A. We kennen vast wel voorbeelden van iets waar we zonder meer van overtuigd zijn.
* Platonische waarheid is niet reëel
* De wet van non-contradictie is altijd geldig.
Waarom is dat zo? Als je er van uitgaat dat er zoiets als een volmaakte cirkel bestaat dan heb je ongetwijfeld gemerkt dat op iedere cirkel-achtige vorm wel een onvolkomenheid te vinden is en dat het dus geen volmaakte Platonische figuur is.
Iedere keer dat dit gebeurt wordt de zekerheid van je uitgangsstelling kleiner totdat je die uiteindelijk verwerpt.
De wet van Non-Contradictie voorspelt dat je nooit met een contradictie wordt geconfronteerd.
Ook hier zou je het uitgangspunt van de zogenaamde dialetheïst kunnen kiezen dat sommige contradicties waar zijn.
Echter, iedere keer dat dit zo lijkt te zijn blijkt daar een verklaring voor te zijn waardoor ook hier een punt bereikt wordt waarop je je uitgangspunt moet verwerpen en dan laat ik al die keren dat er geen sprake is van een contradictie nog buiten beschouwing.
Dat betekent echter niet dat een Bayesiaanse zekerheid 100 % waar is, die is fundamenteel net iets kleiner maar voor praktisch gebruik heeft dat geen betekenis.
Het bewijs daarvoor is dat we gebruik kunnen maken van satellietnavigatie waarin buitengewoon nauwkeurige klokken cruciaal zijn. Die ontlenen hun nauwkeurigheid aan kwantummechanische Bayesiaanse zekerheid. De voorspelling van de Schrödinger vergelijking voor de lengte van iedere klokperiode blijkt akelig nauwkerig overeen te stemmen met metingen over een zeer groot aantal perioden, terwijl de perioden individueel de beruchte onvoorspelbare lengte hebben.
Als God al dobbelt, dan speelt hij vals, net als exploiteurs van casino's want gemiddeld winnen ze altijd.
B. Vervolgens zal ik uitleggen waarom we zo hardnekkig geloven in onze eigen subjectieve realiteit.
Stel je voor dat je wakker wordt en je helemaal niets meer weet. Niet dat je kunt bewegen en niet dat je weet wat je voelt. Je bent nog wel in staat samenhangen vast te stellen.Zo kun je vaststellen dat je iets voelt en ook dat dit vaak gebeurt nadat je je bewogen hebt.
Je kunt vroeger of later het speciale gevoel krijgen van "als ik dit doe dan voel ik dat".
Alvorens dat gebeurt hebben mensen je taal geleerd waarin je voornaam "Jantje" blijkt te verwijzen naar dat woordloze ik gevoel. Het voorgaande is feitelijk een beschrijving wat er gebeurt wanneer je voor het eerst als fetus de sensomotorische en verstandelijke vermogens krijgt die deze gang van zaken mogelijk maken.
Als je dorst krijgt dan leer je dat als je "Jantje heeft dorst" zegt dat je iets te drinken krijgt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten