maandag 28 september 2026

Waarheid

Aristoteles wees de twee fundamentele logische wetten aan als wetten die 'vanzelf spreken'. Ze hebben geen rechtvaardiging nodig.

Hij betoogt in het boek gamma van de Metafysica dat wie de wet van non-contradictie schendt alles moet geloven:

p is waar en niet p is waar (alles is waar)

Voorts betoogt hij dat wie de wet van het uitgesloten derde schendt niets kan geloven:

p is onwaar en niet p is onwaar (alles is onwaar)

In het universum van de absurde mens is, met zoveel woorden, alles waar en niets waar. Het heeft er alle schijn van dat je dit moet uitleggen als 'we kunnen waarheid en onwaarheid in een absurde wereld niet van elkaar scheiden', 'we kunnen ware en onware toestanden in een absurde wereld niet van elkaar scheiden', enz.

Wie de wetten niet schendt is niet absurd en komt tot de conclusie dat er één waarheid, één werkelijkheid en één volledig/coherent verhaal over de werkelijkheid is.

Merk nu op dat deze twee wetten hun eigen waarheid bepalen: volgens deze wetten kunnen er geen andere (strijdige) wetten zijn die de structuur van waarheid bepalen. Je kunt de twee fundamentele wetten daarom niet rechtvaardigen: de wetten rechtvaardigen zou betekenen dat je de waarheid van deze wetten moet vaststellen met afzien van hun impliciete notie van waarheid.

Geen opmerkingen: