vrijdag 9 september 2016

Smedes, T, God iets of niets

het eeuwige debat
Zo'n tien jaar geleden bezocht ik regelmatig debatten tussen tussen theisten en a-theisten. Zulke twisten verlopen volgens een vast stramien: alhoewel beide debaters steeds beleefd zeggen dat ze de argumenten van de opponent goed hebben begrepen, vindt men elkaars argumenten nooit 'overtuigend'; en na afloop van het debat is de theist nog steeds theist en de atheïst nog steeds atheïst.

Zowel het voeren als het bezoeken van zulke debatten is een weinig vruchtbare bezigheid. Er wordt geen terreinwinst geboekt. Deze praktijk, een loopgravenoorlog, is me in de loop der tijd gaan tegenstaan. De beschietingen gaan door maar er zit geen beweging in de linies.

Desalniettemin heb ik me onlangs laten verleiden om toch weer een debat te bezoeken,- maar het verloop er van was al even voorspelbaar als teleurstellend. De theist beschikt eenvoudigweg niet over de middelen om de neutrale scepticus ervan te overtuigen dat er zo iemand als God bestaat; de atheïst daarentegen toont ons alleen de diepe afgrond van het nihilisme.

niemandsland
Van de godsdienstfilosoof Taede Smedes verschijnt de komende week een nieuw boek waarin hij met name het 'oude' debat tussen de atheïst en de theist aan kritiek onderwerpt. De opzet van zijn boek is dan ook helder en duidelijk: in een van de eerste hoofdstukken beschrijft hij hoe sleets het oude debat geworden is en komt hij tot de conclusie dat we toe zijn aan nieuwe theologische (filosofische) inzichten; in de rest van het boek bespreekt hij dan deze nieuwe (post-theïstische) inzichten [2].  

Het zal voor een aantal mensen vermoedelijk als een verrassing komen dat het überhaupt mogelijk is om religieuze posities te bekleden die afwijken van de drie traditionele opvattingen (agnosticisme, theïsme, atheïsme). Het debat over religie is de afgelopen jaren zo sterk bepaald door de nieuwe atheïsten en de christelijke apologeten dat zelfs de tamelijk bescheiden agnosticus al wordt beschouwd als een notoire dwarsligger met onbegrijpelijke opvattingen.

interessant
De auteur doet uitgebreid verslag van de traditionele strijd tussen de christelijke apologeten en de militante atheïsten. Hij merkt op dat dit 'eeuwigdurende' debat niet alleen zinloos is, maar dat het bovendien een debat is dat feitelijk geen recht doet aan God. God wordt beschouwd als een soort ‘object’ wiens bestaan moet worden aangetoond (bewezen) of weerlegd.

Smedes merkt op dat dit een merkwaardige benadering is van het onderwerp: willen we over God spreken alsof hij een wetenschappelijke hypothese is? Beschouwen we God niet als een ‘object’ als wij toegeven aan de 'plicht' om zijn bestaan, als was hij een kracht tussen de andere natuurkrachten, aan te tonen? Toch bezondigt niet alleen de atheïst zich aan deze praktijk, maar ook de theïst, die immers onvermoeibaar 'bewijzen' aanvoert voor Gods bestaan?

Met een scherp mesje ontleedt Smedes de weinig zuivere motieven van de zogenaamde 'nieuwe atheïsten'. Dit tweede hoofdstuk is bijzonder boeiend; het is bijna een 'page turner', vooral als Smedes de geschiedenis behandelt van het nieuwe atheïsme. Ik zou alle mensen die het 'eeuwigdurende debat' met interesse hebben gevolgd lezing van dit tweede hoofdstuk aanbevelen, al was het alleen maar omdat Smedes er zo goed in slaagt je er van te overtuigen dat het debat inmiddels zijn gloed verloren heeft.

post-theisme
Smedes meent dat we dit oude theisme (& atheisme) inmiddels 'voorbij' zijn. We zijn aanbeland in een post-seculiere tijd waarin er ruimte is voor filosofen en theologen die wél religieus zijn, maar die niet in de traditionele God (kunnen) geloven en die ook geen verwantschap voelen met het militante atheïsme. Deze wending is niet verrassend, want wat ligt er meer voor de hand dan dat mensen nieuwe wegen zoeken. Maar de nieuwe wegen die men inslaat zijn beslist niet vanzelfsprekend! Ik heb het boek met veel aandacht gelezen, maar ik heb nog steeds de indruk dat het standpunt van een aantal post-theisten mij ontgaat.

Het post-theïsme is een verzamelnaam voor een bonte stoet diepzinnige theologen. Wat ze met elkaar gemeen hebben is dat ze niet in staat zijn om op de 'oude' manier te geloven, terwijl ze anderzijds het geloof in iets 'hogers' niet kunnen (willen) opgeven.

religieus atheïsme
Smedes maakt onderscheid tussen drie post-theïstische stromingen met -het moet gezegd worden- namen die voor ons, gewend aan het simpele onderscheid tussen theïsme en atheïsme, nogal mysterieus aandoen. Zo is er een groep ‘religieuze atheïsten’, een groep ‘religieuze naturalisten’ en een groep ‘post-theïstische’ theisten. Met name een ‘religieuze atheïst’ is een naam waarbij men zich moeilijk iets kan voorstellen.

Het gaat hier om theologen en filosofen die na 'de dood van God’ aan hun geloof zijn gaan sleutelen opdat ze hun religieuze opvattingen niet hoefden op te geven. God mag dan dood zijn, dat geldt niet voor de religieuze mens.

Het is bijzonder knap van Smedes dat het hem lukt om de opvattingen van de post-theïstische denkers zo te beschrijven dat je als leek intuïtief begrijpt wat het verschil is tussen deze ‘post-theïstische’ groepen. Dat is geen eenvoudige taak. De denkers zijn soms zelfs uiterst cryptisch en dubbelzinnig. Alleen een deskundige –en dat is Smedes- kan hier zijn weg vinden. 

Het is mij zelfs na studie niet gelukt om de denkers van de verschillende groepen duidelijk af te bakenen- en ook dat is een kenmerk van het ‘denken na de dood van God’. Smedes schrijft:

“Terwijl we geneigd zijn om atheïsme en geloof tot twee helder afgebakende eenheden te maken, blijkt in werkelijkheid dat de grens ertussen niet zo duidelijk is. Zo hebben niet alle gelovigen meer een traditioneel godsbeeld- als ze überhaupt nog een godsbeeld hebben. En niet alle atheïsten blijken godloochenaars te zijn. Sterker nog, zowel in Nederland als in de VS zijn er atheïsten die zeggen God ervaren te hebben of in God te geloven. Is dat consistent? Nee, misschien niet. Maar waarom zou dat zo moeten zijn? De vervloeiende categorieën en de schijnbare inconsistenties zijn een kenmerk van de vloeiende post-theïstische tijd waarin wij leven. Een hybride fenomeen als ‘religieus atheisme’ is voor zo’n tijdperk kenmerkend.” P.103

zoektocht
Smedes bespreekt in het kloeke 300 pagina’s tellende boek zulke uiteenlopende denkers als Spinoza (Einstein), Dworkin, Sleiermacher, Stone, Tillich, Caputo, Comte-Sponville, Chet Raymo en nog 'n tiental plus twee andere denkers. Ik moet toegeven dat ik van een aantal filosofen nog nooit had gehoord. Zo hebben we hier een prachtig overzicht van de meest uiteenlopende inzichten die het post-theïsme heeft opgeleverd.

Voor alle filosofen geldt dat ze, nadat ze oog in oog hebben gestaan met het nihilisme, blijven wroeten en zoeken in de wereld (werkelijkheid) naar enige 'transcendentie', naar ‘het heilige’.

leegte
Hoe vruchtbaar het post-theïsme is blijft een van de vragen waar de lezer zelf over moet nadenken en oordelen (dit is dan ook écht een boek dat je aan het denken zet: wie niet meedenkt heeft weinig aan de tekst). Wat wel opvalt is dat deze denkers, steeds als zij de plek dicht genaderd zijn waar eerst ‘God’ huisde, noodgedwongen hun toevlucht nemen tot begrippen die soms meer vragen oproepen dan dat ze duidelijkheid scheppen zoals 'het mysterie’ of ‘het transcendente’. 

De toon van Smedes is opbouwend: "Dat theïsme verdwijnt betekent niet dat geloof verdwijnt. Geloof verandert, mensen zijn religieus, ook als dat religieuze aspect niet eens als zodanig meer te herkennen is." Je kunt dit dan ook beschouwen als het thema van dit boek: nooit zul je mensen beroven van het geloof, ook al raken bepaalde religieuze opvattingen (godsbeelden) in verval.

Desalniettemin is het nieuwe 'post-theïstische' geloof moeilijk. Waar God vroeger huisde is nu een leegte. En we mogen deze leegte niet vullen met nieuwe godsbeelden. Dit is dan ook wat het post-theïsme onderscheidt van nieuw theïsme. Er zijn niet zo lang geleden een paar naslagwerken verschenen waarin nieuwe godsbeelden besproken worden [3]. Een voorbeeld van een nieuw godsbeeld is de 'procestheologie', de wordende God. Volgens Smedes voldoen ook de nieuwe godsbeelden niet, het zijn zelfs 'afgodsbeelden' (hij zegt dit overigens niet met zoveel woorden).

Maar wat moet er dan voor God in de plaats komen,- dat is de grote vraag. Moeten we dan, rondom de leegte, maar passief afwachten? We zullen ons in ieder geval niet van religie afkeren, want wij mensen zijn 'ongeneeslijk gelovig'; wij hebben een constant 'transcendentiebesef'. Toch moeten we maar niet al te gelaten wachten tot het 'heil' ons, ooit, komt bezoeken. "Nee, we zouden een houding van zoeken moeten aannemen, maar niet naar iets wat we kwijt zijn en verlangen, maar zoeken vanuit het vertrouwen dat we al gevonden zijn."

besluit
Smedes schreef een bijzonder interessant boek -en interessant!, met een uitroepteken, is het woord dat dit boek recht doet- waarin hij de opvattingen van een groot aantal nieuwe filosofen en theologen de revue laat passeren. Ondanks het feit dat hij ons aan de hand meeneemt in het land van 'zoekende' theologen, die het beeld van de oude God niet willen vervangen door een nieuw 'beeld', moet men regelmatig een stapje terug doen om het overzicht te behouden. Maar het is een rijk boek geworden en de auteur slaagt -dat is vakbekwaamheid, naar ik vermoed- moeiteloos in zijn opdracht, namelijk om ons voor te stellen aan nieuwe denkers wiens werk ons optilt en buiten het domein van het oude debat plaatst. Het resultaat is een openbaring. Hoe is het mogelijk dat we deze nieuwe theologen over het hoofd hebben gezien?

Desondanks vermoed ik dat het Smedes niet zal lukken om alle lezers over de brug te trekken. Voor een aantal lezers zullen 'het heilige' en 'het transcendente' de leegte niet kunnen vullen. Maar dat kan men alleen vaststellen als men eerst de uitgestoken hand van de schrijver aanvaardt en samen met hem op reis gaat naar het land van de post-theisten.

[1] Smedes, T, God tussen iets en niets, AUP, 19€, ebook €10,- (Het boek is vanaf 12 september verkrijgbaar).


[2]  Ik noem alle nieuwe theologen en filosofen 'post-theisten'. Strikt genomen is dat fout. Post-theisten zijn volgens Smedes de filosofen die proberen om, los van alle 'godsbeelden' nieuwe inhoud te geven aan het heilige en transcendente, p.197.

[3] Diller, J, Models of God and Alternative Realities, Springer; Nagasawa, Y, Alternative Concepts of God, Oxford. Wie deze 'alternatieve voorstellingen van God' bestudeert ziet dat de 'nieuwe' beelden van God al behoorlijk ver afstaan van de klassieke God. Ook de grens tussen 'godsbeelden' en 'alternatieve beelden van God' en 'nieuwe theologische voorstellingen van het heilige en het transcendente' zijn kneedbaar en veranderlijk. 


10 opmerkingen:

Theo Smit zei

Ha Jan,

ik reageer hier maar, omdat je in het Veelvlak al aankondigde dit boek te gaan bespreken.

Ik dank je voor het feit dat ik me niet ongerust hoef te maken over het 'bezig' zijn van je eigen denken, en je 'menselijke maat' die in het kennen-voor-ons is weggelegd in jouw reactie.

Eerst nog een voetje op het bolletje van Kuipers. Sommige delen van Drenthe hebben de schoonheid van de stilte, die je voelde bij het schrijven en strepen in dat boek van jou, andere delen - mijn adres - is wat minder als het om 'stilte' gaat.

Het is een 'verzoeking' soms. Uit deze bespreking van het aanstaande boek van Smedes: die heeft dan al wel beter begrepen dat je niet aankondigt, dus NIET, zit te aarzelen wat er gezegd moet worden in veel minder dan duizend pagina's.

Ik, - naar de terechte normen en waarden van ooit, begin je daar geen enkele zin (en zingeving) mee - zie uit naar 'jouw' boek, dat op zijn minst 'eigenwijzer' moet zijn. Hier lees ik, dat er in elk geval een 'eigen categorie' voor de agnost bij Smedes. (Je kent de pitfall, ook voor de hogeropgeleiden: de stroom van het beargumenteerde debat: waar hebben we het over, niet over sympathie of zo, of nog moderner of zo.

Lang en kort: filosofen moeten verplicht een (ouderwetse) psychologen-opleiding volgen en psychologen een (standaard) opleiding in de filosofie.

Het zal mijn gebed tot de Here here niet helpen straks: Hij is er niet, want Taede deelt kennelijk weer lekker mensen in, in voor hem 'begrijpbare' kolommen van drie.

Psychologen met schaaltjes van 1-10 over geboeidheid mbt de argumenten in een debat, dat laten we over aan a la.

Je hebt uiteraard gelijk dat ik het smiley-gewijs verder uit moet zoeken met onze VU-geleerde, en dat dat je niet aangaat op jouw blog, maar het is ook weer niet helemaal toevallig dat ik op TS en JR en ER val en viel in de beperkte tijd die zelfs Bert M. heeft en waarschijnlijk rest, om enige oriëntatie te houden.

Ik ben vooral blij dat het goed met je gaat, en zet het boek maar meteen op internet: een papieren boek betekent voor jou vooral: niet meer kunnen wissen, en daar heeft die Bert M. je meteen bij de staart. Dat past niet bij je, en je hebt dat niet nodig. De wereld (nou ja ons bolletje) verlangt naar 'wederopstanding' van jezelf. Ik vind je een knapperd op dat gebied, maar het overtreffende (van 300.000 versus 100.000 woorden -hoe tel je dat) moet een 'erkende' inhoud hebben. Jij hebt
de 'aspiratie' (alsof de geest niet in het woord zit), maar die moet in 200 pagina's. Aldus de godsdienstvrijheid en a la, een woord of een gelijke dat ik in de bespreking van het boek van Smedes dan weer nergens tegenkom.

Liefs, God noch Allah trekt zich iets van je aan, en ik ook niet, buiten dit, als 'moeite' aan je 'geest'. In tijden van 'rare' Poetineski's en zo: de filosofie is een 'richtlijn', zelfs volgens de skeptici van de laatste tijd: congres in Amersfoort in oktober.

Uitsmijter. Met en zonder God of Allah, nou?

Bert Morrien zei

Jan-Auke,

[wij mensen zijn 'ongeneeslijk gelovig'; wij hebben een constant 'transcendentiebesef'.]
Volgens mij hebben wij mensen alleen maar vragen en sommigen geven daar zelf maar vast een antwoord op, daarbij blijkbaar geholpen door die twee bovengenoemde eigenschappen die ik overigens niet lijk te hebben.

Bert Morrien zei

Jan-Auke,

Vanavond stuitte ik op een interview met filosoof Bas C. van Fraasse. Als ik het goed begrijp, ben ik een "constructive empiricist", maar misschien vermoedde je dat al. In ieder geval vond ik het een interessant interview en daarom wil ik het onder je aandact brengen. Het risico dat het voor jou ouwe koek is neem ik maar op de koop toe,
http://nautil.us/issue/40/learning/-why-science-should-stay-clear-of-metaphysics

Egbert zei

@Jan,[wij mensen zijn 'ongeneeslijk gelovig'; wij hebben een constant 'transcendentiebesef'.]

Denk niet dat een ieder zich daardoor
bezwaard voelt.

Jan schrijft: Er wordt geen terreinwinst geboekt. Deze praktijk, een loopgravenoorlog, is me in de loop der tijd gaan tegenstaan. De beschietingen gaan door maar er zit geen beweging in de linies.

Fraai militair jargon Jan, (ik had onlangs een doc gezien over WWI, indrukwekkend) en nu komt TS eindelijk met zwaar geschut (post-theïsme) aanzetten.
Ik moet het nog maar eens een paar keer goed doorlezen.

Wat versta je nu onder een "tamelijk bescheiden" agnosticus.
Bestaan die variant ook.




Bert Morrien zei

Egbert,
Als bepaalde denkbeelden soms al uit zichzelf omvallen, kun je niet over zwaar geschut spreken. Net als bijvoorbeeld Klaas Hendrikse heeft Taede Smedes immers zijn roots in het theïstische christendom.

Anoniem zei

Heb het boek gisteren aangeschaft en moet zeggen dat het tweede hoofdstuk over Sam Harris inderdaad interessant is. Eerste hoofdstuk gaat echter over de cijfertjes, maar ik begrijp eigenlijk niet waarom dat zo breed uitgesponnen wordt. Ook wil iets kwijt over het taalgebruik in het boek. Ik kom vaak kleine slordigheidjes tegen zoals 'publiceerden de medewerkers van de VU een tweetal boeken die in de media breed aandacht kreeg'. Vind dat soort fouten eigenlijk niet kunnen in een boek van een universitaire uitgeverij. Maar goed, dat professionele schrijvers tegenwoordig hun tekstgevoel kwijt zijn is geen nieuws meer.

groet, Thomas

Egbert zei

@Bert, uiteindelijk blijven we spartelen in onwetendheid,(het betreft niet voor niets een kwestie van geloven, het gehele verloop van het ooit aanbidden van natuurverschijnselen tot de opkomst van de eerste monotheïstische godsdiensten) maar desalniettemin is het toch wel interessant om te volgen wat men er zoal over blijft schrijven.

Theo zei

Een bepaalt transcendentiebesef, het idee dat er in het verborgen iets schuilt, zou ook deels van de natuur kunnen afstammen. Voor dieren is duisternis, en wat zich mogelijk ergens kan verschuilen een instinctieve reden om waakzaam te zijn :D (Gevoel voor irrealiteit ook.)

Het eerste deel van Jan zijn betoog geeft een sterk gevoel van, 'pffff' de ruzie tussen 'the en anti the', wie heeft daar nog zin in?

Jan-Auke Riemersma zei

Beste Thomas, misschien is de manier waarop Smedes schrijft enigszins wisselvallig, maar ik zou deze toch beslist niet slecht of slordig willen noemen. Ik heb bijvoorbeeld een aantal zinnen aangestreept die getuigen van een goed taalgevoel (Hij was een spirituele zoeker, iemand die elementen uit verschillende religies in zijn persoon en zijn werk samenbracht en vervolgens als een moderne alchemist in zijn muziek en zijn songteksten goud uit lood wist te wringen.) Het voert wat te ver om te zeggen dat deze moderne schrijver zijn tekstgevoel kwijt is, toch?

Taede zei

Thomas,

Kleine foutjes horen bij het schrijfproces. In totaal hebben zo'n acht mensen het manuscript minutieus doorgenomen (inclusief een professionele corrector) en nog is dat foutje er blijkbaar ingeslopen. Ik houd me aanbevolen als je meer foutjes bent tegengekomen. Verder vind ik een hooghartige opmerking als dat "dat professionele schrijvers tegenwoordig hun tekstgevoel kwijt zijn" onnodig, tenzij je zelf kunt aangeven meerdere boeken op je naam te hebben staan die van betere kwaliteit zijn.

En wat betreft de cijfertjes uit hoofdstuk 1: dat hoofdstuk is een gedetailleerde analyse van veranderend godsgeloof in Nederland aan de hand van de meerjarenstudies "God in Nederland". Het doel is om aan te geven hoe god(s)geloof veranderd is in Nederland en met name hoe de statistieken vrij overtuigend laten zien dat het onderscheid tussen geloof en ongeloof aan het vervagen is. Ik zal overigens niet ontkennen dat het een taai hoofdstuk is.