donderdag 26 november 2015

Weefsels en Grapefruits

Volgens de Canadese filosofen Patricia en Paul Churchland is het brein een 'weef-machine' (connectionisme). Het brein weeft samenhangende patronen; het brein is voortdurend op zoek naar samenhang in de wereld. Deze filosofen zijn erg beinvloed, overigens, door de wetenschapsfilosoof Willard Quine.

Het brein heeft (althans, dat denk ik) daarom de natuurlijke plicht om alle meningen en overtuigingen logisch te ordenen: wie niet logisch denkt kan eenvoudigweg geen samenhangend 'kleed' weven. Het brein is [dus] niet in staat om de wereld objectief waar te nemen. 

Foundationalism, de gedachte dat sommige van onze meningen en overtuigingen gewoon 'op zich' waar zijn is dan ook een onjuiste kennistheoretische aanname.

Stel je hebt vanmorgen een grapefruit gegeten. Je bent vrijgezel en daarom is niemand getuige geweest van deze ingrijpende gebeurtenis. Alleen jij weet het- en jij weet het zeker! Je kunt je toch nauwelijks vergissen?

Uiteraard niet. Het is ook niet zinvol om dit soort uitspraken aan te vechten.

Het punt is alleen dat ook het eten van een grapefruit geen volstrekt unieke gebeurtenis is die helemaal buiten de gewone werking van 't verstand om gaat. Als je nooit geleerd had wat een grapefruit was, zou je 'm vermoedelijk niet eens in huis gehaald hebben. Ook is het verorberen van 'n grapefruit een techniek die je al onder de knie moet hebben (het heeft wat voeten in aarde voordat /n kind kan eten). 

Kortom, zelfs het eten van een grapefruit is niet echt een fundamentele, zelfstandige gebeurtenis. Alles wat we doen ligt in een netwerk van andere kennis. Het is onzin om er daarom zomaar een gebeurtenis of gegeven uit te lichten en dit een 'basis-overtuiging' te noemen.

Iemand die basis-overtuigingen verdedigt lijkt een beetje op een persoon die gelooft dat het mogelijk is om een zinvol gesprek te voeren in een taal die nog nooit gesproken en gehoord werd.

Stel echter dat het bestaan van God een basisovertuiging is: dan zou iemand die un het geheel niet in God gelooft zomaar moeten kunnen aanvaarden dat God bestaat! Toch komt een dergelijke paradoxale combinatie van geloof en naturalisme in de praktijk niet voor.

Ons web van meningen en overtuigingen moet zich voegen naar de overtuiging dat God bestaat. Als een oprecht gelovige zegt dat hij de overtuiging dat God bestaat beschouwt als een 'basisovertuiging' dan jokt hij: hij vergeet er, voor het gemak, bij te vertellen dat heel zijn wereldbeeld al min of meer ruimte bood aan deze 'overtuiging'; of andersom, dat hij heel zijn wereldbeeld zo heeft ingericht dat het bestaan van God er in past. 

Een neurowetenschapper -zie zijpaneel- heeft onlangs onderbouwd dat het niet mogelijk is om de wereld objectief waar te nemen. Zulke berichten lijken me lastig voor de foundationalist.

Ze passen daarentegen uitstekend bij mijn theorie: het lichaam is voor ons brein het centrum van de wereld; om het lichaam vlot te bedienen moet het brein logisch denken; en dientengevolge wanen wij ons in een wereld die 'logisch' is.- Ik twijfel dan ook niet aan mijn grote gelijk.

Samenhang wordt bepaald door de 'handelings- en bewegingsruimte' van het lichaam (Merleau-Ponty).

Anders gezegd: 't lichaam houdt de boel bij elkaar.

De logische opmaak van ons brein verklaart ook hoe de 'strijd' die zintuigelijke indrukken moeten voeren zal verlopen: de indrukken die het best passen bij de structuur van ons brein (we gaan er van uit dat ons wereldbeeld uiteindelijk als een weefsel of structuur in het brein is opgeslagen) hebben een grotere kans om te worden aanvaard. We zien wat we 'snappen'. De rest van de wereld is chaos en ruis.

Niets nestelt zich zich zomaar in ons verstand, zonder passen en meten.

Hoe dan ook, het foundationalism lijkt me een wijsgerige opvatting die, gegeven het neurowetenschappelijk onderzoek, slecht te verdedigen is.

Overigens, tegenwoordig is er een stroming die meent dat we onmiddellijk toegang (perceptie) tot de wereld hebben (zie o.a. John Searle, Seeing Things as They Are): ik geef de missie van deze 'direct perceivers' weinig kans van slagen (maar merk op: de vraag of onze zintuigen directe toegang tot de wereld hebben is in beginsel een andere vraag dan de vraag waarop de foundationalisten antwoord geven: laten we deze dingen niet -al te lichtzinnig- door elkaar halen). 

Geen opmerkingen: