Om in leven te blijven -wil je dat eigenlijk wel?- heb je hemoglobine nodig. Dit eiwit bindt en transporteert zuurstof, de 'stof' die je in leven houdt (zuurstof is nodig voor ATP).
Een lichaam is echter een buitengewoon ingewikkelde machine.
Behalve zuurstof heb je ook suiker nodig. Het lastige is echter dat hemoglobine geen suiker verdraagt. Suiker is een schadelijk goedje, een gif.
Je doet er daarom verstandig aan om suiker zo snel mogelijk op te ruimen. Hoe minder suiker in je bloedbaan, hoe minder schade aan de hemoglobine.
De eigenlijke manier om suiker op te ruimen is door je spieren te gebruiken: je moet bewegen, bewegen, bewegen...
Als je niet beweegt slaan de spieren de suiker op voor later gebruik. Heel verstandig van de spieren. Je moet altijd wat energie achter de hand hebben, dat kan geen kwaad.
Het betekent echter wel dat de suikers die je daarna in het bloed krijgt -omdat je potdorie nóg een gebakje eet en nóg een cola drinkt- in de aderen blijft rondslingeren. Vergelijk het met rommel op de snelweg: het is schadelijk voor het vrachtverkeer, dat nu onze steden niet kan bevoorraden.
Voor deze akelige situatie is maar één oplossing: verbruik de suiker door te bewegen.
Vroeger bewogen de mensen aan één stuk door. Ze waren 'bedrijvig'. Wie bedrijvig is heeft wél suiker nodig, want suiker drijft de spieren aan. Wie beweegt houdt de suikerspiegel laag.
Je ziet dat het lichaam van de mens geen ideale samenhang heeft. Er is sprake van een gewapende vrede. Suiker is schadelijk voor de hemoglobine, maar je kunt de schade -met inspanning- beperken.
Zuurstof is noodzakelijk om in leven te blijven; maar zuurstof is, paradoxaal genoeg, schadelijk voor de cellen in het lichaam. Zuurstof is eigenlijk ook al een gif. Er komen akelige electronen vrij bij het produceren van ATP -het proces waar je zuurstof voor nodig hebt- en die slopen het DNA, je celmembranen en tal van eiwitten.
Je wordt afgebroken, naar je graf gebracht, met elke ademteug.
De fraaie, statische ballans die mensen menen in de natuur te zien bestaat niet.
De klok, vaak gebruikt als het symbool voor de ideale theorie, is met elke zwaai van de gewichten, met elk schuiven van de wijzers, aan slijtage en afbraak onderhevig.
De werkelijkheid is alleen een gesloten eenheid in de ogen van wie niet scherp ziet.
Alles is strijd, zei Herakleitos.
Je lichaam is hooguit tijdelijk in evenwicht: de afbraak is dan voor de duur van enkele jaren minder krachtig dan de groei.
Verdraag je dit inzicht? Kun je met jezelf leven als je inziet dat je een ratjetoe aan bouwstenen en stoffen bent, die als evenzovele vijandelijke mogendheden elkaar verdragen, maar onmiddellijk weer tot de aanval zullen overgaan zodra ze zien dat de ander zwak wordt.
Wat te denken van een auto-immuun systeem dat het eigen lichaam aanvalt: gedood door eigen vuur...
Het is daarom misschien zinvoller om de mens te bezien als een geheel dat voor de duur van enkele jaren een bepaalde taak kan uitvoeren- en niet als een soort klok met een ideale, consistente/coherente bouw. Want wie zich blind gaat staren op de bouw van de mens ontdekt niets, hooguit lukt het je om het ellenlange lint van contingenties -de mens is een optelsom van coïncidenties- bij benadering te beschrijven.
Het wie, wat en waarom van deze contingenties is voor ons een raadsel. Je hebt de keus: of je bent het product van wel heel veel toevallige gebeurtenissen -dat is zeker mogelijk- of je bent het product van iets wat we niet 'recht' begrijpen -ook dat is zeker mogelijk.
Maar waarom zou je eigenlijk moeten kiezen: waarom mogen we niet geloven dat het én coïncidenties zijn én dat het iets wonderlijks is wat we niet 'recht' begrijpen?
Ik bedoel: als de natuur geen ideaal consistent systeem is, waarom zouden wij haar dan opvatten als een ideaal consistent systeem?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten