donderdag 6 april 2017

Uit: Beknopt feuilleton voor teleurgestelde mensen, afl: 15 (fragment)

Filosofen zijn de duvelstoejagers of aaseters onder de mensen: als een bepaald vraagstuk niet proefondervindelijk kan worden opgelost door de wetenschapper, als dit te weerbarstig of juist te ordinair is voor de kunstenaar en als dit te aards is voor de theoloog, dan is het aan de filosoof om te kijken of hij er iets mee kan. De ongewisse aard van filosofische problemen noopt de filosoof er toe om zich ruim te bedienen van veel verschillende, zeer uiteenlopende methoden: de filosoof winkelt in de letterkunde, maar ook in de wiskunde; hij is analytisch, maar ook spitsvondig, kunstzinnig en 'duister'. De denkbeelden die hij niet helder en duidelijk kan uitdrukken, omdat ze niet gemakkelijk af te leiden zijn uit reeds bestaande denkbeelden, vormt hij door moeizaam te kleien en boetseren met woorden; uiteindelijk ontwikkelt hij een eigen taal die geschikt is om de afgedankte vragen van biologen, natuurkundigen en theologen te beantwoorden. Maar als het moet kan de filosoof ook messcherp zijn en is hij in staat om elk denkbeeld minutieus te ontleden, zodat denkfouten onmiddellijk in het oog springen; wie een onheus debat voert, door woorden sluiks van betekenis te laten veranderen of door een eigen mening te verhullen achter een feit, zal worden ontmaskerd door de rigoreuze logische denkkunst van de filosoof.

Ondanks deze grote rijkdom aan middelen om moeilijke en ondoorgrondelijke vraagstukken (enigszins) begrijpelijk te maken, zijn filosofen er niet in geslaagd om de problemen die samenhangen met de fatale aard van het menselijk bestaan op te lossen. Meer dan het opstellen van een aantal mogelijke 'houdingen', waar een mens een handjevol troost aan kan ontlenen of waar hij zich geestelijk mee kan wapenen tegen het noodlot, hebben filosofen niet kunnen bedenken. 


De meest voor de hand liggende houding die mensen kunnen aannemen om zich door de moeilijkheden van het leven heen te slaan is de houding waarbij men zich hult in onverschilligheid en verongelijktheid. De onverschillige mens wéét dat het leven eindig is en dat het bestaan bruut, naar en kortstondig is, maar wendt voor dat dit hem niet echt raakt. Op zijn slechtst wil de onverschillige er niet eens over horen; hij tracht zichzelf te amuseren en zijn gedachten te verstrooien. Nogal wat filosofische houdingen -men spreekt ook wel van: levenskunst- vallen in deze klasse.


De meest bekende houding die gebaseerd is op onverschilligheid, is de levenskunst van de stoïcijnen, die er naar streven om in elke omstandigheid 'onaangedaan' te zijn. Maar ook de levenskunst van Epicurus, die uitdraagt dat men het leven verdragen kan door te genieten, en zelfs de op niets gebaseerde wil om zich verheven te voelen boven de gewone mens met zijn alledaagse problemen, die ons door Nietzsche wordt aanbevolen, zijn bedoeld om onze onverschilligheid te versterken (...)

2 opmerkingen:

Jan-Auke Riemersma zei

Goede mensen, ik had de mogelijkheid om te reageren 'op slot' gezet. Ik wordt overspoeld met berichten van school en ook met berichten van mijn weblog. Ik zie door de bomen het bos niet meer en mis bijvoorbeeld aanvragen voor herkansingen van leerlingen. Ik zou natuurlijk de berichten van mijn weblog niet kunnen koppelen aan mijn 'inbox', maar dat is ook geen goed idee, want ik wel wal graag een schuin oog houden op wát er geplaatst wordt (stel dat een leerling er iets 'guitigs' opzet, dan wil dat er wel onmiddellijk kunnen afhalen).

Ik zet hem weer open hoor, maar wel met het verzoek om spaarzaam te reageren: op een gegeven ogenblik heb je je boodschap wel overgebracht en is het niet onmiddellijk nuttig om nog twaalf maal hetzelfde te zeggen. Van standpunt veranderen doen jullie toch nooit. :)

Egbert zei

@Jan, wie weet kunnen je leerlingen in deze ook wel een constructieve bijdrage leveren, trouwens jij wijkt zelf ook niet van je standpunt af, het zelfde verhaal maar dan steeds weer in een nieuw jasje:)

Je schrijft: zal worden ontmaskerd door de rigoreuze logische denkkunst van de filosoof.

Als de rigoreuze logische denkkunst de vlag is die de lading volledig dekt, waarom verschillen filosofen dan onderling nog van mening.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Filosofie

Dit is aan jou natuurlijk allemaal wel bekend, maar het blijft wel intrigerend waarom de éne filosoof zus denkt en de ander zo.

Waarin zou dat gegeven zijn oorsprong nu hebben.

Je schrijft: De meest bekende houding die gebaseerd is op onverschilligheid,

Mij persoonlijk lijkt acceptatie verkregen uit inzicht de weg, maar dat vereist stevige introspectie, onthechting zou geen dwangmatige aangelegenheid moeten worden, dan zou het niets beter zijn als het wegvluchten in allerhande geneugten. (zoals de categorie Hedonisten welke specifiek het zintuigelijk genot nastreefden).