de ideeën van de positivisten:

"The contention of Mill's which we reject is that the propositions of logic and mathematics have the same status as empirical hypotheses; that their validity is determined in the same way. We maintain that they are very independent of experience in the sense that they not owe their validity to empirical verification. We may come to discover them through an inductive process; but once we apprehended them we see that they are necessarily true, that they hold good for every conceivable instance. And this serves to distinguish them from empirical generalizations." (Language, enz, p.100).

En waarom zijn dan de logische formules noodzakelijk en altijd waar?:

"The principles of logic (...) are true universally simply because we never allow them to be anything else. And the reason for this is that we cannot abandon them without contradicting ourselves, without sinning against the rules which govern the use of language, and so making our utterances stultifying. In other words, the truths of logic (...) are analytic propositions or tautologies." (idem, p.103)

Vergelijk ook Wittgenstein:

"(...) wij leggen regels, een techniek, voor een spel vast, en als we dan de regels volgen gaat het niet zo als we hadden aangenomen. We raken als het ware verstrikt in onze eigen regels./ Dit verstrikt raken in de regels is wat wij willen begrijpen, dat wil zeggen overzien./Dit werpt licht op ons begrip bedoelen. Want het loopt in die gevallen anders dan we voorzien hadden. We zeggen ook, wanneer zich bijvoorbeeld een tegenstrijdigheid aandient: Zo heb ik het niet bedoeld." (Wittgenstein, filosofische onderzoekingen, nr. 125)

Coda: In onze dagen is het onderscheid tussen 'denken' en 'kijken' geslecht door de cognitie-wetenschappen. Het brein met al zijn verschillende functies en vermogens wordt beschouwd als één machine die relevante denkbeelden moet produceren en adequate handelingen. 

De gedachte dat onze ogen bedoeld zijn om de werkelijkheid/waarheid te zien is achterhaald. 

Onze ogen én denkbeelden hebben tot taak om de eigenschappen in de werkelijkheid te detecteren die wijzen op gevaar of nut- en vervolgens moet de logische vorm van de waarneming garanderen dat we een uitvoerbare handeling paraat hebben die zo adequaat is dat we aan gevaren kunnen ontkomen en van nuttigheden kunnen profiteren. 

Zou de logische vorm in het geheel van onze denkbeelden, dwz in de machinerie van de waarneming, ontbreken, dan zouden we lichamelijk niet adequaat kunnen reageren: je kunt eenvoudigweg niet adequaat reageren op de waarneming dat het nuttige schadelijk is. Je kunt niet naderen (nuttig) én wijken (schadelijk).

36 opmerkingen:

JanD zei

Beste Jan Auke

Een mooi stuk over Hume, ik kende hem alleen als naam. Ik heb zeer snel wat wetenswaardigheden over hem nagezocht op internet. Bedankt ervoor.

Jouw stuk valt in twee delen uiteen, een beschrijving van Hume en jouw Coda commentaar. Je zal wel niet opkijken van mijn keuze voor Hume en dat ik kritiek heb op jouw commentaar/filosofie.

In deze twee filosofieën staat de logica zelf ter discussie. Derhalve zal een redenering op basis van logica niet tot een bevredigende oplossing kunnen leiden.
Behalve het gebruik van logica in de taalcommunicatie is het dan voor de hand liggend andere methoden te gebruiken om argumenten te geven voor de keuze voor Hume.
Derhalve gebruik ik naast mijn ratio mijn gevoel en Hermeneutiek.
De Hermeneutiek, hier wat eenvoudig gebruikt als overeenkomsten uit verschillende culturen en historisch perioden..

In Hune’s empirisme zie ik de overeenkomst met pre-reflexieve ervaring van Kitaro Nishida van nog vóór het conceptuele onderscheid van de directe ervaring/gewaarwording en zeer zeker nog vóór de waarneming. Beiden hebben kritiek op subject-object dualisme. Het past mooi bij mijn religieus gevoel/overtuiging van een mystieke werkelijkheid waar je eigenlijk niks van kan zeggen maar die sterk reductionistisch rationeel aan te duiden is als contradictoir. Het tao dat het “ene” baart dat zich doet kennen in de dualiteit die ervaarbaar is (Taoïsme) Bedenk dat nog vóór de dualiteit het ene komt (advaita) de contradictoire oorsprong van de dualiteit, en voor dat ene eerst het onnoembare tao is niet-tao

Ik constateer eerst dat Hume een permanent zelf ontkent en dat kom ik ook tegen in één van de drie fundamenten van het Boeddhisme: het anatta (niet-zelf). Tegenwoordig in de cognitieve wetenschap: het "zelf" is een constructie van het brein, er is geen centrale "bestuurder" of "waarnemer". Er is geen vrije wil van het zelf: Swaab en de metingen van Libet. In de Psychologie: Identiteit is fluïde en veranderlijk, het zelf is een narratief dat we construeren, ego-identificatie kan lijden veroorzaken.

Citaat: “Coda: In onze dagen is het onderscheid tussen 'denken' en 'kijken' geslecht door de cognitie-wetenschappen Het brein met al zijn verschillende functies en vermogens wordt beschouwd als één machine die relevante denkbeelden moet produceren en adequate handelingen.”

Dat is geen adequaat weerwoord op Hume. Het is in de denktrant van Hume een mentale projectie op de functie van het brein. Het brein dat dus niet bestaat als je er niet naar kijkt. En dat is vergelijkbaar met het oog dat zichzelf niet kan zien. Een metafoor die een diepere notie over het leven onthuld die van religieuze aard is. Wie is de mens die zichzelf kent?

JanR ik wil besluiten dat we het ergens wel erg eens zijn: ons verstand schiet tekort om de werkelijkheid te kennen. Jij probeert dat logisch aan te tonen en ik doe het esoterisch.

Hartelijke groet van JanD

JanD zei

Jan Auke

Een aanvulling op mijn eerder bericht: “Hume is de meest zuivere empirist die de geschiedenis heeft voortgebracht. Zijn vuistregel was: wat je niet kunt zien bestaat niet.”

Ik vertaal dat met een droomloze slaap, waar je niets waarneemt en er dus niets is.
Behalve wanneer je wakker wordt, en alles wat je ziet hetzelfde is als gisteren.
De vraag die dan opkomt: heeft dat in je diepe droomloze slaap dan wel bestaan?
Je kan die conclusie trekken, maar ook de conclusie dat het niet heeft bestaan en weer is opgewekt.
Dat laatste wil ik o.a. aantonen met de laatste inzichten in de fysica.

Dat laatste komt namelijk goed overeen met het hindoeïsme (maya), het narartief in film “The Marix “en de film “The Truman Show” en dus, nu komt het! , zoals de interpretatie van het Einstein4dblokuniversum met de kwantumzwaartekracht.

We zien de wereld in ruimte en tijd, maar dat is een illusie. Een illusie gedefinieerd als: je ziet het wel maar je kent de ware aard, of de diepe essentie (als die er al is) daarvan niet. De “fysieke” wereld is nu in de fysica een projectie van Planck-qubits informatie. Dat lijkt veel op de wereld die geprojecteerd wordt met virtual reality. Die is ervaarbaar, als dat, wat je ziet als een constructie vanuit informatie uit de computer. En zoals je weet is informatie niet materieel (afgezien van het substraat in de computer). Maar dat laatste geldt niet voor de verstrengelde Planck qu-bits in de laatste interpretatie’s: die zijn zelf het substraat!

Ervaring van de “realiteit”, de “droom” en de “virtual reality” is wat ervaring betreft hetzelfde.

Leve Hume!
Het "hard problem of consciousness" is nu opgelost. het is informatie. (althans de bewustzijnsinhoud)

Met groet van JanD

Jan-Auke Riemersma zei

JanD, je bent weer 'ouderwets' op dreef ;).

Je schrijft: [In deze twee filosofieën staat de logica zelf ter discussie. Derhalve zal een redenering op basis van logica niet tot een bevredigende oplossing kunnen leiden.]

Maar dat is onjuist- en als je jezelf, in je tomeloze enthousiasme, even de tijd had gegund om wat beter na te denken over de kwestie had je dat zelf gemakkelijk kunnen begrijpen. Logici doen niet anders dan logisch -klassiek!- redeneren over logische problemen. Of dacht je dat al die geleerden maar wat in swahili-logica met elkaar leuterden? En de oplossingen die ze bereiken zijn heel bevredigend hoor. Ik zal je er ook even de juist literatuur bij geven: Shapiro, Lawrence, Varieties of Logic, Oxford.

Zo zie je maar dat een cocktail van gevoel en hermeneutiek je onmiddellijk op een dwaalspoor kan brengen.

Voor wat betreft je commentaar op de coda: hier verandert Hume in de buikspreekpop van JanD. Wat ik aan Bert schreef geldt ook hier: lees eerst goed wat een filosoof schrijft, zet de werkelijkheid niet naar je hand. Eigenlijk schiet niemand iets op met een valse weergave van Hume's ideeën.

RV zei

Aan JanD

Hermeneutiek is eigenlijk gewoon zorgvuldige interpretatieve uitlegkunde die inlegkunde probeert te vermijden. Als ik het wel heb, wordt die term vooral gebruikt door bijbelwetenschappers en theologen. In elk geval, met esoteriek heeft het eigenlijk niets te maken, althans tegenwoordig.

Jan-Auke Riemersma zei

JanD, het spijt me van de wat 'frikkerige reactie' hierboven. Ik erger me echter groen en geel aan leerlingen die zomaar wat beweren en aan een enkel regeltje tekst genoeg hebben om een zwam-verhaal over een filosoof af te leveren als volwaardig werkstuk. Zo hoort het niet. Je moet toch weten waar je over spreekt en je moet het werk van anderen niet vertekenen zodat het in jouw kraam past. En eigenlijk vind ik het 'bizar' om te zien dat volwassenen het niet veel beter doen dan jongelingen! Jullie hebben er een handje van om zeer vrij (slordig, onverschillig, achteloos) om te springen met teksten en met andermans gedachtegoed.

Enfin, je zult wel vinden dat ik je eigenlijke betoog niet serieus neem door slechts 'frikkerig' te reageren op zaken die voor jou vermoedelijk slechts zijpaden zijn. (Kun je nagaan hoe onheus Hume, een Schot, zich behandeld voelt als je hem Oosters gedachtengoed toeschrijft! 't Is dat de goed man dood is, anders zou hij je zeker op een donkere nacht met 'n biljartkeu opwachten).

Inhoudelijk dan: je betoog is zeker niet 'ongehoord'. Het is de it-from-bit theorie (feiten bestaan uit bits). Wheeler schijnt een soort ifb theorie te hebben verdedigd (ik ken de originele tekst van dat artikel niet).

Een zeer goed leesbare bespreking van een ifb-theorie vind je in dat uitmuntende -en zeer leesbare- boek van Chalmers, REALITY+, hoofdstuk 8: Is the universe made of information?. Hij schrijft echter dat de ifb-theorieën (zoals die van Verlinde) laag in aanzien staan in de gemeenschap van fysici (niet dat dat een doorslaggevend argument is, hoor: maar het maakt wel duidelijk dat fysici het wel een erg abstract idee vinden en dat de ifb-theorieën eigenlijk al niet meer tot de fysica behoren). En de vraag of informatie zonder drager kan bestaan beantwoordt hij negatief. Om je inzichten te onderbouwen zul je dus toch meer argumenten moeten aanvoeren om derden er van te overtuigen dat de werkelijkheid niet materieel is. Veel meer dan een idee -een van de vele ideeën in de immens grote doos met ideeën- is het in deze vorm natuurlijk niet. Chalmers meent dat een it-from-bit-from-it theorie welkom zou zijn (bits moet je reduceren tot een nog fundamenteler fysisch niveau). Het is immers lastig te zien hoe 'niets' kan worden verdeeld in structuren (reeksen bits)?

Bert Morriën zei

Jan-Auke,

(Bits moet je reduceren tot een nog fundamenteler fysisch niveau)
Sinds Planck en Heisenberg kennen wij zo'n niveau.
In een hypotetisch kwantummechanisch veld zonder energie zouden de kinetische en potentiele componenten beiden blijvend exact 0 moeten zijn.
Volgens Heisenberg kan dat niet, er moeten kwantumfluctuaties zijn, dus een kwantummechanisch veld moet reëel zijn.
Kwantumfluctuaties uiten zich door spontaan optredende paren van virtuele deeltjes die elkaar anihileren.
Je zou kunnen zeggen dat het niets zich even verdeelt in twee delen waarbij het niet verwonderlijk is dat die de meest basale ordening vertonen: ze passen dermate nauwkeurig op elkaar dat ze in het vacuüm weer compleet kunnen oplossen door recombinatie.

JanD zei

Jan Auke
Even kort een reactie op jouw tweede reactie: zeer bedankt nooit gehoord van it-from-bit-from-it theorie.
Nu kom ik met een typische JanD argumentatie: Ik vind Erik Verlinde theorie goed om dat hij authentiek, bescheiden en wijs is naar mijn mening. Hij is een van de weinigen wetenschappers die niet naar de theorie van alles wil. Dat is hybris zegt hij. Zijn beschrijving van hoe hij op het idee is gekomen wijst voor mij op een zuivere boven-logische intuïtie. Daarnaast heeft dacht ik Carl Gustaf Jung gezegd dat de doorbraak bij de geesteswetenschap niet komt van de psychologie maar van de fysica. Dus neem het maar aan of verwerp het maar, maakt mij niets uit. Ik vind de theorie van Verlinde prachtig. En ik volg de meerderheid niet graag. :-)

groet van JanD

p.s.
Interessant om het te hebben over: “Het is immers lastig te zien hoe 'niets' kan worden verdeeld in structuren (reeksen bits)?”

JanD zei

Beste Bert.
Een mooie beschrijving van je op 13:57, waar ik het bijna helemaal mee eens kan zijn.
Je schrijft: "Volgens Heisenberg kan dat niet, er moeten kwantumfluctuaties zijn".
Als er fluctuaties zijn beweegt er iets, en bij beweging is er tijd. De vraag is of die "tijd" een oorspronkelijkheidsdimensie is: ander “moet” dat niet. Tijd is geen oorspronkelijkheidsdimensie vind ik en zo interpreteer ik de onwerkelijkheid van de (chronologische) B-tijd zoals John McTaggart die heeft befilosofeerd. Dat is dus de "stilstaande" vierde dimensie (tijd als lengte uitgezet in de 4D ruimtetijd) bij Einstein: tenminste “stilstaand” begrepen in de ervaringstijd van de mens (de A-tijd bij McTaggart). De ervaringtijd gaat, voor mij althans, vóór de “theorie-tijd”. Komt je alerte ervaring dus los van de psychologische dominante chronologische (“nep”) tijdruimte, dan zal je dus niet meer in de gedetermineerde wereld zijn zoals beschreven door Einstein.

Mooie verklaring vind ik voor de ervaring van Aafje. Nog gecondoleerd met je zuster, Bert. In ons filosofie groepje heeft de oudste 93 jaar een geplande euthanasie op 19 maart. Door "toeval" waren we net bij het laatste hoofdstuk aangekomen van het boekje "gebruik je hersens" van Arie Bos waarin o.a. terminale helderheid beschreven wordt.

Groet van JanD

Jac Vaes zei

Jan-Auke,
Dat logische operatoren niet empirisch waarneembaar zijn betekent niet dat ze niet werken. En het feit dat ze werken betekent niet dat ze niet universeel werken. Dat zou een non sequitur zijn. Het is niet in te zien dat bijvoorbeeld de logische operator XOR niet universeel geldt. Uit het feit dat daaruit, strikt logisch bezien, niet volgt dat die operator wel universeel geldt, mag niet worden afgeleid dat die operator niet universeel geldt. Ken jij een propositie waarvoor geldt dat p waar is terwijl - p waar is? Ken jij iets waarvoor geldt dat het niet bestaat terwijl het wel bestaat? Zelfs als het denkbaar is dat iets bestaat terwijl het niet bestaat dan zou men daaruit niet mogen concluderen dat het bestaat terwijl het niet bestaat. Welke gegronde reden kan men dan aanvoeren om te mogen beweren dat de logica niet universeel geldt? Wij kunnen wel redenen bedenken op basis waarvan wij mogen zeggen dat wij niet weten of de logica universeel geldt, maar gegronde redenen om te mogen beweren dat de logica niet universeel geldt zijn niet te vinden. Uit het feit dat wij in onze evolutionaire ontwikkeling logisch hebben leren denken in een jarenlang proces van uitwisseling met en aanpassing aan onze materiële wereld op straffe van anders niet te overleven valt in ieder geval niet op te maken dat ons logisch denken geen betrekking heeft op wat feitelijk het geval is.
Vr. gr.,
Jac

Jan-Auke Riemersma zei

Jac, het betekent dat ze niet in de wereld te vinden zijn. Het zijn menselijke 'ficties'/'bedenksels'. Dit sluit niet uit dat de operatoren 'ingebouwd' zijn in de werking van onze 'harses' (in die zin zitten ze dan wel in de wereld), maar het zijn zeker geen noodzakelijke relaties tussen bomen, stoeptegels, planten en afvalemmers. Ze zijn dus subjectief en niet objectief. Ze zijn dan ook niet noodzakelijk in elke beschrijving van de werkelijkheid. De haas-eend afbeelding is het duidelijkste voorbeeld van een 'object' dat goed als een contradictie kan worden beschreven. Zo zijn er talloze andere voorbeelden. Hoe dan ook, contradicties komen niet voor in de werkelijkheid, maar slechts in onze beschrijving van de werkelijkheid: en wij kunnen die beschrijving kiezen zoals we willen: als we de Homerische goden nodig hebben om een beschrijving 'rond' te krijgen, dan moeten we de Homerische goden maar in de beschrijving opnemen; als we een tegenstelling nodig hebben om een beschrijving van een bepaalde toestand 'rond' te krijgen, dan moeten we in onze beschrijving van de werkelijkheid maar een tegenstelling opnemen (aldus Quine). -Het enige wat jou helpt Jac is een deugdelijk argument: maar dat heb je niet. Je vindt het ook niet in de literatuur. Je boodschap eindeloos herhalen helpt geen zier. En alle argumenten negeren die filosofen hebben aangevoerd voor de stelling dat de wetten niet universeel gelden is achterbaks.

Jan-Auke Riemersma zei

JanD, wat jij ludieke argumenten vindt, vind ik slechte argumenten. Ik weet dat ik je op de teentjes trap, maar omgekeerd trap jij mij op de teentjes (geen idee of die van mij groter of kleiner zijn dan die van jou): het doet me pijn aan de ogen dat iemand wat ideetjes zo los aan elkaar lijmt en met droge ogen beweert dat de werkelijkheid 'dus' niet materieel is. Bovendien zijn vrijwel al deze ideeën op een beter verantwoorde manier terug te vinden in de literatuur: dan denk ik: lees eerst maar eens wat anderen al gezegd hebben en bekijk dan je eigen ingevingen daarna nog maar eens streng. Goed, zeer nauwkeurig lezen, nazoeken, dan nog eens lezen: dat is de juiste houding als je iets wilt schrijven dat de moeite waard is.

Dus, zoals eerder gezegd: ik plaats niet alles meer. Als het me eenvoudigweg pijn doet aan mijn filosofenhart en strijdig is met de beginselsen van mijn vak -zoals ik dat in de klas uitdraag- of als ik überhaupt de malle denkstappen van iemand niet meer kan volgen, plaats ik het niet.

Ik wil niet eens de indruk wekken dat filosofie slechts het losjes debiteren van ludieke en aardige ideetjes is: dát staat haaks op alles wat ik vind, hoe ik zelf werk en wat ik mijn leerlingen probeer bij te brengen.

Jac Vaes zei

Jan- Auke,
Je zegt: “De haas-eend afbeelding is het duidelijkste voorbeeld van een 'object' dat goed als een contradictie kan worden beschreven”. Deze afbeelding leert ons meer over hoe perceptie beïnvloed wordt en over hoe onze hersenen beelden organiseren dan dat het een voorbeeld zou zijn van een object dat als een contradictie begrepen kan worden.
Je zegt verder: “Hoe dan ook, contradicties komen niet voor in de werkelijkheid, maar slechts in onze beschrijving van de werkelijkheid” en verder: “ als we een tegenstelling nodig hebben om een beschrijving van een bepaalde toestand 'rond' te krijgen, dan moeten we in onze beschrijving van de werkelijkheid maar een tegenstelling opnemen (aldus Quine)”.
Hierover wil ik opmerken: Als wij een tegenstelling nodig hebben om een beschrijving van een bepaalde toestand “rond” te krijgen dan kunnen wij twee dingen doen:
- afzien van een beschrijving die wij niet “rond” kunnen krijgen zonder er een tegenstelling in op te nemen.
- erkennen dat, gezien het feit dat contradicties feitelijk niet in de werkelijkheid voorkomen, de beschrijving van een toestand, waarin wij een tegenstelling hebben opgenomen, niet volledig recht doet aan wat feitelijk is de werkelijkheid het geval is in plaats van te beweren dat de logica niet universeel geldt.
Ik begrijp gewoonweg niet waarom jij het hier niet mee eens kunt zijn. Of vergis ik mij en ben je het er wel mee eens?
Zo ja, dan is onze jarenlange meningsverschil eindelijk opgelost.
vr. gr.,
Jac

Jan-Auke Riemersma zei

Jac, ik heb getwijfeld of ik dit bericht wel zal plaatsen. Je bent hier weer aan 'dicteren' in plaats van aan het argumenteren: [(...) erkennen dat, gezien het feit dat contradicties feitelijk niet in de werkelijkheid voorkomen, de beschrijving van een toestand, waarin wij een tegenstelling hebben opgenomen, niet volledig recht doet aan wat feitelijk is de werkelijkheid het geval is in plaats van te beweren dat de logica niet universeel geldt.]

Hoe weet jij nu wat feitelijk het geval is!?

Volgens mij zit je in een gesticht omdat je meent dat je alwetend bent: dat verklaart dan ook waarom je hier niet over uitgeschreven raakt. Maar je manier van 'redeneren' is ondeugdelijk: je blijft de werkelijkheid -en alle filosofen met een afwijkende mening- voorschrijven hoe zij, volgens het evangelie van Jac, de werkelijkheid behoren te zien.

Meneer Jac mag pas 'dicteren' hoe de werkelijkheid er uit ziet als meneer Jac aan zijn intellectuele plicht voldoet: en dat kan meneer Jac niet. Ook al schrijft hij duizend maal duizend maal dat de werkelijkheid 'zoals wij redelijke mensen wel weten' logisch geordend is. Zonder argument is dat helemaal niet redelijk, Jac, maar juist hoogst onredelijk.]

En daarom plaats ik je bijdragen niet: wie geen argumenten geeft, moet maar met de lantaarnpaal voor het huis in gesprek gaan.

RV zei

Beste mensen

Probeer stapje voor stapje zorgvuldig te redeneren. Beperk je tot één onderwerpje en sleep er niet van alles bij. Associatiedrift is best wel mooi maar dient wel stevig gefilterd te worden.

Bij mijn weten gaat het hier nu om het gegeven dat logica in eerste instantie een theorie is. Logica zit tussen onze oren. Logica is een geordende verzameling samenhangende begrippen en begrippen, concepten, zitten nu eenmaal in je hoofd.

Hoe de logica gekoppeld is aan de wereld van harde feiten, is een ander hoofdstukje. Hoe realistisch de logica is, is dus een ander chapiter.

Jac wil de heer Riemersma er dolgraag van overtuigen dat de godganse wereld absoluut consistent is. Maar voorlopig komt hij niet verder dan het ventileren van zijn logicageloof.

JanD wil dolgraag de zegen van de heer Riemersma. Maar voor een zegen moet je naar de RK kerk.

En Bert denkt dat de mens nauwelijks denkt. Maar zo te lezen wordt er hier driftig nagedacht, zij het vaak met te grote gebaren en alle slordigheid van dien.

Maar ik vermaak me hier wel. Het leert mij wel iets over mijn denkende medemensen. En ook over mezelf. Hoeveel beter ben ik nou? Zie ik wel de balk in mijn oog? Ook dat is filosofie: zoeken naar je eigen balk om zo je eigen gebalk iets in te tomen. Horatius: lering en vermaak. :)

JanD zei


Jan-Auke

Ik begrijp niks van het “op de tenentrappen” verhaal: hier spelen misverstanden. Ik ben niet op mijn tenen getrapt door jou, eigenlijk al jaren niet. Ik vind je best sympathiek al ben ik het vaak niet met je eens. Ook in het verleden zei je wel eens dat ik op mijn tenen getrapt was: hoe kan je dat nu zeggen, dat weet je toch niet? Alleen ik weet dat over mezelf en ik ontken jouw mening over mijn psyche. Misschien ligt de oorzaak in onze communicatie, mijn autistische trekken die mijn taal beïnvloedt. Dus nogal letterlijk lezen en schrijven, zonder gevoel voor de (pejoratieve) connotatie. Je hebt me wel eens geschreven dat ik mijn taalgebruik niet sociaal is. Ook herinner ik me het niet plaatsen van een ingezonden stuk, zonder het mij te melden. Daarvan bleek later dat je het een soort ruzie vond tussen RV en mij, waar volgens mij zeer zeker helemaal niets van waar is. Tenminste niet van mijn kant. Het ging over de aanbeveling van het boekje “gebruik je hersens”. Mogelijk heb je het niet goed gelezen.

Echt gemeend: hartelijke groet van JanD

JanD zei

Jac en Jan-Auke

Inhoudelijk over de haas-eend afbeelding. Ik heb de indruk dat ik jullie beiden begrijp, als het niet zo is geef me dan daarvan bericht. JanR: ik zal proberen zo zuiver mogelijk te argumenteren. (ik hoop dat het lukt)

Het probleem:
“De haas-eend afbeelding is het duidelijkste voorbeeld van een 'object' dat goed als een contradictie kan worden beschreven”.

Dat is mijns inziens juist of onjuist, afhankelijk van de context

Is het juist? Enige overwegingen.

1 Een haas is geen eend: dat is bij peuters al duidelijk als die twee namen haas en eend al eens gezegd zijn bij die peuters bij het wijzen op een bepaald soort beest of een plaatje daarvan. Ik maak over dit onderwerp wel eens een grapje: dan zeg ik gewoon op straat: “Goh mevrouw die poes die u daar aan de lijn heeft lijkt wel op een hond.“ Grapje, altijd leuk! Sommigen worden kwaad en andere lachen. Maar er zit meer achter dit grapje, waar ik nu maar niet dieper op in ga. Het heeft meen ik te maken met het noumenon, letterlijk: “Dat wat gezegd wordt”. Maar de mensen in de straat hoeven zelfs helemaal niets van logica te weten noch van het al of niet kennis hebben van het noumenon dat wel bestaan en je niet kan kennen of echt niet bestaat. Ook mensen met een laag I.Q. hoeven dat allemaal niet, toch kunnen ze onderscheid maken tussen een hond, een kat, een eend en een haas. Het lijkt wel een a-priori als je op de wereld komt en alle creatie kan onderscheiden.

2. Een haas is geen eend, dat kan ook logisch beredeneerd worden. Maar dat hoeft niet, is niet nodig en mag wel en zo kan je verder redenerend zeggen dat een haaseend een contradictie is. Dat zijn pure mentale noties volgens mij: die behoren tot een andere wereld dan de via zintuigen waarneembare wereld volgens mij. (afgezien van het brein, als je die ook als een zintuig ziet)

Is dat juist, zijn het mentale noties van een andere afdeling van de werkelijkheid?

3 De haas-eend gewoon in de natuur, zelfs als afbeelding, bestaat niet. Het is gewoon een beeld dat òf geïnterpreteerd kan worden als haas òf als eend. Zeer simpel dus. Geen logica of filosofie bij nodig.

4 Kan er in de natuur het concept eend of haas waargenomen worden? Neen, ik verwijs naar Hume. Als we het niet eens zijn met Hume, wat dan?
Dan kunnen we tegenwoordig de fysiologie en de informatieverwerking van neuronen en het neuronale netwerk in het brein bestuderen, op grond van welk mechanisme de keuze wordt bepaald. Dat werkt op basis van statistiek van ruwe data. Ruwe data van ontzaglijk veel beelden van eenden en van hazen en van alles. Die beelden zijn bewerkt en opgeslagen in een geheugen. Dus een geheugen met ervaringen uit het verleden. Het is dan in principe zo, dat er een template [een -informatieset- ] gebruikt wordt bij al die plaatjes. Het is dan tellen wie wint: komt het “eendhaas” beeld meer of minder voor bij de template haas dan de template eend? De uitslag van de telling wordt gepresenteerd aan het bewustzijn. Het probleem bij 50% is dan dat de ruis dan gaat bepalen wie wint. Dat besluit wordt zeer snel genomen: vandaar dat het bewustzijn dan snel òf de haas òf de eend te zien krijgt. Dat is wat de hersenwetenschappers hebben ontdekt.

Conclusie: de contradicties haas-eend bestaat feitelijk niet in de ‘werkelijkheid’ (via empirie).

Met groet van JanD

Jac Vaes zei

RV,
“Logica zit tussen onze oren”. Dat klopt, maar is daaruit te concluderen dat logica niet inherent is aan de werkelijkheid? Dat de werkelijkheid zelf, waaraan wij onze logische denkwijze ontleend hebben in een jarenlang proces van uitwisselingen aanpassing in onze strijd om te overleven chaotisch is en vol inconsistenties zit? Nee! Is daaruit dan te concluderen dat de de logica inherent is aan de werkelijkheid? Nee, ook niet. En daarom probeer ik er de heer Riemersma niet van te overtuigen, zoals jij meent, dat de godganse wereld consistent is. Als je mijn bijdragen goed leest dan zou je kunnen weten dat ik van mening ben dat niet te bewijzen is dat de logica slechts in ons hoofd zit en dat de werkelijkheid zelf chaotisch is; en dat evenmin te bewijzen is dat zulks niet het geval is. Daarom probeer ik de heer Riemersma ervan te overtuigen dat het meer voor de hand ligt om hier een agnostische positie in te nemen dan zonder voldoende bewijs te beweren dat de werkelijkheid niet logisch geordend is. De heer Riemersma wenst dat niet te accepteren en doet soms alsof ik een debiel ben in een gesticht.
Overigens ben ik benieuwd hoe jij hier zelf in staat. Vind jij ook dat de logica niet universeel geldt zonder dat er bewijs is voor die stelling of neem je hier ook een agnostische positie in ? Spreek je eens uit. Of geef je je mening liever niet prijs?
vr. gr.,
Jac

Bert Morriën zei

RV,
[Bert denkt dat de mens nauwelijks denkt].
Dat roept de vraag op wat denken is.
Het is niet de onbewuste breinactiviteit, die kan het zonder ons af omdat het om ingeboren of aangeleerde algoritmen gaat.
Pas als het nodig is om logische afwegingen te maken hoe een nieuw probleem praktisch opgelost moet worden is bewuste aandacht nodig. Hoe virtuoos een pianist ook een werk vertolkt, hij zit in een flow die niet door aandacht afgeleid kan worden. Het oplossen van een technisch, wetenschappelijk of filosofisch probleem kan niet zonder aandacht gebeuren omdat voortdurend de integriteit van de bedenksels bewaakt moet worden. Daarom kon diezelfde pianist dat stuk niet zonder aandacht instuderen.
Kunstenaars die zeggen zomaar wat aan te rotzooien denken al wat minder maar de meeste mensen lijken helemaal een broertje dood aan denken te hebben, waarschijnlijk omdat het voor hen te vermoeiend is en teveel energie kost.
Dus ja, ik geloof dat mensen nauwelijks denken maar wel heel veel in hun hoofd halen. Dat noem ik geen denken.

Jan-Auke Riemersma zei

JanD, wat mij voor ogen staat is eigenlijk veel eenvoudiger:

De haas-eend is een gestileerde afbeelding bedacht/ontworpen door mensen. Je kunt het lijnenspel zien als een haas -'je kunt er een haas in zien'- maar je kunt het ook zien als een eend. Het zelfde lijnenspel is dus wel én geen haas, afhankelijk van de interpretatie: (haas = haas & haas ≠ eend): en dat is een echte tegenstelling. (Je kunt heel veel plaatjes zien van haas-eenden: zoek op rabbit-duck en je vindt er talloze.)

Jan-Auke Riemersma zei

Svp geen nieuwe berichten indienen bij dit onderwerp. De laatste bijdragen die ik kreeg worden al te persoonlijk.

Bert Morriën zei

Jan-Auke,

[Kijk eens goed naar twee biljartballen: de ene bal botst tegen de andere bal aan. Heb je nu een oorzaak gezien en heb je een gevolg gezien?]
Laat ik eerst aannemen dat
A. een oorzaak in de tijd voorafgaat aan een gevolg en
B. dat er zonder oorzaak geen gevolg is.
In het geval van die ballen gaat het om een ervaringsfeit wat kinderen leren door veel met allerlei soorten ballen te spelen: grote, kleine, lichte, zware en ook mooie gladde ronde zware ballen op een vlakke ondergrond zoals biljartballen.
Het volgende weten ze allemaal uit ervaring.
1. Onder die omstandigheden blijft een rollende bal over een grote afstand doorrollen in dezelfde richting.
2. Als er net zo een bal in de weg ligt dan is een botsing onvermijdelijk. Dat bevestigt aanname A.
3. Als die bewegende bal er niet was zou er geen botsing volgen. Dat bevestigt aanname B.

Conclusie: de rollende bal is de oorzaak van de botsing.
Dit is de gewone interpretatie van deze gang van zaken.
Wie daar tegenin wil gaan heeft daarvoor de bewijslast.

Bert Morriën zei

Jan-Auke,
[De oorzakelijkheidsrelatie, schreef Hume, is te vinden in ons verstand]

Volgens mij is het een empirisch feit: de corellatie oorzaak - gevolg is asymetrisch in de tijd. Dat hoef je kinderen niet te vertellen want dat hebben ze al door voordat ze een woord kunnen zeggen.
De logica die daarvoor nodig is lijkt aangeboren te zijn maar kan net zo goed een empirisch feit zijn omdat de schijnbaar futiele acties van is zuigelingen hen al snel duidelijk maken welke futiel zijn en welke niet. Da's logisch.
Dat zeg ik als vader en grootvader die 5 zuigelingen heeft bestudeerd.

JanD zei

Jan Auke

Sta mijn toe nog in dit onderwerp over Hume een misverstand recht te zetten.
Het is echt inhoudelijk en niet persoonlijk.

Het misverstand komt door het onderscheid dat ik maak tussen verstand en brein. In jouw coda staat citaat: “In onze dagen is het onderscheid tussen 'denken' en 'kijken' geslecht door de cognitie-wetenschappen.” en voorts: “één machine die relevante denkbeelden moet produceren en adequate handelingen.” 

Ik ben het helemaal eens met dat het brein adequate handelingen moet verrichten.
Volgens mij gebeurt dat supersnel, onbewust en volautomatisch zonder begrip volgens algoritmen verkregen in de evolutie op grond van statistiek.
Maar dat heeft mijns inziens niet te maken met 'denken' en ‘relevante denkbeelden’.
Dat hangt ook af hoe jij en ik denken definiëren. (zie ook Bert’s opmerking)

Dus jouw laatste opmerking (haas = haas & haas ≠ eend) kan ik niet in het (animale) brein vinden.
Heel, heel misschien in de neocortex van logici, die er lang over nagedachte hebben.

Vandaar dat ik Hume een geschikte kerel vind met goede ideeën.

Met vriendelijke groet van JanD

Jan-Auke Riemersma zei

Bert, Hume zag het allemaal iets scherper en principiëler. Hij schrijft inderdaad dat 'causaliteit', onze overtuiging dat er oorzaken en gevolgen zijn, een kwestie is van 'gewenning': we zien steeds dezelfde gebeurtenis en stellen inductief vast dat hier sprake is 'regelmaat' (Hume's beroemde voorbeeld: uit het feit dat elke dag de zon opgaat leiden wij af dat dit een 'principe' is).

Hume gaat nu een stap verder: hij wil weten wanneer de regelmaat die we opmerken een 'wet' mag worden genoemd. Kunnen we door het gedrag van lichamen in de wereld te observeren -vergeet niet dat Hume een empirist is- ontdekken wanneer er sprake is van noodzaak (=wet) of niet (=louter regelmaat). Zo is dit de grondslag voor het beroemde/beruchte inductieprobleem. (Je kunt geen wetenschappelijke theorie opstellen als je geen onderscheid maakt tussen 'toevallige regelmaat' en 'noodzakelijke regelmaat' (=natuurwetten).

Jan-Auke Riemersma zei

JanD, maar dat is toch prima? Ieder zijn eigen kijk op de zaak. Ik denk dat de twee logische wetten sterk bepalend zijn voor hoe wij denken. Ik kan met de beste wil van de wereld niet begrijpen wat het wil zeggen dat een bewering waar-en-niet waar is (dus niet 'alternerend, maar tegelijkertijd': een toestand van waar-en-onwaar): toch denk ik dat we zulke onbegrijpelijke uitdrukkingen in een verhaal over de werkelijkheid moeten opnemen. Ik zie niet in waarom onze beperkte denkwijze de bepalende maat is voor de structuur van de gehele werkelijkheid. Het is zoals Wittgenstein schrijft: mensen die menen dat de werkelijkheid consistent is kunnen daar geen argument voor geven, zij 'eisen' domweg dat we elke iota logisch ordenen, dat wil zeggen: ombuigen tot een vormd die door ons verstand wel wordt begrepen. Voorts denk ik dat we contradicties niet begrijpen juist omdat de logische wetten 'hard-wired' (ingebouwd) zijn. Juist het feit dat iedereen bezwaar maakt tegen die onbegrijpelijke contradicties bewijst dat deze 'als harde, materiele (neurale) functies' in het brein geplant zijn.

Bert Morriën zei

Jan-Auke,

FYI:
https://richarddawkins.substack.com/p/are-you-conscious-a-conversation.

Je weet dat ik ook zoiets heb gedaan:
https://bertsditjesendatjes.blogspot.com/2025/03/interview-by-grok-on-my-view-of.html

Misschien kun jij ook eens iets zeggen over bewustzijn.

Met die LLM's is er wel iets merkwaardigs aan de hand. Ze zijn in wezen net zo antropomorfisch als mensen. De vraag is of het niet precies andersom is.
Vroeger zei ik "een mens is een wolk met praatjes" en daar sta ik nog steeds achter in de zin dat een wolk een vergankelijke materiële structuur is die zich op een karakteristieke wijze gedraagt.

Je hoeft dit niet te plaatsen maar denk er eens over na.
Ik heb contact met cognitieve wetenschappers die ik op de hoogte gesteld heb van mijn gesprek met Grok maar jij bent de meest benaderbare filosoof die ik ken.

Aafje zei

....... 'maar jij bent de meest benaderbare filosoof die ik ken.'

Hoe groot kan een compliment zijn?!!!!!

Jan-Auke Riemersma zei

Bert, ik zal je gedachtengang vanmiddag of morgen bestuderen. Stel je van mijn ideeën over bewustzijn echter niet al te veel voor: ik vind bewustzijn (eindeloos) fascinerend, maar ik begrijp dit verschijnsel niet. Ik sluit me aan bij de traditionele zienswijze van Brentano: wat het bewustzijn kenmerkt is 'intentionaliteit' (in het Engels noemen ze dit 'aboutness').

Ik las onlangs dat er inmiddels honderd-en-nog-wat theorieën over het bewustzijn zijn opgesteld: dat grote aantal geeft goed weer dat het bewustzijn zich maar lastig laat verenigen met onze natuurlijke theorieën.

Jan-Auke Riemersma zei

Aafje, ik weet zeker dat er ook andere benaderbare filosofen zijn: maar ik vind het inderdaad wel een compliment, het streelt in ieder geval mijn lerarenziel: benaderbaar zijn is immers deel van mijn beroep: ik leg met eindeloos veel geduld -dat wil zeggen: steeds opnieuw- aan jonge mensen uit 'wat er staat', 'dat ze goed moeten lezen', 'dat ze te snel door de bocht gaan', enz. Ik doe dat graag. Het maakt dat ik me nuttig voel. Ik hoor dan ook helemaal thuis op de middelbare school. Ik onderhoud dit blog ook graag, trouwens; het is immers goed voor de (mijn) geest om je ideeën te verwoorden.

RV zei

Intentionaliteit

Hoe Brentano ook beroemd is geworden buiten het Duitse taalgebied, begrijp ik nog niet goed. In elk geval was hij goed bekend bij Husserl en Heidegger.

Je kunt intentionaliteit ook zien als betekenis. Onze gedachtes en gevoelens bestaan niet uit nietszeggend grmplf-grmplf maar uit betekenisrijke dingen, dingen die refereren aan elkaar en aan buitenwereldse objecten. En die betekenisrijke dingen gaan vaak vergezeld van een al of niet manifest ikbesef oftewel zelfbesef. Als je denkt en voelt, dan weet je min of meer donders goed dat jij als zijnde jij voelt en denkt. Daarnaast ben je ook nog eens behept met een soort wereldbeeld, dat meestal fungeert als een soort achtergrondtheorie.

Intentionaliteit of hoe je het wil noemen, is inderdaad de crux van onze mentale binnenwereld.

Bert Morriën zei

RV,
[Intentionaliteit of hoe je het wil noemen, is inderdaad de crux van onze mentale binnenwereld. ]
ik noem het intuïtie. Onze mentale binnenwereld berust op onze onbewuste binnenwereld die ons in een intuïtieve virtuele realiteit kan plaatsen.
Mensen kunnen niet willen wat ze willen. Feitelijk ontdekken ze steeds weer dat ze blijkbaar wat willen.
Waarom vergoelijkt iemand spontaan gedrag als dat op een ander vreemd overkomt? Waarom proberen mensen hun gedrag altijd achteraf te rechtvaardigen?
Zie https://bertsditjesendatjes.blogspot.com/2025/03/intention-or-intuition-dialog-with-grok.html

RV zei

Beste Bert

Onze bewuste semantische netwerken hebben een soort onderbewuste semantiek en dat laatste bestaat onder meer uit een soort alledaags wereldbeeld, een persoonlijk ikbesef en een soort grammatica die niet alleen onze woordtaal structureert maar ook bijvoorbeeld onze inwendige beeldtaal. Wat ik maar wil zeggen: wat jij intuïtie noemt, kan nader worden gespecificeerd. Maar op zich heb ik geen bezwaar tegen jouw idee van intuïtie. Jouw term "intuïtie" is eigenlijk hetzelfde wat ik bedoel met halfbewuste, onderbewuste en onbewuste semantische netwerken. De semantische radertjes achter ons bewustzijn. Waarbij je "bewustzijn" niet moet zien als een raadselachtige niet-stoffelijke entiteit maar als een soort synoniem voor "dynamische mentale binnenwereld". Ach ja, terminologie. Wat dat betreft hebben fysici het gemakkelijker dan metapsychologen. :)

JanD zei

Jan Auke

Je besluit 17 maart 2025 05:57 met:
“Juist het feit dat iedereen bezwaar maakt tegen die onbegrijpelijke contradicties bewijst dat deze 'als harde, materiele (neurale) functies' in het brein geplant zijn.”

Ik meen dat je er eerder over kan spreken dat deze contradicties in het DNA geprogrammeert zijn en (veel) minder sterk neuraal opgebouwd. Hiervoor pleit dat harde, materiële functies betrouwbaarder in DNA is gecodeerd dan in plastische structuren in het neuronale netwerk, dat door aandacht groeit,(*1) Tevens is het DNA breed erkent als drager van de erfelijkheid. Ook neuronale structuren worden gebouwd met de codes van het DNA. De inhoud van de neuronen niet zo sterk, gezien de invloed van het bewustzijn hierop. (vergelijk hardware-sofware)

Ook pleit het verschil in cultuur, denken en ethiek in Azië en west Europa op een gedegen vastlegging van de erfelijkheid die daardoor ook verschillend uitwerkt in opvattingen van die volkeren.

In het westen wordt door het gebruik van langzaam en intensief denken in een tijdsvolgorde-causaliteit een ‘westers DNA’ wat dat betreft opgebouwd.

In het oosten leidt het contemplatief schouwen, vipassana of meditatie tot irrationele(* 2) inzichten van leegte/religiositeit en advaita (niet duaal) (primordiale) perceptie, tot meer witte stof in het brein. Gemeten aan het brein na meditatie.(*3)
Echter de "werkelijkheid" is niet de leegte maar de vaste grond in het westen: ontologie. Een soort “westers-zijns-besef” (*4)

In het westen is de notie van de logica van Aristoteles dominant, in het oosten de logica van Nagarjuna. De laatste is typisch contradictoir vanwege de leer van de “middenweg” tussen de conventionele/relatieve werkelijkheid en de absolute werkelijkheid, die hoewel verschillend toch identiek worden geacht. De werkelijkheid is het sunyata: de contradictoire volle-leegte.

Aristoteles bouwde in zijn logica waarschijnlijk voort op de filosofie van Parmenides. Parmenides en Aristoteles beiden kenden het “zijnde” maar ontkende het bestaan van het “niet-zijnde”. Dat leidt tot een eenzijdig beeld ten opzichte van “het oosten”. Daar waar in het ‘westen’ de contradictie leidt tot het instorten van het hele systeem, en de eis tot uitgesloten derde, leidt de oosterse contradictory identity(*5) tot de religieuze basis van waaruit het duale ontstaat.

Vaak en veel heb ik het hier over gehad, ik heb de indruk dat men mij niet begrijpt.
Ik ga uit van de bodemloze bodem van een werkelijkheid, een on-ontologie. :-) die vluchtig is en alleen in stand gehouden wordt door wederzijdse afhankelijkheid.

Literatuur:
*1 Gebruik je hersens. Arie Bos eerste hoofdstuk. https://www.bol.com/nl/nl/p/gebruik-je-hersens/9200000083868250/?s2a=
*2 Volgens de definitie van Rudolf Otto in “Het Heilige” eerste hoofdstuk.
*3 Henk Barendregt. https://bodhitv.nl/henk-barendregt-over-meditatie-en-wetenschap/
*4 Ulrich Libbrecht. “Is god dood?” pagina 28
*5 Kitaro Nishida. “The logic of the place of Nothingness and the religious Worldvieuw” pag 125 : “Concernning my logic”

Met vriendelijke groet van JanD

RV zei

Geachte JanD

Contradicties, dat wil zeggen contradictoire beweringen en redeneringen, zijn volgens jou in het DNA geprogrammeerd? Hoe dan? Zijn er contradictoire genen? En zijn er contradictoire eiwitten? Hoe zien die eruit? Als vierkante cirkels?

Ons algemeen mentaal semantisch onderscheidingvermogen is wel in zekere zin in onze genen die onze hersenen fabriceren, geprogrammeerd. Maar hebben we eenmaal onze hersenen en onze potentie om te denken, dan leiden onze denkende hersenen als het ware een eigen leventje. Het zijn onze dynamische, verbeeldingsrijke gedachteleventjes die allerlei contradicties kunnen produceren en ook daadwerkelijk produceren.

Ik proef bij jouw opmerking een bepaald reductionisme waarbij ik me niet zo gelukkig voel. Je doet tekort aan de eigenzinnigheid van ons gedachte- en gevoelsleven en dus ook aan je eigen eigenzinnigheid. :)

Maar wellicht begrijp ik je niet goed.

Bert Morriën zei

RV,

Vraag van cognitieve wetenschapper Bernard Baars: uit welke omstandigheden kunnen wetenschappers, filosofen en menselijke waarnemers afleiden dat een levend organisme bewust is?

Hoe een ander dat doet weet ik niet maar ik zou zeggen dat bewustzijn blijkt uit respect voor de LNC, speciaal wanneer daar op humoristisce wijze mee gespeeld wordt. Zelfs sommige dieren kunnen lol trappen. Primitieve dieren daarentegen leven volgens vaststaande algoritmen waarin de LNC geen rol speelt. Bij radicale gelovigen kan er zelfs geen lach vanaf.

Wat zou jouw antwoord zijn?

https://www.linkedin.com/posts/bernardjbaars_as-scientists-as-philosophers-and-as-human-activity-7308853311934214145-zrpj?utm_source=share&utm_medium=member_android&rcm=ACoAAAimOvYByGi5F8MNh0aDS5ZL2KITou3otMQ

JanD zei

L.S.
Mijn verwijzing naar Henk Barendregt is wel wat ondermaats, hier een betere:
https://www.sg.uu.nl/artikelen/2009/09/de-leegte-laten
Ik kan helaas de toename van de witte stof in het brein na meditatie niet terug vinden, Het was een project-onderzoek in Nijmegen onder leiding van Barendregt.

Geachte R.V.

Ik meen dat ik wat onduidelijk ben geweest, zodat je me niet hebt begrepen, sorry. Ik gebruik taal niet strikt, maar probeer met woorden te schilderen. Men zegt tegenwoordig vaak: “het zit in zijn DNA” terwijl men bedoelt het is vanwege zijn erfelijkheid. Dat is dus onjuist. Het ging mij over erfelijkheid en niet specifiek over het DNA als zodanig. Ik schreef daarom: “Tevens is het DNA breed erkent als drager van de erfelijkheid”. Dus ik doelde op méér dan het DNA alleen.

Het DNA is een code voor eiwitten dus de opbouw van het biologische lichaam. En daar zit een hele lange serie gecodeerde herinneringen/geheugen/data in gezin, familie, stam, volk, dieren, planten en eencelligen. Ongelofelijk maar wetenschappelijk vastgesteld en bruikbaar voor onderzoek.

Waar zit nu de muzikaliteit gecodeerd bij een familie zoals bij Mozart? Ook in het DNA? Dus jouw vraag naar: hoe het gecodeerd is, en of het wel in het DNA zit is niet van belang. Dat bedoelde ik niet. Misschien wel, er is namelijk erg veel zogenaamd “Junk DNA”! Zou dat echt zo zijn? Of heeft men het (nog) niet begrepen of ontsluierd? Taal is onbetrouwbaar: waarom spreekt men tegenwoordig niet meer over slijm en zwarte gal en vroeger wel?

Ik wijs wel graag op de degelijkheid, betrouwbaarheid van “het DNA” en de perfecte houdbaarheid, En niet te vergeten de redundantie. Ik wilde niet over het “collectieve onbewuste” van Jung spreken, dat is hier een nogal pijnlijk onderwerp. Maar vanwege jouw vraag: het is een vergelijkbare data opslag als bij het DNA: de ervaring van de mens zijn voorouders, maar dan op psychologisch, symbolisch en gevoelsmatig/spiritueel gebied. Dat kan je waarnemen zonder dat je het werkingsmechanisme kent.

Derhalve jouw eerste zin: “Contradicties, dat wil zeggen contradictoire beweringen en redeneringen, zijn volgens jou in het DNA geprogrammeerd?” Mijn antwoord NEEN, zo bedoel ik het totaal niet. Het is noch talig, noch rationeel: het is een ervaring vanuit de cultuur van de voorouders die op een bepaalde manier degelijk en redundant als een dataset is opgeslagen. Dat heeft volgens mij niet direct met het “ik”, verbeelding, creativiteit, begripsvermogen en bewustzijn te maken. Je proeft een reductionisme, dat kan ik begrijpen. Maar volgens mij is het het tegenovergestelde. Ik probeer begrip te krijgen voor een verdraagzaam relativisme die een diepte structuur heeft die alle mensen omvat. Dus los van de verschillen van de oppervlakte structuur van de diverse religies en logica’s.

Zoals Meister Eckhart zei: het oog waarin ik God zie, dat is hetzelfde oog waarin God mij ziet,’ ‘Mijn oog en Gods oog, dat is één oog en één zien en één kennen en één liefhebben.’
Dat is de ware contradictie die ver uitgaat boven de eenduidige en berekenbare logische energie en informatie waarin wij leven: de solipsis is één en tevens al de ontelbare andere geesten. Het heeft niets te maken met het biologische oog zoals begrepen in de wetenschap met optiek enzo. Het sluit m.i. aan bij het idealisme en als pantheisme en monadologie. We zoeken niet naar dat wat ons verdeeld maar naar dat wat ons verbindt.

Met vriendelijke groet van JanD