vrijdag 12 december 2025

Hoe vreemd is 'vreemd'?

Op mensen als Werner Heisenberg kun je alleen maar jaloers zijn: in zijn brein huisde uitsluitend talent. Behalve een zeer begaafd wiskundige was hij ook een uitstekend musicus [Hürter, 2022]. De Nederlandse fysicus Goudsmit -die later in zijn leven, aan het einde van WO2, in dienst van de geallieerden, jacht maakte op de Duitser Heisenberg [Calmthout, Goudsmit, 2016]- verhaalt dat hij eens werkte aan een probleem dat hem weken uit de slaap hield. Heisenberg, aan wie hij het probleem tenslotte voorlegde, loste het binnen een oogwenk op.

Heisenberg wordt algemeen erkend als de grondlegger van de kwantummechanica [Hürter, idem; de Padova, 2025; Kunmar, 2010]. Het probleem voor fysici was dat men een primitief beeld had van het atoom. Het was een planetenstelsel in het klein. Het lukte hen niet om met dit model het gedrag van de deeltjes te beschrijven. De electronen die rond de kern cirkelden maakten vreemde sprongen. 

Volgens de geschiedenis lukte het Heisenberg, toen hij zich had afgezonderd van de drukke wereld, op het kleine eilandje Helgoland, om de vreemde kwantumsprongen in een schema onder te brengen [Hürter, idem; Rovelli, 2021]. Volgens de Padova is dit verhaal echter apocrief: Heisenberg was al ruimschoots voor zijn bezoek aan Helgoland bezig om de kwantumsprongen in kaart te brengen [de Padova, idem].

De betekenis van Heisenbergs werk is groot: het lukte hem om orde te scheppen in de chaos. Zijn schema (='matrix-mechanica') stelde wiskundigen in staat om de verbanden te berekenen tussen de kwantumsprongen. Heisenberg kon echter geen verklaring bieden voor de kwantumsprongen. Fysici hebben geen idee welk mechanisme de quanta (=kleine deeltjes) beweegt. 

De matrix-mechanica van Heisenberg stelde echter fysici en chemici wel in staat om eigenschappen van elementen te verklaren: de matrix-mechanica was een enorme sprong voorwaarts. [podcast: BBC, In our time, Heisenbergs uncertainty principle].

Van lieverlee brak het kamp van fysici in twee stukken: er waren fysici die vonden dat de quantummechanica in principe voltooid was met het werk van Heisenberg (Bohr cum sui) en er waren fysici die vonden dat de quantummechanica een onvolledige theorie was (Einstein cum sui). [Hürter, idem].

Volgens Bohr kunnen we niet alles weten over de natuur: maar we kunnen haar beheersen en dat is voldoende; volgens Einstein echter moet er een verklaring (een mechanisme) voor de kwantumsprongen zijn.

Heisenberg zelf beschouwde de matrix-mechanica als een Platoonse weergave van de werkelijkheid. Hij was afkerig van de gedachte dat een concreet fysisch mechanisme de sprongen veroorzaakt. Hij schaarde zich in de stammenstrijd achter zijn leermeester Bohr. Van hem is de uitspraak "Niet alleen is de werkelijkheid vreemder dan wij denken, ze is zelfs vreemder dan wij kúnnen bevroeden."

De werkelijkheid is beheersbaar, maar ze kan niet worden verklaard- ze is dus niet begrijpelijk.

Latere ontwikkelingen maken het gedrag van quanta eens zo mysterieus. De Broglie ontdekt dat je alle quanta kunt beschrijven als deeltjes én als golven [Kumar, 2010, h.6]. 

Schrödinger slaagde er in om de matrix-mechanica te herschrijven als een golf (een schrödinger-vergelijking herken je gemakkelijk aan de griekse letter psi). Dit overigens tot woede van Heisenberg, die meende dat Schrödinger met de eer gaat strijken (inderdaad wijst Davies Schrödinger en niet Heisenberg aan als de grondlegger van de quantummechanica! [Davies, 2025; Hütner, idem; de Padova, idem; Kumar, idem].

Vervolgens lukt het Born -ook al een van de briljante wiskundigen uit het huishouden van Niels Bohr- om te laten zien dat een golf de waarschijnlijkheid weergeeft waarmee een eigenschap van een deeltje zal worden gemeten (en waarschijnlijkheid betekent in dit geval: als je herhaaldelijk meet is de kans op afwijkingen vrijwel nihil).

Wat er 'achter de schermen' gebeurt wordt er echter niet begrijpelijker op. Een golf geeft feitelijk weer dat het deeltje hier kan worden aangetroffen, maar ook daar en daar. Een verklaring voor de wereld die wordt beschreven door de quantum-wiskunde (want feitelijk is het een formeel wiskundig model) is verder weg dan ooit.

Voor de fysici die verlangen naar een goede, begrijpelijke verklaring voor al het gegoochel met sprongen, matrices, waarschijnlijkheden, golven, superposities, lijkt het doek definitief te vallen als Heisenberg zijn beroemde onzekerheidsprincipe opstelt. Volgens dit beginsel kun je samenhangende eigenschappen, zoals snelheid en plaats, niet beide bepalen. Wie de meting uitvoert moet vooraf kiezen wat hij wil weten. Daarmee is de breuk met de gewone, alledaagse wereld compleet. Immers, nu bepaalt de meting wat wel en niet tot de inventaris van onze werkelijkheid behoort. [Deze episode in de ontwikkeling van de kwantummechanica wordt meesterlijk -meeslepend- beschreven in de Padova, idem]. 

Latere ontwikkelingen maken duidelijk dat de 'realisten' ongelijk hebben. Een mechanisme (verborgen variabelen) dat de werking van de deeltjes verklaart is er niet. De kwantumsprongen zijn niet gedetermineerd/veroorzaakt. Het is een werkelijkheid die als uit het niets tevoorschijn springt.

Ook de verstrengeling van deeltjes -dat zijn deeltjes die door één golf worden 'gebonden'- blijkt een feit te zijn. Onder andere Zeilinger ontvangt voor de experimenten die de 'spookwerking' van de deeltjes bewijzen een Nobelprijs.  

Een van de meest merkwaardige eigenschappen van golf/deeltjes is: als je een golf/deeltje meet, gedraagt het zich als een 'deeltje'; als je een golf/deeltje niet meet, gedraagt het zich als een 'golf'. Zelfs als je het meetapparaat verholen opstelt, zodat dit niet interfereert met het golf/deeltje, neemt het golf/deeltje tóch de gedaante aan van een 'deeltje'. Het lijkt wel alsof een golf/deeltje weet dat het gemeten wordt!

Voor filosofen van de fysica -dat zijn filosofen die gepromoveerd zijn in de fysica- is het duidelijk dat de dagen van de vertrouwde klassieke mechanica voorbij zijn.

Zo lijkt de kwantummechanica in strijd te zijn (in bepaalde opzichten) met de relativiteitstheorie. Op zich is dat geen probleem: want zulke anomalieën stellen je in staat om fouten in theorieën te ontdekken en deze te verbeteren. Conflicten kunnen informatief zijn. Het probleem is echter dat de kwantum-mechanica beperkt wordt door het zogenaamde 'no-signalling' theorema. De informatie die je kunt verkrijgen over de quantummechanica is eenvoudigweg niet te vergelijken met de informatie die je kunt verkrijgen over relativistische systemen. De twee theorieën staan los van elkaar! [Adlam, 2021].

Penrose is een van de critici van de quantummechanica. Hij hamert er op dat zolang er geen overkoepelende realiteit is achter beide theorieën, je de quantummechanica beter niet kunt beschouwen als een 'theorie': het is slechts een verzameling wiskundige instrumenten die onze greep versterkt op het gedrag van quanta, maar die ons niets zegt over de werkelijkheid.

Hoe dan ook, ik -op oneindig bescheiden wijze- snap weinig van quantummechanica. Ik kan me geen voorstelling maken van alle vreemde concepten. Het enige wat ik kan bedenken is dat ons verstand 'klassiek' gemaakt is door de natuur -klassiek denken is evolutionair functioneel- en dat wij daarom een niet-klassiek wereldbeeld niet kunnen vatten. 

Laten we aannemen dat de wereld zelf klassiek is en dat ze overeenstemt met de wetten van de klassieke logica: dan zouden we de wereld toch steeds beter moeten begrijpen naarmate we beschikken over meer kennis? Een puzzel laat zich sneller oplossen naarmate je meer stukjes op de juiste plaats hebt liggen. Waarom werkt het in de fysica dan omgekeerd? Waarom begrijpen we van de fysische wereld minder naarmate we betere en krachtiger meetinstrumenten hebben? Wie het weet mag het zeggen.
------
[Ik zal de bronnen later op de dag, of morgen of overmorgen uitwerken]

Voor mensen die wetenschapsgeschiedenis saai vinden, zijn de boeken van Hürter en de Padova misschien wel leesbaar. De wetenschappers die werkten aan QM waren elk nogal bijzonder. Schrödinger was een pedofiel die een aantal kleine meisjes zwanger heeft gemaakt, Pauli was een mysticus en alcoholist die in paranormale verschijnselen geloofde (hij heeft samengewerkt met Jung en is de eerste persoon ter wereld die zich bezondigde aan kwantum-abracadabra! [wie Davies al 'eng' vindt moet helemaal afkerig zijn van Pauli]), De Broglie was een echte prins die zich wekenlang opsloot op zijn kamer (om te rouwen over een overleden vriend), Dirac was het prototype van een autist die weinig tot niets zei. Alleen deze karakters maken de verhalen over de ontwikkeling van de quantummechanica al tot een feest. Tel daarbij op dat de ontdekkingen vreemd licht op de realiteit werpen en je hebt een genre dat door geen enkel ander genre wordt overtroffen!

14 opmerkingen:

RV zei

Vreemd

Vreemd, ik wist nog niet echt dat al die topfysici her en der getikt waren. Van Gödel, geniaal logicus, wist ik het wel. Ook van Frege, vernieuwer van de logica, wist ik het. Hij was antisemiet. En heus, antisemitisme is gek. Vele topschakers zijn ook nogal gek. Wellicht was onze Jan Timman niet gek genoeg om wereldkampioen te worden. Hoewel, Max Euwe lijkt me verre van gek.

Topschaken, topwiskunde, topfysica, allemaal monomane specialismes.

Nee, dan onze filosofen. Geen specialisten. Maar generalisten. Nou ja, specialisten in algemene vraagstukken.

Maar als je inzoomt op bekende, beroemde filosofen vind je ook halve gekkies. Nee, dat verhaal van Kant en de torenklok is niet helemaal waar. Maar neem Wittgenstein. Een moeilijke man, ook voor zichzelf. Daarentegen lijkt Russell mij een toonbeeld van evenwichtigheid. En misschien daarom was hij al met al toch geen topwiskundige. Wel een filosoof die het overzicht op orde had.

Net als Heidegger noem ik me geen filosoof maar een amateurdenkertje. Maar toch doemt de vraag op: hoe vreemd ben ik nou eigenlijk en ook uneigentlich? Maar misschien dient elk denkertje zichzelf als vreemd te ervaren. Enige zelfvervreemding is wellicht creatief.

Er zijn twee grote filosofische vraagstukken. Nou ja, eigenlijk drie.
- Wat is dat, filosofie?
- Hoe zit de wereld globaal, zeer globaal, in elkaar?
- Hoe zitten jij en ik als binnenwereldjes in elkaar?

Simplistische antwoorden zijn er niet. Alles is gecompliceerd. Jammer? Ja en nee.

De moderne fysica komt steeds meer tot het inzicht dat de natuur zeer complex is De epistemologie ontdekt steeds meer dat onze semantische netwerken gecompliceerder zijn dan vroegere filosofen dachten. En onze draden van Ariadne zijn een warrige kluwen van gebroken draadjes.


Onze binnenwereld een labyrinth, de natuurlijke buitenwereld een doolhof en de geopolitieke situatie een haast hele hel.

Maar dat al die duistere gecompliceerde complexen met al hun aspecten en facetten ergens samenkomen in een stralende goddelijke eenvoud, nee, dat lijkt mij toch te simplistisch.

Bert Morriën zei

Jan-Auke,

[Volgens Einstein moet er een verklaring (een mechanisme) voor de kwantumsprongen zijn.]

Newton was kritisch over zijn begrip van zijn eigen zwaartekrachtstheorie maar bij de relativiteitstheorie was Einstein daar minder uitgesproken over.
Hij stelde de constante lichtsnelheid centraal maar de academische consensus is dat we niet begrijpen waarom deze en andere fundamentele constanten precies de waarden hebben die ze hebben.

Het begrip van de relativiteistheorie berust dus eigenlijk op het negeren van de vraag over de natuurconstanten maar ook nog op het negeren van kwantumeffecten waarvan men weet dat die dominant kunnen worden. Kan je dat eigenlijk wel een fundamenteel begrip noemen?

Synthetisch-filosofisch kunnen sommige dingen praktisch uitgesloten worden maar zeker niet alles en ook een God zou mogelijk kunnen zijn.
Je hebt dus het volste recht jouw visie op het bestaan van een God het voordeel van de twijfel te geven.
In zoverre hoef je voor mij geen bronnen te noemen.

Ik geloof ook dat onze denkwijze niet per se universeel is omdat die door een doelloze evolutie gevormd is en dat daarom onze denkwijze niet altijd rationeel hoeft te zijn.

Mijn punt is dat je in het laatste geval niet meer het bestaan van een God op rationele wijze verdedigt.

Bert Morriën zei

Jan-Auke,

[Waarom begrijpen we van de fysische wereld minder naarmate we betere en krachtiger meetinstrumenten hebben?]

De eerste vraag is of we inderdaad steeds minder zijn gaan begrijpen.
Het lijkt mij dat als je teruggaat in geschiedenis van menselijk begrip dan stuit je op een steeds groter gebrek aan feitelijke kennis en een navenante vermindering van begrip.
Als ons begrip steeds kleiner geworden zou zijn dan zouden de eerste historische documenten moeten getuigen van een superieur begrip van de wereld.
Is het niet veeleer zo dat ons begrip veel groter is geworden?

De vragen die we nu stellen, zijn fundamenteler en dieper dan ooit tevoren, waardoor het voelt alsof we minder begrijpen over de ultieme aard van de werkelijkheid.
Het aantal zaken die we niet fundamenteel begrijpen is echter drastisch afgenomen want we dachten alleen maar dat we antwoord hadden op de meest fundamentele vragen maar nu beseffen we dat dit een misvatting was.
Alles wat nu nog onbekend is was altijd al onbekend. Er is niet zozeer een uitbreiding van fundamentele vragen maar een uitbreiding van de kennis over de hiaten in ons wereldbeeld.
Omdat we nu een betere kijk hebben op wat we willen weten kunnen we gerichter onderzoek doen. Dat is een voordeel.

Zo besefte men in de jaren 1960 bij het ontwikkelen van het Standaardmodel al dat het een groot gat had: deeltjes hadden massa nodig, maar de theorie kon het niet verklaren. De wiskunde eiste het bestaan van het Higgsveld. Dankzij nauwkeurige metingen aan andere deeltjes wisten wetenschappers precies de energieniveaus waarop ze moesten zoeken. De ontdekking van het Higgsdeeltje in 2012 was een direct gevolg van het precies weten wat we misten.
Zo werd een van die fundamentele vragen opgelost.
Als je het nodig vind dat ik referenties geef moet je dat maar zeggen.

Jan-Auke Riemersma zei

Bert, in dit geval ligt de fout niet bij jou maar bij mij. Je hebt gelijk: een 'grote' bewering als 'we begrijpen de wereld minder enz.' moet natuurlijk onderbouwd worden. Laat ik een paar zaken aanstippen. In de klassieke oudheid konden Aristoteles en andere filosofen (=geleerden) denken dat ze de hele werkelijkheid hadden beschreven. In de Renaissance hadden de geleerden de overtuiging dat je de hele werkelijkheid en alles wat er te weten is in één encyclopedie kon weergeven. Ik vermoed dat er geen enkele wetenschapper is vandaag die die illusie heeft.

Maar nog overtuigender is het volgende inzicht: volgens de kopenhaagse lezing van QM gaat het hier om een principiele grens: we zullen nooit weten welke werkelijkheid schuil gaat achter de rekensommen. Hier houdt het op, dit is de absolute grens van weten en niet-weten. En dat is kwalitatief van een andere orde.

RV zei

Renaissance

Wat betreft de natuurkunde was de Renaissance niet zo interessant. De Renaissance was artistiek en filologisch. Ook qua filosofie is de Renaissance niet echt interessant. Het Florentijns neoplatonisme was meer een literaire religie dan analytische filosofie. Filosofische vernieuwing en wetenschappelijke `revolutie` kwamen pas met Descartes en de zijnen. Descartes zette zich af tegen Aristoteles, die de held was van de laatmiddeleeuwse filosofie, maar nam desalniettemin het substantiebegrip van Aristoteles over met alle vervelende gevolgen van dien. Echter, afgezien van dat substantialisme was Descartes toch een stoutmoedige filosoof. En daarnaast zag hij als één van de eersten zeer goed in dat goede fysica goede wiskunde vereiste. "De mechanisering van het wereldbeeld" van de wetenschapshistoricus Dijksterhuis had ook "De mathematisering van het wereldbeeld" kunnen heten.

Hoewel lang niet elke topfysicus ook een topmathematicus is, elke topfysicus beseft tot in zijn merg dat fysica toegepaste mathematica is en dat soms nieuwe mathematica nodig is om gebruikt te worden.

Tja, zelf heb ik slechts een beetje geroken aan de mathematica.

Overigens, die hele mathematica heeft weinig te maken met empirie maar heel veel met creatieve verbeelding en meedogenloze logica. Empirische mathematica, misschien geen keiharde contradictie maar zeker wel een halfzachte contradictie. Toch raar dat Hume dat niet zag. :)

Best wel logisch dat nogal wat mathematici een vorm van platonisme hanteren. Mathematische stellingen verwerf je niet door waarneming. Waar komen ze dan vandaan? Uit een soort bovennatuurlijk domein? Maar zo zal een fysicus zich afvragen: op welke wijze zendt dat bovennatuurlijk domein dan een berichtje naar onze fysische chemische binnenwereld?

Bert Morriën zei

Jan-Auke,

Mijn vrouw heeft een hekel aan jij-bakken maar over fysica heb ik zeker meer gelezen dan jij.
Ik wil het nog eens over het begrip hebben.
Het is ridicuul te zeggen dat je iets niet begrijpt als wat je theoretisch beweert empirisch bevestigd ziet. Dat je beseft dat er nog steeds onbeantwoorde vragen overblijven doet daar niets aan af, integendeel, daarmee geef je juist aan dat je begrip verder gaat dan je theorie alleen.

Newton was daar duidelijk over en Einstein heeft Newton niet weersproken maar hem juist in het gelijk gesteld.

Hoewel de beroemde uitspraak "Als ik verder heb gekeken dan anderen, komt dat doordat ik op de schouders van reuzen stond" van
Isaac Newton komt, geldt deze ook in hoge mate voor Einstein, die expliciet voortbouwde op het werk van Newton en andere wetenschappers zoals Henri Poincaré, en erkende dat zijn eigen ontdekkingen (relativiteitstheorie) onmogelijk waren geweest zonder de fundamentele wetten van Newton over zwaartekracht en beweging. Einstein zag zichzelf als een voortzetter van de traditie, waarbij hij de klassieke mechanica van Newton uitbreidde naar het kosmische en het subatomaire niveau, en daarmee een nieuwe "reus" werd.

Als je het over het 'onbegrip' van Heisenberg hebt dan zit je helemaal verkeerd.
Wat jij steeds vergeefs probeert te rechtvaardigen is dat iets wat niet onmogelijk is moet bestaan.
Heisenberg bewees echter wiskundig dat iets wat onmogelijk onwaar kan zijn moet bestaan. Dat is niet alleen een theoretische bewering maar een die een ontologische consequentie heeft: er moet wat bestaan. Hij bewees dat het concept van een "eerste beweger" ontologisch een tegenspraak is omdat dit de vraag onbeantwoord laat wat de eerste beweger heeft bewogen.
Heisenberg begreep precies waar hij het over had. Ook hij was er zich van bewust dat er nog genoeg vragen overbleven, zoals de vraag wat een kwantummechanisch deeltje is. Tegenwoordig hebben we de kwantumveldentheorie die deeltjes alleen maar ziet als een soort staande energiegolven in het vacuüm die wij als deeltjes interpreteren. Einstein was trouwens de eerste die dit voorstelde met zijn foto-elektrisch effect, waarvoor hij terecht de Nobel prijs verdiende.

Wat Nobelprijswinnaar Heisenberg betreft hebben Chinese onderzoekers wiskundig bewezen dat het universum spontaan kan ontstaan door een Heisenbergse kwantumfluctuatie van het vacuüm.
Zie "Spontaneous creation of the universe from nothing" door Dongshan He, Dongfeng Gao en Qing-yu Cai
https://arxiv.org/abs/1404.1207 en
https://journals.aps.org/prd/abstract/10.1103/PhysRevD.89.083510
Ik kan de Heisenbergse onzekerheidrelaties niet zien als "nothing".

Jan-Auke Riemersma zei

Bert, deze reactie was me ontgaan. Laat ik kort zijn: ik vind deze bijdrage ronduit onzinnig.

Bert Morriën zei

Jan-Auke,

Je hebt gelijk.
Bij nader inzien bewees de empirische bevestiging van de Heisenbergse onzekerheid niet dat het metafysische concept "eerste beweger" verworpen moest worden. Ik moet toegeven dat dit inderdaad onzin is.
Het toonde alleen aan dat er een nòg dieper mysterie achter schuil ging. Ook dat is een verdienste want de drang tot het oplossen van mysteries zorgt ervoor dat wetenschap niet verlamd raakt.
Religie is zo gek nog niet.

Jan-Auke Riemersma zei

Ach, Bert, ik heb al lang weer spijt van mijn wat al te 'kort-affe' reactie. Eerlijk gezegd viel ik niet zozeer over je bewering over Heisenberg. Omdat ik niet ruim in de tijd zit, zal ik alleen even de zinnen aanhalen die dubieus zijn:

-Het is ridicuul te zeggen dat je iets niet begrijpt als [je] wat je theoretisch beweert empirisch bevestigd ziet [waarom is dat ridicuul: patiënten met een ernstige depressie knappen zichtbaar op van lithium: maar psychologen begrijpen niet goed hoe dat werkt; taalpsychologen weten dat mensen betekenissen begrijpen: dat kunnen ze 'meten' in een lab: maar ze begrijpen niet wat 'betekenis-verwerken' of betekenis-begrijpen is: ze weten niet eens wat betekenis is].
-Wat jij steeds vergeefs probeert te rechtvaardigen is dat iets wat niet onmogelijk is moet bestaan [Dit beweer ik echt niet hoor: iedereen ziet toch onmiddellijk in dat déze bewering dom is?].
-Chinese onderzoekers [hebben] wiskundig bewezen dat het universum spontaan kan ontstaan door een Heisenbergse kwantumfluctuatie van het vacuüm [Ik begrijp niet wat je hier mee wilt zeggen?]

Bert Morriën zei

Jan-Auke,

Bij de vergelijking tussen fysica en psychologie mag je de precisie van de eerste niet buiten beschouwing laten en ook niet dat de herhaalbaarheid van psychologische experimenten problematisch is.

Ik geef toe dat ik slordig met metafysische concepten omspring omdat ik ze vaak niet als zodanig opvat maar als bruikbare interpretaties van wat we waarnemen. Om dat te illustreren noemde ik die Chinese ondezoekers die gebruik maken van Heisenbergs inzicht waarbij ze het op hun beurt inzichtelijk maken dat het geen wonder hoeft te zijn dat we ons in een expanderend universum bevinden.

Als ik het alweer mis heb wanneer ik probeer weer te geven waar jij mee bezig bent dan speelt ook hier mee dat het onderscheid tussen een metafysische God en een bestaande God verwarrend is als voor beide hetzelfde woord gebruikt wordt en de context er niet steeds bijgehaald wordt.

RV zei

Nu is er verschil en onderscheid tussen onderscheid en verschil. Onderscheidingen zijn concepten en verschillen zijn veronderstelde daadwerkelijke verschillen. Maar wellicht is dit iets te subtiel.

In elk geval begrijp ik niets van de opmerking dat er verschil is, of onderscheid zo men wil, tussen een bestaande God en een metafysische God. Of bedoelt men dat een metafysische God slechts het concept `God` betreft en dat een bestaande God een feitelijke God is?

Slechts een semantische kwestie? Maar semantiek is de crux van ons mentaal leven. Ons mentaal leven bestaat nu juist uit allerlei semantische netwerken. En het moeilijkste begrip in de filosofie is wellicht "betekenis".

Bert Morriën zei

RV,

Een conceptuele God is geen bestaande God maar een beschrijving van wat je zou kunnen verwachten als zo een God feitelijk zou bestaan. In die zin is het een soort theorie.
Wetenschappelijk kan een bestaande God hooguit een interpretatie zijn van waargenomen fenomenen die overeenkomen met wat volgens het concept verwacht wordt. Het probleem hierbij is dat er alleen maar persoonlijke ervaringen zijn die dan eigenlijk ook nog uitgaan van een persoonlijk concept van God. Wetenschappelijk is dat hopeloos.

Zo worden in Jan-Auke's vermaledijde Januskop-argument twee verschillende concepten gebruikt voor God: de consistente God van Emanuel Rutten en zijn eigen contradictoire God. Dat kan omdat die bizarre God iedere tegenspraak trotseert.

Van een bewijs kun je alleen maar spreken in analytische zin als de LNC gerespecteerd wordt. Zo niet, dan wordt het concept God in essentie zonder meer beschouwd als een feitelijk bestaande God.

Wat dat betreft heb ik meer sympathie voor Aafje, die deelt gewoon mee dat ze het weet zodat iedere tegenspraak van haar afglijdt.

JanD lijkt te accepteren dat een feitelijke God tegelijkertijd wel en niet bestaat.

Jac Vaes zegt een agnost te zijn en probeert dat vasthoudend te bewijzen.

RV, hoe het met jou gesteld is weet ik niet. Je hebt blijkbaar sympathie voor het idee van een contradictoire wereld.

Ikzelf geloof in een consistente realiteit, accepteer dat mensen alles mogen geloven maar heb geen greintje behoefte meer aan een conceptuele God.
Ik vraag mij steeds af waarom zoveel mensen die behoefte nog steeds hebben. Dat levert soms verrassende inkijkjes op hoe mensen denken en zelf leer ik daar ook nog van.

RV zei

Beste Bert

"Betekenis" is, denk ik, een zeer gecompliceerd begrip en derhalve dienen we elk simplisme uit de weg te gaan.

Jij lijkt te opperen dat "betekenis" synoniem is met "referentie". Maar zo simpel is het. Lang niet elk begrip heeft een referentie. Het woordje "of" in de logica heeft geen referentie. Er bestaan geen offen. dat zou jij als empiricist dienen te weten.

Het logisch woordje "of" heeft wel een denotatie, een definitie zou je kunnen zeggen. En zelfs een strikte definitie binnen de logica.

In de eerste plaats zijn er allerlei semantische, denotatieve onderscheidingen tussen begrippen. En of sommige begrippen verwijzen naar echte feiten, is een tweede maar ook een gecompliceerde kwestie.

Kortom, er zijn enerzijds allerlei theorieën, ook dagelijkse pragmatische theorieën, en er zijn door theorieën veronderstelde buitenwereldse feiten.

Bovenstaande is zo ongeveer de crux van de filosofie.

En als ik jou was, zou ik me niet uitleveren aan chatbotten. Ze kunnen aardig chatten. Zeker. Maar ze missen reflecterende diepte. Althans thans.

Heb ik laatst geprobeerd een crypto op te lossen met een chatbot. Dat ding begreep er niets van.

Van mij hoef je geen uitgewerkte betekenistheorie te hebben. Heb ik ook niet. En ik vrees dat niemand die echt heeft, hoe goed de huidige linguistiek thans ook is. Maar wat ik wel vraag is: alsjeblieft, kom niet aan met simplismes en heb een open oog voor het gecompliceerde.

We denken in en met behulp van hypotheses. En hypotheses kunnen we bevragen. Dat dan wel weer.

Bert Morriën zei

RV,

De betekenis van 'of' uitgelegd via de definitie die ik noemde:
"Betekenis is de relatie tussen een fenomeen en een subject die dat fenomeen relevant maakt en het subject motiveert tot (of richting geeft aan) handelen, aandacht, of ervaring."

Het fenomeen: de status van een of meer logische variabelen.
Het subject: datgene voor wat dit fenomeen betekenis heeft.
De relevantie: het subject past zijn status aan: WAAR als de status van minimaal één van de variabelen de status WAAR heeft, anders ONWAAR.

Wat AI chatbots betreft: de combinatie van menselijke intuïtie en onmenselijk uitgebreide wetenschappelijke kennis van grote taalmodellen heeft ongeëvenaarde kracht. Ze kunnen desgevraagd hun bronnen opgeven maar die moet je wel raadplegen als je zeker wil weten dat ze geen onzin genereren. Als je geïnteresseerd bent kan ik je een link naar de tekst van mijn dialoog met DeepSeek geven.

Op dit moment probeer ik mijn intuïtie met behulp van Geminu uit te werken dat de enorme theoretische hoeveelheid nulpuntsenergie en de mogelijk even grote energie van de "missing massa" donkere energie facetten van hetzelfde fenomeen zijn. Waarschijnlijk veel te veel hooi voor op mijn vork maar Gemini suggereert een Voorspelling: We zouden moeten kunnen meten dat in sterrenstelsels waar de versnelling onder een bepaalde drempel komt (a0​), de invloed van het vacuüm (virtuele fotonen/deeltjes) meetbaar verandert.
De toetsing: We kijken naar dwergsterrenstelsels. Als hun beweging exact de fluctuaties van het vacuüm volgt (en niet een willekeurige hoop deeltjes), dan heb je het bewijs.
Het probleem is dat ik moet blijven begrijpen waar de chatbot het over heeft, waarschijnlijk heeft die meer geduld dan ik.